gahetNA in the National Archives

BiZa / Maatschappelijke Zorg

2.04.52
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1985
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.04.52
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1985
CC0

Periode:

1946-1952
merendeel (1948) 1946-1952

Omvang:

2,00 meter; 226 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Tot de Tweede Wereldoorlog was de bemoeienis van de overheid met armenzorg beperkt. Armlastigen werden ondersteund op grond van de Armenwet 1912. De Gemeente ondersteunde slechts die armen die geen steun ontvingen van kerkelijke organisaties of particulieren. Sociale wetgeving stond nog in de kinderschoenen. Zij die een uitkering kregen op grond van sociale wetten, zoals bijvoorbeeld de werklozensteun, vielen buiten de Armenzorg. Na de oorlog deden grote groepen van de bevolking een beroep op de armenzorg, veelal mensen wier bestaan was ontwricht door de oorlog. Evacué's, mensen die huis en haard hadden verloren in de oorlogsgebieden, repatrianten uit Nederlands-Indië, mensen die terugkeerden uit concentratiekampen of mensen die anderszins slachtoffer waren van de oorlog. Daarop werd een speciale afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken opgericht. Eind 1947 werd deze afdeling weer samengevoegd met de afdeling Armenwezen tot de afdeling Maatschappelijke Zorg. In het kader van de Woonruimtewet (1947) en de wet Huisvesting Gerepatrieerden (1950) kregen gemeenten de bevoegdheid om woonruimte te vorderen en woonvergunningen af te geven. De nieuwe afdeling Maatschappelijke Zorg werd verantwoordelijk voor het toezicht op dit beleid. In 1948 werd de afdeling Maatschappelijke Zorg gesplitst in twee onderafdelingen (M I en M II). Onder M I vielen o.a. Algemene en Juridische Zaken, Organisatie Hulpverlening, Krankzinnigenverpleging, Collectewezen, Pandhuiswet en de Zorg voor Onmaatschappelijken. Onder M II vielen Hulpverlening Oorlogsslachtoffers (HO) en Verdeling Woonruimte.
Het archief van de Afdeling Maatschappelijke Zorg bevat stukken m.b.t. allerlei plaatselijke zorginstellingen en regelingen (commissiestukken, wetsontwerpen, circulaires etc.). Tevens zijn er stukken betreffende het verblijf van oorlogsslachtoffers in het buitenland.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Maatschappelijke Zorg I
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Maatschappelijke Zorg II

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De ondersteuning van armlastigen in Nederland werd geregeld door de Armenwet van 1912. Deze wet stelde de hulp door kerkelijke en particuliere instellingen primair. Gemeenten mochten steun verlenen, indien de kerkelijke en particuliere instellingen daartoe niet of in onvoldoende mate in staat waren. Deze ondersteuning moest volgens artikel 29 de armoede opheffen. In de loop der tijd waren de kerkelijke en particuliere instellingen steeds minder in staat om steun te verlenen. Zo werd het aandeel van de burgerlijke armenzorg steeds groter en overtrof zelfs het aandeel van de andere instellingen.

Niet iedereen werd op grond van deze wet geholpen. Bepaalde groepen waren uit de armenzorgsfeer gehaald en werden op andere wijze geholpen, bijvoorbeeld op grond van de steunregeling voor werklozen en op grond van de toenemende sociale verzekeringen. Deze groepen vielen niet onder de zorg van Binnenlandse Zaken.

De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog stelden zware eisen aan de zorg voor de hulpbehoevenden, niet alleen door de ontwrichte economie, maar ook omdat groepen mensen in nood waren geraakt die voordien nooit een beroep hadden gedaan op de armenzorg. Welke groepen waren dat?

Ten eerste de verzetsslachtoffers: personen of hun nagelaten betrekkingen die tijdens de bezetting van het Rijk in Europa door daad en houding deelnamen aan het binnenlands verzet of die deel uitmaakten van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Ten tweede de oorlogsslachtoffers, een groep die werd onderverdeeld in:

  1. evacués; zij die verplicht of uit eigen beweging hun woning verlieten, of in het belang van de burgerbevolking, of vanwege het onbewoonbaar worden van hun woning door oorlogsgeweld, of uit vrees voor oorlogshandelingen en die, zolang zij daarheen niet konden terugkeren, niet in staat waren in hun levensonderhoud te voorzien;
  2. overige personen, die tengevolge van de oorlog dan wel van handelingen of maatregelen van de bezetter niet in staat waren in hun levensonderhoud te voorzien en daarom ondersteund moesten worden.

Ten derde de gerepatrieerden; personen of hun gezinnen die in Indonesië, Suriname of de Nederlandse Antillen gevestigd waren of daar militaire dienst hebben verricht en die wegens omstandigheden naar Nederland waren gekomen.

Tevens was door de oorlog en door de komst van duizenden gerepatrieerden een schrijnend tekort aan woonruimte ontstaan. Om de verdeling van de aanwezige woonruimte in goede banen te leiden werd in 1947 de Woonruimtewet aangenomen. Deze wet gaf de colleges van B & W de bevoegdheid om aan woningzoekenden een woonvergunning te verlenen en om woonruimte te vorderen. Voor de gerepatrieerden kwam in 1950 de Wet Huisvesting Gerepatrieerden tot stand als tijdelijke bijzondere voorziening ter bevordering van de huisvesting van betrokkenen. Deze wet maakte het voor de colleges van B & W aanzienlijk moeilijker om een gerepatrieerde een woonvergunning te weigeren.

De traditionele armenzorg viel voor 1948 onder de afdeling Armwezen (afd. A) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor de nieuwe groepen hulpbehoevenden was in april 1945 de afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken (afd. HO) ingesteld. Om nu de activiteiten op het terrein van de zorg voor deze groepen hulpbehoevenden te coördineren werden bij Ministeriële beschikking van 19 december 1947 met ingang van 1 januari 1948 (

Ministeriële beschikking van 19 december 1947 no. 57954, afdelingen HO/A, inv. nr. 81.

) de afdeling Armwezen en de afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken opgeheven en werd de afdeling Maatschappelijke Zorg (afd. MZ) ingesteld. Deze afdeling werd gesplitst in twee onderafdelingen. De onderafdeling MZ I met de bureaus Algemene en Juridische Zaken (AJZ), Organisatie Hulpverlening (OH), het bureau van de Adviseur in Algemene Dienst en de onderafdeling MZ II met de bureaus Hulpverlening Oorlogsslachtoffers (bureau 4 of HO) en Verdeling Woonruimte (bureau 5).

De volgende taken, afkomstig van de voormalige afdeling A, werden toegewezen aan de onderafdeling MZ I:

  1. toepassing van de Armenwet,
  2. alle zaken die met de toepassing van de Armenwet in verband stonden, zoals hulpverlening aan Nederlanders in het buitenland, betaling van de verpleegkosten van krankzinnigen op grond van artikel 39, verzorging van uit het buitenland overgenomen hulpeloze minderjarigen (Staatswezen), ondersteuning Schokkers (bewoners van het voormalige eiland Schokland), aangelegenheden betreffende het Weeshuis Buren,
  3. toepassing van de Krankzinnigenwet, voorzover met de betaling van verpleegkosten verband houdende,
  4. opstellen van het armverslag, bedoeld in artikel 201 van de Grondwet,
  5. verlenen van subsidies aan gemeentebesturen en burgerlijke instellingen van weldadigheid in de kosten van ondersteuning van vreemdelingen, politieke delinquenten, e.d.,
  6. voorbereiding prijsvaststellingen voor instellingen van weldadigheid, verpleeginrichtingen, e.d.,
  7. aangelegenheden betreffende het Centraal Archief en Inlichtingen Bureau inzake Maatschappelijk Hulpbetoon voor Nederland (collectewezen),
  8. toepassing van de Pandhuiswet,
  9. toepassing van de Geldschieterswet (credietwezen).

De volgende taken, afkomstig van de voormalige afdeling HO, werden aan de onderafdeling MZ II toegewezen:

  1. zorg voor verzetsslachtoffers (

    Onder meer toepassing van de Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945 van 22 augustus 1947, S. H 313.

    )
  2. zorg voor oorlogsslachtoffers (

    Toepassing van de regeling van 12 april 1945, beschikking van de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën no. 2769 afd. KB : E XXIII nopens de geldelijke verzorging van oorlogsslachtoffers, later gewijzigd in de Regeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers van 1 oktober 1950.

    )
  3. zorg voor gerepatrieerden (

    Onder meer toepassing van de Wet Huisvesting Gerepatrieerden van 8 december 1950, S. K 555.

    )
  4. geldelijke en maatschappelijke hulp aan degenen die, hoewel zij geen oorlogsslachtoffers zijn, geholpen worden volgens de regeling van 12 april 1945
  5. doelmatige verdeling van woonruimte (

    Toepassing van de Woonruimtewet 1947.

    )
    .
  6. zorg voor onmaatschappelijken

Niet alle activiteiten op het gebied van het maatschappelijk werk waren aan de afdeling toevertrouwd. Om politieke redenen (

Intermediair nr. 5, 1985.

) en om een verdere centralisatie te bewerkstelligen werd bij KB van 1 september 1952 (

KB van 1 september 1952, S. 460.

)
het Departement van Maatschappelijk Werk ingesteld. Dit nieuwe departement kreeg naast alle taken van de afdeling Maatschappelijke Zorg ook taken van de Departementen van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen op dit terrein.

Als uitvoerend orgaan voor de hulpverlening aan de oorlogsslachtoffers was in 1945 het Centraal Bureau voor de Verzorging van Oorlogsslachtoffers met daaronder de Provinciale en Districtsbureaus voor de Verzorging van Oorlogsslachtoffers opgericht. Deze werden eveneens bij beschikking van 19 december 1947 opgeheven (

Inv. nr. 81.

). Hiervoor in de plaats kwam de Rijksdienst, later Dienst voor Maatschappelijke Zorg, die voor de behartiging van alle zaken, welke ressorteerden onder de afdeling MZ, naar buiten optrad.

Lijst van personeelsleden van de afdeling
Bekkers, G.H.H.
Commies Bureau Verdeling Woonruimte
Benthem, E.C.A.
Hoofdcommies, hoofd van het Bureau Organisatie Hulpverlening
Bouman, P.H.J.
Commies Bureau Hulpverlening Oorlogsslachtoffers
Cohen, mej. C.R.
Adjunctcommies Bureau Organisatie Hulpverlening
Gennip, H.J.L. van
Commies Bureau Algemene & Juridische Zaken
Commies Bureau Organisatie Hulpverlening
Ginkel, mej. A.A. van
Commies Bureau Verdeling Woonruimte
Hardeman, J.M.
Referendaris (met persoonlijke titel van administrateur), chef van het Bureau Verdeling Woonruimte
Hutjes, W.J.
Hoofd Bureau Organisatie Hulpverlening Nederlanders in Duitsland (Arnhem)
Karres, mej. A.C.
Commies Bureau Algemene en Juridische Zaken
Kessler, W.A.F.
Hoofdcommies, inspecteur Bureau Hulpverlening Oorlogs-slachtoffers
Kortenoeven, A.
Adjunctcommies Bureau Hulpverlening Oorlogsslachtoffers
Momberg, A.F.
Adjunctcommies Bureau Organisatie Hulpverlening
Ouderkerk, mej. M.
Adjunctcommies Bureau Algemene en Juridische Zaken
Piso, W. Tj.
Commies Bureau van de Adviseur in Algemene Dienst; vanaf 1949 toevoeging: gedetacheerd bij de Dienst voor Maatschappelijke Zorg van het Ministerie van Binnenlandse Zaken
Putten, Dr.J.Th.A.H. van der
Administrateur; vanaf 1951 Raadadviseur, chef Maatschappelijke Zorg II
Rutten, M.J.A.P.E.
Hoofdcommies Bureau Hulpverlening Oorlogsslachtoffers
Schoonderbeek, Mr. W.
Referendaris, hoofd bureau Algemene en Juridische Zaken, tevens waarnemend chef Maatschappelijke Zorg I
Spoel, A.J.J. van der
Commies Bureau Algemene en Juridische Zaken
Vermeulen, G.B.J.
Adviseur in Algemene Dienst met de persoonlijke titel van Rijksinspecteur gemeentefinanciën
Vries, Mr. H.M.
Administrateur, chef Maatschappelijke Zorg I
Wehrmeyer, Mr. O.H.
Hoofdcommies Bureau Algemene en Juridische Zaken
Winter, P. de
Adjunctcommies Bureau Verdeling Woonruimte
Wondergem, J.
Hoofdcommies (vanaf 1951 Hoofdcommies A) Bureau Hulpverlening Oorlogsslachtoffers

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in