Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Marine / Pensioenregisters

2.12.38
H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
2004
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.12.38
Auteur: H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
2004
CC0

Periode:

1814-1946

Omvang:

2,40 meter; 50 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bestaat vrijwel geheel uit registers (delen).

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat de registratie van pensioenen, welke aan officieren, onderofficieren en manschappen (schepelingen en mariniers) van de Koninklijke Marine, alsook aan personeel van het loodswezen, burgerambtenaren en aan weduwen en wezen in de periode 1814-1946 zijn toegekend. Het archief is niet volledig. Naast naam, geboortedatum, datum van pensioen en bedrag, is meestal ook de rang of functie en woonplaats op tijdstip van pensionering vermeld, evenals de datum van overlijden.

Archiefvormers:

  • Commissariaat-Generaal voor de Marine
  • Fonds voor weduwen en wezen van 's Rijks zeeofficieren
  • Generale Directie van de Marine
  • Generale Directie van Marine en Koloniën, Administratie voor de Marine
  • Ministerie van Financiën, Administratie van 's Rijks Uitgaven
  • Ministerie van Financiën, Afdeling Pensioenen
  • Ministerie van Marine
  • Ministerie van Marine en Koloniën, Directie voor de Zaken van de Marine
  • Secretariaat voor de Financiën, Generale Thesaurie
  • Secretariaat voor de Marine

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën

Afgescheiden archiefmateriaal

Verwante archieven

De besluiten tot toekenning van pensioen (Koninklijke besluiten: KB, gevolgd door datum en nummer) zijn bewaard gebleven in de archieven van de Staatssecretarie 1813-1840 (toegang 2.02.01) en van het Kabinet des Konings / der Koningin 1841-1976 (toegangen 2.02.04, 2.02.14 en 2.02.20). Het zijn veelal zgn. verzamelbesluiten, waarbij in één besluit aan meer personen een pensioen is toegekend.

De pensioenregisters van Marinepersoneel zijn een vervolg op de stamboeken Marine (toegang 2.12.14). De stamboeken bevatten gegevens over militairen in actieve dienst.

Het chronologisch geordende verbaalarchief van het Ministerie van Marine (toegang 2.12.01) bevat ook veel documenten over individuele militairen, vooral over officieren. Dit archief is evenwel verre van volledig. Bovendien ontbreekt een deel der toegangen (indices en namenklappers) over de periode 1845-1928. In de pensioenregisters zelf wordt vaak een verwijzing gemaakt naar stukken in dit archief door middel van een datum en nummer, meestal voorafgegaan door de aanduiding 'Res.' (= resolutie). Met behulp van deze gegevens kan men in toegang 2.12.01 gemakkelijk nagaan in welk inventarisnummer de resolutie met bijbehorende stukken zou moeten zitten. Helaas zijn uit deze serie zeer veel resoluties ter vernietiging verwijderd.

Het archief van de Algemene Rekenkamer, Bureau Vaste Posten (toegang 2.02.09.04) bevat duplicaten van de grootboeken der pensioenen. Belangrijk is dat in dit archief namenklappers aanwezig zijn, die tevens gebruikt kunnen worden voor de grootboeken die in het hier beschreven archief aanwezig zijn.

Publicaties

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • De serie bestaat uit 13 delen en een kaartsysteem.

    De grootboeken der pensioenen zijn aangelegd en bijgehouden door het Ministerie van Financiën. Achtereenvolgens geschiedde dat door de Administratie van 's Rijks Uitgaven (1814-1870), de Administratie der Generale Thesaurie (1871-1904) en de Afdeling Pensioenen (1904-1923). In of kort na 1923 zijn de grootboeken overgedragen aan het Ministerie van Marine, die deze taak overnam. Dat ministerie had zelf ook al registers van verleende pensioenen aangelegd, zodat het over een gedeeltelijk dubbele registratie kwam te beschikken. In 1946 werd het bijhouden van de grootboeken beëindigd, waarschijnlijk omdat men overstapte op een kaartregister of losbladige administratie. [3.2.3]

  • De serie bestaat uit 28 delen.

    De hulpregisters zijn aangelegd en bijgehouden door de Afdeling Personeel van het Ministerie van Marine. Dat verklaart dat de inschrijvingen veelal een ander nummer hebben gekregen dan die in de officiële grootboeken der pensioenen, bijgehouden door het Ministerie van Financiën. Wel wordt bijna altijd naar het inschrijvingsnummer in deze grootboeken verwezen. [3.2.3]

    Ook verwijzingen naar de registers onderling kunnen voorkomen. Deze hebben meestal de vorm van een getal en een van de letters A - G. De letters hebben betrekking op de registerseries A - G en de getallen verwijzen naar de inschrijvingsnummers. Zo wordt bijvoorbeeld met de aanduiding 'Nr. 336B' de inschrijving 336 in register B bedoeld. [3.3.1]

    In de registers treft men verwijzingen aan naar stukken, opgeborgen in het verbaalarchief van het Ministerie van Marine in de vorm van een datum en een nummer. De stukken uit de periode 1814-1840 zijn in dat archief meestal wel aanwezig, vanaf 1840 is zeer veel vernietigd, terwijl de stukken vanaf 1900 geheel verloren zijn gegaan als gevolg van brand na een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog. [3.5.3]

    • De namen van personen zijn min of meer alfabetisch ingeschreven, op eerste letter van de naam. Het register vermeldt de rang of functie bij pensionering, het pensioenbedrag, veelal de datum van ingang van het pensioen, alsook de datum en het nummer, waaronder het pensioenbesluit in het verbaalarchief is opgeborgen. [3.3.1]

    • Bij het in gebruik nemen van het register zijn achtereenvolgens de gepensioneerden die in 1844 nog in leven waren ingeschreven, vervolgens de militairen, die gepensioneerd zijn vanaf 1844 tot en met 1851 en daar tussendoor de burgerambtenaren vanaf 1844 tot en met 1871. Het merendeel der inschrijvingen betreft gepensioneerde militairen uit de periode 1840-1851.

      Het register, waarin de namen van personen min of meer alfabetisch op eerste letter van de naam zijn ingeschreven, is ingedeeld in zeven kolommen en bevat de volgende gegevens: namen en rang of functie bij pensionering (2e en 3e kolom), besluit waarbij het pensioen is toegekend en het bedrag (4e en 5e kolom), datum van ingang van het pensioen (6e kolom), mutatiën: wijziging van het pensioenbedrag, machtiging tot het verteren van het pensioen in het buitenland, datum van overlijden (7e kolom). De 1e kolom vermeldt de inschrijvingsnummers in de grootboeken der pensioenen, alsmede in het register der tijdelijke pensioenen. Dit laatste register is over deze periode niet bewaard gebleven. [3.3.1]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd A 1 - A 3. [3.1.1]

      De nummers in de 7e kolom van het register - en in de 4e kolom van de beschrijving hieronder - verwijzen naar de grootboeken waarin deze pensioenen zijn ingeschreven, gebaseerd op achtereenvolgens de Pensioenwet 1851 S. 127 (1642-6406), de Pensioenwet 1902 S. 87 resp. Pensioenwet 1922 S. 65 (1-7089) en de Pensioenwet 1895 S. 104 resp. Pensioenwet 1923 S. 355 (reserve 74-94). [3.3.1]

      Zie voor deze grootboeken de inventarisnummers 15-25. Zie voor een namenklapper op de registers A inventarisnummer 38. [3.5.3]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd B 1 - B 6. [3.1.1]

      De nummers in de 7e kolom van het register - en in de 4e kolom van de beschrijving hieronder - verwijzen naar de grootboeken waarin deze pensioenen zijn ingeschreven, gebaseerd op achtereenvolgens de Pensioenwet 1851 S. 127 (1643-6429), de Pensioenwet 1902 S. 87 resp. Pensioenwet 1922 S. 65 (1-7157) en de Pensioenwet 1895 S. 104 resp. Pensioenwet 1923 S. 355 (reserve 1-123). [3.3.1]

      Zie voor deze grootboeken de inventarisnummers 15-25. Zie voor een namenklapper op de registers B inventarisnummer 38. [3.5.3]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd C 1 - C 2. [3.1.1]

      Bevat sedert 1 maart 1903 ook de voorlopige pensioenen. Tijdelijke pensioenen zijn toegekend voor een periode niet korter dan een jaar en niet langer dan vijf jaar. Op deze registers bestaat geen namenklapper. [3.3.1]

    • In deze registers zijn ook de tijdelijke en voorlopige pensioenen aan officieren en adelborsten ingeschreven.

      De nummering heeft geen enkele relatie met de registers C. Omdat de inschrijving chronologisch is, komt de volgorde van inschrijving in beide registerseries (11-12 en 13-14) geheel met elkaar overeen. Op deze registers bestaat geen namenklapper. [3.3.1]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd D 1 - D 4. [3.1.1]

      De nummers in de 7e kolom van het register - en in de 4e kolom van de beschrijving hieronder - verwijzen naar de grootboeken waarin deze pensioenen zijn ingeschreven, gebaseerd op achtereenvolgens de Pensioenwet Loodswezen 1859 S. 94 (484-1129), de Pensioenwet Loodswezen 1892 S. 144 (1-1135) en de Pensioenwet Loodswezen 1905 S. 172 (1-782). [3.3.1]

      Zie voor deze grootboeken het archief van de Algemene Rekenkamer, Bureau Vaste Posten, toegangsnummer 2.02.09.04, inventarisnummers 87-90. Zie voor een namenklapper op de registers D inventarisnummer 38. [3.5.3]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd E 1 - E 4. [3.1.1]

      De nummers in de 7e kolom van het register - en in de 4e kolom van de beschrijving hieronder - verwijzen naar de grootboeken waarin deze pensioenen zijn ingeschreven, gebaseerd op achtereenvolgens de Pensioenwet mindere geëmployeerden 1854 S. 92 (975-1674) en de Pensioenwet mindere geëmployeerden 1890 S. 109 (1-3033). Onder mindere geëmployeerden werd verstaan: 'werklieden, bedienden op daggeld werkzaam bij de inrichtingen van 's Rijks zeemacht en op 's Rijks jachten en werkvaartuigen'. [3.3.1]

      Zie voor deze grootboeken het archief van de Algemene Rekenkamer, Bureau Vaste Posten, toegangsnummer 2.02.09.04, inventarisnummers 73-77. Zie voor een namenklapper op de registers E inventarisnummer 38. [3.5.3]

    • De registers waren aanvankelijk genummerd F 1 - F 3. [3.1.1]

      De nummers in de 7e kolom van het register - en in de 4e kolom van de beschrijving hieronder - verwijzen naar de grootboeken waarin deze pensioenen zijn ingeschreven, gebaseerd op achtereenvolgens de Pensioenwet voor burgerlijke ambtenaren 1846 S. 24 (5104-9017) en de Pensioenwet voor burgerlijke ambtenaren 1890 S. 78 en de Pensioenwet 1922 S. 240 (1-40401). [3.3.1]

      Zie voor deze grootboeken het archief van de Algemene Rekenkamer, Bureau Vaste Posten, toegangsnummer 2.02.09.04, inventarisnummers 50-65. Zie voor een namenklapper op de registers F inventarisnummer 38. [3.5.3]

    • De nummering van het register loopt parallel met de nummering van het grootboek. [3.3.1]

    • De namenklapper is aanvankelijk genummerd No. 4. [3.1.1]

      De klapper verwijst naar namen van gepensioneerden in de registers A, B, D, E en F onder vermelding van het grootboeknummer. Helaas staan deze letters niet in de klapper vermeld, maar slechts een omschrijving: 'mil. pensioenen' voor de registers A en B, 'loodspensioenen' voor de registers D, 'mind. geëmpl.' voor de registers E en 'burgerl. pensioenen' voor de registers F. Bij de 'militaire pensioenen' moet men aan de hand van de rangsaanduiding vaststellen of men registerserie A (officieren) of B (schepelingen en mariniers) dient te raadplegen. De grootboeknummers staan in deze registers niet consequent op volgorde. [3.3.1]

      De namenklappers 1-3 en 5 ontbreken. Van de klapper No. 4 ontbreekt de katern met de namen A - Ba. Deze blijkt foutief te zijn ingebonden in een stamboek, toegangsnummer 2.12.14, inventarisnummer 9. Het verdient daarom aanbeveling gebruik te maken van de namenklappers op de grootboeken, aanwezig in het archief van de Algemene Rekenkamer, Bureau Vaste Posten, toegangsnummer 2.02.09.04. [3.5.3]

  • De serie bestaat uit 8 delen.

    Het fonds, opgericht in 1815, had als doel het verlenen van pensioen, kindergeld of onderstand aan weduwen en minderjarige wettige kinderen van marineofficieren en adelborsten, die kwamen te overlijden. Alle officieren waren verplicht om gedurende hun gehele diensttijd aan het fonds deel te nemen en per kwartaal een bedrag te fourneren ofwel pensioenpremie te betalen. Gepensioneerde en eervol ontslagen officieren konden op vrijwillige basis hun deelgenootschap behouden. Het fonds had een afzonderlijke administratie en een eigen directie, die jaarlijks de rekening en verantwoording van de kassier afhoorde en goedkeurde. De directie bestond uit drie marineofficieren, door de Koning benoemd. Later is de naam van het fonds gewijzigd in Weduwen- en Wezenfonds der militaire officieren bij de Zeemacht. [3.2.2]

    De registers zijn op een na aangetroffen in het archief Stamboeken Marine 1795-1813. Het is niet duidelijk wanneer het Algemeen Rijksarchief ze heeft verworven en hoe ze in dat archief zijn terecht gekomen. [3.2.4]

    De serie is niet volledig: van 1835 tot de opheffing van het fonds in 1923 is niets bewaard gebleven. [3.3.1]

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in