Gezantschap Irak
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.05.348
Haagse Vestiging Archiefbewerking
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 2011
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Nederlands Gezantschap in Irak
Gezantschap Irak
Periode:
1934-1954
Omvang:
0,5 meter; 29 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands, Engels..
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief bevat stukken betreffende de organisatie van de post, protocollaire zaken, en dossiers over de ontwikkelingen in Irak op het gebied van politiek, verkeer en economie, zoals het Koninklijke huis van Irak, economische hulpverlening aan Irak en de economische boycot van Israël door de Arabische staten.
Archiefvormers:
- Nederlands Consulaat/Gezantschap in Irak (Bagdad), 1934-1954
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
In de jaren twintig van de vorige eeuw wees de Rotterdamse Kamer van Koophandel op de noodzaak van een Nederlandse vertegenwoordiging in Irak. De hoofdstad Bagdad lag op de handelsroute over land naar Iran en Bagdad nam als overlaad- en handelscentrum sterk in belang toe. Bovendien maakte de ontwikkeling van het luchtverkeer tussen Amsterdam en Batavia, Bagdad tot een voorname tussenlandingsplaats. Daarom werd in 1928 besloten een Nederlands consulaat in Bagdad te openen. Het ressort omvatte het gehele koninkrijk Irak en werd binnen het ambtsgebied van de Nederlandse gezant in Teheran (Iran) ondergebracht. De eerste twee consuls waren Britse handelaren die in Bagdad waren gevestigd. In de periode van dit archief (1934-1954) was de Engelsman Ernest Dwyer de Nederlandse consul in Bagdad.
Rond 1947 heerste er een discussie op het ministerie van Buitenlandse Zaken over hoe de Nederlandse vertegenwoordiging in Irak georganiseerd diende te zijn. De toenmalige Nederlandse gezant in Ankara rapporteerde dat de twee consulaten in Irak matig functioneerden. De Britten Dwyer in Bagdad en Davies in Basra hadden het te druk met particuliere zaken en dienden eerder Britse dan Nederlandse handelsbelangen.
In 1949 werd besloten een tijdelijke zaakgelastigde in Bagdad te plaatsen. Barend Piets werd aangesteld en mocht zich vanaf 1951 permanent zaakgelastigde voor Irak noemen. Het gezantschap nam in 1953 de zaken over van het consulaat te Bagdad, dat voornamelijk bestond uit het afgeven van visa. De vertegenwoordiging in Bagdad groeide in de loop der jaren uit tot een belangrijke post.




Reacties