gahetNA in het Nationaal Archief

Alg. Secretarie Ned.-Ind. Regering

2.10.14
M.G.H.A. de Graaff, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1990
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.10.14
Auteur: M.G.H.A. de Graaff, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1990
CC0

Periode:

1922-1950
merendeel 1944-1950

Omvang:

52,50 meter; 3612 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Sommige stukken zijn in het

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief verkeert in een vrij goede materiële toestand. Hierbij dient te worden aangetekend, dat het zeer dunne naoorlogse papier de bundels een rommelig aanzien geeft, waardoor zich sneller dan normaal beschadiging kan voordoen. In de toekomst kan dit problemen gaan opleveren bij intensief gebruik.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

De inventarisnummers 1 t/m 1745 berusten in het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) te Jakarta.

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het belangrijkste bestanddeel van de in deze inventaris opgenomen archieven wordt gevormd door het Geheim- en Kabinetsarchief van de Luitenant-Gouverneur-Generaal H.J. van Mook en van de Hoge Vertegenwoordigers van de Kroon. Het bevat echter ook bestanddelen van onder meer de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid, Verkeer en Waterstaat en Sociale Zaken en van diensten zoals de Regeringsvoorlichtingsdienst. Belangrijk onderdeel vormen de archieven van de diverse onderhandelingsdelegaties. Voorts archivalia afkomstig van diverse functionarissen zoals Mr. C.C. de Rooij, Ch. W. A. Abbenhuis, J.H. van Rooijen, Ir. P. Honig, Mr. K.L.J. Enthoven. Het bestand bevat ook veel buitgemaakte archivalia zoals die van Ir. Soekarno, Raden Mas Pringgodigdo en Tan Malakka. Het bestand bevat gegevens over de staatkundige hervormingen en over de diverse politieke partijen in het conflict zoals de Republik Indonesia, de Partai Socialis Indonesia, de Partai Kommunis Indonesia, de Darul Islam, de Mohammadijah, de Sarekat Islam, en hun voormannen zoals Soekarno, Sjahrir, Hatta, Gani, Hadji Agus Salim en over de vele lokale groeperingen. Het bevat ook gegevens over de Japanse bezetting, waaronder een deel van de administratie van het vrouwenkamp Tjideng op Java en gegevens over Japanse oorlogsmisdrijven en de behandeling van krijgsgevangenen. Tenslotte bevat het archief rapportages van het militair en civiel bestuur , inlichtingendiensten en gegevens over militaire operaties, militaire justitie en excessen. Het archief vormt zo een unieke bron voor de geschiedenis van de ontwikkeling van het conflict met de Republiek Indonesië tot en met de uiteindelijke oplossing daarvan de souvereiniteits-overdracht in 1949.

Archiefvormers:

  • Algemene Secretarie van de Gouverneur-Generaal (1942) (1944-1950)
  • Kabinet van de Gouverneur-Generaal en de [later] Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon (1944-1949)
  • Netherlands Indies Government Information Service (1942-1946)
  • Regerings Voorlichtings Dienst (1946-1949)
  • Nederlands-Indische Commissie voor Australië en Nieuw-Zeeland (1942-1944)
  • Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) (1943-1948)
  • Centrale Militaire Inlichtingendienst (CMI) (1948-1949)
  • Medische Coördinatie Raad (1946-1948)
  • Departement van Binnenlandse Zaken (1944-1949)
  • Departement van Gezondheid (1944-1949)
  • Departement van Justitie (1944-1949)
  • Departement van Sociale Zaken (1946-1949)
  • Departement van Verkeer en Waterstaat (1945-1949)
  • Departement van Verkeer, Energie en Mijnwezen (1945-1949)
  • Dienst der Volksgezondheid (1944-1949)
  • Dienst Sociale Zaken (1946-1949)
  • Kantoor voor Japanse Zaken (1942-1949)
  • Nederlandse Delegatie voor de Onderhandelingen met de Republiek Indonesië (1947-1950)
  • Commissie voor de Onderhandelingen met de Republiek Indonesië (1947-1950)
  • Djajadiningrat, Raden Loekman (1942-1944)
  • Ir. Soekarno (1943-1945)
  • Pringgodigdo, Raden Mas A.G. (1944-1945)
  • Rooij, C.C. de (1945-1946)
  • Abbenhuis, Ch.W.A. (1946-1947)
  • Honig, P. (1946-1947)
  • Enthoven, K.L.J. (1947)

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • De inventarisnummers 1 t/m 1745 berusten in het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) te Jakarta.

    • De inventarisnummers 1 t/m 1745 berusten in het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) te Jakarta.

    • De inventarisnummers 1 t/m 1745 berusten in het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) te Jakarta.

  • Geschiedenis van de archiefvormer

    De door de eerste politionele actie vastgelopen onderhandelingen met de republiek werden als gevolg van een tweetal resoluties van de Veiligheidsraad, genomen op 25 augustus 1947, op internationaal niveau hervat. Hierbij werden de in Batavia residerende consuls uitgenodigd tot het vormen van een aan de Veiligheidsraad onderhorige 'Consulaire Commissie'(

    Hierin hadden de in Batavia verblijvende beroepsconsuls van Australië, België, China, Frankrijk, Groot Brittannië en Amerika zitting. Zij rapporteerden hun bevindingen op 22 oktober 1947 aan de Veiligheidsraad.

    ) teneinde toe te zien op de uitvoering van de cease fire order, terwijl tegelijkertijd de instelling werd bepaald van een Commissie van Goede Diensten bestemd om de partijen weer bij elkaar te brengen. In deze commissie had België namens Nederland, Australië namens de republiek en de Verenigde Staten namens beide partijen zitting.(

    Zie voor ledenlijsten en verdere gegevens betreffende de Commissie van Goede Diensten en de United Nations Commission for Indonesia de inventarisnummers 4297-4303 en 4497 e.v.

    )

    Tengevolge daarvan werd bij koninklijk besluit van 15 december 1947 nr. 51 een commissie samengesteld, die van Nederlandse zijde deze onderhandelingen zou gaan voeren. Het koninklijk besluit sprak met opzet van een 'commissie' en niet van een 'delegatie', omdat men daarmee het binnenlands karakter van het conflict wilde benadrukken.(

    In de praktijk werd (en wordt in deze inventaris) echter normaal van de 'delegatie' gesproken. Over het verloop van de onderhandelingen 1947 1949 zie tevens het geheim dossier van het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen, G 8589.

    ) Tot voorzitter werd benoemd Raden Abdoelkadir Widjojoatmodjo(

    Na zijn terugtreden op 18 oktober 1948 als secretaris van Staat voor Algemene Zaken en voorzitter van de Nederlandse delegatie werd Abdoelkadir als zodanig niet vervangen en nam de vice voorzitter zijn taken waar.

    )
    en tot vice voorzitter jhr. mr. H.L.F.K. van Vredenburch.(

    Van Vredenburch, voormalig hoofd van de Directie Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, werd eind juni vervangen door T. Elink Schuurman, hoofd van de Directie Verre Oosten (DIRVO) in Batavia van genoemd ministerie.

    )
    In de daarop volgende periode zou de delegatie een wisselend bestand aan Nederlandse en Indonesische leden, adviseurs en secretarissen kennen afhankelijk van de onderwerpen van bespreking(

    Zie voor ledenlijsten en bijbehorende correspondentie de inventarisnummers 4292 en 4495.

    )
    -, die ingedeeld werden in de diverse sub-commissies. Bij genoemd koninklijk besluit werd een (voorwaardelijk en voorlopig) instellingsbesluit van Van Mook van 30 oktober 1947 goedgekeurd op grond waarvan op 14 november al de eerste besprekingen met de Commissie van Goede Diensten waren begonnen. Deze besprekingen werden op 8 december voortgezet aan boord van het door de Verenigde Staten ter beschikking gestelde 'neutrale' schip de 'Renville', dat afgemeerd lag voor de rede van Batavia. De delegatie was overigens pas door het genoemde Koninklijk Besluit van 15 december officieel gemachtigd om met de republikeinse delegatie te onderhandelen.

    Op 14 januari 1948 nam de Nederlandse delegatie onder leiding van Van Vredenburch deel aan de besprekingen in Kaliurang, die de Commissie van Goede Diensten daar op 11 januari was begonnen, waarna op 17 januari 1948 aan boord van de Renville een wapenstilstand werd gesloten. Twee dagen later werd men het eens over de additionele beginselen op basis waarvan de onderhandelingen over de politieke geschillen konden worden aangevangen. De besprekingen begonnen op 21 februari 1948 en werden beurtelings in Batavia en in Kaliurang gehouden in sessies van telkens drie weken. De werkzaamheden werden verdeeld over het door de Renville conferentie op 9 februari 1948 ingestelde Steering Committee en de daaronder vallende vier hoofd commissies, elk met de nodige sub-commissies. Het Steering Committee, waarin de voorzitters van beide delegaties en van de Commissie van Goede Diensten zitting hadden, kreeg tot taak:

    • Vaststellen van de agenda van de vergaderingen van de sub-commissies;
    • Toewijzen van punten van bespreking aan de respectievelijke hoofd commissies;
    • Coördinatie van de werkzaamheden van deze commissies;
    • Regeling van algemene procedurele kwesties.

    In de praktijk echter werden veel discussiepunten die werden voorgebracht, eerst uitvoerig in het Steering Committee besproken en reserveerden zij een aantal agendapunten voor haar eigen agenda. Dit gold vooral voor de besprekingen van algemene politieke aard. De Commissie van Goede Diensten kon bovendien buiten het Steering Committee om, rechtstreeks contact zoeken met een van de betrokken partijen wanneer dat in bijzondere gevallen nodig was. Bovendien konden beide partijen urgente en hangende kwesties direct bij de Commissie van Goede Diensten aankaarten. De onder het Steering Committee werkende hoofd commissies bestonden uit:

    • Political Committee, dat vergaderde van 18 maart tot 28 mei. De taak bestond uit het adviseren over kwesties die betrekking hadden op een politieke overeenkomst.
    • Security Committee, dat vergaderde van 19 februari tot 7 augustus. Het was belast met militaire en veiligheidsaangelegenheden en had als vaste voorzitter de Amerikaanse vertegenwoordiger in de Commissie van Goede Diensten.
    • Economic and Financial Committee, dat vergaderde van 17 maart tot 16 juli. De taak van deze sub-commissie was het toezien op de uitvoering van de economische paragrafen van de bestandsovereenkomst en de economische politiek in de overgangsperiode, maar de leden moesten zich ook bezighouden met de toekomstige economische en financiële structuur van de Verenigde Staten van Indonesië en de samenwerking met Nederland op dit terrein in de Unie.
    • Social and Administrative Committee, dat vergaderde van 18 maart tot 21 juli. De taak bestond uit het toezien op de sociale zorg voor burgers in de door de respectievelijke partijen bezette gebieden, op de vrijlating van politieke gevangenen, op de afvoer c.q. evacuatie van gedemobiliseerd republikeins militair personeel en op de terugkeer c.q. evacuatie van burgers naar en van bezet gebied.

    Omdat de onderhandelingen slechts geringe voortgang boekten en geen uitzicht boden op de totstandkoming van een politieke overeenkomst werden zij op 23 juli 1948 opgeschort. Ook voorstellen vanuit de Commissie van Goede Diensten (Critchley Dubois en Cochran) bleken niet acceptabel. Nadat op 1 november 1948 de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken mr. D.U. Stikker in Batavia was aangekomen om de onderhandelingen weer op gang te krijgen, werden in Kaliurang besprekingen gevoerd met Moh. Hatta, die op 10 november tot een overeenstemming leidden over de voorwaarden waarop onderhandelingen zouden kunnen worden hervat. Op 21 november vertrok vervolgens uit Nederland een speciale ministeriële delegatie bestaande uit Stikker, Sassen en Neher, die van 27 november tot 1 december in Kaliurang besprekingen voerde met de republikeinse regering, welke op 4 december te Batavia werden afgesloten met een bespreking met Hatta. Van Nederlandse zijde werd voortzetting van het overleg zinloos geacht. Aan de Commissie van Goede Diensten werd medegedeeld dat het bestand door Nederland werd opgezegd per 19 december 00.00 uur. Op die datum begon de tweede politionele actie en eindigde deze onderhandelingsfase.

    Opnieuw trachtte de Veiligheidsraad partijen bij elkaar te brengen. Op 28 januari 1949 werd een resolutie aangenomen waarbij de United Nations Commission for Indonesia (UNCI) werd ingesteld, die reeds de volgende dag in Batavia haar eerste bijeenkomst hield en in de plaats trad van de daarmee opgeheven Commissie van Goede Diensten. De bevoegdheden van de UNCI waren veel uitgebreider dan die van de Commissie van Goede Diensten, die zich bij haar werkzaamheden had moeten beperken tot het verlenen van 'bijstand'. Thans kon de nieuwe commissie zich direct mengen in de onderhandelingen met bij meerderheid genomen besluiten en aanbevelingen van de Veiligheidsraad en werden tijdschema's opgesteld voor de totstandkoming van de staatkundige ordening van de Verenigde Staten van Indonesië.

    Tot maart 1949 beperkte het optreden van de UNCI zich tot het zenden van rapporten naar de Veiligheidsraad. Op 23 maart bracht een door beide partijen aanvaarde resolutie (de 'ruling') van de Veiligheidsraad de zaak weer in beweging. Bij Koninklijk Besluit van 8 april 1949 nr. 9 werd de Nederlandse delegatie opnieuw samengesteld, nu onder voorzitterschap van dr. J.H. van Roijen.(

    In augustus 1949 vertrok Van Roijen naar Nederland om de RTC bij te wonen. Mr. N.L. s'Jacob nam diens taak als voorzitter over.

    ) Deze delegatie - let wel het K.B. sprak niet meer van 'commissie' - bestond thans volledig uit Nederlanders. Op 14 april startte in Batavia een nieuwe ronde van onderhandelingen, aangeduid als de preliminaire conferentie, waaraan tevens vertegenwoordigers van de deelstaten, verenigd binnen de Bijeenkomst voor Federaal Overleg, officieel deelnamen. Na vier plenaire zittingen waarin de standpunten werden neergelegd en de procedures werden overeengekomen resulteerde dit na informeel overleg tussen beide delegatie voorzitters op 7 mei 1949 in een basis overeenkomst, bekend als de 'Van Roijen Roem Statements'. Deze verklaring bevatte de intentie van beide partijen de oorlogshandelingen te staken, samenwerking gericht op het herstel van vrede en veiligheid, deelname aan een Ronde Tafel Conferentie in Den Haag tot regeling van de soevereiniteitsoverdracht en tenslotte de terugkeer en het gezagsherstel van de republikeinse regering in Djokjakarta. Hiertoe werden op 9 mei twee sub-commissies ingesteld:

    • Sub-Committee I 'Restauration of the Republican Government to Jogjakarta', had tot taak voorwaarden te scheppen en toe te zien op de terugkeer van de republikeinse regering naar Djokjakarta.
    • Sub-Committee II 'Peace and Order', moest een einde maken aan de guerillaoorlog en zorgen voor herstel van orde en rust.

    Als resultaat van deze onderhandelingen kwam op 22 juni een voorlopige overeenkomst tot stand, die zou leiden tot het gezagsherstel van de republiek op 6 juli en de 'staakt het vuren' overeenkomst van 1 augustus. Ter uitvoering van de bereikte overeenkomsten werden ingesteld:

    • de Central Joint Board en de daaraan verbonden dertien Local Joint Committees, die tot taak hadden centraal en regionaal toe te zien op de naleving van de overeenkomst en het bestand.
    • Sub-Committee III 'Implementation of paragraph 7 of the Van Roijen Roem Statements', diende regelingen te treffen voor het (republikeinse) binnenlands bestuur en de toekomstige machtsoverdracht voor te bereiden.
    • Sub-Committee IV 'Release of political prisoners and prisoners of War', regelde de vrijlating en transport van politieke en krijgsgevangenen.
    • Sub-Committee V 'For Supply', tenslotte had te zorgen voor de bevoorrading van het republikeins bestuur en haar leger.

    Terwijl de besprekingen in deze commissies voor een deel nog in volle gang waren werd op 2 november in Den Haag bij de Ronde Tafel Conferentie een politieke overeenkomst bereikt waarbij alle nog in onderhandeling zijnde punten werden opgelost en de werkzaamheden van de Central Joint Board en van de sub-committees abrupt werden beëindigd. Bij Koninklijk Besluit van 13 januari 1950 nr. 30 werd de delegatie, gerekend vanaf 27 december 1949, formeel ontbonden.(

    De ontbinding geschiedde op gezamenlijke voordracht d.d. 7 januari 1950 La.A1 van de minister president, de ministers van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen en van Buitenlandse Zaken en de minister zonder portefeuille, Götzen.

    )

    Ter uitvoering van de Ronde Tafel Conferentie overeenkomst werden in 1950 onder de bevelen van het Hoge Commissariaat van het koninkrijk der Nederlanden in Djakarta nog twee sub-commissies opgericht:

    • de Contact Committee voor het onderhouden van kontakten onder toezicht van de UNCI;
    • Sub-Committee for Military Affairs tot regeling van een goed verloop van de regionale militaire machtsoverdracht.

    Voor nadere informatie over de rol van de Verenigde Naties en de activiteiten van de Commissie van Goede Diensten en de United Nations Commission for Indonesia zij verwezen naar het hierover door het Secretariaat van de Verenigde Naties uitgebracht generaal eindverslag: 'Report to the Secretary General on the Activities of the Security's Council Committee of Good Offices and of the United Nations Commission for Indonesia, 1947 1951'.

    Het archief

    Het hierna beschreven archiefmateriaal bevat de papieren neerslag van het handelen van de Nederlandse delegaties, die onder auspiciën van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op Java onderhandelingen voerden met de Republiek Indonesia teneinde te komen tot een oplossing van het conflict dat sedert het uitroepen van de republiek, op 17 augustus 1945, was ontstaan.

    De archieven van de delegaties maakten eertijds deel uit van de in de zogenaamde 'Eerste en Tweede Zending' naar Nederland overgezonden archiefbestanden. Voor de lotgevallen van deze archieven moge verwezen worden naar de inleiding bij het tweede deel van deze inventarisreeks.

    Voor het door dr. J.H. van Roijen als voorzitter van de Nederlandse delegatie zelf gevormde archief, zij verwezen naar inventaris 2.21.183.70. Voorts moge er op gewezen worden, dat in het familie-archief Van Vredenburch, zich nog archivalia bevinden van jhr. H.L.K.F. van Vredenburch in zijn functie van vice-voorzitter. Voor het archief van de Nederlandse delegatie bij de in Den Haag gehouden Ronde Tafel Conferentie(

    Tevens berust bij de Tweede Afdeling van het archief van het Secretariaat-Generaal van de Ronde Tafel Conferentie, zie inventaris 2.10.38.

    ) zij verwezen naar inventaris 2.10.40. Tenslotte moge nog gewezen worden op het particuliere archief van mr. A.J. Vleer, waarin zich bevindt de neerslag van diens activiteiten als secretaris-generaal van de BFO-delegatie bij de Ronde Tafel Conferentie in Den Haag, inventaris 2.21.216.

    Verantwoording van de bewerking

    Hoewel formeel sprake was van het bestaan van twee Nederlandse delegaties in de periode 1947-1950 is het niet praktisch gebleken dit bij de inventarisatie tot uiting te laten komen door opsplitsing van de archivalia in twee afzonderlijke archiefbestanden. De taken van beide delegaties lagen in elkaars verlengde. Het secretariaat van beide delegaties werd bovendien centraal gevoerd door de Algemene Secretarie (

    Zie voor de agenda's van ingekomen stukken bij de Nederlandse delegaties over 1948-1949 de inventaris van het geheim archief van de Algemene Secretarie en het Kabinet van de Gouverneur-Generaal, inventarisnummers 2198-2202.

    ), waardoor alle beschikbare kennis aldaar direct kon worden doorgespeeld naar de delegatie. De archieven van de Nederlandse delegaties bestonden feitelijk uit archivalia afkomstig van diverse personen, die bij de onderhandelingen direct betrokken waren. In de periode tot en met de onderhandelingen op de Renville (oktober 1947 - januari 1948) is het archief voornamelijk gevormd door jhr. Van Vredenburch, die bij deze besprekingen een centrale plaats innam. In de periode nadien stelde het secretariaat van de delegatie onderwerpsdossiers samen, bevattende afschriften van alle ter zake doende stukken, die vervolgens ter hand werden gesteld aan de onderhandelaars, die ze zo nu en dan voorzagen van toelichtende nota's en aantekeningen. Op vrijwel ieder stuk vermeldde het secretariaat wiens dossier het betrof. Het bestand aan dossiers en kopie-dossiers bleek voornamelijk afkomstig van:

    • de voorzitter c.q. vice-voorzitters: Van Vredenburch, Elink Schuurman, Van Roijen, s'Jacob;
    • van de leden of adviseurs: ir. G.C. Stuyt, mr. W. Riphagen, kol. P.J. Droog, mr. J.E. Ysebaert;
    • voorts van de secretaris van de delegatie of secretarissen van diverse sub-commissies.

    Zodoende bleek het archief eigenlijk samengesteld te zijn uit een groot aantal doublures, die slechts door een intensieve onderlinge vergelijking, tot een definitief voor bewaring in aanmerking komend dossier konden worden gevormd. Uitgangspunt bij deze selectie was, naast de compleetheid van stukken, het dossier te bewaren afkomstig van de persoon die gedurende bepaalde onderhandelingen een centrale rol had gespeeld. Meestal was dit het dossier van de voorzitter van de delegatie of van een sub-commissie.

    Ook werden bij dit archief diverse bundels aangetroffen, die - blijkens de registratiestempels - door een departementshoofd in zijn functie van delegatielid meegenomen waren uit het archief van een der Departementen van Algemeen Bestuur. Deze stukken zijn terug gevoegd in het archief van het desbetreffend departement.

    De dossiers van twee delegaties zijn zover mogelijk gesplitst op 28 januari 1949: de datum van opheffing van de Commissie van Goede Diensten en de instelling van de United Nations Commission for Indonesia. In het begin van 1949 zijn de dossiers, die betrekking hadden op de periode augustus-december 1948 door het secretariaat omgewerkt tot de bundels genaamd 'Eindvoorstel', die - zo was het Nederlands verlangen - de basis zouden moeten zijn voor de hernieuwde onderhandelingen in 1949. Deze bundels zijn echter om praktische redenen ondergebracht bij de archivalia over de voorafgaande periode.

    De schematische indeling van het archief is samengesteld op basis van de periode, dat onderhandeld werd onder auspiciën van respectievelijk de Commissie van Goede Diensten en de United Nations Commission for Indonesia en kent een verdere onderverdeling naar sub-commissies waarbinnen onderhandeld werd.

  • Zie voor de geschiedenis van het Kantoor voor Japanse Zaken en zijn archief de algemene inleiding.

    Het verzamelen van gegevens en het vertalen van teksten behoorde tot de voornaamste taken van het Kantoor voor Japanse Zaken en zodoende draagt haar archief een documentair karakter. Een belangrijk deel van deze werkzaamheden werd verricht in het kader van het verzamelen van gegevens benodigd voor de vervolging en berechting van Japanse oorlogsmisdadigers. Daarnaast zijn veel documenten in handen geraakt van het Kantoor voor Japanse Zaken, die met deze berechting indirekt te maken hadden. Zo berusten er tal van stukken, die ter identificatie door andere overheidsdiensten werden aangeboden en die in verband met hun geringe belang voor de vervolging bij het Kantoor zijn blijven berusten. Om die reden maakt het archief een wat heterogene indruk. Dit heeft zijn sporen nagelaten bij de uiteindelijke ordening van het materiaal. Bij de beschrijving van de in het Japans gestelde documenten werd dankbaar gebruik gemaakt van de assistentie van de heer Yoshinori Yokoyama van de Universiteit van Tokio.

  • De hier beschreven archieven zijn langs vaak onduidelijke wegen verzeild geraakt in de bestanden "Algemene Secretarie, Eerste en Tweede Zending". Aangezien het slechts om fragmenten ging leek het het beste deze archivalia in een verzamelrubriek "Overige Gedeponeerde Archieven" in deze inventaris op te nemen. Over de herkomst van dit materiaal is het volgende te zeggen:

    1. De archivalia van Raden Loekman Djajadiningrat werden aangetroffen bij archivalia van Ch.O. van der Plas. Vermoedelijk zijn deze bij het overlijden van Djajadiningrat in 1945 in handen gesteld van zijn voormalige superieur.
    2. Het is niet bekend op welke wijze de archivalia van mr C.C. de Rooij terecht zijn gekomen tussen het archief van Ch.O. van der Plas. Laatstgenoemde was eveneens als direkteur Binnenlands Bestuur de superieur van De Rooij.
    3. De archivalia van mr Ch.W.A. Abbenhuis betreffende de Buitenzorgse Affaire en de positie van de Partai Rakjat Pasundan zijn in 1950 uit veiligheidsoverwegingen door dr R.W. van Diffelen, voormalig gedelegeerde van de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Pasundan, uit Indonesië meegenomen. Bij het douane-onderzoek op Schiphol werden de stukken in beslag genomen en als staatseigendom aan het ministerie gezonden. Later zijn deze stukken gedeponeerd bij de "Eerste Zending".(

      Nationaal Archief, archief van het Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, geheim verbaal 1950, Q56.

      )
      Naast deze ambtelijke stukken berust in het Nationaal Archief tevens het partikulier-ambtelijke archief van Ch.W.A. Abbenhuis (1895-1975) over de periode 1935-1949, omvang 0,4 mtr. Zie inventaris 2.21.259.
    4. De stukken van dr ir P. Honig, raadadviseur van het Departement van Economische Zaken, werden aangetroffen bij het archief van het Departement van Sociale Zaken. Dit laatste departement diende regelingen te treffen voor de transmigratie en emigratie naar Nieuw-Guinea, waarbij de Coördinatie Commissie voor Natuurwetenschappelijke Zaken een adviserende taak had.
    5. Archivalia van prof. mr K.L.J. Enthoven, staatsrechtelijk adviseur van de Nederlands-Indische regering, bevinden zich op diverse plaatsen in het archief van de Algemene Secretarie. De hierna beschreven stukken droegen het opschrift "Persoonlijk Archief".
    6. De archivalia van Raden Mas mr A.G. Pringgodigdo, destijds Secretaris van Staat van de Republiek Indonesië, zijn vermoedelijk tijdens de tweede politionele aktie inbeslaggenomen. De originelen zijn in november 1987 overgedragen aan het Arsip Nasional van de Republiek Indonesië. Terwille van de volledigheid werden fotokopieën van deze stukken aan dit bestand toegevoegd.
    7. De archivalia van ir. Soekarno als voorzitter van de Dewan Sanyo, het Indonesisch adviescollege van het Japanse militaire bestuur, werd aangetroffen in het bestand "Koloniën, Supplement", zijnde een verzameling stukken van diverse herkomst van het voormalige Ministerie van Koloniën. Vermoedelijk zijn deze stukken destijds inbeslaggenomen door de inlichtingendienst NEFIS en langs onduidelijke wegen verzeild geraakt bij het ministerie. De originelen zijn overgedragen aan het Arsip Nasional en de bij dit bestand opgenomen stukken zijn fotokopieën.

    De overige bij het archief "Algemene Secretarie, Eerste en Tweede Zending" aangetroffen gedeponeerde archieven zijn in aparte inventarissen beschreven. Het betreft:

    1. De partikuliere archivalia van dr J.H. van Roijen als voorzitter van de Nederlandse Delegatie in de onderhandelingen onder auspiciën van de UNCI zijn gevoegd bij het hier reeds berustende archief van Van Roijen. Zie inventaris 2.21.183.
    2. De archivalia van Ch.O. van der Plas als voorzitter van de Nederlands-Indische Commissie voor Australië en Nieuw-Zeeland, voorts als regeringsadviseur en hoofdbestuursambtenaar, zijn gevoegd bij het hier al berustende archief van Van der Plas. Zie inventaris 2.21.266.
    3. Het archief van mr N.S. Blom betreffende zijn lidmaatschappen van diverse adviesorganen van de Nederlandse regering in Londen is gedeponeerd bij het Londens archief van het Ministerie van Koloniën.
  • Het betreft hier een gedeelte van in 2003 los aangetroffen stukken die niet eenvoudig bij bestaande inventarisnummers kon worden ingevoegd en daarom apart beschreven zijn.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in