Buza / Code-archief 1965-1974
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.05.313
Centrale Archiefselectiedienst, Winschoten
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 2009
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Ministerie van Buitenlandse Zaken: Code-archief 1965-1974
Buza / Code-archief 1965-1974
Periode:
1965-1974
Omvang:
1090,00 meter; 32603 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.Correspondentie met buitenalndse vertegenwoordigers, alsmede documenten van internationale organisaties zijn hoofdzakelijk in het Engels en in het Frans.
Soort archiefmateriaal:
Het archief bevat normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief betreft de periode van de Koude Oorlog en de opbouw, integratie van de Europese Gemeenschap en de uitbouw van de ontwikkelingshulp. Het archief is ingedeeld op een aantal hoofdthema's zoals: protocolaire en juridische aangelegenheden, openbare gezondheidszorg, openbare veiligheid, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, economie, migratie, arbeid, sociale aangelegenheden, culturele en wetenschappelijke aangelegenheden, landsverdediging en internationale organisaties.
Belangrijke onderwerpen in dit archief zijn internationale conferenties en organisaties, verdragen, staatsbezoeken, grensregelingen, uitleveringen, Nederlanderschap, onderscheidingen, paspoorten en visa, scheepvaart, luchtvaart, ruimteonderzoek, buitenlandse handel, buitenlands betalingsverkeer, ontwikkelingshulp, noodhulp, migratie, repatriëring van Nederlanders, vluchtelingenhulp, kernenergie, voorlichting over Nederland, defensie en bewapening. Van belang is voorts de periodieke en incidentele politieke en economische rapportage van de Nederlandse ambassadeurs en consuls uit het buitenland.
Archiefvormers:
- Ministerie van Buitenlandse Zaken
Archiefvorming
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Dit archief is een voortzetting van de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de periode 1955-1964 (2.05.118). Dientengevolge bevat het geregeld vervolgdossiers van onderwerpen, die in het vorige blok ook al aanwezig waren. Het archief is belangrijk wegens de dossiers over de Europese integratie, alsook door de vele dossiers betreffende ontwikkelingshulp (technische hulp) en noodhulp.
Het archief bevat unieke informatie over:
- Naast dossiers m.b.t. de relatie van Nederland met andere landen ook dossiers over de relaties tussen de landen onderling.
- Verdragen met landen ten aanzien van verschillende beleidsterreinen (economie, handel, vliegverkeer, militaire e.d.)
Bovendien bevat het archief dossiers over de volgende maatschappelijke en historische gebeurtenissen en momenten:
- Afwikkeling van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Ned. Indië (berechting oorlogsmisdadigers, schadeclaims);
- Afwikkeling van de koloniale relaties van Nederland en van andere landen;
- Werving van gastarbeiders, migratie;
- Emigratie naar het buitenland;
- De inval van Rusland in Tsjecho-Slowakije (1968);
- De Vietnam-oorlog (1957-1975);
- Opvang van vluchtelingen
- (Zee)waterverontreiniging
- Ruimteonderzoek;
- Kernenergie
- Deelname van Nederland aan internationale organisaties (EEG, EGKS, Benelux, WHO, Euratom, VN, GATT).
- Onderscheidingen aan Nederlanders en buitenlanders
Het archief bestaat vooral uit rapporten en correspondentie, maar bevat ook:
- Rapporten door posten over situatie in buitenlandse landen/ staatshoofden/ politieke verhoudingen en partijen in buitenland;
- Kaarten (vooral m.b.t. grenscorrecties);
- Foto’s (onder meer over ontwikkelingsprojecten).
Selectie en vernietiging
Verantwoording van de bewerking
Ordening van het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Andere toegang
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
De postbehandeling geschiedde centraal. De binnenkomende stukken werden in een kamer naast de Secretaris Generaal (SG) door een speciaal daarvoor bestemde ambtenaar geopend. De SG koos de stukken uit die door de minister moesten worden gezien en degenen die geheim moesten blijven. Alle stukken werden centraal geagendeerd, maar voor de afdeling geheime stukken werden de nummers steeds aangevraagd bij de centrale agenda. Het dossier waar het stuk bij hoorde werd met behulp van het registratuurnummer, het laatste agendanummer, en het slagwoord (= trefwoord) van het kaartsysteem, die alle drie op de agenda stonden vermeld, gezocht. Daarbij werd het volgende nummer bij het vorige vermeld en werd het dossier met stuk doorgegeven aan het secretariaat, dat de agenda bijhield. Vanaf 1951 geschiedde dit door middel van het fiche-doorschrijfsysteem. Dan ging het dossier naar het kaartsysteem waar eigennamen werden vastgelegd (zie hiervoor inv.nrs. 1013-1121). Als het stuk in de klapper was ingeschreven, ging het naar de afdeling. De afdoening werd of op het stuk vermeld of er ging een nieuwe brief met hetzelfde nummer uit. Wanneer het stuk later bij het archief terugkwam, werd het afgeschreven en eventueel ingebonden en opgeborgen.




Reacties