gahetNA in het Nationaal Archief

BuZa / A-dossiers

2.05.03
J. Woltring
Nationaal Archief, Den Haag
1973
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.03
Auteur: J. Woltring
Nationaal Archief, Den Haag
1973
CC0

Periode:

1815-1940

Omvang:

245,60 meter; 1813 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De A-dossiers zijn gevormd door de afdeling Politieke Zaken. Deze afdeling behandelde vooral kwesties die de diplomatieke betrekkingen met andere landen betroffen, de positie van Nederlanders in het buitenland en van vreemdelingen hier te lande. Het archief is geheel op onderwerp geordend, waarbij de omvang van de dossiers sterk uiteen loopt. Het archief bevat onder meer stukken over de volgende onderwerpen: arbitrage, de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, internationale conferenties, grensregelingen, naturalisatie, nationaliteitskwesties, Nederlanders in het buitenland, visserij op de Noordzee, uitgifte van paspoorten, slavenhandel, verdragen, vreemdelingen, wapens en oorlogsmaterieel. Een deel van het materiaal handelt over de overzeese gebiedsdelen, speciaal Nieuw-Guinea. In 2010 is dossier A.250 over de Europese Oorlog 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog), toegevoegd aan dit archief. Dit deel bevat onder andere stukken betreffende de neutraliteit, de economie en handel tijdens de oorlog, militaire zaken, schade-eisen van Nederlanders door oorlogsschade, vluchtelingen, geïnterneerden in Nederland en de vredesconferentie.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken / Afdeling Diplomatieke Zaken
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken / Afdeling Juridische Zaken
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken / Eerste Afdeling Politieke Zaken

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Bij Souverein Besluit van 3 maart 1814 werd het departement van Buitenlandse Zaken onderverdeeld in twee bureaux. Het eerste daarvan was belast met de politieke, juridische, protocollaire en geheime financiële zaken en de zogenaamde huishoudelijke dienst, het tweede met de aangelegenheden van consulaire en handelsaard. Deze tweedeling is aan te merken als de oorsprong van de administratieve ordening, welke aanvankelijk alle tot onderwerps- en zaakdossiers geordende bescheiden buiten de zogenaamde numerieke stukken bijeenbracht in de A- en B-dossiers.

In 1824 heeft men de beide bureaux weer tot één bureau verenigd om daarvan echter later - in 1861 - vooral voor de geheime stukken het "Kabinet van de Minister" af te splitsen. Dit laatste behandelde toen ook de kwestiën van protocollaire aard (met name ceremonieel, briefwisseling tussen de Koning en vreemde vorsten én regenten, (zg. protocolbrieven), geloofs- en terugroepingsbrieven, volmachten, bekrachtiging en afkondiging van verdragen, buitengewone zendingen van en naar vreemde mogendheden, zaken van het Koninklijk Huis, ridderorden en adelszaken). Het Kabinet beschikte over een eigen administratie en een eigen archief, dat echter in het begin nog niet zeer omvangrijk was.

Bij een ingrijpende reorganisatie in 1876 heeft men de beide oude bureaux van 1814 respectievelijk als Eerste Afdeling (Politieke zaken) en Tweede Afdeling (Consulaire en Handelszaken) opnieuw ingevoerd. Daarnaast is toen echter een Derde Afdeling in het leven geroepen, die de huishoudelijk-financiële zaken overnam. Tenslotte werd ook een Algemeen Secretariaat gevormd (later tijdelijk aangeduid als Secretarie) met de bureaux A (agenda, archief en index), B (protocol en bibliotheek) en C (expeditie). Het afzonderlijke Kabinetsarchief bleef behouden, al droeg men toen sommige taken daarvan over aan de Eerste Afdeling. Deze regeling is te zien als het uitgangspunt van alle latere wijzigingen. Van toen af kregen voorts de protocollaire stukken, al bleven zij soms tijdelijk in het Kabinetsarchief berusten, hun administratieve indeling van het veel omvangrijker "gewoon archief" (niet-kabinetsarchief), dat daarom ook wel als het "groot-archief" wordt aangeduid. In de dossiervorming veranderde niet veel.

Enkele meer opmerkelijke mutaties van later datum mogen hier nog worden aangestipt.

De Afdeling Politieke Zaken herdoopte men in 1919 in Directie Diplomatieke Zaken. Deze was in het bijzonder belast met de "behartiging van de betrekkingen met vreemde mogendheden", met vragen betreffende staatsvorm en souvereiniteit en met de politieke berichtgeving van de Nederlandse gezantschappen in het buitenland, welke laatste berichtgeving overigens doorgaans administratief bij het Kabinet was ingedeeld.

De verhouding tussen het kabinet van de minister en de afdeling politieke of de latere diplomatieke zaken was trouwens steeds van bijzondere aard. De chef van het kabinet, die de geheime stukken in handen kreeg en een belangrijk aandeel had in de briefwisseling met de diplomatieke vertegenwoordigers van Nederland in het buitenland, verving in latere jaren het hoofd van de Afdeling Diplomatieke Zaken, waaronder hij heette te ressorteren, bij diens afwezigheid. Het nauwe contact tussen het kabinet van de Minister en de Afdeling Politieke of Diplomatieke Zaken valt ook duidelijk waar te nemen in het voorkomen van kabinetsstukken in de A-dossiers en van A-stukken in die van het kabinet.

In 1919 zijn de juridische en administratieve zaken -tot dan toe behandeld door de Afdeling Politieke Zaken - afgehaakt en overgedragen aan een nieuwe afdeling Juridische (een tijdlang ook Juridische en Administratieve) Zaken. Voorts is na de Eerste Wereldoorlog een afdeling Volkenbondszaken in het leven geroepen, waarvan de bescheiden eveneens berusten in de A-dossiers. Voor de indeling van de documenten hebben ook deze wijzigingen niet zeer veel betekenis gehad. Men placht de nummers, die voor de behandelde zaken reeds waren aangewezen, onveranderd voort te zetten. In het geval van de Volkenbond heeft men de kwestie opgelost door een aantal ondernummers toe te voegen aan de bescheiden over de beide Haagse Vredesconferenties van 1899 en 1907 (A-194-). Zij vormen daar aldus een soort sub-archief, hetwelk afzonderlijk is beschreven.

De vorming van zulke sub-archieven komt méér voor in de A-dossiers. Ook de nummers A-37 (Internationaal Privaatrecht), A-175 (Internationale Arbeidsorganisatie) en A-250 (Oorlog 1914-1918) zouden wel als zodanig kunnen worden aangemerkt.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in