gahetNA in het Nationaal Archief

BuZa / Consulaire Burgerlijke Stand

2.05.06
H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1988
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.06
Auteur: H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1988
CC0

Periode:

1864-1953

Omvang:

7,70 meter; 453 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Consulaire Burgerlijke Stand bevat de akten van geboorte, overlijden, huwelijk en echtscheiding; en de akten van huwelijksaangifte en -afkondiging van in het buitenland verblijvende Nederlandse onderdanen over de periode 1864-1953.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken/Consulaire Burgerlijke Stand, 1864-1953

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De registers van de consulaire burgerlijke stand

Ingevolge de "Wet houdende regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot het opmaken van burgerlijke akten en van de consulaire regtsmacht" van 25 juli 1871, Stbl. 91, werd de mogelijkheid geopend aan nader aan te wijzen consulaire ambtenaren de bevoegdheid te geven tot het opmaken van, onder andere, akten van de burgerlijke stand. Bij Koninklijk besluit van 19 september 1872, Stbl. 93, werd een aantal consulaire posten aangewezen om met ingang van 1 januari 1873 deze bevoegdheden uit te oefenen.

Zowel de wet als het uitvoeringsbesluit werden herhaaldelijk gewijzigd, waarbij ook aan andere consulaten deze bevoegdheden werden toegekend of weer werden ingetrokken.

De wet regelt eveneens de wijze waarop de registers moeten worden gehouden.

Registers

Van 1873 tot 1890 werden aparte registers gehouden voor akten van geboorte, van huwelijk en echtscheiding en van overlijden (in dubbel) en voor akten van huewlijksaangifte en -afkondiging (in enkelvoud).

Van 1890 tot 1910 werd een gewoon register (in dubbel) gehouden voor alle soorten akten, en -voor sommige verafgelegen posten- een reserveregister (in dubbel).

Vanaf 1910 wordt een gewoon register (in dubbel) gehouden voor alle akten.

Negatieve verklaringen

Van 1873 tot 1910 werden de registers waarin geen akte werd ingeschreven, het volgende jaar opnieuw gebruikt. In zo'n geval moest een proces-verbaal worden ingezonden aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarin werd verklaard dat in het betreffende register geen akte werd opgemaakt: de zgn. negatieve verklaring. Vanaf 1910 werd ieder jaar een nieuw register gebruikt, of nu in het register van het vorige jaar akten waren ingeschreven of niet. Een negatieve verklaring werd toen niet meer gemaakt.

Bewaring van de registers

Eén der dubbelen, het kanselarijexemplaar, moet worden bewaard in het archief van de consulaire post, het andere moet worden opgezonden naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Van 1873 tot 1890 werd dit dubbel daar bewaard. Vanaf 1890 wordt het doorgezonden ter bewaring naar de griffie van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage. Ook de dubbelen van 1873 tot 1890 zijn daarheen gezonden. In maart 1945 zijn deze dubbelen echter door brand bij een bombardement vernietigd. Ook een groot aantal kanselarijexemplaren is verloren gegaan. Voor zover dat nog mogelijk was, zijn de verloren gegane registers door kopieën vervangen.

Waarmerking van de registers

Van 1873 tot 1890 werden de blanco registers door de gezanten gewaarmerkt en gedistribueerd over de consulaten die tot hun ressort behoorden. Vanaf 1890 worden de registers door een departementsambtenaar gewaarmerkt en geschiedt de verzending van registers naar de posten rechtstreeks.

Opmerkingen over de gehouden registers

Van 1873 tot 1890 werden de registers ter examinatie naar het ministerie van Justitie gezonden. De eventueel gemaakte opmerkingen werden aan de met de waarmerking belaste gezanten meegedeeld, die de opmerkingen dan weer aan de betreffende consulaire ambtenaar ter kennis bracht. Vanaf 1890 worden de registers door de officier van Justitie van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage onderzocht, voordat ze ter griffie worden gedeponeerd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zendt de opmerkingen dan rechtstreeks naar het betreffende consulaat.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in