gahetNA in het Nationaal Archief

Rijksvoorlichtingsambtenaar Suriname

2.10.27.04
J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1982
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.10.27.04
Auteur: J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1982
CC0

Periode:

1954-1975

Omvang:

0,60 meter; 77 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Vanaf 1954 hield een ambtenaar zich speciaal bezig met de rijksvoorlichting. Zijn taak bestond er vooral uit om het Nederlandse leven in Suriname bekendheid te geven. Daarvoor vertoonde hij onder andere Nederlandse films in Suriname, organiseerde hij tentoonstellingen en stimuleerde hij contacten tussen Nederlandse en Surinaamse scholieren. Ook coördineerde hij publiciteit over Koninkrijksorganen en het Koninklijk Huis in Suriname. In 1975 is het archief overgebracht naar Den Haag.
Onder de archiefstukken bevinden zich ondermeer briefwisselingen met (inter)nationale persorganen, teksten bestemd voor diverse media (radio, televisie, brochures), stukken betreffende het Koninklijk Huis en stukken over te ondernemen culturele activiteiten van (Nederlandse) artiesten in Suriname.

Archiefvormers:

  • Rijksvoorlichtingsambtenaar in Suriname (1952)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Organisatie van de voorlichting

De organisatie van de voorlichting over het Koninkrijk in Suriname is vanaf de invoering van de Interimregeling van 1950 tien jaar lang een onderwerp van intensief overleg geweest tussen de directeur van het Kabinet van de Gouverneur en de Nederlandse regering. (

Gegevens over de benoeming van een rijksvoorlichtingsambtenaar bevinden zich in het archief van het Kabinet van de Gouverneur van Suriname, 1952 - 1975, inventarisnummer 271414.

) In 1949 werd in de Nederlandse Antillen een Rijksvoorlichtingspost ingesteld; een dergelijke maatregel werd op aandrang van de gouverneurs dr W. Huender en J. Klaasesz voor Suriname uitgesteld, totdat een definitieve staatkundige regeling tussen de Koninkrijksdelen Nederland en Suriname zou zijn getroffen. Op 10 oktober 1951 schreef Klaasesz, dat het Kabinet van de Gouverneur zich tot die tijd met de voorlichting van rijkswege zou belasten. Op 8 juli 1954 deelde de gouverneur aan de minister van Overzeese Rijksdelen mede, dat hij de referendaris van zijn Kabinet, mr J.A.J. van Gorkom, had opgedragen, zich speciaal met de rijksvoorlichting bezig te houden. Gedacht werd, dat Van Gorkom, die ook optrad als plaatsvervangend directeur van het Kabinet van de Gouverneur, drievierde van zijn tijd als Rijksvoorlichtingsambtenaar zou functioneren. In oktober van hetzelfde jaar werd de instelling van het ambt door de gouverneur aan de landsregeringsraad medegedeeld en via pers en radio publiek gemaakt. Herhaaldelijk heeft gouverneur J. van Tilburg geprobeerd om naast de adjunct-directeur van het Kabinet een afzonderlijke Rijksvoorlichtingsambtenaar benoemd te krijgen; de Nederlandse regering maakte hiertegen bezwaar, zodat de dubbelfunctie van adjunct-directeur van het Kabinet en voorlichtingsambtenaar tot aan de onafhankelijkheid van Suriname is blijven bestaan. De voorlichtingsaktiviteiten van het Kabinet bleven dus afhankelijk van de prioriteiten, die de desbetreffende functionarissen aan dit werk stelden. De taak van de Rijksvoorlichtingsambtenaar betrof in eerste instantie voorlichting betreffende het Koninkrijk der Nederlanden: als zodanig was hij een verlengstuk van de Nederlandse Rijksvoorlichtingsdienst (R.V.D.). Hij distribueerde het door de Nederlandse R.V.D. geproduceerde filmmateriaal en drukwerk teneinde "in Suriname zoveel mogelijk bekendheid te geven aan alle aspecten van het Nederlandse leven, waarvoor hier te lande belangstelling te verwachten is of op te wekken". In 1955 organiseerde hij voor Suriname de tentoonstelling "Zo is Nederland". Ook zette hij in 1958 een filmotheek op. Als voorzitter van de Stichting Schoolcontacten in Suriname stimuleerde hij ook de briefwisseling tussen leerlingen van scholen in Suriname en leerlingen van scholen in Nederland. Voorlichting over Suriname was primair een taak van de landsregering. Reeds in 1948 bestond er een dienst Volksontwikkeling en Voorlichting, die de voorlichting over Suriname verzorgde. Voorlichtingsorganen waren bovendien verbonden aan de Stichting Planbureau Suriname en aan het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Suriname in Nederland. Teneinde de voorlichtingsaktiviteiten van het regeringsbeleid in Surinaine te coördineren werd in 1958 op advies van het Planbureau een Regeringsvoorlichtingsdienst Suriname (R.V.D.S.) ingesteld. (

Gegevens over het ontstaan van de Regeringsvoorlichtingsdienst Suriname bevinden zich in het archief van het Kabinet van de Gouverneur van Suriname, 1952 - 1975, inventarisnunmer 1291.

)
Wanneer de Rijksvoorlichtingsambtenaar voorlichting over Suriname gaf, geschiedde dit primair om Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in de omgeving van Suriname behulpzaam te zijn of om de Nederlandse Rijksvoorlichtingsdienst bij te staan met voorlichtingsaktiviteiten over het Koninkrijksbeleid: zo bemiddelde hij bij de distributie van Surinaamse films in Nederland; ook verzorgde hij radiocauserieën voor de Nederlandse radio in het kader van aldaar plaats vindende overheidsuitzendingen, die beoogden de banden tussen Nederland en de West te versterken. De Rijksvoorlichtingsambtenaar coördineerde tevens de publiciteit over aktiviteiten van Koninkrijksorganen in Suriname (d..w.z. over de gouverneur en het Koninklijk Huis, dit laatste in nauwe samenwerking met de Nederlandse Rijksvoorlichtingsdienst), en de Nederlandse vertegenwoordigingen inzake de ontwikkelingshulp aan Suriname. Ook bemiddelde hij bij bezoeken van Nederlanders aan Suriname in het kader van culturele uitvoeringen, wetenschappelijke onderzoekingen of bij journalistieke of cinematografische reportages. De eerste Rijksvoorlichtingsambtenaar, J.A.J. van Gorkom, zag zijn taak primair op dit terrein liggen. Zijn opvolgers raakten echter meer en meer betrokken in de werkzaamheden van de directie van het Kabinet van de Gouverneur. Hierdoor nam de betekenis van de functie van Rijksvoorlichtingsambtenaar in belangrijkheid af.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

LET OP: DIT ARCHIEF IS PER 7 DECEMBER 2011 NIET MEER RAADPLEEGBAAR WEGENS DIGITALISERING

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in