Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

BuZa 1813-1870

2.05.01
R. Kramer
Nationaal Archief, Den Haag
1989
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.01
Auteur: R. Kramer
Nationaal Archief, Den Haag
1989
CC0

Periode:

1813-1870

Omvang:

395,00 meter; 3750 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief is verdeeld in een chronologisch verbaal, met indices en klappers als toegangen, en een gedeelte op onderwerp geordende stukken. Dit laatste gedeelte bevat stukken over de volgende onderwerpen: organisatie en personeel van het departement en van de buitenlandse dienst, met onder meer een omvangrijke serie correspondentie inzake benoeming en ontslag van consulaire amtenaren; protocollaire aangelegenheden zoals: Koninklijk Huis, bekrachtiging van verdragen, onderscheidingen, erkenning van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers; behartiging van de belangen van Limburg (vanaf 1840) en Luxemburg (vanaf 1815) als leden van de Duitse Bond; betrekkingen met het buitenland, met stukken over grensverdragen, onderhandelingen over verdragen van handel en scheepvaart, scheepvaart (met name de Rijnvaart). In deze laatste rubriek zijn enkele belangrijke series ondergebracht: de traktaten uit de jaren 1813-1870 alsmede de politieke rapportage van Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland (vanaf 1853: voordien werden deze stukken opgelegd in het chronologische verbaal).

Archiefvormers:

  • Commissaris-Generaal voor de Inbezitneming der Ons Toegewezen Landen
  • Commissarissen tot de Conferentie tot Uitvoering art IX van het tussen Nederland en België gesloten Traktaat
  • Gecommitteerde tot Regeling van de Handelsaangelegenheden met België
  • Gobbelschroy, P.L.J.S. van
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken, Administratie van de Nationale Nijverheid
  • Secretariaat van Staat voor de Buitenlandse Zaken

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

Ordening van het archief

(

Gegevens voor deze inleiding zijn ontleend aan: F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, 2004), pp. 197-207.

)

De inventaris maakt globaal onderscheid in a. chronologisch geordende stukken (het verbaalarchief) en b. op onderwerp geordende stukken (de buiten-verbaal gehouden bescheiden). De laatste categorie bevat veel belangrijke stukken en de onderzoeker doet er dan ook verstandig aan eerst na te gaan of daarin relevante stukken zitten, en dan pas onderzoek te doen in het verbaal.

Verbaalarchief

In meerderheid zijn de stukken geborgen in het chronologisch verbaal. Vanuit het oogpunt van archiefsystematiek en wijze van berging van de stukken zijn een drietal periodes te onderscheiden: 1813-1823, 1824-1862 en 1863-1870.

Jaren 1813-1823:

In deze periode fungeerden twee bureaus, maar alleen in de eerste jaren (1813-1816) leidde dat per bureau tot aparte series ingekomen stukken, minuten van uitgaande stukken en bijbehorende toegangen. Vanaf 1817 is deze scheiding ongedaan gemaakt: er kwam één serie ingekomen stukken en één serie minuten, die elk hun eigen, per jaar doorlopende nummering hebben. Voor in elk pak ligt een lijst van ontbrekende nummers (vaak van stukken die gingen deel uitmaken van dossiers).

Om de relatie tussen ingekomen stuk en bijbehorend uitgaand stuk te achterhalen, kunnen zowel de agenda's als de indices dienen: in de rechter kolommen van agenda en index wordt verwezen naar datum en nummer van de minuut. De indices missen in deze jaren vaak een aparte hoofdenlijst, maar de hoofden (rubrieken) zijn wel alfabetisch geordend. Als hoofd zijn naast onderwerpen ook instanties (bijvoorbeeld: Amerika, legatie) gebruikt. In de klappers is per letter eerst een lijstje van onderwerpen en geografische begrippen opgenomen, daarna volgen (niet lexicografisch) de persoonsnamen.

Jaren 1824-1862:

Vanaf begin 1824 werden ingekomen stukken en minuten samengevoegd in één serie, waarbij de minuut van het uitgaande stuk werd geborgen bij - en op ontvangstdatum en agendanummer van het ingekomen stuk. Voor in elk pak ligt (net als in 1813-1823) een lijst van ontbrekende stukken, terwijl nu per dag een dagagenda is bijgevoegd, die in de rechter kolom verwijst naar de pagina's van de index.

Die indices zijn nodig om het vervolg van een zaak te kunnen traceren. De meeste indices hebben voorin (beknopte) hoofdenlijsten. Grotere hoofden zoals `Koophandel en zeevaart' of `Militaire zaken' kregen een nadere verdeling in sub-rubrieken. Omdat veel stukken in de indices werden ingeschreven zowel op onderwerp als op afzender, werd in de rechter kolom vaak verwezen naar een pagina waarop het stuk een tweede maal was geregistreerd. De klappers zijn qua systematiek ongewijzigd gebleven ten opzichte van de jaren 1813-1823.

Naast dagagenda's, indices en klappers zijn er over de gehele periode 1813-1870 voor de correspondentie met de legaties ook zogenaamde accusatieboekjes bijgehouden, in feite een concordantie tussen datum en nummers van de afzenders en die in het verbaal van Buitenlandse Zaken.

Jaren 1863-1870:

Ook in deze jaren werd het agendastelsel toegepast (met de minuten geborgen bij - en op ontvangstdatum en nummer van het bijbehorende ingekomen stuk), maar de agendanummering per dag werd vervangen door een per jaar doorlopende nummering. Op de minuten staat wel een veelal latere datum van verzending vermeld, maar deze datum had dus geen invloed op de berging. In een later stadium ingekomen en uitgegane stukken over een zelfde zaak kregen een eigen (hoger) nummer en werden daar ook opgelegd: binnen het verbaal vond dus geen dossiervorming plaats. Wel werden in toenemende mate stukken buiten het verbaal gehouden en tot onderwerp-bundels gevormd.

Er zijn voor deze periode geen indices beschikbaar. De klappers op eigennamen verwijzen nu naar de agendanummers. In de agenda's zelf werd in de rechter kolom vermeld, of en zo ja op welke dag een afdoening (minuut) plaats vond op de ingekomen stukken.

Geheim verbaal (vanaf 1825):

Het verbaal bevatte aanvankelijk ook de geheime stukken, tot deze categorie in oktober 1825 een eigen serie ging vormen, waarvan in 1828 weer een serie zeer-geheime verbalen werd afgesplitst. De wijze van berging is conform het niet-geheime verbaal. De geheime stukken werden meestal in aparte agenda's ingeschreven, maar in de indices samen met de niet-geheime stukken opgenomen.

Op onderwerp geordende stukken

Naast het verbaalarchief zijn er de op onderwerp geordende stukken, die door de inventarisator zijn gerubriceerd. Deze rubrieken weerspiegelen de diverse taken:

  • organisatie en personeel van het departement en van de buitenlandse dienst, met onder meer een omvangrijke serie correspondentie inzake benoeming en ontslag van consulaire amtenaren;
  • comptabele aangelegenheden, met registers van ordonnanties tot betaling, ontwerp-begrotingen, rekeningen;
  • protocollaire aangelegenheden, met sub-rubrieken als: Koninklijk Huis, bekrachtiging van verdragen, verlenen en aannemen van onderscheidingen, en erkenning van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers;
  • belangenbehartiging van Limburg (vanaf 1840) en Luxemburg (vanaf 1815) als leden van de Duitse Bond;
  • betrekkingen met het buitenland, met sub-rubrieken als: algemeen, politiek-militaire zaken (waaronder grensverdragen), economische zaken (met veel stukken betreffende de onderhandelingen over verdragen van handel en scheepvaart), juridische aangelegenheden (onder meer uitlevering van misdadigers), scheepvaart (met name de Rijnvaart).

In de sub-rubriek `algemeen' van deze laatste rubriek (betrekkingen met het buitenland) zijn enkele belangrijke series ondergebracht. Allereerst de serie traktaten uit de jaren 1813-1870, voorzien van een eigen nummering 1-399 (voor de bijbehorende ratificaties zie paragraaf 3.4). Voorts de zogenaamde ochtendrapportage aan de Koning en de politieke rapportage van Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland. De ochtendrapporten zijn in feite agenda's waarmee politieke depêches aan de Koning werden aangeboden, met een `voorlopig voorstel' van de minister inzake de afdoening en een kolom waarin de `beslissing van den Koning' kon worden vermeld (ook na 1848 toen er voor de Koning aanzienlijk minder zelfstandig viel te beslissen). De serie politieke rapportage begint in 1853: voordien werden deze stukken opgelegd in het verbaal. De serie is primair op jaar en secundair op diplomatieke standplaats geordend. Opgemerkt zij, dat tot in de tweede helft van de 19de eeuw de correspondentie tussen het departement en de diplomatieke vertegenwoordigers in het Frans werd gevoerd.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in