Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Amortisatiesyndicaat

2.08.30.04
H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1996
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.08.30.04
Auteur: H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1996

CC0

Periode:

1823-1841

Omvang:

202.10 meter; 2067 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een enkel stuk is in het Frans gesteld.

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het Amortisatiesyndicaat was de opvolger van 's-Lands Amortisatiekas en het Syndicaat der Nederlanden. Het werd in 1822 bij wet ingesteld om de staatsschuld te verminderen en om projecten van algemeen nut te financieren, zoals de aanleg van wegen en vaarten en het droogleggen van polders. Het Syndicaat vulde de financiële middelen van het Rijk aan - buiten de Staten-Generaal om - door de aankoop van schuldbrieven en de verkoop van domeinen. Ook regelde het de aflossing van staatsleningen en de uitbetaling van rente.
Het archief van het Amortisatiesyndicaat - dat ook de archieven van de Administratie der Domeinen, wegen en vaarten; het Fonds ter bevestiging en armering van het Zuidelijk Frontier en het Fonds ter bevordering van de nationale nijverheid bevat - geeft een aardig inzicht in het dagelijkse beleid van het fonds.
De onderdelen van het Syndicaat waarvan archiefstukken zijn aangetroffen zijn onder andere: het secretariaat (notulen, verbalen); de Permanente Commissie (gewoon- en geheim archief); diverse commissies; bureau-archief van de secretaris; de thesaurie (agenda's en indices; administratie; boekhouding); de Administratie der Domeinen, wegen en vaarten (verbaal, agenda's, indicateurs, indices, naamklappers). Verder zijn er stukken afkomstig van de vijf ressorten te Arnhem, Amsterdam, Brussel, Gent en Luik; stukken betreffende het beheer en de verkoop van domeinen (met catalogi en veilingdossiers). Ook zijn er stukken die het beheer van de archieven (afkomstig van de Hollandse domeinadministratie, de Nassause Domeinraad, de Utrechtse kapittels, de centrale domeinadministratie en het Amortisatiesyndicaat zelf) documenteren.

Archiefvormers:

  • Departement van Financiën / Amortisatie Syndicaat 1823-1841
  • Commissie tot Afdoening der Zaken van het Amortisatie Syndicaat
  • Directie van het Fonds voor de Bevestiging en Armering van het Zuidelijk Frontier
  • Fonds ter Bevordering der Nationale Nijverheid

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het Amortisatiesyndicaat 1823-1841
Organisatie en taken

Bij de Wet van 27 december 1822, S.59, werd het Amortisatiesyndicaat ingesteld, zulks met opheffing van de twee voorafgaande (en hierin samengesmolten) instellingen: de Amortisatiekas, en het Syndicaat der Nederlanden. De Amortisatiekas was een "sinking fund" geweest; een fonds ter stelselmatige aflossing der staatsschuld, zonder optreden naar buiten. Het Syndicaat was hetgeen men thans een stichting zou noemen (te dien tijde werd deze benaming op economische instellingen nog niet toegepast). Het was een staatsfonds, over eigen baten beschikkend en gerechtigd daarvoor "bons" of handelspapier, uit te geven, met vrijere gestie dan aan de Staat zelf mogelijk zou zijn.

Het Amortisatiesyndicaat nu verenigde met deze beide instellingen het beheer en de beschikking over de Staatsdomeinen. Gelijk in Frankrijk de "biens nationaux" tot stijving der Staatskas hadden gestrekt zou ook het Amortisatiesyndicaat, als stichting, rechtspersoon, met een deel van het Staatsvermogen en de Staatsinkomsten op vrijere wijze kunnen financieren, buiten budget en volksvertegenwoordiging om; zulks ter vermindering van de Staatsschuld, maar vooral ter financiering van onderscheidene objecten van openbaar nut.

Het bestuur van het Amortisatiesyndicaat berustte bij een talrijke Algemene Vergadering, bij een (niet in de wet voorziene) Permanente Commissie daaruit; beide onder voorzitterschap van de Minister van Financiën, onder wie een vice-president werkzaam was; de eigenlijke leiding berustte, door tussenkomst van vertrouwensmannen, bij Koning Willem I persoonlijk. Voor het dagelijks beheer der domeinen, wegen en vaarten was sinds 1829 een gecommitteerde uit de permanente commissie aangewezen.

In de Franse tijd was het domeinbeheer met de dienst der Registratie verenigd geweest. Hierop werd terstond na de bevrijding teruggekomen: bij Souverein besluit van 16 december 1813 no. 52 werd een College van Raden en Rekenmeesters der Domeinen, met een Hoofdadministrateur, ingesteld en krachtens souverein besluit van 26 april 1814 (Stcrt. 1814 no. 110) werd de afscheiding per 1 mei van dat jaar volledig doorgevoerd. De leiding van het domeinbeheer aan het "Departement der Domeinen" opgedragen. De ontvangers der registratie bleven met de inning en verantwoording der domeininkomsten belast.

Bij de Wet tot instelling van het Amortisatiesyndicaat ging het domeinbeheer aan die nieuwe instelling over en daarmede een gedeelte van het domeinpersoneel. De inspecteur-generaal der domeinen, J.A. Berman, kreeg zitting in de Permanente commissie van het Amortisatiesyndicaat en werd daarvan later de Gecommitteerde tot het dagelijks beheer der domeinen.

De toenmalige staat der domeinen kan men leren kennen uit de gegevens in de Handelingen van de Staten-Generaal 1821/1822, bijlagen blz. 545 e.v. Krachtens Koninklijk besluit van 14 april 1823 no. 114 (vermeld bij Boogaard, Wetten en besluiten v.d. Waterstaat I, blz. 279) gingen ook de "conservatiën der wateren en bossen" in de Zuidelijke gewesten aan het Syndicaat over; hetzelfde gold voor de onroerende goederen der kerkfabrieken in de zuidelijke provinciën (K.B. 6 juli 1822, S. 18).

Hoe het Amortisatiesyndicaat het domeinbeheer zocht te activeren in het belang ener verhoogde geldelijke opbrengst is, met name voor zoveel de verkooppolitiek betreft, in het aangehaalde werk van Dr. Riemens te vinden. Voor deze verkoop waren algemene bepalingen vastgesteld op 7 jan. 1825 (Bijv. Stbl. XIII, blz. 1).

Bij Koninklijk besluit van 8 juni 1828 no. 93 (Bijv. Stbl. 1828 IV blz. 1032-1035) is een gewijzigde organisatie voor het beheer der domeinen tot stand gebracht, met verdergaande uitsluiting van de dienst der Registratie. Er werden vijf domeinressorten ingesteld:

1eressort te Arnhem, bevattende de provinciën Gelderland, Noord-Brabant en Overijssel,
2eressort te Amsterdam, bevattende de provinciën Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Friesland, Groningen en Drenthe,
3eressort te Brussel, bevattende o.m. de provincie Limburg met inbegrip van het Nederlandse gedeelte,
4eressort te Gent, bevattende o.m. de provincie Zeeland,
5eressort te Luik, bevattende geen gedeelten van het tegenwoordige Nederland.

In elk ressort stond een administrateur aan het hoofd en was voorts een belangrijke plaats toegekend aan de inspecteur, die geregeld de bureaus der onder de ressorten behorende agenten moest bezoeken. De inspecteur van het ressort Amsterdam moest te 's-Gravenhage wonen.

Krachtens de algemene instructie door het Amortisatiesyndicaat vastgesteld, werden de door de regionale en plaatselijke domeinambtenaren gevormde archieven bij voortduring als eigendom van het Syndicaat beschouwd.

Bij secreet Koninklijk besluit van 20 juni 1819 La S4 is het Speciale Fonds voor de bevestiging en armering van het Zuidelijk Frontier ingesteld en de functie ervan bepaald. Het beheer ervan is in het jaar 1825 overgegaan aan het Amortisatiesyndicaat.

Bij Koninklijk besluit van 30 juni 1825 no. 96 was aan het Amortisatiesyndicaat de verplichting opgelegd aan het Fonds ter bevordering van de Nationale Nijverheid gedurende 15 jaren in totaal f. 7.500.000,-- voor te schieten. Daar de beleggingen tot op 1830 grotendeels in de Zuidelijke Nederlanden hadden plaatsgehad, volgde na de afscheiding van België een financiële débâcle.

Bij Koninklijk besluit van 12 augustus 1828 no. 110 (J.F. Boogaard, Wetten... op den waterstaat in Nederland, dl. I (1858) blz. 277) is aan het Amortisatiesyndicaat opgedragen het eigenaarsbeheer (onderscheiden van het technisch beheer) der wegen, vaarten, veren, droogmakerijen enz., en zulks met ingang van 1 januari 1829 (vgl. Kon. besl. 20 jan. 1829 no. 83, Boogaard alsv. blz. 280, en het Kon. besl. van 23 jan. 1830, Bijvoegsel Stbl. 1830 blz. 36, betr. de geldelijke verhouding deswege tot de provinciale besturen).

Omtrent de openbare werken van dat tijdvak zie men: de Handelingen der Staten-Generaal 1821-1822 Bijl. blz. 594-598, en de tekst bij Mees' Geschiedkundige Atlas.

Krachtens de wet van 27 december 1840 S.77 is het Amortisatiesyndicaat met het einde van dat jaar opgeheven, waarna een Commissie tot liquidatie de zaken nog korte tijd voortzette.

De gehele geschiedenis ervan vindt men beschreven bij: Hk. Riemens, Het Amortisatiesyndicaat, een studie over de staatsfinanciën onder Willem I; academisch proefschrift 1935 (Amsterdam). ( Zie ook: Otten, F.J.M., Gids voor de archieven van de Ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940. Den Haag, Instituut voor de Nederlandse Geschiedenis, 2004. )

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Beste mensen van het nationaal archief
Al heel lang ben ik met een onderzoek bezig naar 4 kogelvangers met dubbele schietbanen op 4 locaties in
Nederland,Bij de volgende plaatsen Milligen-Archemerberg nabij Ommen Diever en Donderen allemaal in 1906
Zelf hou ik me bezig met de schietbanen aangelegd nabij de Archemerberg Ommen; veel heb ik al gevonden
maar wat ik maar niet kan vinden dat is : waar heeft het landweerkamp gelegen en wat ik ook nog zoek dat is:
de aanbesteding, wie heeft deze toch behoorlijke klus mogen uit voeren.
Kunnen jullie mij misschien verder helpen ?
Bij voorbaat hartelijk dank.
Herman van Beesten.
t'Sumpel 45 Den Ham (O v)
Tel;0546672534.
,,,,,,0620290905.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in