gahetNA in the National Archives

Ordedienst/Bevelhebber Ned. Strijdkrachten (ODS/BS)

2.13.137
E.A. van Heugten, H.E.M. Mettes, R. van Velden
Nationaal Archief, Den Haag
2006
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.13.137
Auteur: E.A. van Heugten, H.E.M. Mettes, R. van Velden
Nationaal Archief, Den Haag
2006
CC0

Periode:

1940-1956
merendeel 1941-1956

Omvang:

196,40 meter; 4835 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en het Engels.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De zeer omvangrijke archieven van de Ordedienst (OD) en de Binnenlandse Strijdkrachten bevatten een gedetailleerd overzicht van de activiteiten van beide organisaties tijdens en na de Tweede Wereld Oorlog. Stukken m.b.t. de OD zijn bijvoorbeeld, signalementenbladen, stukken betreffende een schietincident op de Dam, evenals tekeningen en foto's van objecten en militair materieel, alsook rapporten en correspondentie, radio- en telefoonverkeer, onderzoeken, evenals administratie en stukken aangaande de organisatie van de OD en haar verschillende onderdelen.
Vervolgens zijn documenten aanwezig aangaande de totstandkoming van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (BS) en de vorming van de Stoottroepen. Er zijn stukken over de bevelvoering, organisatie, inlichtingendienst en tenslotte opheffing van de BS.
Ook zijn er stukken nagelaten door C. Tonnet, die betrekking hebben op zijn spionage- en inlichtingenwerk voor de OD. Tenslotte bevat het archief grote series persoonsdossiers van personen die in dienst zijn geweest van de OD, de BS en het Militair Gezag, of waarvoor deze organisaties belangstelling hebben getoond.

Archiefvormers:

  • Binnenlandse Strijdkrachten (NBS)(BS)
  • Ordedienst (OD)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Ordedienst

Direct na de capitulatie op 15 mei 1940 begon reserve luitenant-kolonel der Artillerie J.H. Westerveld met de opbouw van een organisatie, die bij een gezagsvacuum, na een plotseling vertrek van de Duitsers, de leiding van Nederland op zich zou nemen en ervoor zou zorgen dat geen wanordelijkheden zouden ontstaan. De organisatie moest op militaire leest geschoeid zijn, door officieren geleid worden en tevens de basis vormen voor de nieuw op te richten Nederlandse krijgsmacht. (

J.W.M. Schulten, De geschiedenis van de Ordedienst. Mythe en werkelijkheid van een verzetsorganisatie ('s-Gravenhage, 1998) 104, 139.

)

Op 3 april 1941 werd Westerveld gearresteerd en ging de leiding over op luitenant-kolonel P.M.R. Versteegh, onder wiens leiding de organisatie steeds verder werd uitgebouwd, onder meer door het opgaan van het Legioen van Oud-Frontstrijders in de organisatie. (

Schulten, Ordedienst, 106.

)

In juli 1941 stelde Versteegh de zogenaamde Richtlijnen (

Een afschrift van deze richtlijnen is als bijlage I opgenomen in: G.J. van Ojen, De Binnenlandse Strijdkrachten (2 dln, 's-Gravenhage, 1972) II, 839. Het origineel bevindt zich in archief BS, Stamboek B.S., bundel P.M.R. Versteegh. Chef-staf majoor N. Tibo werkte deze 'Richtlijnen' verder uit tot de zogenaamde 'Aanwijzingen', waarin ook de organisatie van de OD wordt beschreven.

) op, waarin officieel de naam Ordedienst aan de nieuwe organisatie werd gegeven: "door de fusie van de twee grootste organisaties is thans één groep gevormd, die den naam zal dragen: Orde Dienst (voortaan: OD)".

Daarnaast werd het doel en de organisatie van de OD omschreven. Het doel was: "het zoo spoedig mogelijk en uiterlijk 24 uur na bedoeld tijdstip (het vertrek van de Duitse bezetter) verzekeren van orde en rust in het land." Als de juridische basis voor het optreden van de OD werd de sedert 1939 van kracht zijnde Staat van Beleg en de daaruit voortvloeiende regeling van het Militair Gezag (MG).

Hoofdstuk C beschrijft de organisatie. Het land werd verdeeld in landelijke gewesten. De drie steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam vormden elk een afzonderlijk gewest. Ieder landelijk gewest werd verdeeld in districten, die op hun beurt weer werden verdeeld in plaatselijke commando's.

Er was een centraal algemeen hoofdkwartier (het AHK-OD), dat gevestigd werd in Den Haag. Vanuit het AHK-OD werden richtlijnen en instructies naar de gewesten gezonden, die door de gewestelijke commandanten verder uitgewerkt moesten worden, zodat ze aan de plaatselijke omstandigheden konden worden aangepast. (

Schulten, Ordedienst, 119-122.

)

Op 12 september 1941 werd Versteegh gearresteerd en ging de leiding over op jhr. J. Schimmelpenninck, die op 11 november 1941 eveneens werd gearresteerd. Vanaf deze datum stond de OD onder leiding van G.A. Dogger en A.W.M. Abbenbroek. In januari 1942 nam majoor N. Tibo de leiding op zich.

Door de vele arrestaties was het AHK-OD in april 1942 vrijwel uitgeschakeld. Tibo bleef tot 15 mei 1942, de dag dat hij in krijgsgevangenschap werd afgevoerd, chef-staf van de OD. Jhr. P.J. Six nam vanaf die datum de functie van chef-staf over. (

Schulten, Ordedienst, 106-107.

)

Onder diens leiding werd begonnen met het herstel van de OD. Het AHK-OD werd nu definitief gevestigd in de Koepelkerk aan het Leidsebosje te Amsterdam en er werden contacten aangeknoopt en verbeterd met andere verzetsorganisaties. (

Schulten, Ordedienst, 137.

)

In een op 10 oktober 1942 uitgebracht memorandum werd de taak van de OD na de bevrijding beschreven: "ordehandhaving achter het front (...) door zich daarvoor thans beschikbaar gestelde personen en door het militair gezag op te roepen personeel (...) alles georganiseerd in de O.D." (

Schulten, Ordedienst, 293.

)

De organisatie van het AHK-OD werd gebaseerd op die van het Algemeen Hoofdkwartier van de landmacht uit 1940. (

Schulten, Ordedienst, 144.

) Op 26 maart 1943 bestond het AHK-OD uit:

  • Sectie I Generale Staf.
    • Bureau I-1 operatiën, maatregelen betreffende handhaven en herstellen der orde.
    • Bureau I-2 organisatie, vorming, personele zaken.
    • Bureau I-3 inlichtingen.
    • Bureau I-4 juridische zaken, Militair Gezag, pers.
    • Bureau I-5 verbindingsdienst.
    • Bureau I-6 politie, brandweer.
    • Bureau I-7 registrator.
    • Bureau I-8 vervoer en verkeer.
    • Bureau I-9 geestelijke verzorging.
  • Sectie II intendance, watervoorziening.
  • Sectie III geneeskundige dienst.
  • Sectie IV artilleriematerieel.
  • Sectie V genie.
  • Sectie VI motordienst, voertuigen.
  • Sectie VII administratie, verpleging.
  • Sectie VIII interneringsofficier.
  • Sectie IX bewakingen.
  • Sectie X algemene zaken, o.a. repatriëring arbeide.
  • Sectie XI civiele zaken.
  • Sectie XII grensbewaking, troependetachement, gewestelijke reserve.

Op 31 december 1943 waren er 19 gewesten, te weten:

  • Gewest 1 Friesland.
  • Gewest 2 Groningen.
  • Gewest 3 Drenthe
  • Gewest 4 Overijssel.
  • Gewest 5 Achterhoek.
  • Gewest 6 Veluwe.
  • Gewest 7 Betuwe.
  • Gewest 8 Utrecht.
  • Gewest 9 Het Gooi.
  • Gewest 10 Amsterdam.
  • Gewest 11 Noord-Holland/Noorderkwartier.
  • Gewest 12 Haarlem.
  • Gewest 13 Zuid-Holland.
  • Gewest 14 Rotterdam.
  • Gewest 15 Zeeland
  • Gewest 16 West-Noord-Brabant.
  • Gewest 17 Oost-Noord-Brabant.
  • Gewest 18 Eindhoven.
  • Gewest 19 Limburg.

In februari 1944 werden nieuwe instructies voor de plaatselijke commandanten uitgevaardigd. De algemene opdracht was:

  • de handhaving van orde en rust;
  • het inwinnen van inlichtingen omtrent de stemming en eventuele oproerige voornemens;
  • het doen verrichten van bewakingen;
  • het arresteren van hen, die zich op enigerlei wijze hebben schuldig gemaakt aan landsverraderlijke handelingen of die daarvan worden verdacht;
  • het onderhouden van verbindingen naar beneden, met politie, brandweer, burgerautoriteiten;
  • het indelen van de OD-troepen en het regelen van de opkomst van vrijwilligers en opgeroepenen;
  • de handhaving van de krijgstucht;
  • de vordering van gebouwen, werktuigen, transportmateriaal e.d.;
  • de verzorging van de legering, verpleging en uitrusting van de troepen van het plaatselijk commando;
  • het beheer van het materieel. (

    Schulten, Ordedienst, 148.

    )

Op initiatief van de regering in Londen werd in februari 1944 het samenwerkingsverband Kern tussen de verschillende verzetsorganisaties gevormd. Op 7 mei 1944 werden de zogenaamde Negentien punten van Gerbrandy uitgegeven. Hierin werd o.m. aangegeven dat de "verhouding van Regeering tot O.D. gemakkelijk te omschrijven (is). Van haar diensten voor ordebewaring zal gaarne gebruik worden gemaakt, mits zij zich onmiddellijk stelt onder bevel dezerzijds voorgenomen militaire organisatie." (

Schulten, Ordedienst, 151.

)

Nadat de Nederlandse regering had laten blijken dat er toch geen autonome rol voor de OD was weggelegd, deelde Six op 14 september 1944 aan de gewestelijke commandanten het volgende mee: "De Regeering heeft uitdrukkelijk bepaald, dat zij in afwachting van de aankomst van de autoriteiten, belast met de uitoefening van het Militair Gezag (...) geen Nederlandsche militaire gezagsuitoefening wenscht (...). In het vacuum zal de ordehandhaving geschieden door de vertrouwensmannen der regeering (

Op 2 augustus 1944 werd het College van Vertrouwensmannen door de Nederlandse regering ingesteld. Dit College moest ervoor zorgen dat de verschillende verzetsorganisaties vlak voor en tijdens de bevrijding onder de controle van de regering kwamen. Dit college kwam op 23 augustus 1944 voor het eerst in Utrecht bij elkaar. Na de komst van het Militair Gezag werd het College van Vertrouwensmannen van hun taken ontheven.

) en onder verantwoordelijkheid van deze door de Commissarissen der Koningin en de burgemeesters. Gedurende dien tijd bestaat op het gebied der ordehandhaving de taak der O.D. uitsluitend in het leveren van militairen bijstand op verzoek van vorenbedoelde civiele autoriteiten." (

Schulten, Ordedienst, 153.

)

In maart 1945 werd door Koot de Binnenlandse Strijdkrachten (voortaan: BS) gesplitst in een Strijdend Gedeelte, waartoe de Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen behoorden en met J.J.F. Borghouts als commandant, en de Bewakingstroepen, waarbij de OD met Six als commandant werd ondergebracht. Vervolgens schreef Six op 24 maart 1945 aan zijn gewestelijke commandanten dat besloten was de OD volledig op te laten gaan in de BS. Hiermee werd de OD officieel opgeheven. De secties I-4, III en V van het AHK-OD gingen nu in hun geheel over naar de staf van de Commandant BS, terwijl de overige secties kwamen te ressorteren onder de commandant Bewakingstroepen, dat nog steeds werd beschouwd als het AHK-OD. (

Schulten, Ordedienst, 159, 225.

)

Afwikkeling van Ordedienst-aangelegenheden

Na de Duitse capitulatie werd het AHK-OD gehuisvest in de kantoren van de Amstelbrouwerij aan de Mauritskade te Amsterdam. Het AHK-OD ging nu officieel het Bureau Algemeen Hoofdkwartier Ordedienst in afwikkeling heten.

Dit bureau, geleid door Six, ging zich belasten met de afwikkeling van de lopende zaken van de OD, zoals de belangenbehartiging van OD'ers en hun nabestaanden, financiële vergoedingen, correspondentie over toe te kennen onderscheidingen en de geschiedschrijving van de OD. Tevens werden gegevens verzameld over personen, die rechtsreeks of zijdelings actief aan de OD hebben meegewerkt.

Daarnaast zorgde het voor de voorbereiding en de administratieve verwerking van de naoorlogse OD-vergaderingen, die door Six geleid werden.

Op 1 december 1946 werd het bureau AHK-OD in afwikkeling als bureau 4a (illegale wapenfeiten), in april 1947 gewijzigd in bureau D2, opgenomen in de organisatie van het Krijgsgeschiedkundig Instituut van het Hoofdkwartier Generale Staf. Ook het archief van de OD werd overgedragen aan voornoemd instituut. Wel bleef het bureau voorlopig gevestigd in Amsterdam. Six handelde de lopende OD-zaken in zijn huis te Amsterdam af.

Op 1 januari 1948 werd Six hoofd van bureau D van sectie G8 van de Generale Staf, alwaar hij belast werd met de geschiedschrijving van de OD. Dit bureau was in feite de voortzetting van het AHK-OD in afwikkeling.

Op 1 januari 1951 werd bureau D opgeheven. Een aantal medewerkers werd belast met de afwikkeling van nog lopende zaken en het opbergen en het beheer van de archieven. (

Documentatie OD, dossier 223b: nota van de directeur Krijgsgeschiedkundige afdeling aan het hoofd bureau D van 12 december 1950.

)

Eind maart 1952 werd het bureau gesloten, waarmee de definitieve opheffing van het AHK-OD in afwikkeling een feit was. (

Documentatie OD, dossier 223b: rapport over de werkzaamheden van Bureau D van de Krijgsgeschiedkundige afdeling van de Generale Staf over de periode van 1 januari - 31 maart 1952; Schulten, Ordedienst, 312.

) Dit strookt echter niet met de werkelijkheid. In de Documentatie OD zijn namelijk stukken aangetroffen tot en met 1956, die het briefhoofd "Algemeen Hoofdkwartier Ordedienst in afw." dragen.

De Binnenlandse Strijdkrachten
Algemeen

Bij Koninklijk Besluit van 5 september 1944, Staatsblad nr. E62 werd bepaald dat "alle vrijwilligers, aangewezen door de, door Onzen Minister van Oorlog erkende, verzetsorganisaties worden beschouwd als militairen in den zin der wet en te behooren tot de Koninklijke Landmacht." De uit deze vrijwilligers gevormde eenheden werden aangeduid als "Binnenlandsche Strijdkrachten" (BS) en werden onder de bevelen gesteld van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. (

Over de instelling van de functie BNS, een historische schets, alsmede de organisatie van de staf BNS wordt verwezen naar paragraaf 1.3.

) In een brief van de minister van Oorlog aan de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten van 9 november 1944 schreef de minister: "Ik meen te weten, dat de verzetsorganisaties, die door U geraadpleegd worden, voor het organiseeren van stoot- en van bewakingstroepen, zijn R.v.V., K.P. en O.D., die door mij als verzetsorganisaties als bedoeld in lid 1 van bovenaangehaald Koninklijk Besluit [van 5 september 1944, nr. 5] erkend worden." (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, II, 751.

)

Op 10 oktober 1944 gaf de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten de Algemeene instructie voor de Binnenlandsche Strijdkrachten (

Deze instructie is opgenomen als bijlage XVI in Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, 882 + archief Bs, nr. 610-2.

) uit. Hierin werden onder meer nadere richtlijnen inzake de organisatie en taak van de BS gegeven.

De Binnenlandse Strijdkrachten werden gerekruteerd uit de leden van de Organisatie van de landelijke knokploegen (KP), de OD en Raad van Verzet.

De werkzaamheden van de BS lagen in beginsel binnen de landsgrenzen, maar toetreding tot de BS mocht geen beletsel vormen tot het aanmelden als oorlogsvrijwilliger voor de strijd in het Verre Oosten.

De BS werden verdeeld in Stoottroepen en Bewakingstroepen. De Stoottroepen werden gevormd uit leden van de BS, die bereid waren gewapenderhand aan de strijd te blijven deelnemen. Zij bleven onder bevel van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten.

De Bewakingstroepen werden gevormd uit leden van de BS, die niet toetraden tot de Stoottroepen. De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten kon eenheden onder zijn bevelen houden en bestemmen voor tactische opdrachten op verzoek van de geallieerden, of deze troepen overdragen aan het Militair Gezag. Deze laatste troepen bleven deel uitmaken van de BS en waren in de eerste plaats bestemd voor de grens- en bewakingscompagnieën. Daarnaast konden ze worden gebruikt voor bijvoorbeeld het bewaken van belangrijke objecten en optreden als hulppolitie.

De BS kregen de bevoegdheid tot het verrichten van arrestaties en het vorderen van auto's, huizen etc. ten behoeve van de uitvoering van hun taak.

Op 8 november 1944 verscheen een bekendmaking van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, waarin een uiteenzetting werd gegeven over de opbouw van de landmacht. De strijdkrachten zouden in het begin worden samengesteld uit oorlogsvrijwilligers, die opgeleid zouden worden in Engeland.

Voor de voortzetting van de strijd zou de landmacht als volgt dienen te worden opgezet:

  • een aantal bataljons voor de bevrijding van het Nederlandse grondgebied, zodra dit voor een groot deel door de geallieerde troepen zou zijn verlaten;
  • een aantal bataljons voor hetzelfde doel in de overzeese gebiedsdelen;
  • een expeditionaire macht voor het deelnemen aan de strijd in het Verre Oosten;
  • een aantal compagnieën voor grensbewaking en politionele opdrachten ten dienste van het Militair Gezag. (

    Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 239.

    )
De Binnenlandse Strijdkrachten in het bevrijde zuiden

In het bevrijde zuiden werden Stoottroepen en Bewakingstroepen gevormd. Hiernavolgend zullen deze troepen nader worden belicht.

De Stoottroepen in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland werden op 21 september 1944 opgericht (

Pas bij ministeriële beschikking van 4 september 1947, Militair Kabinet, G, nr. 53 (Legerorders 1947, nr. 293) werd de oprichting van het Regiment Stoottroepen officieel bevestigd. J.J.F. Borghouts werd benoemd tot commandant over de Stoottroepen der Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten bezuiden de grote rivieren.

) en stonden onder bevel van J.J.F. Borghouts. Het hoofdkwartier werd in Eindhoven gevestigd.

Limburg telde elf compagnieën, elk ter sterkte van circa honderdvijftig man, waarvan twee in opleiding waren. De stoottroepen deden dienst bij het Amerikaanse 9e Leger en waren belast met het verrichten van bewakingsdiensten langs de aanvoerwegen naar het frontgebied en patrouilles en het betrekken van wachtposten langs de frontlijn.

De stootroepen in Noord-Brabant telden zes compagnieën, waarvan vijf in opleiding waren. 1 compagnie deed dienst bij het Engelse 2e Leger en verrichtte patrouillediensten. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 235.

)

Op 5 december 1944 werden de Stoottroepen gevormd door:

  1. Commando Zuid (tot medio oktober 1944 C-ST-BS bezuiden de grote rivieren geheten), waarvan de staf was gevestigd te Eindhoven met als commandant J.R.P. Crasborn, die op 2 december 1944 Borghouts was opgevolgd. Het commando bestond verder uit een chef staf en veertien secties.
  2. Commando Noord-Brabant, staf gevestigd te 's-Hertogenbosch. Commandant was J.G. de Groot. De Staf was in vijftien secties verdeeld. Verder ressorteerden twaalf compagnieën onder dit commando.
  3. Stoottroepen-Zuid-Limburg, staf gevestigd te Valkenburg. Provinciaal commandant was B.J.C. van Kooten. Het Ie en IIe bataljon met vier compagnieën en het IIIe bataljon met drie compagnieën deden dienst bij het Amerikaanse 9e Leger.
(

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 269.

)

Rond de jaarwisseling waren de Stoottroepen verenigd onder het Commando Zuid, dat bestond uit:

  1. Stoottroepen te Eindhoven, onder commando van J.R.P. Crasborn;
  2. Commando Limburg, staf te Valkenburg, met aan het hoofd B.J.G. van Kooten.
  3. Ie, IIe en IIIe Bataljon, elk bestaande uit vijf compagnieën. Totale sterkte ca. 1900 man.
  4. Commando Brabant, staf te 's-Hertogenbosch onder leiding van J.G. de Groot;
  5. twaalf compagnieën (13e en 14e in oprichting) met een totale sterkte van 2000 man.

In totaal telden de Stoottroepen 3900 man. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 271-272.

)

Op 10 oktober 1944 bepaalde de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten dat ter wille van uniformiteit aan onderdelen van de BS, niet behorende tot de stoottroepen, de naam Bewakingstroepen moest worden gegeven. Voorheen hadden de Bewakingstroepen de benaming 'Militaire formaties der Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten'.

De organisatie van de bewakingstroepen werd gebaseerd op de indeling in gewesten en districten, zoals ingevoerd door de OD.

Eind december 1944 zag de indeling er als volgt uit (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 173-174.

):

  • Gewest 1 Friesland.
  • Gewest 2 Groningen.
  • Gewest 3 Drenthe.
  • Gewest 4 Overijssel.
  • Gewest 5 Achterhoek.
  • Gewest 6 Veluwe.
  • Gewest 7 Betuwe, Arnhem, Nijmegen e.o. (gedeeltelijk bevrijd).
  • Gewest 8 Utrecht.
  • Gewest 9 Het Gooi.
  • Gewest 10 Amsterdam (en directe omgeving).
  • Gewest 11 Noord-Holland/Noorderkwartier (Alkmaar e.o.).
  • Gewest 12 Noord-Holland-West (Haarlem e.o.).
  • Gewest 13 's-Gravenhage en omgeving.
  • Gewest 14 Zuid-Holland-Zuid (Rotterdam e.o.).
  • Gewest 15 Zeeland (gedeeltelijk bevrijd).
  • Gewest 16 West-Noord-Brabant (Breda e.o.) (bevrijd).
  • Gewest 17 's-Hertogenbosch e.o. (bevrijd).
  • Gewest 18 Eindhoven e.o. (bevrijd).
  • Gewest 19 Limburg (gedeeltelijk bevrijd).

De gewestelijk commandanten stonden rechtstreeks onder de bevelen van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. Hun taak werd beperkt tot het verrichten van diensten binnen het eigen gewest.

Een compagnie Bewakinstroepen was honderdvijftig man sterk en bestond uit vier pelotons van elk drie secties. Op 27 december 1944 bedroeg de totale sterkte 13 à 14.000 man. Medio januari 1945 telden de Bewakingstroepen in het bevrijde zuiden ongeveer 16.000 man. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 235, 262.

)

De Binnenlandse Strijdkrachten in bezet gebied

De samenwerking tussen de verschillende verzetsorganisaties kreeg steeds meer vorm. De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten gaf opdracht tot vorming van driehoeken, delta's genaamd, waarin de OD, Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen zowel op landelijk, regionaal en plaatselijk niveau gezamenlijk de leiding hadden. Dit leidde op 20 september 1944 op landelijk niveau tot de vorming van het Delta-Centrum. Reserve kolonel H. Koot werd voorzitter en vestigde zijn hoofdkwartier in Amsterdam.

Op 20 oktober 1944 werd Koot door prins Bernhard benoemd tot commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in nog bezet gebied.

Daarmee kwam het Delta-Centrum onder voorzitterschap van de commandant BS (voortaan: CBS) te staan. De OD, Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen kregen ieder hun eigen taken toegewezen, terwijl de CBS het geheel moest coördineren. In geval van onoverbrugbare tegenstellingen had de CBS het laatste woord. (

Schulten, Ordedienst, 157, 225.

)

Evenals in het bevrijde zuiden het geval was, zou ook in het nog bezette gebied Stoottroepen en Bewakingstroepen moeten worden gevormd. Op 18 oktober 1944 gaf de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten opdracht tot opheffing van de OD, Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen. Hier kwam echter niets van terecht en als compromis werden het Strijdend gedeelte en het voorlopig nog niet strijdend gedeelte gevormd. Hiermee werden de drie verzetsorganisaties onder één noemer gebracht, maar konden hun verzetsactiviteiten op hun eigen manier voortzetten, (

Schulten, Ordedienst, 158.

)

Op 10 november 1944 gaf de CBS een nadere regeling uit, waarin hij mededeelde dat alle Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, die zouden optreden voor de dag van de bevrijding, moesten worden samengevat onder de benaming Strijdend gedeelte der Nederlandse BS. Het nog bezette gebied werd verdeeld in 13 gewesten (genummerd 1 t/m 6 en 8 t/m 14), analoog aan de OD-gewesten. Tevens werd bepaald dat de voorbereiding, het plegen van sabotages en het guerillawerk van kleine eenheden in beginsel moesten worden toevertrouwd aan personen behorende tot Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 205.

)

De organisatiestructuur van de BS was dezelfde als die van de OD. De Secties I-4, III en V van het AHK-OD gingen ook voor de Commandant BS werken. (

Schulten, Ordedienst, 158.

)

De Staf CBS werd gevormd door de volgende bureaus:

Asbak bureau voor de commandant en de direct aan hem toegevoegde officieren.

Lucifer bureau voor de ingekomen post en registratie.

Pijp bureau voor de verzending van stukken en het onderhouden van de verbindingen. (

Documentatie OD, dossier A7: verslag van lt.-kol. M. de Boer van 31 december 1948 over de geschiedenis van de BS, p.12.

)

Eind 1944 werd de staf Commandant BS gevormd door:

  • Bureau CBS
  • Bureau I-1 Operatiën.
  • Bureau I-2 Organisatie.
  • Bureau I-3 Militaire Inlichtingendienst.
  • Bureau I-8 voortzetting bureau Lucifer (afgekort Luci), tevens belast met de berichtgeving.
  • Sectie III Geneeskundige Dienst. Aanvankelijk samenvallend met Sectie III AHK-OD.
  • Sectie IV Bewapening.
  • Sectie V Genie. In feite sectie V AHK-OD en als zodanig daarbij blijvend ingedeeld en werkzaam.
  • Sectie VII Financiële aangelegenheden en verbinding met NSF (Nationaal Steunfonds).
  • Sectie telefoondienst identiek aan die van AHK-OD.
  • Juridische sectie van AHK-OD, stond mede ten dienste van Commandant BS.
  • Bureau Veritas verzorgen van de verbindingen. Documentatie OD, dossier A7: verslag van lt.kol. M. de Boer van 31 december 1948 over de geschiedenis van de BS, p.12 + Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 197.

Tegen het einde van de bezetting in 1945 werd de staf Commandant BS gevormd door:

  • CBS.
  • Chef Staf.
  • Sous-Chef Staf.
  • Registrator.
  • Sectie I-2 (inlichtingendienst).
  • Sectie III-a (geneeskundige dienst).
  • Sectie V (materieel).
  • Sectie VII (financiën).
  • Juridische sectie.

Sectie persaangelegenheden. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 198.

)

Vanwege de bevelen van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten van 24 en 28 december 1944 werd het nog bezette gebied in zes zones verdeeld, te weten:

  • Zone I de gewesten 1 (Friesland), 2 (Groningen) en 3 (Drenthe).
  • Zone II de gewesten 4 (Overijssel) en 5 (Achterhoek).
  • Zone III de gewesten 6 (Veluwe) en 9 (Het Gooi), alsmede het gedeelte van gewest 8 (Utrecht), gelegen ten noorden van de Rijn en de Lek.
  • Zone IV het gewest 8 voor zover het gelegen was ten zuiden van de Rijn en de Lek.
  • Zone V de gewesten 10 (Amsterdam), 12 (Noord-Holland-Zuid), 13 ('s-Gravenhage e.o.) en 14 (Zuid-Holland-Zuid).
  • Zone VI het gewest 11 (Noord-Holland-Zuid).

Deze indeling gold zolang de betreffende gebieden bezet werden gehouden, daarna zou de normale gewestelijke indeling weer in werking treden. Deze indeling diende om de wederzijdse berichtgeving te kanaliseren en te voorkomen dat bevelen e.d. met onnodige vertraging de betrokkenen zouden bereiken. De te benoemen zonecommandanten (uiteindelijk is alleen een commandant zone II benoemd) zouden rechtstreeks van De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten bevelen ontvangen. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, 358.

)

De Binnenlandse Strijdkrachten na de bevrijding op 5 mei 1945 tot de opheffing

Na de bevrijding was voor de BS een nieuwe taak weggelegd, namelijk het bijstaan van de geallieerde autoriteiten en het wettig gezag bij hun werkzaamheden m.b.t. het lenigen van de nood, zoals herstel van orde en rust. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, 923,

)

Het zwaartepunt van het optreden en de taken van de BS kwam te liggen op bewakingsdiensten, die voor een deel van politionele aard waren. Daarnaast moest conform de Algemeene instructie voor de Binnenlandsche Strijdkrachten uit maart 1945, een begin gemaakt worden met de opleiding van de troepen en de reorganisatie van de BS in compagnieën en bataljons, die uiteindelijk moesten overgaan naar de Koninklijke Landmacht. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, 576.

)

In het bevrijde gedeelte boven de grote rivieren werden de BS alleen nog ten bate van het Militair Gezag ingeschakeld voor het vervullen ven bewakingstaken ten dienste van de Geallieerden. Hierdoor werd het noodzakelijk de bevelsverhoudingen binnen de BS te wijzigen. Op 17 mei 1945 beval de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten dat de gewestelijke commandanten Strijdend Gedeelte en Bewakingstroepen wat betreft de militaire bevelvoering rechtstreeks onder de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten kwamen te staan. De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten oefende het commando uit door middel van verbindingsofficieren. Hiermee kwam de bevelsverhouding CBS - CSG - gewestelijk commandanten-SG en CBS - CBT - gewestelijke commandanten (voortaan: Gcn)-BT te vervallen. In andere gevallen waren de Gcn-SG en BT ondergeschikt aan de CBT, die met betrekking tot de behandeling van zaken, die tot de bevoegdheden van het MG behoorden onder commando stond van de Generale Staf Militair Gezag. De Commandant BS, Commandant Strijdend Gedeelte en Commandant Bewakingstroepen werd opgedragen de aangelegenheden betrekking hebbende op directe bevelvoering af te wikkelen. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 572-573.

)

Door deze gewijzigde bevelsverhoudingen had de staf Commandant BS geen bestaansrecht meer en op 8 juni 1945 legde Koot (

Koot werd benoemd tot voorzitter van de commissie ter onderzoek van de gedragingen van beroeps- en reserveofficieren van de Koninklijke Landmacht in de bezettingstijd, welke op 7 juni 1945 door de minister van Oorlog werd ingesteld. De commissie werd aangeduid als Commissie Beoordeling Officieren Bezet Gebied (CBOBG).

) officieel de functie van Commandant BS neer. Zijn bureau bleef nog enige tijd bestaan voor het afwikkelen van lopende zaken. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 574-575.

)

Inmiddels was Six (Commandant Bewakingstroepen), die op 23 mei 1945 benoemd werd tot Souschef Staf Militair Gezag, met zijn staf (het officieel opgeheven AHK-OD) naar het kantoor van de Amstelbrouwerij te Amsterdam (

Over de afwikkeling van OD-aangelegenheden zie paragraaf 1.1.2 De afwikkeling van OD-aangelegenheden.

) verhuisd. Op 11 mei 1945 vond hier de eerste bespreking plaats tussen het Militair Gezag en de Binnenlandse Strijdkrachten over de organisatie van het Militair Gezag. (

Schulten, Ordedienst, 159-160.

)

In het bevrijde zuiden was een begin gemaakt met de opname van de BS in de te vormen onderdelen van de Koninklijke Landmacht. Op 25 december 1944 deelde de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten aan de gewestelijke en districtscommandanten der Bewakingstroepen mede dat was besloten 1 maart 1945 vast te stellen als datum waarop de Bewakingstroepen omgevormd moesten zijn tot:

  1. lichte infanteriebataljons (LIB's), behorende tot de Koninklijke Landmacht;
  2. gezagscompagnieën ten dienste staande van het Militair Gezag en eveneens behorende tot de Koninklijke Landmacht; (

    Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 255.

    )

Op bevel van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten van 2 januari 1945 werden de Stoottroepen Limburg gereorganiseerd tot drie Lichte Infanteriebataljons, welke onder de benaming I-Regiment Limburg, II-Regiment Limburg en III-Regiment Limburg overgingen naar de Koninklijke Landmacht. Uit de sterkte van deze bataljons werd een missie gevormd, de zogenaamde Missie Limburg onder leiding van Van Kooten. De Missie stond als centraal lichaam boven de bataljons en onderhield de contacten met de hogere commandanten. De bataljons stonden operationeel onder de bevelen van het Amerikaanse 9e Leger en administratief onder de Afdeling KL van de Staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 654-655; archief Staf BNS, ds. 3, bundel 28.

)

In verband met de opname van de drie bataljons Stoottroepen Brabant als Lichte Infanteriebataljons in de Koninklijke Landmacht besloot de minister van Oorlog, op voorstel van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten op 18 mei 1945 tot oprichting van het Regiment Stoottroepen. (

Archief Staf BNS, ds. 3, bundel 28, nr. 1369.

) Dit regiment bestond uit zes bataljons, te weten de drie bataljons Stoottroepen Brabant en het I-III Regiment Limburg.

Daarnaast zouden uit de oorlogsvrijwilligers van de bataljons een aantal bataljons gevormd worden, die onder de benaming Regiment Stoottroepen aan de bevrijding van Nederlands-Indië zouden gaan deelnemen.

In verband met het voorgaande werd het Commando Zuid op 11 juni 1945 officieel opgeheven. (

J.A.M.M. Janssen, P.M.H. Groen en C.M. Schulten, Stoottroepen 1944-1984 ('s-Gravenhage, 1984) 17.

)

De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten gaf op 7 juli 1945 het bevel tot vorming van het IV, V en VI Regiment Stoottroepen. Tevens werd de benaming I-III Regiment Limburg Stoottroepen gewijzigd in I-III Regiment Stoottroepen en werden ze opgenomen in de Koninklijke Landmacht. (

Archief Staf BNS, ds. 3, bundel 28, nr. 425.

)

De bewakingstaken en het handhaven van de orde en rust werden overgenomen door het op 19 juli 1945 opgerichte Korps Gezagstroepen, dat onder bevel stond van de Territoriaal Bevelhebber in Nederland, tot de opheffing van de staat van beleg op 5 maart 1946 uitgeoefend door de chef Staf Militair Gezag. Het personeel van de te vormen compagnieën werd gerekruteerd uit de BS. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 616-617.

)

Bij ministeriële beschikking van 7 augustus 1945 werd de BS op 8 augustus 1945 opgeheven. Het personeel van de gewestelijke staven werd overgeheveld naar de gewestelijke afwikkelingsbureaus. (

Meer over de afwikkeling van de BS: zie paragraaf 1.3 De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten en zijn staf, alsmede de afwikkeling van de BS.

)

De werkzaamheden van deze gewestelijke afwikkelingsbureaus bestonden uit:

  • uitvoeren noodzakelijke bewakingstaken totdat deze door de gezagstroepen zouden zijn overgenomen;
  • het beschikbaar stellen van officieren, onderofficieren en manschappen voor het Korps Gezagstroepen;
  • het verlenen van medewerking aan de overgang van oorlogsvrijwilligers uit de BS naar de verschillende onderdelen van de Koninklijke Landmacht;
  • het treffen van regelingen voor het overdragen van de betaling en het onderhoud van zieke en gewonde BS'ers, alsmede de zorg voor de nagelaten betrekkingen van gesneuvelden aan de Sectie IX van de Afdeling BS. (

    Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 624.

    )

Het Regiment Stoottroepen Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten

Het afwikkelingsbureau Regiment Stoottroepen BS (

De oprichtingsdatum van het Afwikkelingsbureau Regiment Stoottroepen NBS is niet bekend, maar valt wellicht samen met de overgang van de I-III Regiment Limburg Stoottroepen als I-III Regiment Stoottroepen naar de Koninklijke landmacht op 15 juli 1945.

), ressorterende onder de staf van het Regiment Stoottroepen Koninklijke Landmacht, werd belast met de afwikkeling van aangelegenheden betreffende de Stoottroepen Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, in het bijzonder van het Regiment Limburg, Regiment Brabant en Staf Zuid.

De taak van het afwikkelingsbureau bestond uit:

  1. behandeling van personeelszaken, waaronder demobilisatievergoedingen;
  2. afdoening van rekeningen van leveranciers;
  3. afdoening van aanspraken voortvloeiende uit plaatsgevonden vorderingen van auto's, motoren en fietsen;
  4. opsporen van roerende goederen, welke door particulieren in bruikleen zijn afgestaan.

In verband met een reorganisatie en inkrimping van de staf van het Regiment Stoottroepen Koninklijke Landmacht werd het afwikkelingsbureau m.i.v. 12 februari 1946 afgestoten en verplaatst van Steenwijk naar 's-Hertogenbosch. Reserve 1e luitenant G.L.W. van Sliepen kreeg de leiding over het bureau. Het was onduidelijk waaronder het bureau na de reorganisatie ressorteerde. De controleur van de militaire administratie in algemene dienst stelde een onderzoek in. Op basis van het onderzoeksrapport gelaste de minister van Oorlog op 20 maart 1946 tot herstel van de oude situatie. (

CAD, MvO, gewoon verbaal archief 1946-1953, 20 maart 1946, nr.65.

)

Echter, op bevel van de staf Divisie A (

Na opheffing van de functie BNS kwam de staf van het Regiment Stootttroepen m.i.v. 19 november 1945 te ressorteren onder commandant Divisie A,

) werd de staf van het Regiment Stoottroepen op 15 maart 1946 opgeheven, waardoor herstel van de oude situatie niet meer mogelijk was. Het afwikkelingsbureau werd tijdelijk geplaatst onder het commando van commandant Divisie A, kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck, dewelke na opheffing van de Divisie A op 15 maart 1946 geplaatst werd bij de Generale Staf, alwaar hij belast werd met de voorbereiding van de bezetting in Duitsland. (

CAD, MvO, gewoon verbaal archief 1946-1953, 21 juni 1946, nr.924, MvO, geheim verbaal archief, 1946-19.., nr. 38R.

)

Bij schrijven van de minister van Oorlog van 21 juni 1946 werd het Afwikkelingsbureau Regiment Stoottroepen geplaatst onder de commandant Depot Nederlands-Indië (

Dit Depot is op 15 maart 1946 gevormd en omvatte alle eenheden die voor uitzending naar Nederlands-Indië waren bestemd. Het depot stond onder bevel van de chef Generale Staf. Bron: CAD, MvO, geheim verbaal archief, 1946-19.., nr. 38R.

) te Apeldoorn. Het bureau werd nu ook belast met de afwikkeling van onderdelen behoord hebbende tot het Regiment Stoottroepen KL. (

CAD, MvO, gewoon verbaal archief 1946-1953, 21 juni 1946, nr.924.

)

Met ingang van 1 maart 1947 werd het Afwikkelingsbureau geplaatst onder de Inspecteur van de militaire administratie en werd het gevestigd te Maastricht. (

CAD, MvO, gewoon verbaal archief 1946-1953, 9 april 1947, nr.106, 24 juni 1947, nr.103.

)

Ingaande 30 december 1947 werd het Afwikkelingsbureau Regiment Stoottroepen opgeheven. De nog in behandeling zijnde stukken werden door de Afdeling D2 van het ministerie van Oorlog afgehandeld. (

Archief Regiment Stoottroepen, ds. AA5, stuk 1/521.

)

De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten en zijn staf, alsmede de afwikkeling van de Binnenlandse Strijdkrachten

Voorafgaand aan de benoeming van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten werd bij Koninklijk Besluit van 18 juni 1944, Staatsblad nr. E44 de instructie voor de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten vastgesteld. Hierin werd aangegeven dat "de Bevelhebber der Nederlandsche Strijdkrachten (...) het bevel (voert) over de Koninklijke Nederlandsche Brigade "Prinses Irene", alsmede over de onderdeelen, staven, inrichtingen en diensten der Koninklijke Landmacht, welke (...) onder zijn bevelen wordt gesteld (...)."

Voor de gevechtsgereedheid, de geoefendheid en de dislocatie van voornoemde strijdkrachten was de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten verantwoording schuldig aan H.M. de Koningin.

Bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1944, nr. 6 werd luitenant-kolonel P.L.G. Doorman benoemd tot chef van de Staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. Hij werd tevens belast met de tijdelijke waarneming van de functie van Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. (

Archief Staf BNS, doos 1, bundel 10, nr.224.

)

Op 31 augustus 1944 ging de minister van Oorlog akkoord met het voorstel van Doorman om de Inspectie der Nederlandse Troepen en het Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer op 1 september 1944 op te heffen en over te gaan tot vorming van de staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten (

Archief Staf BNS, doos 1, bundel 10, nr.224: MB van 31 augustus 1944, Afd.IC, nr. 1921 P.

), bestaande uit:

  1. chef-staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, met een aan hem toegevoegd officier.
  2. bureau Operatiën.
  3. bureau Inlichtingendienst.
  4. bureau Organisatie en Personeel.
  5. troependetachement.

De staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten kreeg de voorlopige taak om gedurende de eerste fase van de overtocht naar het vasteland op te treden als de militaire sectie van de Nederlandse Missie bij het geallieerde opperbevel SHAEF (Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force). (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 148; J.F.R. van Vogelpoel, De Koninklijke landmacht na de Tweede Wereldoorlog (3 dln; 's-Gravenhage, 1959) I, 13.

)

Op 3 september 1944 werd prins Bernhard benoemd tot Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. (

KB van 3 september 1944, nr. 7 (?).

) Hij werd daarmee tevens hoofd van de Nederlandse Missie bij SHAEF. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 146.

)

Op 23 oktober 1944 werd de staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten gereorganiseerd. Op deze datum werd de afdeling Koninklijke Landmacht, waarvan Doorman tevens als hoofd optrad, opgericht. Deze afdeling werd belast met de opbouw, uitbreiding en organisatie van de Koninklijke landmacht.

Een dag later, op 24 oktober 1944, werd de afdeling BS opgericht. Deze afdeling kwam onder leiding te staan van majoor Van Houten. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 155-156.

)

De taak van de afdeling BS bestond uit: het voorkomen van excessen, het opvangen, leiden, controleren, administreren en registreren van binnenlandse strijdkrachten, en het modelleren en organiseren van deze strijdkrachten ten behoeve van het opnieuw op te richten Nederlandse leger. Deze afdeling zou een tijdelijk karakter hebben en op een gegeven moment zichzelf liquideren. (

Vogelpoel, Koninklijke landmacht, I, 17.

)

Op 20 november 1944 werd de afdeling BS overgeplaatst van Eindhoven naar Breda. De organisatie van de afdeling BS zag er als volgt uit:

drie officieren beschouwd als vertegenwoordigers van de Knokploegen (J.J.F. Borghouts), OD (mr. G.J.F. Caljé) en RVV (E.H.M. Hoogeweegen) en

twee officieren en één onderofficier van de Engelse Special Forces (SF), onder meer belast met de organisatie van de radioverbindingen.

Samenstelling afdeling BS op 1 december 1944 (

Archief Staf BNS, doos 1, bundel 10, nr. 224; Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 184-185, 187.

):

  • Hoofd en twee adjuncts.
  • Sectie I Operatiën bezet gebied.
  • Sectie II BS in bevrijd gebied.
    • Bureau 1 Inspectie Stoottroepen.
    • Bureau 2 Inspectie Bewakingstroepen.
    • Bureau 3 Contact met de Koninklijke Marine.
    • Bureau 4 Contact met het Militair Gezag.
    • Bureau 5 Contact met de rooms-katholieke geestelijkheid in bevrijd gebied en die in geallieerd verband.
    • Bureau 6 Juridische Zake.
    • Bureau 7 Politieaangelegenheden (Security).
  • Sectie III Overgang van BS uit de toestand van bezet naar die van bevrijd gebied.
  • Sectie IV Documentatie.
  • Sectie V Verbindingen.
    • Bureau 1 Radiografische en andere verbindingen met bezet gebied en regering Londen.
    • Bureau 2 Verbindingen langs de weg in bevrijd gebied.
  • Sectie VI Algemene Zaken.
    • Bureau 1 Secretariaat.
    • Bureau 2 Betalingen en verpleging.
    • Bureau 3 Motortransport.
    • Bureau 4 Inwendige dienst

In januari 1945 was de staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten als volgt samengesteld (

Archief Staf BNS, doos 9, bundel I: organisatieschema januari 1945.

):

  • Afdeling KL:
    • Sectie 1 Operatiën.
      • A Hoofd
        Organisatie.
      • B Personeel
      • C Commandovoering.
      • D Operatiën.
      • E Verplaatsingen.
      • Archief.
    • Sectie 2 Veiligheid.
      • A Hoofd.
      • B Militaire veiligheid.
      • C Politieke veiligheid.
      • D Kaartenkamer.
      • E Fotoafdeling.
    • Sectie 3 Administratie en registratie personeel.
      • A Hoofd.
      • B Administratie.
      • C Registratie.
      • D Bevorderingen.
      • E Algemene stukken.
      • F Vrouwelijk personeel.
      • Archief.
    • Sectie 4 Intendance.
      • A Hoofd.
      • B Kleding en uitrusting, wapens en munitie.
      • C Voeding, cadim benzine, olie, brandstoffen en transport.
      • D Rekeningen.
      • Archief.
    • Sectie 5 Geniedienst.
      • A Hoofd.
      • B Genie en pioniers.
      • C Inlichtingen en verkenningen.
      • D Gebouwen.
      • Archief.
    • Sectie 6 Militaire justitie.
      • A Juridische afdeling
      • B Militaire Politie.
    • Sectie 7 Verbindingsdienst.
      • A Hoofd.
      • B Draadverbindingen.
      • C Radiodienst.
      • D Centrale registratie.
      • E Postkamer
      • Archief.
    • Sectie 8 Motormateriaal.
      • A Off. Motormateriaal.
      • B Registratie.
      • Archief.
  • Afdeling BS:
    • Sectie I Operatiën bezet gebied.
    • Sectie IIa Organisatie en instructie Stoottroepen.
    • Sectie IIb Organisatie en instructie Bewakingstroepen.
    • Sectie III Verbindingsofficieren.
    • Sectie IV Documentatie.
    • Sectie V Juridische Zaken.
    • Sectie VI Geestelijke Verzorging.
    • Sectie VII Verbindingen.
    • Sectie VIII Algemene Zaken.
    • Hierbij ook het Bureau Security.

Vanaf de tweede helft april 1945 werd de staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten verplaatst van Breda naar het Paleis Het Loo te Apeldoorn, alwaar vanaf 7 mei de gehele staf gevestigd werd, te weten:

  • De Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten met zijn chef staf kolonel P.L.G. Doorma.
  • Afdeling KL belast met de overheveling van de BS naar de KL.
  • Afdeling BS, hoofd luitenant-kolonel mr. Ch.H.J.F. van Houten.
  • Sectie IIb liquidatie BS en werkzaamheden t.b.v. organisatie KL.
  • Sectie IIc Geneeskundige Dienst.
  • Sectie III Verbindingsdienst.
  • Sectie IV Documentatie, registratie en inwendige dienst.
  • Sectie V Jurisdische Zaken.
  • Sectie VI Transport.
  • Sectie VII Voorlichting.
  • Sectie VIII-4 Administrateur en verplegingsofficier.
  • Sectie VIII-5 Verbindingen.
  • Sectie IX Sociale Dienst.
  • Sectie X Geestelijke verzorging
  • Troependetachement. (

    Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 335, 585.

    )

Op 8 augustus 1945 begon ook de afdeling BS met haar liquidatiewerkzaamheden. Vanaf deze datum werd de afdeling BS in liquidatie (Afdeling BS i.a.) genoemd. Het hoofd van de afdeling, Van Houten, werd belast met de leiding van de afwikkeling. Vanaf 13 september 1945 kwam Van Houten rechtstreeks onder de minister van Oorlog te ressorteren. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 625.

)

Bij Koninklijk Besluit van 13 september 1945, nr. 25 werd de functie van Inspecteur-Generaal der Koninklijke Landmacht ingesteld. Bij Koninklijk Besluit van 13 september 1945, nr. 26 werd prins Bernhard eervol ontheven uit zijn functie van Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten en benoemd tot inspecteur-generaal der Koninklijke Landmacht. (

LO 1945, nr. 28.

)

De functie van Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten werd niet opgeheven, maar waargenomen door de commandant Divisie A, kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck, voorheen commandant van de Koninklijke Nederlandse Brigade prinses Irene. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 622.

) Met ingang van 19 november 1945 werd de functie van Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten door de Chef Generale Staf opgeheven en de waarnemend Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten trad vanaf voornoemde datum wederom op als commandant Divisie A. De afdeling Koninklijke Landmacht ging in z'n geheel over naar de Divisie A en ging als stafkwartier Divisie A functioneren. (

Archief Staf BNS, doos 1, bundel 10, nr. 236 en 237.

)

Op 31 oktober 1945 hield de afdeling BS in afwikkeling op te bestaan en ging over in het op 1 november 1945 opgerichte Centraal Afwikkelingsbureau der Binnenlandse Strijdkrachten (CAB-BS). Het CAB-BS kwam rechtstreeks onder de minister van Oorlog te ressorteren.

De in Tilburg en Eindhoven gevestigde afwikkelingsbureaus der voormalige Bewakingstroepen voor het zuiden bleven bestaan en kwamen te ressorteren onder het CAB-BS. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 625.

)

Aangezien op 1 november 1945 nog niet alle BS'ers waren opgenomen in de Koninklijke Landmacht of een burgerfunctie hadden aanvaard, konden nog niet alle Gewestelijke Afwikkelingsbureaus worden opgeheven. Deze bureaus werden daarom omgezet in bijkantoren van het CAB-BS. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 630.

)

Luitenant-kolonel mr. C.H.J.F. van Houten stond aan het hoofd van het CAB-BS. Tot 1e en 2e wnd. hoofd werden resp. majoor mr. W.F.H. van Nievelt en majoor B.J. Buma benoemd.

Het CAB-BS bestond uit de volgende bureaus:

  • Bureau Ia liquidatie.
  • Bureau IIa beoordeling kader.
  • Bureau IIb militaire zaken.
  • Bureau IIc juridische zaken.
  • Bureau III secretariaat, archief, documentatie.
  • Bureau IV registratie personeel, wapening, personeel CAB.
  • Bureau V financiële afwikkeling BS.
  • Bureau VI motormaterieel.
  • Bureau VII beheer goederen behorende tot CAB, overdracht goederen, regeling huren e.d.
  • Bureau VIII korpsadministratie CAB.
  • Bureau IX sociale zorg.
  • Bureau IXa geneeskundige nazorg.
  • Bureau X voordrachten onderscheidingen. (

    Archief BS, nr. 577.

    )

Bij ministeriële beschikking van 25 maart 1946 werd het CAB-BS belast met de afwikkeling van aangelegenheden van de voormalige BS. (

LO 1946, nr. 87.

)

De CAB-BS bleef gevestigd in de Willem III kazerne te Apeldoorn (

Het CAB-BS werd op 1 februari 1946 verplaatst naar Utrecht.

) en stond onder leiding van reserve majoor mr. W.F.M. van Nievelt, die op 1 oktober 1946 werd opgevolgd door reserve majoor A.A. Douw. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 631.

)

In voornoemde beschikking werd tevens de voorlopige samenstelling van het CAB-BS vastgesteld. In maart 1946 bestond het CAB-BS uit:

  • Hoofd
  • Bureau Ib archief en documentatie.
  • Bureau IIa juridische zaken.
  • Bureau III inspectie afwikkeling.
  • Bureau IV registratie wapens.
  • Bureau Va comptabele zaken gewesten.
  • Bureau Vb schaderegelingen.
  • Bureau Vc comptabele zaken van Afd. BS van Staf Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten.
  • Bureau VI liquidatie motorpark BS.
  • Bureau VII beheer goederen afgestaan door het Beheersinstituut.
  • Bureau X voorbereiding voordrachten onderscheidingen.
  • Troependetachement.

De werkzaamheden van het CAB-BS bestonden uit:

  • doelmatige archivering en documentatie;
  • afhandeling van zuiverheidskwesties en politionele onderzoeken;
  • verzameling, invordering, registratie en overdracht van wapens, kleding, uitrusting, inventaris- en intendancemateriaal;
  • teruggave, overdracht en verdeling van auto's en motormaterieel;
  • regeling van schade, toegebracht aan derden als gevolg van vordering gebouwen, auto's enz.;
  • comptabele zaken;
  • sociale en andere personele aangelegenheden.

Het CAB-BS behandelde vorderingszaken van na 5 mei 1945. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 631.

)

In overleg met het hoofd van Afdeling IX (Krijgsgeschiedkundig Instituut) van de Generale Staf, werd bij schrijven van 6 maart 1946 door het hoofd van deze afdeling aan de minister van Oorlog voorgesteld bureau 1b van het CAB-BS over te plaatsen naar het Krijgsgeschiedkundig Instituut, mede gezien de omvangrijke werkzaamheden met betrekking tot de geschiedschrijving van de BS. De minister ging op 2 mei 1946 in beginsel met dit voorstel akkoord. (

CAD, Archief Sectie Krijgsgeschiedenis, doos 5, dossier Organisatie 1946 brieven 352 t/m 1048, nr. 868: Verslag betreffende de werkzaamheden ten aanzien van de ordening der archieven, de documentatie en de geschiedschrijving, 21 oktober 1946.

)Bij ministeriële beschikking van 3 oktober 1946 (

CAD, Archief Sectie Krijgsgeschiedenis, doos 5, dossier Organisatie 1946 brieven 352 t/m 1048, nr. 820. Tevens werd in deze beschikking bepaald dat het bureau Illegale wapenfeiten (voorm. OD) naar het Krijgsgeschiedkundig Instituut zou worden overgeplaatst.

)
werd bepaald dat het bureau definitief zou worden overgeplaatst. Als datum werd 1 december 1946 bepaald. (

CAD, archief Sectie Krijgsgeschiedenis, ds. 5, dossier Organisatie 1946 brieven 352 t/m 1048, nr. 867 en 942.

)

Gevormd werden bureau 4a (binnenlandse strijdkrachten) en bureau 4b (illegale wapenfeiten, o.m. Ordedienst). Dit laatste bureau bleef gevestigd te Amsterdam. (

Idem, dossier 1947 maandverslagen: Maandverslag december 1946.

). In april 1947 werd de naam bureau 4a en 4b gewijzigd in bureau D1 en D2. (

Idem, maandverslag april 1947.

)

Ingaande 1 januari 1947 werden de meeste Gewestelijke Afwikkelingsbureaus opgeheven, dan wel aanzienlijk ingekrompen. (

Ojen, Binnenlandse Strijdkrachten, I, 631.

)

Op 1 oktober 1947 werd overgegaan tot liquidatie van het CAB-BS. Een aantal medewerkers werden belast met de afwikkelingswerkzaamheden. Zij werden naar 's-Gravenhage overgeplaatst. Bij ministeriële beschikking van 17 maar 1948 werd het CAB-BS met ingang van 1 april 1948 definitief gesloten. (

LO 1948, nr. 122.

)Alleen het bureau Auto-afwikkeling bleef voorlopig bestaan. Het bureau werd gevestigd te Rotterdam met aan het hoofd J. Kempenaar. (

LO 1948, nr. 311: ministeriële beschikking, Hoofdkwartier van de Generale Staf, Sectie G2 Organisatie, nr. 1001 van 17 september 1948.

)

Sectie V (Dienst der Genie) van de Ordedienst, later Sectie V van de Binnenlandse Strijdkrachten

Sectie V ontstond omstreeks april 1942 uit een verzoek vanuit de OD aan J.W. Kok, toenmalig hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat, om de OD militair-technisch van advies te voorzien.

De sectie V van de OD, later BS, verrichtte verkennings- en inlichtingenwerk in bezet Nederland naar openbare werken, met name waterstaatswerken, inundaties, bruggen, havens, scheepvaartwegen, electriciteitsvoorziening, water- en gasvoorziening en het brandweerwezen. Daarnaast werden door de sectie V inlichtingenrapporten over de V 1, de V 2 en torpedolanceerboten opgesteld. In totaal werden meer dan 100 rapporten en meer dan 1000 telegrammen vanuit bezet Nederland naar Londen gestuurd. De ruwe data die aan de basis van de rapportages lagen werden verzameld in de gewesten en door het hoofd van de sectie tot een rapport gesmeed.

Tekeningen werden van een symbool en een nummer voorzien. Na de geboorte van prinses Magriet werd aanvankelijk een magriet als herkenningsteken gebruikt. Later werd deze aanduiding vervangen door een molen, daarna een vlag en tenslotte door een kroon. Er werden 1060 tekeningen naar Engeland verzonden, terwijl er 2400 negatieven en 4000 lichtdrukken door sectie V werden geproduceerd.

Christiaan Tonnet, 1902-1946

Christiaan Tonnet werd op 23 februari 1902 geboren te 's-Gravenhage. Hij werd aan de Koninklijke Militaire Academie opgeleid tot officier en in 1922 benoemd tot 2e luitenant. In 1945 werd hij tijdelijk benoemd tot luitenant-kolonel. Hij overleed op 14 november 1946 ten gevolge van een vliegtuigongeval op Schiphol.

Bij Koninklijk Besluit van 1 augustus 1950, nr. 16 werd hij postuum ingeschreven in het register van ridders der 4e klasse der Militaire Willemsorde. Dit vanwege zijn inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het verzet tegen de vijand. In mei 1942 werd Tonnet met andere beroepsofficieren per trein richting krijgsgevangenkamp vervoerd. Tonnet ontsnapte echter door uit de rijdende trein te springen. Hij dook onder in Nederland en verzamelde tot september 1943 in opdracht van de Engelse geheime dienst militaire gegevens. Hij trad van september 1943 tot zijn arrestatie in januari 1944 op als leider van de militaire spionagegroep Barbara. Tonnet werd ter dood veroordeeld, maar hij ontsnapte wederom uit een rijdende trein en hervatte, na zijn terugreis naar Nederland, zijn werk voor het verzet en later voor de Binnenlandse Strijdkrachten.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

l.s,

graag wil ik u via deze weg vragen om informatie over mijn grootvader p.schuringa(geb27-08-1889 en overl18-03-1956)welke volgens zeggen van mijn moeder opgeroepen is geweest tydens de mobilisatie van 1913/1914;hij vervaardigde in die tyd veel houtsnijwerk(wat goed bewaard is gebleven en volgens mn moeder in militaire dienst is gemaakt toen hij ver van huis(dokkum)was gelegerd vlak voor de oorlog;aangezien hij in 1939 reeds 50 jaar was moet dat dus tydens de mobilisatie voor de 1e wereldoorlog zijn geweest.) ik ben nu al enkele jaren bezig met een stamboom-onderzoek en wil graag een mooi familieboek daarover gaan maken met daarin zoveel mogelijk juiste informatie:hij was altyd timmerman maar ook die tyd boven beschreven hoort erbij.
dus mocht zijn naam op een of andere manier in dearchieven voorkomen dan zou ik heel graag daar een copie van ontvangen voor in mijn boekje,

in afwachting van uw antwoord
vr.gr
s.kooistra,9271je nr 2 zwaagwesteinde,
koois542[at]planet.nl

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in