Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Commandant Zeemacht Ned.-Ind.

2.13.72
A.M.C. van Dissel
Nationaal Archief, Den Haag
2000
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.13.72
Auteur: A.M.C. van Dissel
Nationaal Archief, Den Haag
2000
CC0

Periode:

1942-1950
merendeel 1945-1950

Omvang:

31,45 meter; 2297 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Commandant Zeemacht in Nederlands-Indië (1945-1950), die was belast met de dagelijkse leiding, bevat stukken in het kader van organisatie en administratie. Omtrent het personeel, zowel militair als burger, zijn er bescheiden omtrent de personeelssterkte, werving en opleiding en onderzoek naar gedragingen. Met betrekking tot de taakstelling zijn er stukken over de Tweede Wereldoorlog; reisverslagen van schepen; het algemeen bestuur van Nederlands-Indië (het militair gezag, de onafhankelijkheid en oorlogsvoering); Japan; verrichtingen van het Korps Mariniers en het KNIL; vlootorders en instructies, voorlichtingsdienst, inlichtingendiensten en veiligheid; reisverslagen en politieke informatie c.q. rapportage (over internationale ontwikkelingen); de militaire liaison; scheepvaart, zeevervoer en luchttransport; operatierapporten en het diverse materieel (schepen, vliegtuigen, gebouwen etc.). Verder bevat het archief de gedeponeerde archieven van de Commandeur van Soerabaja en van de Marine Luchtvaartdienst in het Oosten.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Defensie, Commandant Zeemacht in Nederlands-Indië (1942) 1945-1950

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Het archief van de Commandant Zeemacht in Nederlands-Indië (CZMNI) is door de Centrale Archief Selectiedient (CAS) bewerkt in het kader van het meerjarenconvenant afgesloten op 22 september 1994 tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de CAS (raamconvenant CAS/BiZa - Defensie I).

De bewerking vond plaats bij de CAS in Winschoten in de jaren 1997-1999. Aan dit project werkten mee de heren H. Hesselink en A. Jansen, mevrouw G. Modderman en de heer O. Bos als verantwoordelijk teamleider.

Van het Ministerie van Defensie waren de heren S. Martijn en J. Rijpstra van het Centraal Archievendepot bij de bewerking betrokken.

De begeleiding vanuit het Algemeen Rijksarchief bestond uit mevrouw drs. A.Fris en de heren F. van Dijk en H.J.Ph.G. Kaajan.

Het in deze inventaris beschreven archief van de CZMNI over de periode augustus 1945-1950 maakte onderdeel uit van een complex van archiefbescheiden afkomstig van de CZMNI, het Departement van Marine in Nederlands-Indië en de Nederlandse Militaire Missie (NMM).

De totale omvang van de ter bewerking aangeboden archiefbescheiden bedroeg ca. 170 meter. Op voorhand was niet exact aan te geven welke omvang de archieven afzonderlijk hadden.

In 1999 werden bij de CAS de archieven van de Marine Inlichtingendienst Nieuw-Guinea bewerkt. In deze archieven werden eveneens bescheiden aangetroffen die thuishoorden in het archief van de CZMNI. Deze bescheiden zijn conform het herkomstbeginsel teruggeplaatst in het archief van de CZMNI.

Uiteindelijk werd 31,25 meter archief van de CZMNI aangemerkt als te bewaren. Deze bescheiden zijn beschreven en materieel verzorgd.

Veel informatie over de archiefvorming was niet voorhanden. Veel stukken werden opgeborgen in verbalen, met hierop een rubrieksaanduiding. Met grote regelmaat werden bescheiden overgeplaatst van de ene rubriek naar de andere, samengevoegd met andere verbalen etc. Door het gehele archief heen bevonden zich dan ook grote hoeveelheden verwijsbriefjes.

Eigentijdse toegangen waren slechts voor een deel beschikbaar. Deze toegangen bestonden uit:

* Indicateurs in de vorm van agendakaarten over de periode 1945-1948

? Indicateurs in de vorm van moederboeken van een fichedoorschrijfsysteem over de periode 1949-1950.

De indicateurs verwezen middels een letter/cijfercodering naar een rubriekenstelsel. Dit stelsel is doorgebruikt tot de opheffing van de CZMNI. Er werden echter ook archiefbescheiden aangetroffen zonder rubrieksaanduiding. De kaarten hebben een rubrieksnummer en een rubrieksomschrijving. De rubrieken zijn aangeduid met 1 of 2 letters en een vervolgaanduiding/pagina-aanduiding. Bijvoorbeeld: S 227/2/520 betekent in 1948:

S = Staf

227 = In- en uitvoer van contrabanden, verboden zeegebieden, opbrengen/ onderzoeken verdachte vaartuigen - douanedienst

2 = bladnummer van de agenda

520 = verbaalnummer: afsluiting maritieme kring Oost-Java.

Dergelijke rubrieken waren er ook voor confidentieel, geheim en zeer geheim, maar niet per se met corresponderende nummering. De geheime contrabanden-rubriek in 1948 had vermoedelijk als nummer S 44/G/1. De nummering van de rubrieken over de jaren heen correspondeerde niet altijd. In de moederboeken werd een verwijzing naar de rubrieken opgenomen, maar in het archief zelf werd geen lijst aangetroffen van de rubrieksaanduidingen. Wel bekend was wat de letters betekenden:

A Intendance en Administratie

J Juridische aangelegenheden

K Kabinet

M Materieel

P Personeelsaangelegenheden

PJ Juridische aangelegenheden betreffende het personeel

S Staf

Secr Secretariaat

X Eigen archief Commandant Zeemacht

De archieven behorende tot de CZMNI werden gevormd tijdens "bijzondere omstandigheden": een feitelijke oorlogssituatie en de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië. Dit hield in dat ook in uitvoerende zin zeer terughoudend met vernietiging werd omgegaan. Als leidraad voor de vernietiging diende de vernietigingslijst voor het Ministerie van Defensie, vastgesteld in 1969 en gewijzigd en aangevuld in 1971, 1979, 1982, 1987 en 1994. Slechts routine-aangelegenheden werden ter vernietiging voorgedragen.

De bewerking werd uitgevoerd met inachtneming van het bepaalde in de brochure "Om de kwaliteit van het behoud, normen goede en geordende staat", 's-Gravenhage, 1993.

De bewerking vond plaats in twee fasen.

Gedurende de eerste fase werden de bestanddelen geselecteerd op basis van het selectieinstrument en (voorlopig) beschreven. Het beschrijven geschiedde op het niveau van de bewerkingseenheid (stuk, dossier of verbaal). De ordening van de beschrijvingen geschiedde primair op archiefvormer. Daarbinnen werd waar bruikbaar de oorspronkelijke orde aangehouden, dwz. herstel van het rubrieken-systeem. Waar geen oorspronkelijke orde aanwezig was of wanneer die, zoals in een groot deel van het te bewaren bestand, niet voldoende was, werd een ordening op basis van het rubriekenstelsel van de CZMNI toegepast. Aangetroffen vreemd archief werd afgescheiden

Het aangetroffen archief van de NMM werd in een later stadium bewerkt in één bewerkingsslag met delen NMM-archief van andere afdelingen dan de Zeemacht. Deze bescheiden zijn opgenomen in een afzonderlijke inventaris.

Tijdens de tweede fase werden op aanwijzing van de medewerkers van het Centraal Archievendepot van het Ministerie van Defensie de volgende werkzaamheden verricht:

* Aanbrengen van een gewijzigd schema in de inventaris. Dit schema komt in hoofdlijnen overeen met de oorspronkelijke rubrieksaanduidingen.

* Het verplaatsen van inventarisnummers naar de nieuwe hoofdstukken.

* Het fysiek samenvoegen van bewerkingseenheden die betrekking hebben op hetzelfde onderwerp en het als gevolg hiervan aanpassen van de beschrijvingen.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in