Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Buitenlandse Zaken / Code-Archief 55-64

2.05.118
CAS 1313
Nationaal Archief, Den Haag
2009
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.118
Auteur: CAS 1313
Nationaal Archief, Den Haag
2009
CC0

Periode:

1955-1964

Omvang:

760,50 meter; 30178 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief betreft de periode van de Koude Oorlog, de opbouw van de Europese Gemeenschap en de NieuwGuinea-kwestie. Het archief is ingedeeld op een aantal hoofdthema's zoals: protocolaire en juridische aangelegenheden, openbare gezondheidszorg, openbare veiligheid, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, economie, migratie, arbeid, sociale aangelegenheden, culturele en wetenschappelijke aangelegenheden, landsverdediging en internationale organisaties.
Belangrijke onderwerpen in dit archief zijn internationale conferenties en organisaties, verdragen, oorlogsschade en recuperatie, Nederlanderschap, onderscheidingen, paspoortene en visa, luchtvaart, buitenlandse handel, buitenlands betalingsverkeer, repatriëring van Nederlanders, vluchtelingenhulp, kernenergie, defensie en bewapening. Van belang is voorts de periodoieke en incidentele politieke rapportage van de Nederlandse ambassadeurs en consuls uit het buitenland.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

    • De postbehandeling geschiedde centraal. De binnenkomende stukken werden in een kamer naast de Secretaris Generaal (SG) door een speciaal daarvoor bestemde ambtenaar geopend. De SG koos de stukken uit die door de minister moesten worden gezien en degenen die geheim moesten blijven. Alle stukken werden centraal geagendeerd, maar voor de afdeling geheime stukken werden de nummers steeds aangevraagd bij de centrale agenda. Het dossier waar het stuk bij hoorde werd met behulp van het registratuurnummer, het laatste agendanummer, en het slagwoord (= trefwoord) van het kaartsysteem, die alle drie op de agenda stonden vermeld, gezocht. Daarbij werd het volgende nummer bij het vorige vermeld en werd het dossier met stuk doorgegeven aan het secretariaat, dat de agenda bijhield. Vanaf 1951 geschiedde dit door middel van het fiche-doorschrijfsysteem. Dan ging het dossier naar het kaartsysteem waar eigennamen werden vastgelegd (zie hiervoor inv.nrs. 964-1058). Als het stuk in de klapper was ingeschreven, ging het naar de afdeling. De afdoening werd of op het stuk vermeld of er ging een nieuwe brief met hetzelfde nummer uit. Wanneer het stuk later bij het archief terugkwam, werd het afgeschreven en eventueel ingebonden en opgeborgen.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in