gahetNA in het Nationaal Archief

Defensie (Londen)

2.13.71
H.E.M. Mettes, J.M.M. Cuypers, R. van Velden, E.A. van Heugten
Nationaal Archief, Den Haag
1998
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.13.71
Auteur: H.E.M. Mettes, J.M.M. Cuypers, R. van Velden, E.A. van Heugten
Nationaal Archief, Den Haag
1998
CC0

Periode:

1933-1974
merendeel 1940-1947

Omvang:

84,00 meter; 3167 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Op 14 Mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd. Onder leiding van A.Q.H. Dijxhoorn, minister van Defensie (later Oorlog), werd het ministerie in Londen opgebouwd. Het hield zich bezig met organisatie, personeel, dienstplicht en rekrutering, juridische zaken, materieel, luchtvaart, militaire operaties, inlichtingen en geneeskundige dienst. Er bestond tevens een informele Ve Afdeling, het Marine Hoofdkwartier. Na verloop van tijd werd het takenpakket uitgebreid met historisch onderzoek naar het verloop van de Meidagen van 1940 en met de voorbereiding van de terugkeer naar Nederland. Voor dat laatste werd een speciaal bureau opgericht, het Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer (MVT), dat zich onder meer bezighield met de voorbereiding van de uitoefening van het Militair Gezag in bevrijd gebied. Het Bureau Londen hield zich na de bevrijding bezig met de afwikkeling van de resterende taken in Engeland. Het werd in 1947 opgeheven.
De gedeponeerde archieven zijn deels van uitvoeringsorganen, deels van militaire eenheden, missies in het buitenland, wervingsbureaus en inlichtingendiensten. Ook zijn opgenomen bescheiden van F. Looringh van Beeck, bevattende stukken over repatriëring, de Prinses Irene Brigade, het Garde Infanterie Depot, de 7 December Divisie, de Orde Dienst etc. Het archief bevat persoonsdossiers en dossiers over partijen, groeperingen en organisaties. De inventaris heeft een (onvolledige) index op persoonsnamen.

Archiefvormers:

  • Departement van Oorlog: Bureau Londen 1940-1947;
  • Centraal Laboratorium;
  • Militair Bureau voor Wetenschappelijke Inlichtingen;
  • Ministerie van Defensie te Londen, 1940-1941;
  • Ministerie van Oorlog te Londen, 1941-1945.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

1 Ministerie van Defensie/Oorlog

Bij ministeriële beschikking van 25 augustus 1941, nr. 10 werden voor het ministerie van Defensie de Aanwijzingen nopens de behandeling van stukken vastgesteld.

Na binnenkomst werden de stukken - persoonlijke stukken uitgezonderd - door de secretarie aan een afdeling toegewezen, geïndexeerd en daarna aan de minister voorgelegd. Persoonlijke stukken werden door de adjudant geopend en geïndexeerd. Daarna werden de geïndexeerde stukken, ook wel exhibita genoemd, aan de betrokken afdeling toegezonden. Daar werd het stuk ook geregistreerd.

De ontwerpafdoening werd door de afdelingen aan de secretarie gezonden. De secretaris-generaal stelde - voor zover dit tot zijn bevoegdheid behoorde - vervolgens de afdoening vast. Zo dit niet het geval was, voorzag hij het stuk van de aantekening Minister beslissen. De SG zond de eerstgenoemde stukken weer naar de secretarie, terwijl ontwerpen die de aandacht van de minister behoefden via de adjudant van de minister aan deze werden voorgelegd. Vastgestelde afdoeningen werden door de secretarie van datum en nummer voorzien, getypt en ter tekening voorgelegd. Tenslotte werden de verzonden stukken in het register en het kaartsysteem ingeschreven.

Uit een aantekening betreffende het Persoonlijk-archief voor luitenant Haverkorn blijkt, dat tegenover elk inkomend P-stuk een uitgaand P-stuk hoorde te staan. Was er geen bepaalde afdoening, dan kennisgeving.

Een P-stuk kon slechts één nummer hebben. Werden verschillende P-nummers met één stuk afgedaan, dan behoorde op de plaats van de verschillende nummers een aantekening gelegd te worden met verwijzing naar het P-nummer dat de afdoening bevatte.

In het register werd aantekening gehouden van P-stukken die een inhoudeljke relatie hadden; hiervan diende in het register onderlinge kruisverwijzingen te worden gemaakt. Verder verdiende het aanbeveling een kaartsysteem op onderwerp aan te leggen.(

Agenda 1942-1943, los inliggend.

)

Buiten Londen werd een schaduwarchief van uitgaande en belangrijke ingekomen stukken aangehouden.

Een groot deel van het hier onderhavige archief werd met behulp van 19 Ford-vrachtwagens van 28 juni tot en met 2 juli 1945 overgeplaatst van Londen naar Den Haag. De reis ging via Oostende, Antwerpen en Breda.(

Zie inv. nr. 496.

)

In de loop van de vijftiger of begin zestiger jaren, de exacte datum is niet meer te achterhalen, werd door een medewerker van het archief der Koninklijke Landmacht te Leiden een incomplete plaatsingslijst vervaardigd van het algemeen -, het persoonlijk - en het kabinets archief. Het algemeen gedeelte werd slechts tot 1943 ontsloten. Het P en K archief werd gebundeld in ordners, welke van een nummer werden voorzien. Daarbinnen kregen de verscheidene archiefstukken een nummer dat met potlood in de rechterbovenhoek werd geschreven. Deze nummers correspondeerden met de beschrijvingen in de plaatsingslijst.

2 Bureau Inlichtingen
2.1 Algemeen

Het afwikkelingbureau BI heeft zich vanaf 1946 beziggehouden met het bewerken van de archieven die BI te Londen en de buitenlandse posten van dit bureau heeft gevormd. Het was de bedoeling deze archieven in samenwerking met het Rijksbureau voor oorlogsdocumentatie te bewerken. Hiertoe diende een persoons- en zakenindex op het archief te worden aangelegd. Begonnen werd met het bewerken van wat genoemd werd het militaire archief van BI. Doel van deze bewerking was het militaire deel van het archief over te dragen aan hoofdafdeling IX (Krijgsgeschiedkundig instituut) van de Generale Staf, terwijl de rest na bewerking aan het Rijksbureau voor oorlogsdocumentatie overgedragen zou worden.

Een deel van het geheim militair archief werd overgedragen aan de buitenlandse inlichtingendienst, in dit geval de regeringscommissaris in algemene dienst Fock. Verder werden stukken betreffende Nederlandse Gestapo agenten en een kaartsysteem verdachte personen overgedragen aan de centrale veiligheidsdienst.

De zogenaamde civiele rapporten werden overgedragen aan het Rijksbureau voor oorlogsdocumentatie, tegenwoordig Rijksinstituut geheten, die ze nog steeds in beheer heeft. Het betreft hier in totaal ongeveer 7,5 strekkende meter archiefbescheiden van BI Eindhoven (5 meter) en BI Londen (2,5 meter).

Wat betreft de datering van telegrammen: deze droegen boven de eigenlijke tekst een nummer en de datum, zijnde dag-maand-jaar. Meestal werd een volgnummer en de datum van verzending door de opsteller aan het begin van een telegram vermeld. Dit in de vorm: ( ... ) nummer zes van elf stop. Dit betekende telegram nr. 6 van de elfde van de betreffende maand. Tussen opstelling en verzending kon enkele dagen verlopen, terwijl de telegrammen in Londen door de Engelse zusterdienst van BI werden ontvangen en gedecodeerd. Boven de door de Engelse dienst aan BI doorgestuurde telegrammen werd door BI Londen in cijfers en voluit de ontvangstdatum getikt.(

Inv nr. 2841, uitgaande brief van 1 maart 1951.

)

2.2 BI Londen

2.2.1 Registratie en archivering

De ingekomen en minuten van uitgaande stukken werden apart geregistreerd en voorzien van een eigen registratienummer. Dit registratienummer bestaat uit een letteraanduiding, te weten GB (= Geheim Binnenkomend) en GD (= Geheim Uitgaand), een volgnummer en een jaaraanduiding. Bijvoorbeeld GB/1432/45 en GU/345/45. Jaarlijks werd opnieuw begonnen met de nummering.

De archiefbescheiden werden in dossiers opgelegd. Er werden twee soorten dossiers gevormd, nl. dossiers op correspondent en dossiers op onderwerp/zaak. Binnen deze dossiers werden de stukken - zowel de ingekomen als de minuten van uitgaande stukken - chronologisch opgelegd. In enkele gevallen werden aparte series van ingekomen en minuten van uitgaande stukken gevormd.

Daarnaast werd een apart archief gevormd, het zogenaamde Restricted archief. Dit archiefdeel bevat voornamelijk stukken met de classificatie Zeer geheim, welke betrekking hebben op de bi-agenten en operaties in bezet gebied.

2.2.2 Overdracht

Door de sectie algemene zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten werd het archief BI Londen in gedeelten overgedragen aan het CAD. Op 18 april 1983 27 dozen(

MvD, CAD, bureau Beheer, onderdeelsmap 1032: brief van 18 april 1983 van het hoofd CAD aan het hoofd sectie AZ van de BLS.

), op 5 juli 1985 40 dozen(

MvD, CAD, bureau beheer, onderdeelsmap 1032: brief van 5 juli 1985 van hoofd CAd aan hoofd sectie AZ van BLS.

)
, op 30 oktober 1985 30 dozen(

MvD, CAD, bureau Beheer, onderdeelsmap 1032: brief van 30 oktober 1985 van hoofd sectie AZ van BLS aan hoofd CAO.

)
en op 18 november 1985 5 dozen(

MvD, CAD, bureau Beheer, onderdeelsmap 1032: brief van 18 november 1985 van hoofd sectie AZ van BLS aan hoofd CAO.

)
.

Door de sectie algemene zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten werd een plaatsingslijst opgemaakt, alsmede een korte beschrijving van de geschiedenis van het BI Londen en de archiefvorming.

2.3 BI Eindhoven

2.3.1 Registratie en archivering, 1943-1945

In oktober 1944 werd het bureau inlichtingen te Eindhoven opgericht. De vestiging in Londen bleef in afgeslankte vorm bestaan. De medewerkers van beide vestigingen moesten voor de uitoefening van hun taken gebruikmaken van hetzelfde archief. Daarom werd in augustus 1944 een gedeelte van het archief, inclusief het Restricted archief, op microfilm vastgelegd. Het betrof de periode november 1943 - augustus 1944. De films kwamen ter beschikking van de vestiging te Eindhoven: het "papieren" archief bleef in Londen.

Ingekomen stukken werden ingeboekt in een aparte agenda. Deze bescheiden werden vanaf 28 november 1946 - zowel op het stuk zelf, als in de agenda - voorzien van een inboekingsnummer, dat bestond uit de letter E/volgnummer (oplopend vanaf 1) en het jaar, 44 danwel 45.

In Eindhoven werd het archief deels opgebouwd door een serie ingekomen stukken, waarnaast een deel volgens het rubriekenstelsel werd opgelegd. Dit blijkt uit de agenda's. Ingekomen stukken werden al naar gelang het betreffende onderwerp in een bepaalde rubriek opgeborgen. Zo bestond de rubriek ondervraging, werden illegale bladen bij elkaar opgeborgen en bestond de hoofdrubriek uit NBC, Nederland Binnenland Civiel.

De rubriek was weer opgebouwd uit een aantal subrubrieken. Waarschijnlijk was deze rubriek als volgt ingedeeld:

civiele gegevens binnenland

  1. politie
  2. regeling identiteitsbewijzen, persoonsbewijzen etc
  3. rechterlijke macht
  4. administratieve organisatie
  5. krijgsgevangenen
    1. sociale organisatie arbeidsinzet
    2. volksgezondheid
  6. economische organisatie:
    1. landbouw en veeteelt
    2. grondstoffen/industrie
    3. voedselvoorziening
    4. financiën
  7. politieke maatregelen door bezetting en Duits bestuur
  8. NSB:
    1. organisatie NSB
    2. leidende personen der NSB
    3. NSB-werkwijze
    4. NSB-diversen
    5. invloedssfeer
    6. propaganda
  9. illegale organisatie:
    1. programma
    2. personen
    3. andere organisaties
      1. Orde Dienst
      2. Luctor et Emergo
      3. Camoës
      4. RVV
      5. CS VI
      6. CVA
      7. Voxpop
      8. Karel
      9. Pietab
      10. Binnenlandsche Strijdkrachten
    4. 1. Rolls Royce - B.R. - R.E.D.
      2. Wim
      3. Geheime Dienst Nederland
      4. Albrecht
      5. Sobenlader
      6.
      7. V.C.
      8. Kees
    5. activiteit
    6. contacten en middelen
    7. steunfonds
    8. landelijke duik organisatie
  10. illegale publicaties, behalve periodieken
  11. geestelijke stromingen
    1. binnenlands bestuur
    2. militair gezag
    3. pers
  12. a. onderwijs
  13. religieus leven
  14. bijzonderheden arbeiders-, boeren- en vissersbevolking
  15. distributie
  16. gijzelaars
  17. deportaties
  18. diversen
  19. evacuatie
  20. vervolging der joden
  21. executies
  22. artsenstrijd
  23. inlichtingen diverse personen bezet gebied
  24. arbeidsinzet
  25. verkeer
  26. scheepvaart
  27. sabotage
  28. jeugd
  29. wederopbouw
  30. oorlogsschade
  31. gevangenenkampen
  32. gevangenenkampen
  33. Bataafsche Petroleum Maatschappij
  34. vragenlijsten voor Nederland
  35. repatriëring
  36. Nederlandse Rode Kruis
  37. stakingen
  38. Indië
  39. ...
  40. radio
  41. luchtbescherming

In Wassenaar werd begonnen met een nieuwe nummering. Ingekomen stukken kregen een W, gevolgd door een oplopende nummering met daarachter het jaartal (W/l/45, W/2/45 et cetera). Het is verwarrend dat de uitgaande stukken hetzelfde kenmerk kregen. Waarschijnlijk daarom werd vanaf 1946 een nieuw systeem ingevoerd. Er werd voortaan een doorlopende nummering gevoerd, waarbij de uitgaande stukken werden voorzien van de toevoeging U.

2.3.2 Overplaatsing, overdracht en inventarisatie vanaf 1950

In 1946-1947 werden de telegrammen door het afwikkelingsbureau BI geordend naar onderwerp, waarschijnlijk naar instellingen waarmee getelegrafeerd werd.(

Inv. nr. 2841, brief van 7 juni 1955.

)

In 1985 werd het betreffende archief overgedragen van de sectie Algemene Zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten aan het CAD. Van het schaduwarchief in de vorm van de rolfilms werd door W.G. Visser in 1989 een plaatsingslijst vervaardigd. Deze is, in aangepaste vorm, opgenomen als een nadere toegang als bijlage.

2.4 BI Maastricht

Op 13 december 1983 werd door de sectie Algemene Zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten 1 doos overgedragen aan het CAD.(

MvD, CAD, bureau Beheer, onderdeelsmap 1032, PV van overdracht van 13 december 1983.

)

Het archief is opgebouwd uit een aantal archiefdelen, te weten ingekomen post, uitgaande post, politieke rapporten en personeel. De archiefbescheiden zijn niet voorzien van een registratiekenmerk. Wel is op een aantal stukken de markering "Uitgegane brieven" of "Archief" aangebracht.

De archiefbescheiden zijn geordend in de archiefdelen ingekomen en uitgaande post op respectievelijk afzender of adressant en daarbinnen chronologisch opgelegd. In de overige blokken zijn de stukken enkel chronologisch geordend.

2.5 BI Lissabon

2.5.1 Registratie en archivering ten tijde van Maas Geesteranus

Van betreffend archief zijn geen inschrijfmiddelen bewaard gebleven. Überhaupt is niet bekend of deze wel bestaan hebben. Waarschijnlijk is dit archief volgens het agendastelsel gevormd.

2.5.2 Registratie en archivering na Maas Geesteranus

Het archief kent een duidelijke breuk. Vanaf 22 november 1943 wordt het archief gevormd volgens het rubriekenstelsel.

2.5.3 Overplaatsing, overdracht en inventarisatie vanaf 1949

Het archief van de buitenlandse inlichtingendienst, post Madrid werd grotendeels vernietigd. Een aantal archiefbescheiden werd overgedragen aan respectievelijk het gezantschap te Lissabon danwel Madrid. Welke handeling de archiefbescheiden ondergingen werd aangetekend in de agenda van de post.

In maart 1983 werden deze archieven overgedragen van de sectie Algemene Zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten aan het CAD.

2.6 BI te Madrid, ook wel bekend als de Nederlandsche Dienst in Madrid, 1943-1945

Zendingen ontvingen als nummer een gecombineerde lettercijfercode, AA/10/11. De eerste zending ontving de code AA, gevolgd door AB, AC et cetera. 10/11 stond voor 10 november.

Rapporten van verhoor van militairen werden voorzien van de code Vr gevolgd door een nummer dat refereerde naar de volgorde van aankomst. AC/1/11 Vr 11 stond aldus voor een betrouwbaarheidsrapport van de 11e vrijwilliger dat is opgemaakt op 1 november.

Tenslotte konden zendingen die uit meer pagina's bestonden voorzien worden van volgnummers. BG/19/l2 St 7 betreft de 7e bijlage van een zending van 19 december.(

Inv. nr. 2892, nr. 520.

)

De nummering van de serie van uitgaande stukken kent een sprong. De nummers 499-1199 werden niet toegekend.

Buitenlandse inlichtingendienst, post Madrid, 1947-1950

Als registratuurstelsel kende de buitenlandse inlichtingendienst, post Madrid een rubriekenstelsel. De feitelijke indeling wordt weergegeven op de eerste pagina van betreffende agenda.(

Inv. nr. 2913.

)

2.7 BI Stockholm

2.7.1 Registratie en archivering, 1942-1945

Post vanuit Londen voor Stockholm werd in zendingen per enveloppe verzonden. Eén enveloppe bevatte meerdere stukken. De zending werd voorzien van een eenvoudige code, te weten de beginletter van de maand en de datum van verzending. Zending S 15 staat dus voor de zending vanuit Londen die daar 15 september werd verzonden.(

Inv nr. 2933.

)

Het archief werd oorspronkelijk waarschijnlijk opgebouwd volgens het seriestelsel. Agenda's werden bij de inventarisatie in 1996 niet aangetroffen.

2.7.2 Overplaatsing, overdracht en inventarisatie vanaf 1946

In 1985 werd dit archief overgedragen van de sectie Algemene Zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten aan het CAD.

3 Militair Bureau voor Wetenschappelijke Inlichtingen

De archiefbescheiden van het Militair Bureau voor Wetenschappelijke Inlichtingen werden aangetroffen in het archief van de Artillerie Inrichtingen tijdens de bewerking van laatstgenoemd archief en werden hiervan afgescheiden.

4 Collectie Nederlandse troepen in Engeland
4.1 Militaire politie

Bij brief van 3 december 1945 regelde de deputy provost marshall, W. Kist, de dienstcorrespondentie en archiefvorming van de militaire politie in Engeland.

Alle archiefvormers(

Bureau van de DPM; bureau van de APM Londen; bureau van de APM Wolverhampton; commandant provoost compagnie UK; commandant wacht compagnie UK; commandant detachement provost compagnie UK te Wolverhampton; commandant detachement wacht compagnie UK te Londen; commandant depot MP Perry Hall en commandanten diverse provost compagnieën.

) dienden drie registers aan te houden:

  1. voor inkomende en uitgaande "lopende" correspondentie;
  2. voor inkomende en uitgaande geheime correspondentie;
  3. voor inkomende en uitgaande "politiezaken".

Stukken genoemd onder b) werden genummerd No. M.P ... G Geheim of persoonlijk. Stukken onder c) werden genummerd No M.P ... Pol.

Stukken betreffende officieren werden steeds als geheim behandeld.

4.2 Commando Nederlandse troepen in Engeland

4.2.1 Archiefvormers bij het commando.

In november 1945 werden er bij het commando zestien zelfstandige archiefvormers onderscheiden:

  • A-, G- en Q-branch
  • betaalmeester
  • medische dienst
  • militaire politie
  • transportdienst
  • commandant hoofdkwartier
  • welfare
  • onze band
  • bibliotheek
  • geestelijken
  • archief
  • postkamer
  • 20e divisie
  • commandant troependepot

4.2.2 Overplaatsing, overdracht, vernietiging en inventarisatie vanaf 1947

In een brief aan de minister van Oorlog, gedateerd 17 mei 1947, berichtte het hoofd afwikkelingsbureau commandant Nederlandse troepen in Engeland dat op zijn bureau de volgende archieven aanwezig waren:

  • geheim persoonlijk archief commandant Nederlandse troepen in Engeland (voortaan: CNTE);
  • geheim archief chef staf CNTE;
  • archief afdeling personeels- en kwartiermeesterzaken CNTE;
  • archief personeelszaken;
  • archief kwartiermeesterszaken;
  • archief generale staf CNTE;
  • archief commandant hoofdkwartier;
  • archief commandant troependetachement NTE Londen;
  • archief geheim persoonlijk commandant depot NTE Wolverhampton;
  • archief depot NTE Wolverhampton;
  • archief afwikkelingsbureau CNTE.

Tevens deelde hij mee dat archieven - wellicht doelde hij hier op afdelingen van het betreffende archief - van verschillende afdelingen van de commandant hoofdkwartier aan diverse instanties waren overgedragen.

Zo werd het archief van de afdeling welfare overgedragen aan de welfare officier van bureau Londen van het ministerie van Oorlog, het archief betaalmeester NTE aan het hoofd afwikkelingsbureau betaalmeester NTE te Scheveningen, het archief van de medische dienst NTE aan de inspectie geneeskundige dienst KL sectie Verenigd Koninkrijk te Londen, het archief van het veldpostkantoor NTE aan het veldpostkantoor bureau Londen van het ministerie van Oorlog (mvO), het archief van de militaire politie werd eveneens overgedragen het bureau Londen mvO, het archief van de afdeling records aan het Centraal Registratie Bureau in Den Haag en tenslotte werd het archief commanderend generaal NTE overgedragen aan kolonel Holts te Londen.

Het archief kwartiermeesterzaken en het archief (afdeling ?) kwartiermeesterzaken van het afwikkelingsbureau NTE werden overgedragen aan de militair attaché te Londen.

De overige archieven werden in juni 1947 overgedragen aan het hoofd Centraal Registratiebureau te Den Haag.

In 1981 werd een onbekende hoeveelheid archiefbescheiden uit de collectie commandant Nederlandse troepen in Engeland vernietigd op grond van het bepaalde in de lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van het ministerie van defensie, hoofdstuk 50 en het vernietigingsbesluit VS-1112 . Van deze vernietiging werd een verklaring opgemaakt.

5 Militaire voorbereiding terugkeer

Van het grootste deel van het archief is de geschiedenis niet bekend.

Het grootste deel van het archief werd tussen 1958 en 1960 bewerkt en geïnventariseerd door het archief der Koninklijke landmacht te Leiden. Inzake de criteria welke bij de toenmalige schoning gebruikt werden is geen verantwoording afgelegd.

Deze bewerking resulteerde uiteindelijk in een inventaris, getiteld Archief van het Bureau Voorbereiding Terugkeer over de jaren 1942/1945. Deze titel verhult het feit, dat deze inventaris feitelijk twee archieven van twee archiefvormers beschrijft, namelijk het archief van het bureau militaire voorbereiding terugkeer en dat van de militaire inlichtingendienst. Verder werden enkele retroacta van het bureau voor Bijzondere Aangelegenheden aangetroffen.

Het archief(-deel) van de militaire inlichtingendienst vormt wat betreft omvang veruit het grootste deel.

Bovengenoemde inventaris is opgebouwd uit een korte historische inleiding gevolgd door een verantwoording van de bewerking. Gemeld wordt, dat de oorspronkelijke ordening van het archief bij het bureau MVT archief volgens het agendastelsel plaatsvond. Er werden bij de bewerking eind jaren zestig geen agenda's aangetroffen en er werden veel lacunes geconstateerd.

Het archief van de militaire inlichtingendienst werd "( ... ) zoveel doenlijk systematisch geordend." Echter, "( ... ) deze ordening moest veel te wensen over laten" aangezien in een stuk meerdere onderwerpen behandeld werden. Een aangetroffen kaartindex werd - zo meld de verantwoording - als onbruikbaar gekwalificeerd (en dus vernietigd?), omdat het door elkaar lag.

De inventaris werd gesplitst in twee delen: bureau militaire voorbereiding terugkeer en militaire inlichtingendienst. De "inventaris" van beide delen werd gevolgd door een nadere toegang. Het feit dat de nummering in deze inventaris niet doorlopend is, maar dat bij het tweede archiefdeel (militaire inlichtingendienst) de nummering opnieuw start met nummer 1 wekt verwarring.

In de nadere toegang werd een deel van de inventarisnummers (soms op stukniveau, soms op bundelniveau) beschreven. Hiertoe werd het inventarisnummer onderverdeeld in volgnummers. Aldus ontstonden inventarisnummers 1/1 (inventarisnummer/volgnummer), 1/2 enzovoorts. Nog verwarrender werd de zaak, als een inventarisnummer in de nadere toegang niet werd aangeduid met een enkel getal maar - op bundelniveau - als 39/1. Dit inventarisnummer werd nog eens uitgesplitst en kreeg aldus nog een volgnummer, dat op het fysieke stuk met potlood werd aangebracht (39/1-1).

De stukken werden in de rechterbovenkant met potlood voorzien van een inventarisnummer, soms gevolgd door een bundelnummer en het stuknummer. Verder werden per omslag de meeste stukken door een lias bij elkaar geregen.

In 1993 werd circa 2 meter archiefbescheiden behorende tot deze archiefvormers overgeplaatst van het instituut voor Maritieme Historie van de Koninklijke marine naar het CAD. Bij de overdracht werd een plaatsingslijst meegeleverd.(

MvD, CAD, bureau beheer, onderdeelsmap 1032.

)

6 Inspecteur der Nederlandse troepen

Onderhavig archief werd in 1957 bewerkt en geïnventariseerd door het archief der Koninklijke landmacht te Leiden. Inzake de criteria welke bij de toenmalige schoning gehanteerd werd geen verantwoording afgelegd. Deze bewerking resulteerde uiteindelijk in een inventaris.

7 Bureau Bijzondere Opdrachten

Op 18 april 1946 schreef de chef van de generale staf, luitenantgeneraal mr H.J. Kruls, aan generaal-majoor J.W. van Oorschot een brief waarin eerstgenoemde verzocht hem in te lichten over de verblijfplaats van het archief van het BBO. Men had gegevens nodig uit dit archief voor een verslag over de werkzaamheden van het bureau inlichtingen.

Van Oorschot antwoordde 2 mei daaropvolgend dat het archief zich verspreid over diverse locaties bevond. Het archiefdeel van de afdeling recherche werd omstreeks 1 maart 1946 overgedragen aan het Bureau Nationale Veiligheid. Stukken betreffende operaties waren onder beheer van de Engelsen, terwijl bescheiden inzake gegevens van agenten deels in handen waren van BBO (inmiddels in afwikkeling) te Londen en gedeeltelijk te Den Haag. Tenslotte waren de stukken betreffende gesneuvelde agenten al onder beheer van het ministerie van Oorlog.

Het archiefgedeelte dat in 1946 aan het Bureau Nationale Veiligheid werd overgedragen, werd na opheffing van deze dienst overgenomen door de Binnenlandse Veiligheidsdienst. De mogelijke eenheid van dit archief deel werd doorbroken, aangezien individuele archiefbescheiden werden opgenomen in diverse persoons- en onderwerpendossiers.

Soldaat v/d Werf heeft in november 1948 de kast met BBO-bescheiden - toen aanwezig op het ministerie van Oorlog," ( ... ) op orde gebracht."

In 1975 werd het archief deel van het onderhavige archief, dat toen onder beheer van het ministerie van Defensie bij de afdeling Centrale Post- en Archiefzaken was, overgeplaatst naar het Centraal Archievendepot.(

MvD, CAD, archief ministerie van Defensie, dossier nr. 392473 i/f.

)

In het midden van de jaren '70 onderging het archief een bewerking door een medewerker van het CAD. Verscheidene stukken werden in de rechter bovenhoek, met potlood, chronologisch genummerd. Dit nummer correspondeerde met een kaartsysteem voorzien van stukbeschrijvingen, waardoor voor een gedeelte van het archief een index werd gecreëerd.

8 Persoonlijk archief van F. Looringh van Beeck, met hierin opgenomen bescheiden uit het archief van de Koninklijke Nederlandse Brigade prinses Irene en het Garde Infanterie Depot

Dit archief werd in 1991 overgenomen door het CAD uit de korpsverzameling van het Garderegiment Fuseliers prinses Irene.

9 Militair attaché Brussel

Dit archief werd reeds eerder, in de loop van 1956, geïnventariseerd.(

Zestiende jaarverslag van het archief van de Koninklijke Landmacht, 5.

) In 1975 onderging het archief een (onbekende) "bewerking".(

Jaarverslag 1975 van het Centraal Archievendepot, 10. Uit het verslag wordt niet duidelijk of het betreffend archief alleen is omgepakt of dat er ook in is vernietigd

)

10 Nederlandse militaire missie bij de Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF)

Het archief werd oorspronkelijk gevormd volgens het agendastelsel. Ingekomen stukken werden handmatig voorzien van een O (= ontvangen) en een volgnummer, uitgaande stukken van een U (uitgaand) met volgnummer.

In 1957 werd dit archief bewerkt door een medewerker van het archief der Koninklijke landmacht te Leiden.

11 Koninklijke militaire missie / bureau militair attaché bij Hr Ms. Ambassade bij het hof van St James

Onderhavig archief werd in het verleden al een keer bewerkt en beschreven, waarschijnlijk rond 1957, door een medewerker van het archief der Koninklijke Landmacht te Leiden.

12 Militair attaché te Washington; registratiebureau dienstplichtigen New York; het militair bureau van het consulaat-generaal der Nederlanden te New York

In het Elfde jaarverslag van het archief van de Koninklijke Landmacht, 1 december 1950 - 1 december 1951 staat dat in de loop van het verslagjaar de archieven van het militair bureau te New York en de archieven van het hoofd Nederlandse militaire missie te Washington werden ontvangen.

Dit archief werd in de periode van 15 juli tot en met 22 oktober 1957, toen het betrokken archief nog onder beheer berustte van het archief van de Koninklijke landmacht te Leiden bewerkt.

13 Marineattaché Washington

Het archief werd oorspronkelijk gevormd volgens het dossierstelsel.(

Zie het registratuurplan.

) In dit geval was hier sprake van dossiers waar "( ... ) de op verschillende zaken betrekking hebbende stukken ( ... ) in één map (waren) opgeborgen, waarbij de stukken chronologisch waren geordend.(

Lexicon van Nederlandse archieftermen. 's-Gravenhage, 1983. 24.

)
Het verslag van de Historische Sectie van de Marinestaf van 1 april 1950 - 1 januari 1951 maakt melding van het feit dat betreffend archief "thans in bewerking" is. De daarop volgende verslagperiode wordt gemeld dat de inventarisatie en registratie gereed is.(

CAD, archief ministerie van Marine, nr. S 8227.

)

14 Generaal-majoor A.Q.H. Dijxhoorn in zijn functie als gedelegeerde bij de combined chiefs of staff; wervingskantoor New York van het vrouwenkorps Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger

Genoemde archieven werden reeds eerder bewerkt in 1956 door een medewerker van het archief der Koninklijke Landmacht te Leiden. Deze archieven zijn in het verleden vervlochten geraakt met het archief van de Nederlandse troepen in Canada. Volgens het structuurbeginsel werden de afgedwaalde archiefstukken afgescheiden en apart beschreven.

15 Militair attaché te Bern

Na afwikkeling en opheffing van het bureau BI te Bern werd het archief van deze dienst overgeplaatst naar het centraal archief van BI te Wassenaar.(

Inv. nr. 2961, minuut van uitgaande brief van 2 oktober 1945 aan J.G. van Niftrik.

) Een deel van dit archief werd tussen 1 december 1951 en 1 december 1952 ontvangen door de rechtsvoorganger van het CAD, het archief van de Koninklijke Landmacht.(

Twaalfde jaarverslag van het archief van de Koninklijke landmacht, 1 december 1951 - 1 december 1952.

)

De rest van het betreffende archief werd in 1983 overgeplaatst van de sectie algemene zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten naar het CAD. Hier werd het opgenomen in de depotinventaris als het archief van BI Bern. Feitelijke bestudering van dit archief toonde echter aan dat het hier een afgedwaald archiefdeel van het archief van de militair attaché te Bern betrof. Tijdens de bewerking is dit wederom ingevoegd.

16 Nederlandse troepen in Canada

Het archief werd oorspronkelijk geordend volgens het agendastelsel. Het betreffende archief werd in 1956 bewerkt en geïnventariseerd door adjudant onderofficier K. den Uyl van het archief Koninklijke landmacht.

In juli 1994 werden negentien zwart-wit foto's, met afbeeldingen van de Koninklijke Nederlandse Troepen in Canada alsmede de huisvesting van de troepen te Guelph, Ontario in de Prinses Juliana Kazerne afgescheiden van het archief en overgedragen aan de Sectie militair Geschiedenis Koninklijke landmacht. De foto's, welke geen relatie tot het onderhavig archief hadden, werden ondergebracht in de rubriek Nederlandse militairen buiten bezet gebied 1940-1945 onder de nummers G 1-G 19.

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in