gahetNA in het Nationaal Archief

Koloniën / Memories van Overgave

2.10.39
M.G.H.A. de Graaff, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1990
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.10.39
Auteur: M.G.H.A. de Graaff, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1990
CC0

Periode:

1852-1963
merendeel 1852-1962

Omvang:

18,50 meter; 1463 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Dit archief is op microfilm raadpleegbaar.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Memories van Overgave in deze inventaris werden in de periode van 1849 tot 1962 samengesteld door Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië (thans Indonesië) die belast waren met het bestuur van de Indonesische archipel. Het behoorde tot hun opdracht om gegevens over hun bestuursgebied vast te leggen voor hun opvolgers, aangezien men als regel ongeveer vier jaar op dezelfde standplaats bleef.
Dit archief bevat de Memories van Overgave over de periode 1849-1962 op microfiches. Zowel de MMK-collectie als de KIT-collectie zijn ingedeeld op basis van een geografische ordening, per eiland, eilandengroep of gouvernement, met een niveau lager een indeling per gebiedsdeel daarvan.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Koloniën
  • Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen
  • Ministerie voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen
  • Ministerie van Overzeese Rijksdelen
  • Ministerie van Zaken Overzee
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Directoraat-Generaal voor Nederlands Nieuw-Guinea
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Directie Afwikkelingszaken Westelijk Nieuw-Guinea

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Schema van de militaire memorie in de Buitenbezittingen (1912)

  1. Aardrijkskundige beschrijving
    1. Ligging, grootte, grenzen.
    2. Algemene gesteldheid van de bodem.
      • Horizontale en vertikale vorm. Bergen, heuvels, vlakten. Het algemeen karakter daarvan.
    3. Kusten.
      • Hydrografische gesteldheid. Inhammen, baaien, landingsplaatsen, toestand der kust bij Oost- en Westmoesson.
    4. Rivieren.
      • Hare betekenis als hindernis en als communicatiemiddel in verschillende seizoenen.
    5. Wegen en paden.
      • Verbindingen in de streek zelf en met de nabijliggende streken. Geschiktheid voor bepaalde transportmiddelen.
    6. Kampongs.
      • Ligging, vorm, rand, terrein om de kampong. Wegen in de kampong. Huizenbouw, geschiktheid tot de legering van troepen.
    7. Plantengroei.
      • Invloed daarvan op de beweging in, en het overzicht van het terrein.
    8. Klimaat en moessons.
      • Invloed der moessons op c, d, e en g.
  2. Bevolking
    1. Afkomst, stam- en klassenindeling.
      • Aard en afkomst. Verwantschap met de bevolking van omliggende rijken.
    2. Sterkte.
      • Totale sterkte, afzonderlijke opgave der bevolking van distrikten en kampongs.
    3. Godsdienst.
      • Geestelijkheid; fanatisme.
    4. Taal.
      • Samenstelling van een eenvoudige woordenlijst is gewenst.
    5. Bewapening en vechtwijze.
      • Ervaringen uit vroegere oorlogen, gebruik van versterkingen. Inrichting daarvan. Tegenwoordigheid van de hoofden in de strijd. Gebruik van vuurwapenen, aantal aanwezige wapens. Munitie en kruitvoorziening.
    6. Woningen en gebouwen.
      • Inrichting van de woningen en de bijzondere gebouwen. Idem van de vorst en hoofden.
    7. Middelen van bestaan.
      • Landbouw, veeteelt, handel (waarbij het gebruik van maten, betaalmiddel, gewichten; de gemiddelde prijzen). Jacht, visserij, industrie. Mijnbouw.
    8. Gezondheidstoestand.
      • Besmettelijke ziekten. Ongezonde centra.
    9. Onderwijs.
    10. Economische toestand.
      • Overzicht van de bestaande toestand, maatregelen ter verbetering met overwegingen, noodzakelijke maatregelen, invloeden van vreemde oosterlingen erop.
  3. Voortbrengselen
    1. Uit het dierenrijk
    2. Uit het plantenrijk.
      • Aanwezige voorraden en hoeveelheden. Reserve-voorraden. Uit- en invoer van vee en levensmiddelen.
  4. Transportmiddelen
    1. Te land.
      • Soort hoeveelheden.
    2. Te water.
      • Kust- en riviervaartuigen; hoeveelheden.
  5. Bestuur
    1. Algemene inrichting.
      • Lands-, distrikts- kampongbestuur. Wijze van benoeming der hoofden. Erfopvolging.
    2. Belastingen.
      • Welke soorten; in-, uit- en doorvoerrechten. Inkomsten van vorsten en hoofden.
    3. Rechtswezen.
      • Regeling der rechtspraak. Boeten; voornaamste der voorkomende delikten.
  6. Politieke toestand
    1. Inwendige toestand.
      • De tegenwoordige vorsten en hoofden (stamboom). Hun wijze van besturen. Verhouding van de bevolking tot de hoofden en vorsten. Verhouding tussen de vorst en de ondergeschikte hoofden. Hoofden die bijzonder op de voorgrond treden. Samenhang tussen de onderdelen van het rijk.
    2. Verhouding tot de omliggende rijken.
      • Verhouding der vorstenfamilies. Samengaan in vroegere oorlogen. Onderlinge oorlogen.
  7. Verhouding tot het Nederland-Indische Gouvernement
    • De wordingsgeschiedenis van die verhouding. Bestaande contracten. Nog enige andere onderwerpen zullen soms vermelding verdienen. Zo kunnen o.a. bij Bevolking nog behandeld worden: Volksgebruiken (geboorte, huwelijk, begrafenis, spelen, misbruiken enz.) en Grondbezit. De bestaande toestanden houden meestal nauw verband met de belastingen. Vooral ook van belang als het gouvernement de plaats van de vorst inneemt.
  8. Resumé (alleen door hoofden van gewestelijk bestuur)
    • Conclusies van de aftredende bestuurder, zaken waarin nog voorzien moet worden, toekomstig bestuursbeleid, belangen die door de departementen onvoldoende worden behartigd.

Bij de samenstelling van het schema betreffende de inhoud en de indeling van militaire memories is uitgegaan van de veronderstelling, dat deze memories niet alleen de gegevens moeten bevatten, welke nodig zijn om eventuele expedities naar eis te kunnen voorbereiden en die, welke ons de faktoren doen kennen, welke van invloed kunnen zijn op de gang der operaties, maar dat daarin ook die onderwerpen worden behandeld, waarvan de wetenschap voor een expeditie-commandant noodzakelijk is, voor het geval dat na het breken van de hoofdweerstand, militair en civiel beleid tijdelijk in een hand worden verenigd.

Opgemerkt moge hierbij worden, dat laatstgenoemde onderwerpen zodanig moeten worden behandeld, dat slechts bestaande toestanden in hoofdtrekken worden aangegeven.

Uitgebreide beschouwingen, als bijv. de ontwikkelingsgeschiedenis van het recht, van het belastingwezen e.d. behoren niet thuis in een militaire memorie (wel echter die betreffende de afstamming en familiebetrekkingen der hoofden).

Het ontworpen schema kan natuurlijk niet als passend voor elk willekeurig gebiedsdeel worden beschouwd.

Omtrent de bewerking zij nog het volgende opgemerkt.

Een goede overzichtskaart is zeer gewenst. Alles wat de kaart voldoende duidelijk aangeeft, als bijv. grenzen, grootte, loop der rivieren, afstanden e.d. behoeft in het lichaam der memorie niet nader te worden omschreven. Deze wint daardoor aan beknoptheid, dus aan duidelijkheid.

Voorts verdient het aanbeveling, afzonderlijke kaarten over te leggen, waarop aan te geven:

  1. de geologische gesteldheid;
  2. de klimatologische gegevens;
  3. de begroeiïng;
  4. de administratieve indeling;
  5. de bevolking;
  6. de veestapel, a.a.z.

Statistische opgaven als aantallen inwoners van kampong (c.q. distrikten) hoeveelheid prauwen, vee, enz. moeten in grafieken (staatvorm) worden bijgevoegd.

Onderwerpen welke in boeken of periodieken afdoende en in beknopte vorm zijn behandeld -wat eerst na bestudering zal blijken- behoeven in de memorie niet beschreven te worden.

Met een onder het betrekkelijk hoofd geplaatste verwijzing naar die boeken of periodieken kan worden volstaan.

Tenslotte moet de memorie een opgave bevatten van de bronnen, waaruit de gegevens zijn geput, zullende daarbij in het kort zijn aan te geven, welke onderdelen van de memorie in een bepaalde bron worden behandeld.

  1. Indeling en bestuur (waaronder een paragraaf aan regentschapsraden en eventueel ook aan stadsgemeenten te wijden).
  2. Agrarische toestand.
  3. Bevolking (samenstelling, loop der bevolking, sterfte, geboorte, migratie enz.).
  4. Inlands gemeentewezen (waaronder alles wat de desahuishouding betreft en derhalve ook desaheffingen en -lasten enz.).
  5. Politieke toestand.
  6. Gezondheidstoestand waaronder bestrijding van volksziekten).
  7. Middelen van bestaan
    1. Landbouw (ondernemings- en bevolkingslandbouw).
    2. Handel en nijverheid.
    3. Veeteelt.
    4. Visserij en visteelt.
  8. Onderwijs.
  9. Belastingen.
  10. Monopolies.
  11. Politie en Justitie.
  12. Volkscredietwezen.
  13. Verkeerswezen.
  14. Boswezen.
  15. Mededelingen op historisch en oudheidkundig gebied.
  1. Het land.
    1. Begrenzingen van het ressort en zijn onderdelen.
    2. Gesteldheid van de bodem (bergen, heuvels, vlakten; het algemeen karakter ervan).
    3. Communicatiemiddelen (wegen, rivieren, telefoon en telegraafverbindingen, verkeerswezen).
  2. De bevolking.
    1. Sterkte, samenstelling, verhouding tussen de samenstellende delen, taal en woonwijze.
    2. Godsdienst en verhouding tussen de diverse gezindten, zending en missie.
    3. Adatinstellingen.
    4. Middelen van bestaan (landbouw, agrarische verhoudingen, mijnbouw, handel en nijverheid, veeteelt, visserij en jacht).
    5. Economische toestand (overzicht van de bestaande toestand, maatregelen reeds genomen ter verbetering, noodzakelijke geachte maatregelen, nog niet uitgevoerde voorzieningen).
    6. Gezondheidstoestand (bestrijding volksziekten, geboorte- en sterftecijfers).
    7. Politieke toestand.
  3. Bestuur.
    1. Inrichting van het Nederlandse en inheemse bestuursapparaat.
    2. Openbare gemeenschappen ingesteld op grond van het zesde hoofdstuk van de Indische staatsregeling.
    3. Zelfbesturen.
    4. Inlandse gemeenten.
    5. Plaatselijke fondsen.
  4. Politie en rechtsbedeling.
  5. Belastingen en andere heffingen, alsmede verplichte diensten.
  6. Onderwijs.
  7. Boswezen.
  8. Volkscredietwezen (evt. te behandelen onder II sub e).
  9. Migratie en kolonisatie.
  10. Uiteenzetting van de richting waarin het bestuur naar de inzichten van de aftredende bestuurder dient te worden gevoerd.
  11. Literatuurlijst (waarbij naast publicaties eventueel ook belangrijke archiefstukken te vermelden).

Toelichting op het schema voor inhoud en indeling van militaire memories (1912)

  1. Aardrijkskundige beschrijving
    1. Ligging, grootte, grenzen.
    2. Algemene gesteldheid van de bodem.
      • Horizontale en vertikale vorm. Bergen, heuvels, vlakten. Het algemeen karakter daarvan.
    3. Kusten.
      • Hydrografische gesteldheid. Inhammen, baaien, landingsplaatsen, toestand der kust bij Oost- en Westmoesson.
    4. Rivieren.
      • Hare betekenis als hindernis en als communicatiemiddel in verschillende seizoenen.
    5. Wegen en paden.
      • Verbindingen in de streek zelf en met de nabijliggende streken. Geschiktheid voor bepaalde transportmiddelen.
    6. Kampongs.
      • Ligging, vorm, rand, terrein om de kampong. Wegen in de kampong. Huizenbouw, geschiktheid tot de legering van troepen.
    7. Plantengroei.
      • Invloed daarvan op de beweging in, en het overzicht van het terrein.
    8. Klimaat en moessons.
      • Invloed der moessons op c, d, e en g.
  2. Bevolking
    1. Afkomst, stam- en klassenindeling.
      • Aard en afkomst. Verwantschap met de bevolking van omliggende rijken.
    2. Sterkte.
      • Totale sterkte, afzonderlijke opgave der bevolking van distrikten en kampongs.
    3. Godsdienst.
      • Geestelijkheid; fanatisme.
    4. Taal.
      • Samenstelling van een eenvoudige woordenlijst is gewenst.
    5. Bewapening en vechtwijze.
      • Ervaringen uit vroegere oorlogen, gebruik van versterkingen. Inrichting daarvan. Tegenwoordigheid van de hoofden in de strijd. Gebruik van vuurwapenen, aantal aanwezige wapens. Munitie en kruitvoorziening.
    6. Woningen en gebouwen.
      • Inrichting van de woningen en de bijzondere gebouwen. Idem van de vorst en hoofden.
    7. Middelen van bestaan.
      • Landbouw, veeteelt, handel (waarbij het gebruik van maten, betaalmiddel, gewichten; de gemiddelde prijzen). Jacht, visserij, industrie. Mijnbouw.
    8. Gezondheidstoestand.
      • Besmettelijke ziekten. Ongezonde centra.
    9. Onderwijs.
    10. Economische toestand.
      • Overzicht van de bestaande toestand, maatregelen ter verbetering met overwegingen, noodzakelijke maatregelen, invloeden van vreemde oosterlingen erop.
  3. Voortbrengselen
    1. Uit het dierenrijk
    2. Uit het plantenrijk.
      • Aanwezige voorraden en hoeveelheden. Reserve-voorraden. Uit- en invoer van vee en levensmiddelen.
  4. Transportmiddelen
    1. Te land.
      • Soort hoeveelheden.
    2. Te water.
      • Kust- en riviervaartuigen; hoeveelheden.
  5. Bestuur
    1. Algemene inrichting.
      • Lands-, distrikts- kampongbestuur. Wijze van benoeming der hoofden. Erfopvolging.
    2. Belastingen.
      • Welke soorten; in-, uit- en doorvoerrechten. Inkomsten van vorsten en hoofden.
    3. Rechtswezen.
      • Regeling der rechtspraak. Boeten; voornaamste der voorkomende delikten.
  6. Politieke toestand
    1. Inwendige toestand.
      • De tegenwoordige vorsten en hoofden (stamboom). Hun wijze van besturen. Verhouding van de bevolking tot de hoofden en vorsten. Verhouding tussen de vorst en de ondergeschikte hoofden. Hoofden die bijzonder op de voorgrond treden. Samenhang tussen de onderdelen van het rijk.
    2. Verhouding tot de omliggende rijken.
      • Verhouding der vorstenfamilies. Samengaan in vroegere oorlogen. Onderlinge oorlogen.
  7. Verhouding tot het Nederland-Indische Gouvernement
    • De wordingsgeschiedenis van die verhouding. Bestaande contracten. Nog enige andere onderwerpen zullen soms vermelding verdienen. Zo kunnen o.a. bij Bevolking nog behandeld worden: Volksgebruiken (geboorte, huwelijk, begrafenis, spelen, misbruiken enz.) en Grondbezit. De bestaande toestanden houden meestal nauw verband met de belastingen. Vooral ook van belang als het gouvernement de plaats van de vorst inneemt.
  8. Resumé (alleen door hoofden van gewestelijk bestuur)
    • Conclusies van de aftredende bestuurder, zaken waarin nog voorzien moet worden, toekomstig bestuursbeleid, belangen die door de departementen onvoldoende worden behartigd.

Bij de samenstelling van het schema betreffende de inhoud en de indeling van militaire memories is uitgegaan van de veronderstelling, dat deze memories niet alleen de gegevens moeten bevatten, welke nodig zijn om eventuele expedities naar eis te kunnen voorbereiden en die, welke ons de faktoren doen kennen, welke van invloed kunnen zijn op de gang der operaties, maar dat daarin ook die onderwerpen worden behandeld, waarvan de wetenschap voor een expeditie-commandant noodzakelijk is, voor het geval dat na het breken van de hoofdweerstand, militair en civiel beleid tijdelijk in een hand worden verenigd.

Opgemerkt moge hierbij worden, dat laatstgenoemde onderwerpen zodanig moeten worden behandeld, dat slechts bestaande toestanden in hoofdtrekken worden aangegeven.

Uitgebreide beschouwingen, als bijv. de ontwikkelingsgeschiedenis van het recht, van het belastingwezen e.d. behoren niet thuis in een militaire memorie (wel echter die betreffende de afstamming en familiebetrekkingen der hoofden).

Het ontworpen schema kan natuurlijk niet als passend voor elk willekeurig gebiedsdeel worden beschouwd.

Omtrent de bewerking zij nog het volgende opgemerkt.

Een goede overzichtskaart is zeer gewenst. Alles wat de kaart voldoende duidelijk aangeeft, als bijv. grenzen, grootte, loop der rivieren, afstanden e.d. behoeft in het lichaam der memorie niet nader te worden omschreven. Deze wint daardoor aan beknoptheid, dus aan duidelijkheid.

Voorts verdient het aanbeveling, afzonderlijke kaarten over te leggen, waarop aan te geven:

  1. de geologische gesteldheid;
  2. de klimatologische gegevens;
  3. de begroeiïng;
  4. de administratieve indeling;
  5. de bevolking;
  6. de veestapel, a.a.z.

Statistische opgaven als aantallen inwoners van kampong (c.q. distrikten) hoeveelheid prauwen, vee, enz. moeten in grafieken (staatvorm) worden bijgevoegd.

Onderwerpen welke in boeken of periodieken afdoende en in beknopte vorm zijn behandeld -wat eerst na bestudering zal blijken- behoeven in de memorie niet beschreven te worden.

Met een onder het betrekkelijk hoofd geplaatste verwijzing naar die boeken of periodieken kan worden volstaan.

Tenslotte moet de memorie een opgave bevatten van de bronnen, waaruit de gegevens zijn geput, zullende daarbij in het kort zijn aan te geven, welke onderdelen van de memorie in een bepaalde bron worden behandeld.

  1. Indeling en bestuur (waaronder een paragraaf aan regentschapsraden en eventueel ook aan stadsgemeenten te wijden).
  2. Agrarische toestand.
  3. Bevolking (samenstelling, loop der bevolking, sterfte, geboorte, migratie enz.).
  4. Inlands gemeentewezen (waaronder alles wat de desahuishouding betreft en derhalve ook desaheffingen en -lasten enz.).
  5. Politieke toestand.
  6. Gezondheidstoestand waaronder bestrijding van volksziekten).
  7. Middelen van bestaan
    1. Landbouw (ondernemings- en bevolkingslandbouw).
    2. Handel en nijverheid.
    3. Veeteelt.
    4. Visserij en visteelt.
  8. Onderwijs.
  9. Belastingen.
  10. Monopolies.
  11. Politie en Justitie.
  12. Volkscredietwezen.
  13. Verkeerswezen.
  14. Boswezen.
  15. Mededelingen op historisch en oudheidkundig gebied.
  1. Het land.
    1. Begrenzingen van het ressort en zijn onderdelen.
    2. Gesteldheid van de bodem (bergen, heuvels, vlakten; het algemeen karakter ervan).
    3. Communicatiemiddelen (wegen, rivieren, telefoon en telegraafverbindingen, verkeerswezen).
  2. De bevolking.
    1. Sterkte, samenstelling, verhouding tussen de samenstellende delen, taal en woonwijze.
    2. Godsdienst en verhouding tussen de diverse gezindten, zending en missie.
    3. Adatinstellingen.
    4. Middelen van bestaan (landbouw, agrarische verhoudingen, mijnbouw, handel en nijverheid, veeteelt, visserij en jacht).
    5. Economische toestand (overzicht van de bestaande toestand, maatregelen reeds genomen ter verbetering, noodzakelijke geachte maatregelen, nog niet uitgevoerde voorzieningen).
    6. Gezondheidstoestand (bestrijding volksziekten, geboorte- en sterftecijfers).
    7. Politieke toestand.
  3. Bestuur.
    1. Inrichting van het Nederlandse en inheemse bestuursapparaat.
    2. Openbare gemeenschappen ingesteld op grond van het zesde hoofdstuk van de Indische staatsregeling.
    3. Zelfbesturen.
    4. Inlandse gemeenten.
    5. Plaatselijke fondsen.
  4. Politie en rechtsbedeling.
  5. Belastingen en andere heffingen, alsmede verplichte diensten.
  6. Onderwijs.
  7. Boswezen.
  8. Volkscredietwezen (evt. te behandelen onder II sub e).
  9. Migratie en kolonisatie.
  10. Uiteenzetting van de richting waarin het bestuur naar de inzichten van de aftredende bestuurder dient te worden gevoerd.
  11. Literatuurlijst (waarbij naast publicaties eventueel ook belangrijke archiefstukken te vermelden).

Schema voor een memorie van overgave c.q. memorandum voor de bestuursambtenaren op Java en Madoera (1929)

  1. Aardrijkskundige beschrijving
    1. Ligging, grootte, grenzen.
    2. Algemene gesteldheid van de bodem.
      • Horizontale en vertikale vorm. Bergen, heuvels, vlakten. Het algemeen karakter daarvan.
    3. Kusten.
      • Hydrografische gesteldheid. Inhammen, baaien, landingsplaatsen, toestand der kust bij Oost- en Westmoesson.
    4. Rivieren.
      • Hare betekenis als hindernis en als communicatiemiddel in verschillende seizoenen.
    5. Wegen en paden.
      • Verbindingen in de streek zelf en met de nabijliggende streken. Geschiktheid voor bepaalde transportmiddelen.
    6. Kampongs.
      • Ligging, vorm, rand, terrein om de kampong. Wegen in de kampong. Huizenbouw, geschiktheid tot de legering van troepen.
    7. Plantengroei.
      • Invloed daarvan op de beweging in, en het overzicht van het terrein.
    8. Klimaat en moessons.
      • Invloed der moessons op c, d, e en g.
  2. Bevolking
    1. Afkomst, stam- en klassenindeling.
      • Aard en afkomst. Verwantschap met de bevolking van omliggende rijken.
    2. Sterkte.
      • Totale sterkte, afzonderlijke opgave der bevolking van distrikten en kampongs.
    3. Godsdienst.
      • Geestelijkheid; fanatisme.
    4. Taal.
      • Samenstelling van een eenvoudige woordenlijst is gewenst.
    5. Bewapening en vechtwijze.
      • Ervaringen uit vroegere oorlogen, gebruik van versterkingen. Inrichting daarvan. Tegenwoordigheid van de hoofden in de strijd. Gebruik van vuurwapenen, aantal aanwezige wapens. Munitie en kruitvoorziening.
    6. Woningen en gebouwen.
      • Inrichting van de woningen en de bijzondere gebouwen. Idem van de vorst en hoofden.
    7. Middelen van bestaan.
      • Landbouw, veeteelt, handel (waarbij het gebruik van maten, betaalmiddel, gewichten; de gemiddelde prijzen). Jacht, visserij, industrie. Mijnbouw.
    8. Gezondheidstoestand.
      • Besmettelijke ziekten. Ongezonde centra.
    9. Onderwijs.
    10. Economische toestand.
      • Overzicht van de bestaande toestand, maatregelen ter verbetering met overwegingen, noodzakelijke maatregelen, invloeden van vreemde oosterlingen erop.
  3. Voortbrengselen
    1. Uit het dierenrijk
    2. Uit het plantenrijk.
      • Aanwezige voorraden en hoeveelheden. Reserve-voorraden. Uit- en invoer van vee en levensmiddelen.
  4. Transportmiddelen
    1. Te land.
      • Soort hoeveelheden.
    2. Te water.
      • Kust- en riviervaartuigen; hoeveelheden.
  5. Bestuur
    1. Algemene inrichting.
      • Lands-, distrikts- kampongbestuur. Wijze van benoeming der hoofden. Erfopvolging.
    2. Belastingen.
      • Welke soorten; in-, uit- en doorvoerrechten. Inkomsten van vorsten en hoofden.
    3. Rechtswezen.
      • Regeling der rechtspraak. Boeten; voornaamste der voorkomende delikten.
  6. Politieke toestand
    1. Inwendige toestand.
      • De tegenwoordige vorsten en hoofden (stamboom). Hun wijze van besturen. Verhouding van de bevolking tot de hoofden en vorsten. Verhouding tussen de vorst en de ondergeschikte hoofden. Hoofden die bijzonder op de voorgrond treden. Samenhang tussen de onderdelen van het rijk.
    2. Verhouding tot de omliggende rijken.
      • Verhouding der vorstenfamilies. Samengaan in vroegere oorlogen. Onderlinge oorlogen.
  7. Verhouding tot het Nederland-Indische Gouvernement
    • De wordingsgeschiedenis van die verhouding. Bestaande contracten. Nog enige andere onderwerpen zullen soms vermelding verdienen. Zo kunnen o.a. bij Bevolking nog behandeld worden: Volksgebruiken (geboorte, huwelijk, begrafenis, spelen, misbruiken enz.) en Grondbezit. De bestaande toestanden houden meestal nauw verband met de belastingen. Vooral ook van belang als het gouvernement de plaats van de vorst inneemt.
  8. Resumé (alleen door hoofden van gewestelijk bestuur)
    • Conclusies van de aftredende bestuurder, zaken waarin nog voorzien moet worden, toekomstig bestuursbeleid, belangen die door de departementen onvoldoende worden behartigd.

Bij de samenstelling van het schema betreffende de inhoud en de indeling van militaire memories is uitgegaan van de veronderstelling, dat deze memories niet alleen de gegevens moeten bevatten, welke nodig zijn om eventuele expedities naar eis te kunnen voorbereiden en die, welke ons de faktoren doen kennen, welke van invloed kunnen zijn op de gang der operaties, maar dat daarin ook die onderwerpen worden behandeld, waarvan de wetenschap voor een expeditie-commandant noodzakelijk is, voor het geval dat na het breken van de hoofdweerstand, militair en civiel beleid tijdelijk in een hand worden verenigd.

Opgemerkt moge hierbij worden, dat laatstgenoemde onderwerpen zodanig moeten worden behandeld, dat slechts bestaande toestanden in hoofdtrekken worden aangegeven.

Uitgebreide beschouwingen, als bijv. de ontwikkelingsgeschiedenis van het recht, van het belastingwezen e.d. behoren niet thuis in een militaire memorie (wel echter die betreffende de afstamming en familiebetrekkingen der hoofden).

Het ontworpen schema kan natuurlijk niet als passend voor elk willekeurig gebiedsdeel worden beschouwd.

Omtrent de bewerking zij nog het volgende opgemerkt.

Een goede overzichtskaart is zeer gewenst. Alles wat de kaart voldoende duidelijk aangeeft, als bijv. grenzen, grootte, loop der rivieren, afstanden e.d. behoeft in het lichaam der memorie niet nader te worden omschreven. Deze wint daardoor aan beknoptheid, dus aan duidelijkheid.

Voorts verdient het aanbeveling, afzonderlijke kaarten over te leggen, waarop aan te geven:

  1. de geologische gesteldheid;
  2. de klimatologische gegevens;
  3. de begroeiïng;
  4. de administratieve indeling;
  5. de bevolking;
  6. de veestapel, a.a.z.

Statistische opgaven als aantallen inwoners van kampong (c.q. distrikten) hoeveelheid prauwen, vee, enz. moeten in grafieken (staatvorm) worden bijgevoegd.

Onderwerpen welke in boeken of periodieken afdoende en in beknopte vorm zijn behandeld -wat eerst na bestudering zal blijken- behoeven in de memorie niet beschreven te worden.

Met een onder het betrekkelijk hoofd geplaatste verwijzing naar die boeken of periodieken kan worden volstaan.

Tenslotte moet de memorie een opgave bevatten van de bronnen, waaruit de gegevens zijn geput, zullende daarbij in het kort zijn aan te geven, welke onderdelen van de memorie in een bepaalde bron worden behandeld.

  1. Indeling en bestuur (waaronder een paragraaf aan regentschapsraden en eventueel ook aan stadsgemeenten te wijden).
  2. Agrarische toestand.
  3. Bevolking (samenstelling, loop der bevolking, sterfte, geboorte, migratie enz.).
  4. Inlands gemeentewezen (waaronder alles wat de desahuishouding betreft en derhalve ook desaheffingen en -lasten enz.).
  5. Politieke toestand.
  6. Gezondheidstoestand waaronder bestrijding van volksziekten).
  7. Middelen van bestaan
    1. Landbouw (ondernemings- en bevolkingslandbouw).
    2. Handel en nijverheid.
    3. Veeteelt.
    4. Visserij en visteelt.
  8. Onderwijs.
  9. Belastingen.
  10. Monopolies.
  11. Politie en Justitie.
  12. Volkscredietwezen.
  13. Verkeerswezen.
  14. Boswezen.
  15. Mededelingen op historisch en oudheidkundig gebied.
  1. Het land.
    1. Begrenzingen van het ressort en zijn onderdelen.
    2. Gesteldheid van de bodem (bergen, heuvels, vlakten; het algemeen karakter ervan).
    3. Communicatiemiddelen (wegen, rivieren, telefoon en telegraafverbindingen, verkeerswezen).
  2. De bevolking.
    1. Sterkte, samenstelling, verhouding tussen de samenstellende delen, taal en woonwijze.
    2. Godsdienst en verhouding tussen de diverse gezindten, zending en missie.
    3. Adatinstellingen.
    4. Middelen van bestaan (landbouw, agrarische verhoudingen, mijnbouw, handel en nijverheid, veeteelt, visserij en jacht).
    5. Economische toestand (overzicht van de bestaande toestand, maatregelen reeds genomen ter verbetering, noodzakelijke geachte maatregelen, nog niet uitgevoerde voorzieningen).
    6. Gezondheidstoestand (bestrijding volksziekten, geboorte- en sterftecijfers).
    7. Politieke toestand.
  3. Bestuur.
    1. Inrichting van het Nederlandse en inheemse bestuursapparaat.
    2. Openbare gemeenschappen ingesteld op grond van het zesde hoofdstuk van de Indische staatsregeling.
    3. Zelfbesturen.
    4. Inlandse gemeenten.
    5. Plaatselijke fondsen.
  4. Politie en rechtsbedeling.
  5. Belastingen en andere heffingen, alsmede verplichte diensten.
  6. Onderwijs.
  7. Boswezen.
  8. Volkscredietwezen (evt. te behandelen onder II sub e).
  9. Migratie en kolonisatie.
  10. Uiteenzetting van de richting waarin het bestuur naar de inzichten van de aftredende bestuurder dient te worden gevoerd.
  11. Literatuurlijst (waarbij naast publicaties eventueel ook belangrijke archiefstukken te vermelden).

Nieuw schema voor de memorie van overgave in de Buitenbezittingen (1940)

  1. Aardrijkskundige beschrijving
    1. Ligging, grootte, grenzen.
    2. Algemene gesteldheid van de bodem.
      • Horizontale en vertikale vorm. Bergen, heuvels, vlakten. Het algemeen karakter daarvan.
    3. Kusten.
      • Hydrografische gesteldheid. Inhammen, baaien, landingsplaatsen, toestand der kust bij Oost- en Westmoesson.
    4. Rivieren.
      • Hare betekenis als hindernis en als communicatiemiddel in verschillende seizoenen.
    5. Wegen en paden.
      • Verbindingen in de streek zelf en met de nabijliggende streken. Geschiktheid voor bepaalde transportmiddelen.
    6. Kampongs.
      • Ligging, vorm, rand, terrein om de kampong. Wegen in de kampong. Huizenbouw, geschiktheid tot de legering van troepen.
    7. Plantengroei.
      • Invloed daarvan op de beweging in, en het overzicht van het terrein.
    8. Klimaat en moessons.
      • Invloed der moessons op c, d, e en g.
  2. Bevolking
    1. Afkomst, stam- en klassenindeling.
      • Aard en afkomst. Verwantschap met de bevolking van omliggende rijken.
    2. Sterkte.
      • Totale sterkte, afzonderlijke opgave der bevolking van distrikten en kampongs.
    3. Godsdienst.
      • Geestelijkheid; fanatisme.
    4. Taal.
      • Samenstelling van een eenvoudige woordenlijst is gewenst.
    5. Bewapening en vechtwijze.
      • Ervaringen uit vroegere oorlogen, gebruik van versterkingen. Inrichting daarvan. Tegenwoordigheid van de hoofden in de strijd. Gebruik van vuurwapenen, aantal aanwezige wapens. Munitie en kruitvoorziening.
    6. Woningen en gebouwen.
      • Inrichting van de woningen en de bijzondere gebouwen. Idem van de vorst en hoofden.
    7. Middelen van bestaan.
      • Landbouw, veeteelt, handel (waarbij het gebruik van maten, betaalmiddel, gewichten; de gemiddelde prijzen). Jacht, visserij, industrie. Mijnbouw.
    8. Gezondheidstoestand.
      • Besmettelijke ziekten. Ongezonde centra.
    9. Onderwijs.
    10. Economische toestand.
      • Overzicht van de bestaande toestand, maatregelen ter verbetering met overwegingen, noodzakelijke maatregelen, invloeden van vreemde oosterlingen erop.
  3. Voortbrengselen
    1. Uit het dierenrijk
    2. Uit het plantenrijk.
      • Aanwezige voorraden en hoeveelheden. Reserve-voorraden. Uit- en invoer van vee en levensmiddelen.
  4. Transportmiddelen
    1. Te land.
      • Soort hoeveelheden.
    2. Te water.
      • Kust- en riviervaartuigen; hoeveelheden.
  5. Bestuur
    1. Algemene inrichting.
      • Lands-, distrikts- kampongbestuur. Wijze van benoeming der hoofden. Erfopvolging.
    2. Belastingen.
      • Welke soorten; in-, uit- en doorvoerrechten. Inkomsten van vorsten en hoofden.
    3. Rechtswezen.
      • Regeling der rechtspraak. Boeten; voornaamste der voorkomende delikten.
  6. Politieke toestand
    1. Inwendige toestand.
      • De tegenwoordige vorsten en hoofden (stamboom). Hun wijze van besturen. Verhouding van de bevolking tot de hoofden en vorsten. Verhouding tussen de vorst en de ondergeschikte hoofden. Hoofden die bijzonder op de voorgrond treden. Samenhang tussen de onderdelen van het rijk.
    2. Verhouding tot de omliggende rijken.
      • Verhouding der vorstenfamilies. Samengaan in vroegere oorlogen. Onderlinge oorlogen.
  7. Verhouding tot het Nederland-Indische Gouvernement
    • De wordingsgeschiedenis van die verhouding. Bestaande contracten. Nog enige andere onderwerpen zullen soms vermelding verdienen. Zo kunnen o.a. bij Bevolking nog behandeld worden: Volksgebruiken (geboorte, huwelijk, begrafenis, spelen, misbruiken enz.) en Grondbezit. De bestaande toestanden houden meestal nauw verband met de belastingen. Vooral ook van belang als het gouvernement de plaats van de vorst inneemt.
  8. Resumé (alleen door hoofden van gewestelijk bestuur)
    • Conclusies van de aftredende bestuurder, zaken waarin nog voorzien moet worden, toekomstig bestuursbeleid, belangen die door de departementen onvoldoende worden behartigd.

Bij de samenstelling van het schema betreffende de inhoud en de indeling van militaire memories is uitgegaan van de veronderstelling, dat deze memories niet alleen de gegevens moeten bevatten, welke nodig zijn om eventuele expedities naar eis te kunnen voorbereiden en die, welke ons de faktoren doen kennen, welke van invloed kunnen zijn op de gang der operaties, maar dat daarin ook die onderwerpen worden behandeld, waarvan de wetenschap voor een expeditie-commandant noodzakelijk is, voor het geval dat na het breken van de hoofdweerstand, militair en civiel beleid tijdelijk in een hand worden verenigd.

Opgemerkt moge hierbij worden, dat laatstgenoemde onderwerpen zodanig moeten worden behandeld, dat slechts bestaande toestanden in hoofdtrekken worden aangegeven.

Uitgebreide beschouwingen, als bijv. de ontwikkelingsgeschiedenis van het recht, van het belastingwezen e.d. behoren niet thuis in een militaire memorie (wel echter die betreffende de afstamming en familiebetrekkingen der hoofden).

Het ontworpen schema kan natuurlijk niet als passend voor elk willekeurig gebiedsdeel worden beschouwd.

Omtrent de bewerking zij nog het volgende opgemerkt.

Een goede overzichtskaart is zeer gewenst. Alles wat de kaart voldoende duidelijk aangeeft, als bijv. grenzen, grootte, loop der rivieren, afstanden e.d. behoeft in het lichaam der memorie niet nader te worden omschreven. Deze wint daardoor aan beknoptheid, dus aan duidelijkheid.

Voorts verdient het aanbeveling, afzonderlijke kaarten over te leggen, waarop aan te geven:

  1. de geologische gesteldheid;
  2. de klimatologische gegevens;
  3. de begroeiïng;
  4. de administratieve indeling;
  5. de bevolking;
  6. de veestapel, a.a.z.

Statistische opgaven als aantallen inwoners van kampong (c.q. distrikten) hoeveelheid prauwen, vee, enz. moeten in grafieken (staatvorm) worden bijgevoegd.

Onderwerpen welke in boeken of periodieken afdoende en in beknopte vorm zijn behandeld -wat eerst na bestudering zal blijken- behoeven in de memorie niet beschreven te worden.

Met een onder het betrekkelijk hoofd geplaatste verwijzing naar die boeken of periodieken kan worden volstaan.

Tenslotte moet de memorie een opgave bevatten van de bronnen, waaruit de gegevens zijn geput, zullende daarbij in het kort zijn aan te geven, welke onderdelen van de memorie in een bepaalde bron worden behandeld.

  1. Indeling en bestuur (waaronder een paragraaf aan regentschapsraden en eventueel ook aan stadsgemeenten te wijden).
  2. Agrarische toestand.
  3. Bevolking (samenstelling, loop der bevolking, sterfte, geboorte, migratie enz.).
  4. Inlands gemeentewezen (waaronder alles wat de desahuishouding betreft en derhalve ook desaheffingen en -lasten enz.).
  5. Politieke toestand.
  6. Gezondheidstoestand waaronder bestrijding van volksziekten).
  7. Middelen van bestaan
    1. Landbouw (ondernemings- en bevolkingslandbouw).
    2. Handel en nijverheid.
    3. Veeteelt.
    4. Visserij en visteelt.
  8. Onderwijs.
  9. Belastingen.
  10. Monopolies.
  11. Politie en Justitie.
  12. Volkscredietwezen.
  13. Verkeerswezen.
  14. Boswezen.
  15. Mededelingen op historisch en oudheidkundig gebied.
  1. Het land.
    1. Begrenzingen van het ressort en zijn onderdelen.
    2. Gesteldheid van de bodem (bergen, heuvels, vlakten; het algemeen karakter ervan).
    3. Communicatiemiddelen (wegen, rivieren, telefoon en telegraafverbindingen, verkeerswezen).
  2. De bevolking.
    1. Sterkte, samenstelling, verhouding tussen de samenstellende delen, taal en woonwijze.
    2. Godsdienst en verhouding tussen de diverse gezindten, zending en missie.
    3. Adatinstellingen.
    4. Middelen van bestaan (landbouw, agrarische verhoudingen, mijnbouw, handel en nijverheid, veeteelt, visserij en jacht).
    5. Economische toestand (overzicht van de bestaande toestand, maatregelen reeds genomen ter verbetering, noodzakelijke geachte maatregelen, nog niet uitgevoerde voorzieningen).
    6. Gezondheidstoestand (bestrijding volksziekten, geboorte- en sterftecijfers).
    7. Politieke toestand.
  3. Bestuur.
    1. Inrichting van het Nederlandse en inheemse bestuursapparaat.
    2. Openbare gemeenschappen ingesteld op grond van het zesde hoofdstuk van de Indische staatsregeling.
    3. Zelfbesturen.
    4. Inlandse gemeenten.
    5. Plaatselijke fondsen.
  4. Politie en rechtsbedeling.
  5. Belastingen en andere heffingen, alsmede verplichte diensten.
  6. Onderwijs.
  7. Boswezen.
  8. Volkscredietwezen (evt. te behandelen onder II sub e).
  9. Migratie en kolonisatie.
  10. Uiteenzetting van de richting waarin het bestuur naar de inzichten van de aftredende bestuurder dient te worden gevoerd.
  11. Literatuurlijst (waarbij naast publicaties eventueel ook belangrijke archiefstukken te vermelden).

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in