gahetNA in het Nationaal Archief

Cie. Cleveringa

2.05.48.02
A.C. van der Zwan
Nationaal Archief, Den Haag
1993
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.48.02
Auteur: A.C. van der Zwan
Nationaal Archief, Den Haag
1993
CC0

Periode:

1946-1951
merendeel 1946-1950

Omvang:

2,20 meter; 121 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Na WOII wilde het Ministerie van Buitenlandse Zaken duidelijkheid kunnen verschaffen over de houding van het diplomatieke personeel ten aanzien van de opvang van vluchtelingen in de oorlog. Om deze houding in kaart te brengen werd een commissie opgericht onder leiding van prof. mr. R.P. Cleveringa. Het archief van de Commissie Cleveringa bevat o.a. stukken betreffende de instelling van de commissie en de organisatie van het onderzoek; de taken van de commissie, te weten een onderzoek naar de houding inzake vluchtelingen van vertegenwoordigers van de Nederlandse regering in het buitenland; hun houding ten aanzien van Nederlandse uitgewekenen; stukken betreffende aanvullend onderzoek; en documentatie.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken / Commissie tot onderzoek naar de houding van diplomatieke en consulaire ambtenaren jegens Nederlandse uitgewekenen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Commissie Cleveringa

De "Commissie tot Onderzoek naar de Houding van Nederlandsche Diplomatieke en Consulaire Ambtenaren tegenover Nederlandse Uitgewekenen" werd officieel ingesteld bij Ministeriële beschikking DBD 69866 van 20 augustus 1946. Deze commissie, meestal aangeduid met "Commissie Cleveringa", was al in juni 1946 met haar werkzaamheden begonnen. De aanleiding voor de instelling was de bij het ministerie van Buitenlandse Zaken heersende vrees voor heftige aanvallen van de PvdA in de Tweede Kamer op het door minister van Kleffens tijdens de Tweede Wereldoorlog gevoerde beleid inzake de vluchtelingenzorg.

De commissie was als volgt samengesteld:

prof. mr. R.P. Cleveringa, voorzitter;

dr. W. Huender;

prof. mr. J.H.W. Verzijl;

mr. J. le Poole;

H.P.J. van Ketwich Verschuur.

Mr. le Poole en dr. Huender trokken zich in 1948 uit de commissie terug.

Als secretaris van de commissie waren achtereenvolgens werkzaam:

jhr. mr. H.T.A.M. van Rijckevorsel,

G.F. baron Bentinck van Schoonheten en

mr. H.C. Schoch.

De commissie heeft door middel van dossierstudies en het horen van getuigen uitvoering gegeven aan haar onderzoek. Tussen 1947 en 1950 verschenen 4 rapporten, die ieder een deel van het onderzoeksterrein bestreken. Het eerste had betrekking op de houding van baron Harinxma thoe Slooten, tijdens de Tweede Wereldoorlog vertegenwoordiger te Lissabon van de Nederlandse Regeringscommissaris voor Vluchtelingenzaken. De volgende drie rapporten waren gericht op de vluchtelingenzorg in Zwitserland, in Spanje en Portugal en in Frankrijk.

De conclusies van de commissie hebben weinig of geen consequenties gehad voor de betrokkenen. De commissie erkende de gebrekkige organisatie van de vluchtelingenzorg, maar weet dat voornamelijk aan de Nederlandse regering in Londen. Het onderzoek hiernaar viel buiten de competentie van de commissie. In een enkel geval constateerde de commissie bij individuele ambtenaren enig gebrek aan sociale vaardigheden, maar zij heeft dit gegeven niet zwaar laten we¬gen bij haar eindconclusies. De commissie werd opgeheven bij Ministeriële beschikking DBD 80419/R van 17 augustus 1950.

Het archief van de commissie vormt een afspiegeling van de wijze waarop de commissie haar onderzoek heeft uitgevoerd. Bij ieder deelonderzoek behoren stukken over het verzamelen van gegevens, samenstelling en presentatie van het eindrapport en een serie getuigendossiers. De getuigendossiers bevatten correspondentie en processen verbaal van verhoor. De door het secretariaat gevormde agenda's zijn bij de overdracht van het archief aan de Directie Buitenlandse Dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken niet aangetroffen.

Uit de stukken over de organisatie en werkwijze van de commissie blijkt dat de minister en ambtenaren van Buitenlandse Zaken veelvuldig gebruik hebben gemaakt van het commissiearchief terwijl het onderzoek lopende was. De eindrapporten van de commissie werden kort na de vaststelling openbaar.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in