gahetNA in the National Archives

Proc.-Gen. Hooggerechtshof Ned.-Ind.

2.10.17
M.G.H.A. de Graaff
Nationaal Archief, Den Haag
1995
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.10.17
Auteur: M.G.H.A. de Graaff
Nationaal Archief, Den Haag
1995
CC0

Periode:

1936-1949
merendeel (1945) 1936-1949(1969)

Omvang:

22,00 meter; 1506 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands, een gedeelte is in het Maleis

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Procureur-Generaal (PG) was de hoogste ambtenaar van het Openbaar Ministerie in Nederlands-Indië. Hij was verbonden aan het Hooggerechtshof in Batavia. De PG was belast met handhaving en vervolging, gaf richtlijnen aan de politie en controleerde het gevangeniswezen. Vanaf 1945 veranderde dit in zoverre dat deze taken moesten worden uitgevoerd onder de Staat van Oorlog en Beleg. De Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) werd tijdelijk het opsporingsapparaat van de PG. Zij verrichtten aanvankelijk het onderzoek in het kader van de opsporing en vervolging van Japanse oorlogsmisdadigers. Later werd werk overgedragen aan het in september 1945 opgerichte Regeringsbureau tot Nasporing van Oorlogsmisdadigers en de auditeurs-militair bij de temporaine (= tijdelijke) krijgsraden.
Het archief bevat informatie over de Japanse bezetting en dossiers over de vervolging van Japanse oorlogsmisdadigers en collaborateurs. Een belangrijk deel van de stukken weerspiegelt de strijd van Nederland tegen het naoorlogse vrijheidsstreven in Nederlands-Indië: politieke rapportages (geordend op geografische regio), toezicht op Republikeinse-, communistische- en islamitische partijen en groeperingen, toezicht op de Republikeinse pers, op vreemdelingen. Ook zijn er stukken over misdragingen van Nederlandse militairen uit de periode 1945-1950. Het archief bevat verder stukken die staatkundige en bestuurlijke aangelegenheden betreffen. Een lijst met afkortingen en een lijst van NEFIS area-codes is bijgevoegd.

Archiefvormers:

  • Procureur-Generaal bij het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië (1936) 1945-1949 (1969)
  • Secretariaat van Staat voor de Binnenlandse Veiligheid

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Taken en bevoegdheden van de Procureur-Generaal

De taken en bevoegdheden van de procureur-generaal zijn vastgelegd in het Reglement op de Rechterlijke Organisatie (RO) welke vastgesteld werd bij Indisch Staatsblad 1847/23 en dat in werking trad per 1 mei 1848. (

De Wetboeken, wetten en verordeningen van Indonesië, uitgegeven door mr W.A. Engelbrecht, jaargang 1954, pp. 100-142: Reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie. Hierin zijn tevens de wijzigingen sinds 1848 opgenomen.

) Hij maakte deel uit van het Hooggerechtshof (art. 151 Reglement RO) en vertegenwoordigde daar als zodanig, krachtens art. 54 (gewijzigd Ind.Stb. 1920/786 en 787), het Openbaar Ministerie. Hij kon zich daar laten bijstaan of vertegenwoordigen door Advocaten-Generaal. Als zodanig was hij belast met de handhaving van de wettelijke bepalingen en besluiten van het openbaar gezag, met de vervolging van misdrijven en overtredingen en met het doen uitvoeren van strafvonnissen (art. 55 RO). De leiding die de hoofden van het gewestelijk bestuur hadden over de politie in hun gewest geschiedde volgens de instructies en bevelen die de procureur-generaal hen verstrekte ten aanzien van het handhaven der openbare orde en rust en het opsporen en voorkomen van misdrijven en overtredingen (art. 180 en 181 RO, art. 489 Rechtsreglement Buitengewesten). (

Mr Ph. Kleintjes, Staatsinstellingen van Nederlandsch-Indië, 5e druk, Amsterdam 1927, pp. 280 deel I en pp. 35 en 225 deel II.

)
Hoewel de procureur-generaal de centrale leiding had over de politie in geheel Nederlands-Indië kon hij ten aanzien van de inrichting van het inlands bestuur en de politietaken daarvan slechts voorstellen doen aan de gouverneur-generaal maar geen bevelen geven.

Hij hield voorts controle op de gevangenisregisters (art. 144 en 182 Reglement RO) en op de registers van alle rechtszaken en hield van de afhandeling daarvan aantekening. De procureur-generaal was slechts verantwoording verschuldigd aan de Gouverneur-Generaal.

Bij de oprichting van het Indische Departement van Justitie in 1870 ging een aantal taken die voordien door de President van het Hooggerechtshof en de procureur-generaal werden uitgevoerd naar dat departement. Dit betrof voornamelijk de juridische en administratieve ondersteuning van het staatsapparaat. (

Idem, Kleintjes pp. 280 en Ind.Stb 1870/42.

)

Na 1945 verandert er in de voor-oorlogse taken vrij weinig zij het dat de taken moesten worden uitgevoerd in een sterk ingekrompen gebied en dat zij deels moesten worden uitgevoerd onder de Staat van Oorlog en Beleg. (

Koninklijk besluit 13 september 1939 nr 32, Ind.Stb 1939/582; afgekondigd per 10 mei 1940.

) Ook het reglement op de rechterlijke organisatie zoals gewijzigd bij Ind.Stb. 1947/20, bracht geen wijzigingen in de taken van de procureur-generaal.

Een nieuwe taak die in 1945 aan de procureur-generaal werd toebedeeld was het beleid ten aanzien van de vervolging van oorlogsmisdrijven. De coördinatie van het onderzoek en het bijeenbrengen van bewijslast werd in handen gelegd van het Regeringsbureau tot nasporing van Oorlogsmisdaden en van de auditeurs-militair, die onder leiding stonden van de procureur-generaal. (

De ordonnanties op basis waarvan de vervolging in Nederlands-Indië van oorlogsmisdrijven plaats vond: a. begripsomschrijving oorlogsmisdrijven (Ind.Stb. 1946/44); strafrecht oorlogsmisdrijven (Ind.Stb. 1946/45); rechtsmacht oorlogsmisdrijven (Ind.Stb. 1946/46); rechtspleging oorlogsmisdrijven (Ind.Stb. 1946/47). Een uitgebreide toelichting op deze wetgeving is opgenomen in Ind.Stb. Bijblad 15031, met name § 5-10. Voor de procedures voor de berechting, zie: Herziene Rechtspleging bij de Landmacht, Ind.stb. 1945/112 en 126.

)

Met name het inlichtingen-apparaat dat voor de oorlog al aanmerkelijk was uitgegroeid tengevolge van de nationalistische stromingen, kende in de periode na 1945 een ongekende groei. Bij de totstandkoming van de Voorlopige Federale Regering in maart 1948 was naast de oprichting van elf departementen van algemeen bestuur tevens voorzien in de vorming van staatssecretariaten voor bijzondere taken. Het Staatssecretariaat voor Binnenlandse Veiligheid, dat onder de hoede van lt.kol Soeria Santoso kwam, kreeg als taak de coördinatie van alle politionele gezagsapparaten, alsmede de voorbereiding van een toekomstig Departement van Defensie. (

Dit staatssecretariaat kwam voort uit de Afdeling Intelligence en Loyaliteitsonderzoek, het na-oorlogse politiële inlichtingenapparaat aanvankelijk onder leiding van de Chief Commanding Officer van de AMACAB-organisatie op Java, nadien onder het Algemeen Hoofd Tijdelijke Bestuursdienst Java, vervolgens na de eerste politionele actie onder de RECOMBA West-Java.

) Door tegenwerking van militaire zijde, met name van de legercommandant S.H. Spoor en de Marine-commandant Pinke, die niet bereid waren delen van hun intelligence-taak uit handen te geven, kon dit staatssecretariaat vanaf zijn oprichting nimmer een belangrijke rol spelen.

Bij de militaire verovering op de Republik Indonesia van gebieden op Java en Sumatra gedurende de eerste en de tweede politionele actie, ging in het gevolg van het burgerlijk bestuur (de RECOMBA, later TBA) tevens een vertegenwoordiger van de procureur-generaal mee, die tot taak had het justitieel opsporings- en vervolgingsapparaat te organiseren op basis van voorlopige rechtsreglementen. (

Algemeen Rijksarchief, Inventaris van het archief van de Algemene Secretarie van de Nederlands-Indische regering en de daarbij gedeponeerde archieven, 1942-1950 (nummer toegang 2.10.14.03): Organisatie van het Hoofdparket, inv.nr 4634; Invoering van het voorlopig rechtsreglement na de 1e politionele actie, inv.nrs 4638-4649; Invoering van de voorlopige regeling rechtswezen na de 2e politionele actie, inv.nrs 4656-4661.

) De invoering van deze voorlopige reglementen had een vergroting van het apparaat tot gevolg.

Aan de andere kant werd het werkterrein van de procureur-generaal ondanks genoemde gebiedsvergroting door de politionele acties, door de invoering van de zelfstandige deelstaten met hun eigen rechterlijke organisatie gaandeweg steeds kleiner. Zo werden in het kader van de overdracht van taken van de centrale overheid aan diverse deelstaten het opsporings- en vervolgingsbeleid overgedragen aan de procureur-generaal in de betreffende negara en bleven aan de procureur-generaal over het algemeen slechts die taken over die betrekking hadden op coördinatie van deelstaat-overschrijdende activiteiten.

De Dienst der Algemene Recherche

Ter uitvoering van zijn taken had de procureur-generaal de beschikking over een of meer Advocaten-Generaal en was er bij het Hoofdparket van het Hooggerechtshof een recherchedienst, de Dienst der Algemene Recherche, ingericht. Deze dienst, opgericht in 1918, had tot taak de procureur-generaal in diens kwaliteit van Hoofd der Politie bij te staan en van advies te dienen. In de loop der jaren was de dienst uitgegroeid tot het centrale lichaam waar alle gegevens uit Nederlands-Indië op politiek-politioneel terrein werden ontvangen en bewerkt. Daarnaast was zij ook de centrale criminele recherche wat de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen en de valsemunterij betreft. In 1941 was er bovendien aan toegevoegd een Centrale Vreemdelingendienst voor het houden van toezicht op rondreizende vreemdelingen. De Algemene Recherche was dus wat het ene gedeelte van haar taak betreft advieslichaam van de procureur-generaal, voor het andere gedeelte de centrale politionele instantie op politiek en crimineel terrein.

In de naoorlogse situatie had de dienst te kampen met een ernstig gebrek aan archieven en cartotheken, die immers alle bij de capitulatie in 1942 waren vernietigd. Ook het netwerk van contacten was grotendeels verloren gegaan of niet betrouwbaar meer. Daarom werd in 1945 besloten om deze dienst tijdelijk in te schuiven in de organisatie van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) opdat het best mogelijke gebruik van alle beschikbare gegevens gemaakt zou kunnen worden. Naarmate het opsporingsapparaat van de procureur-generaal vorm kreeg werd deze samenvoeging geleidelijk ongedaan gemaakt.

Regeringsbureau tot nasporing van Oorlogsmisdadigers

Bij de terugkeer van de Nederlands-Indische regering in Batavia kwam de vervolging van oorlogsmisdadigers geleidelijk op gang. Aanvankelijk was de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) vrijwel het enige orgaan dat bij de vervulling van de intelligence-taak de beschikking kreeg over gegevens inzake gepleegde oorlogsmisdrijven. Deze taak werd langzamerhand overgenomen door het Regeringsbureau tot nasporing van Oorlogsmisdadigers en de auditeurs-militair bij de temporaire krijgsraden. Het bureau, dat aanvankelijk in Brisbane, later in Batavia gevestigd was, werd opgericht bij gouvernementsbesluit van 11 september 1945 nr 12. (

Ind.Stb. 1946/30.

) Het besluit bepaalde dat de procureur-generaal aan het hoofd stond van dit bureau, terwijl de dagelijkse leiding werd opgedragen aan het onderhoofd met de titel van advocaat-generaal. Het bureau werd belast met de nasporing van oorlogsmisdrijven in Nederlands-Indië en het bijeenbrengen, systematiseren en zo nodig doorgeven aan daarvoor in aanmerking komende binnen- en buitenlandse instanties, van alle verkregen inlichtingen en bewijsmateriaal in verband met de voorbereiding van de vervolging en berechting van de daders. De procureur-generaal vertegenwoordigde het bureau in aangelegenheden van technische aard tegenover soortgelijke buitenlandse instanties. In verband hiermee werd een tijdelijke vertegenwoordiging van de procureur-generaal te Singapore ingesteld, die verbonden was aan de Military Courts for the trial of persons charged with having committed War Crimes.

Secretariaat voor Speciale Diensten te Singapore

Het burgerlijk bestuur over de residentie Riouw werd vanaf september 1945 gevoerd vanuit Singapore en bij de verhuizing van dit bestuur in mei 1946 naar Tandjung Pinang achtte de resident het raadzaam een bureau voor het politiële inlichtingenwerk in Singapore aan te houden. Dit bureau werkte vanaf december 1945 tevens samen met het aldaar gevestigde Buitenkantoor NEFIS. Het bleek echter dat de verzamelde inlichtingen een belang hadden dat uitsteeg boven die van de residentie Riouw. Toen dan ook in begin 1947 plannen bekend werden om deze post op te heffen maakte de procureur-generaal daar ernstig bezwaar tegen. In een brief aan de directeur van Binnenlands Bestuur stelt hij: (

Archief Procureur-Generaal, inv.nr 215. Hierin: brief van de PG aan de directeur Binnenlands Bestuur dd. 31 januari 1947 no 460/A3.

)

(...) dat het in deze tijden onverantwoord zou zijn de te Singapore bestaande waarnemingspost op te heffen, (...). Het zal u evenzeer bekend zijn, dat Singapore niet alleen een centrum van Indonesische politieke activiteit is, maar ook een knooppunt is van den internationalen handel van de republiek, welke ten nauwste verweven is met haar politieke doelstellingen.

Als gevolg hiervan werd in maart 1947 de politie-functionaris voor Riouw, P.A. van der Poel, naar zijn standplaats Tandjung Pinang teruggeroepen. Onder de directe bevelen van de procureur-generaal werd vervolgens de politie-commissaris S. van Hulst als police liaison officer verbonden aan het Nederlandse Consulaat-Generaal in Singapore. Deze functionaris heeft onder de naam van Secretaris voor Speciale Diensten een stroom van inlichtingen vanuit Singapore en omliggende gebieden aan de procureur-generaal doen toekomen, waarin in toenemende mate ook het vanuit China opdringende communisme een grote rol ging spelen. Wegens ziekteverlof van Van Hulst nam zijn voorganger, de commissaris van politie P.A. van der Poel, zijn taak per 1 februari 1949 over. In november 1949 werd de functie in het militaire inlichtingenveld getrokken door de aanstelling van een officier van de Centrale Militaire Inlichtingendienst.

De functie van procureur-generaal werd in 1945 aanvankelijk waargenomen door prof mr J.E. Jonkers, die evenwel kort daarop bij besluit van de gouverneur-generaal van 26 februari 1946 nr 2 naar Nederland vertrok en opgevolgd werd door mr H.W. Felderhof. Felderhof, voorheen auditeur-militair en lid van de Commissie tot herziening van het Militair Strafrecht, stond bekend als een specialist op dit gebied. Hij zou de functie van procureur-generaal vervullen tot medio 1949 en werd als zodanig opgevolgd door mr Urip Kartodirdjo.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Geschiedenis schrijven Noord Sulawesi, in het bijzonder MENYEOROTI Japanse wreedheden

Ik ben op zoek naar gegevens om de geschiedenis van de Japanse schrijven in de voormalige residentie van de uitvoering met betrekking Manado Manado oorlogsmisdadigers in de naam van Toyoaki Horiuchi, Uroko Hamanaka, Yanai Minoru Kobayashi, Yamaguchi, Kamiura, Wo (Haruo) Yamada, JF Roring etc.. Sommige van mijn geschriften gepubliceerd in blog: adrianuskojongian.blogspot.com. Als er geen plezier excuses.

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in