gahetNA in the National Archives

BuZa / Buitenlandse Dienst

2.05.51
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1995
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.51
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1995
CC0

Periode:

1940-1954
merendeel (1945) 1940-1954(1955)

Omvang:

13,20 meter; 892 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat gegevens over de organisatorische, huishoudelijke en personele aangelegenheden van de diplomatieke posten en consulaten van Nederland in het buitenland.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken/Directie Buitenlandse Dienst

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Directie Buitenlandse Dienst
Oprichting

Voor de Tweede Wereldoorlog werden de ambassades en consulaten van Nederland door drie diensten van personeel voorzien. Dat waren de Diplomatieke Dienst, de Consulaire Dienst en de Tolkendienst. (

A.E. Kersten, Buitenlandse Zaken in ballingschap. Groei en verandering van een ministerie 1940-1945 (Alphen aan den Rijn 1981) blz. 74-75

) Deze strikt formele scheiding werd echter in de praktijk van plaatsing van de ambtenaren niet consequent volgehouden. Consulaire ambtenaren werden op diplomatieke posten geplaatst en diplomatieke ambtenaren op consulaire posten. Tijdens de 'Londense periode' van de Nederlandse regering werd een plan gemaakt om de drie afzonderlijke diensten te integreren. De wezenlijke elementen van het plan, namelijk samenvoeging van de diplomatieke en consulaire dienst, het treffen van regelingen om de beste krachten aan te trekken en het verschaffen van een goede salariëring en pensioenregeling vonden algemene instemming. Een groot voorstander van de plannen was de consul-generaal te New York, T. Elink Schuurman. (

Kersten, 110

)
Hij was ook van mening dat bij toelating tot de dienst afkomst en vermogen geen rol meer mochten spelen.

De argumenten voor reorganisatie van de Diplomatieke, Consulaire en Tolkendienst waren tweeërlei van aard. Buitenstaanders onderstreepten het grote belang van de persoonlijkheid van de Nederlandse vertegenwoordiger in het buitenland. Zij waren ervan overtuigd dat in het verleden met dat aspect nauwelijks of geen rekening was gehouden en dat bij opneming in de dienst meer de sociale achtergrond van de kandidaten dan hun karaktereigenschappen de doorslag hadden gegeven. Het verhoudingsgewijs grote aantal telgen uit adellijke en patricische geslachten kon die opinie alleen maar versterken. De weinigen bij Buitenlandse Zaken die hun mening hierover op papier stelden, besteedden vooral aandacht aan de praktische voordelen van het samengaan van de diplomatieke en consulaire dienst en aan een betere behartiging van de belangen van Nederlands-Indië.

Prof. dr. ir. W. Schermerhorn gaf op 27 juni 1945 in een anderhalf uur durende radiorede een uiteenzetting van het programma van het door hem en dr. W. Drees geformeerde kabinet. In één zin vermeldde hij de hervorming van de buitenlandse dienst. In een circulaire (

Zie inv.nr. 35

) aan de vertegenwoordigingen in het buitenland gaf minister dr. E.N. van Kleffens als motivering van zijn besluit de Diplomatieke, Consulaire en Tolkendienst samen te voegen:

'Handhaving van afzonderlijke diplomatieke en consulaire diensten elk met hun eigen personeel en verschillende dienstvoorwaarden is niet meer van deze tijd, nu het werk dat voorheen aan de consulaire posten toeviel voor een groot deel naar diplomatieke posten is verschoven'.

Van het voornemen om over de reorganisatie overleg met het parlement te plegen kwam niets terecht. Op 4 juli 1945 legde Van Kleffens het ontwerp Koninklijk besluit aan de Koningin voor. Na advies van de Raad van State en een nadere toelichting door Van Kleffens ondertekende zij het KB op 21 december 1945. Het nieuwe reglement trad op 1 januari 1946 in werking. (

Kersten, 115-117

) Organisatorisch viel de directie rechtstreeks onder de secretaris-generaal van het ministerie.

Taak

De taak van de Directie Buitenlandse Dienst (DBD) was het verzorgen van de zaken met betrekking tot de organisatie en administratie van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen (waaronder de huisvesting van kanselarij en personeel) en het verzorgen van de personeelsaangelegenheden van ambtenaren van de diplomatieke dienst. Tevens diende de DBD de toelating tot en opleiding van ambtenaren van de buitenlandse dienst te regelen. (

Staatsalmanak 1947

) Kortom, de DBD was verantwoordelijk voor de personele en materiële aangelegenheden die het functioneren van de posten mogelijk moesten maken.

De DBD had geen bemoeienis met de ambassades en consulaten van andere landen die in Nederland waren gevestigd. Die contacten werden onderhouden door het Kabinet van de Minister en Directie van het Protocol (tot 1949) en de Directie Kabinet en Protocol (vanaf 1949).

Ter uitoefening van haar taak werd DBD eind jaren veertig onderverdeeld in een aantal bureaus: (

van het Departement van Buitenlandse Zaken en de Buitenlandse Dienst (Den Haag 1950-......)

)

  • Bureau Personele Zaken (DBD/PE)
  • Bureau Gebouwen Buitenland (DBD/GB)
  • Bureau Reglementen en Voorschriften (DBD/RV)
  • Bureau Examens en Commissies (DBD/CE)
  • Bureau Financiële en Begrotingszaken (DBD/BF)
  • Bureau Deviezen (DBD/DV)

In 1954 werden de bureaus DBD/BF en DBD/DV samengevoegd tot het Bureau Toelagen Vergoedingen (DBD/TV).

Met betrekking tot de personele aangelegenheden was DBD verantwoordelijk voor het aannemen van diplomatiek, consulair en administratief personeel en voor de plaatsing van de ambtenaren op de vertegenwoordiging in het buitenland. De kandidaten voor de diplomatieke dienst dienden, voordat zij konden worden aangenomen, een attaché-examen af te leggen.

Dat examen werd afgenomen door een commissie van hoogleraren en ambtenaren van de buitenlandse dienst. (

Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken berust het archief van de 'Examencommissie tot onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid voor de buitenlandse dienst 1945-1984'. Deze commissie nam bij de kandidaten voor de buitenlandse dienst het attaché-examen af. Het archief van de voorganger van deze commissie, de 'Commissie belast met het onderzoek naar de geschiktheid voor de diplomatieke dienst 1928-1939', berust bij het Algemeen Rijksarchief onder toegangsnummer 2.05.32.10

)

Alle zaken met betrekking tot de huisvesting van de ambassades en consulaten en het personeel dat aan die posten was verbonden was eveneens een aangelegenheid die door DBD behandeld diende te worden. Dat varieerde van de aanschaf van gummetjes en potloden tot de aankoop van kantoren en huizen. Ook het opstellen en uitvoeren van regelingen met betrekking tot vergoedingen in verband met de huisvesting van de ambtenaren was een taak van DBD.

DBD vervulde haar taak ten opzichte van de verschillende soorten vertegenwoordigingen die Nederland kent:

1. Bilaterale diplomatieke vertegenwoordigingen (gezantschappen, ambassades, militaire missies).

Aan het hoofd van een Nederlandse bilaterale diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland staat meestal een ambassadeur. Tot in de jaren zeventig kende Nederland ook gezanten. Daarnaast bestaat nog de Tijdelijk Zaakgelastigde. Het verschil in benaming van de verschillende vertegenwoordigers is tegenwoordig slechts van protocollair belang. Een ambassadeur is geaccrediteerd bij het staatshoofd van een ontvangend land en een Tijdelijk Zaakgelastigde is geaccrediteerd bij de minister van Buitenlandse Zaken van het ontvangende land. Een aparte groep vormen de Militaire Missies. Het hoofd van een dergelijke missie was niet geaccrediteerd bij een instantie van het ontvangende land, maar bij de tijdelijke bezettende militaire macht in een land.

2. Consulaire vertegenwoordigingen (consulaten-generaal, consulaten, vice-consulaten)

Ter behartiging van de belangen van Nederlanders woonachtig of reizend in het buitenland en ter bevordering van de Nederlandse handel zijn in het buitenland consulaten gevestigd. Afhankelijk van de (handels)belangen van Nederland in een regio kan dit een, al dan niet honorair, consulaat-generaal, consulaat of vice-consulaat zijn. In enkele gevallen kan sprake zijn van een consulair agent.

3. Multilaterale diplomatieke vertegenwoordigingen

De instelling na de Tweede Wereldoorlog van een groot aantal internationale instellingen (Verenigde Naties, Noord Atlantische Verdrags Organisatie, Europese Gemeenschap etc.) leidde ertoe dat de lidstaten van die organisaties ambassadeurs accrediteerden bij die internationale organisaties.

Organisatieschema's

Organisatieschema Buitenlandse Zaken 1950:

Organisatieschema Directie Buitenlandse Dienst:

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in