gahetNA in the National Archives

Kabinet Vice-MP / KabSNA

2.10.41
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1986
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.10.41
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1986
CC0

Periode:

1937-1981
merendeel 1959-1975

Omvang:

46,00 meter; 1333 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het Kabinet van de Vice-Minister-President (voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken) werd in 1960 ingesteld tot voortzetting van een deel van de taken van het in 1959 opgeheven Ministerie voor Zaken Overzee. Het werd belast met de coördinatie van de zaken betreffende Suriname en de Nederlandse Antillen, voortvloeiend uit het in 1957 gesloten Statuut. Tot het werkgebied behoorden onder meer: Coördinatie van de internationale aangelegenheden van politieke aard, van juridische, economische en financiële aard. Ook zaken van binnenlandse politieke aard, zoals de benoeming van Gouverneurs en hoge politieke en rechterlijke ambtenaren, migratie en militaire zaken behoorden tot haar werkzaamheden.
Het archief bevat agenda's en interne nota's van het Kabinet; begrotingsstukken; stukken m.b.t. de onafhankelijkheid; stukken over de benoeming en het functioneren van de gouverneurs; informatie over tal van ontwikkelingsprojecten (deels opgezet met behulp van Sticusa), economische aangelegenheden (delfstoffen, landbouw) en culturele zaken (waaronder toekenning van koninklijke onderscheidingen).

Archiefvormers:

  • Kabinet van de Vice-Minister-President [1959-1972]; Kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken [1972-1975] (1937)
  • Kabinet van de Vice Minister-President
  • Kabinet voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Verantwoording van de bewerking

De begincesuur voor het archief werd vastgesteld op 1 september 1959, de instellingsdatum van het Kabinet. De eindcesuur voor de Surinamedossiers werd vastgesteld op de onafhankelijkheidsdag van Suriname, 25 november 1975, terwijl de eindcesuur voor de Nederlands-Antilliaanse dossiers werd bepaald op 31 december 1975. Dit was een puur praktische oplossing. In verband met het feit dat sommige zaken met betrekking tot Suriname na de onafhankelijkheidsdag afgehandeld werden kan het voorkomen dat voor Suriname dossiers de cesuurdatum overschreden wordt. De stukken in het archief van voor 1 september 1959 maakten deel uit van zaken die na deze datum afgehandeld werden. Voordat er een begin gemaakt werd met het maken van de beschrijvingen werden de dossieromslagen met eenzelfde K en GK nummers samengevoegd. De reden hiervan was dat de dossiers voor bijna 90% identieke stukken bevatten. Bij het beschrijven van dossiers werd uitgegaan van de handeling van het Kabinet. Incidenteel ontvangen rapporten, verslagen en tekeningen waren door de beheerder in een aparte serie opgeborgen. Tijdens de bewerking werden deze stukken in het desbetreffende dossier opgeborgen. Waar dat niet mogelijk was werden ze apart beschreven en in de inventaris opgenomen.

De waarde van de toegangen kan als nihil worden beschouwd. In verband met het feit dat de vroegere numerieke ordening slecht toegankelijk was werd besloten om dit stelsel te doorbreken en de inventaris systematisch op te bouwen. De benamingen van de hoofd- en subrubrieken zijn zoveel mogelijk ontleend aan het registratuurplan van het ministerie van Overzeese Rijksdelen en aan de basisarchiefcode. De volgorde van de hoofdrubrieken binnen de afdeling Taakuitvoering werd bepaald door het belang van de taak. Binnen de hoofd- en subrubrieken werd tevens onderscheid gemaakt tussen stukken over de Nederlandse Antillen en Suriname gezamenlijk, stukken over de Nederlandse Antillen en stukken over Suriname.

Uit de onder 3.4 vermelde "Fondsen voor de verlening van hulp en bijstand", welke als aparte posten op de begroting van het Kabinet stonden, konden door de Nederlandse Antillen en Suriname gelden worden betrokken voor de financiering van diverse projekten. Er werd onderscheid gemaakt tussen fondsen bestemd voor zowel de Nederlandse Antillen als Suriname (3.4.1.), fondsen alleen bestemd voor de Nederlandse Antillen (3.4.2.) en fondsen alleen bestemd voor Suriname (3.4.3.). Bij de fondsen voor de Nederlandse Antillen en de fondsen voor Suriname is de naam van het fonds tevens de naam van het ontwikkelingsplan. De volgorde van de fondsen binnen de subrubrieken is bepaald door het jaar van instelling van het desbetreffende fonds. Indien er in beschrijvingen onder subrubriek 3.4.1. geen vermelding van het land voorkomt is er zowel door de Nederlandse Antillen als door Suriname geld betrokken voor het desbetreffende projekt. Projekten welke werden gefinancierd uit buitenlandse ontwikkelingsfondsen zijn, omdat zij niet als aparte post op de begroting van het Kabinet voorkwamen, in een aparte hoofdrubriek "buitenlandse ontwikkelingsfondsen" opgenomen.

De Vertegenwoordigingen van Nederland voor de Ontwikkelingshulp aan de Nederlandse Antillen en Suriname zijn in een aparte rubriek (3.6) opgenomen en niet bij de rubriek Ontwikkelingsplannen (3.4) omdat het Kabinet een specifieke taak ten aanzien van deze Vertegenwoordigingen bezat. Sommige beschrijvingen omvatten meerdere inventarisnummers zonder dat deze beschrijvingen verder zijn uitgesplitst. Het maken van deelbeschrijvingen was in die gevallen praktisch onmogelijk.

Binnen een omslag of pak kunnen verschillende K of code-nummers zijn samengevoegd. Om de eigen identiteit van deze nummers te waarborgen zijn er witte omslagen om heen gedaan.

De stukken die betrekking hadden op de personele en comptabele zaken, welke werden behartigd door het ministerie waarvan de vice-minister-president minister was, werden in 1984 door het ministerie van Landbouw en Visserij, via het Kabinet, ter bewerking overgedragen. Dit archief werd als gedeponeerd archief in de inventaris opgenomen.

Voor de bewerking was de omvang van het totale archief 130 meter. Na de bewerking bestond het te bewaren gedeelte uit 52 meter en het te vernietigen gedeelte uit 78 meter.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in