gahetNA in het Nationaal Archief

Tweede Kamer, 1945-1989

2.02.28
CAS 1306
Nationaal Archief, Den Haag
2004
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.02.28
Auteur: CAS 1306
Nationaal Archief, Den Haag
2004
CC0

Periode:

1849-1994
merendeel 1945-1989

Omvang:

706,00 meter; 20422 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat roosters der werkzaamheden, agenda's, notulen en de zgn. gedrukte stukken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; geloofsbrieven van de kamerleden, schriftelijke vragen van de kamerleden en antwoorden van de regering, ingekomen verzoekschriften en andere bescheiden van particulieren; en commissiearchieven van de vaste commissies, bijzondere commissies en overige commissies. De Handelingen zijn niet in dit archief opgenomen.

Archiefvormers:

  • Tweede Kamer der Staten-Generaal
  • Algemene Begrotingscommissie
  • Bijzondere Commissie Aanvulling wet Gemeenschappelijke Regelingen inzake de Samenwerking Gemeenten en Waterschappen
  • Bijzondere Commissie Aanvullingen over het Wederrechtelijk Gebruik van een Woning/Lokaal en Verhuur van Afbraak Woningen
  • Bijzondere Commissie Begeleiding van Spaarloon op het Terrein van de Belasting- en Premieheffing
  • Bijzondere Commissie Beleid inzake Grond- en Kieswet
  • Bijzondere Commissie Beleid inzake Massamedia en Draadomroepinrichtingen
  • Bijzondere Commissie Bepalingen met betrekking tot het Einde van Huur en Verhuur van Woonruimte
  • Bijzondere Commissie Bescherming van het Telefoongeheim naar Belgisch Recht
  • Bijzondere Commissie Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen
  • Bijzondere Commissie Brief inzake de Ontginning van het Gasveld Bergen
  • Bijzondere Commissie Brief van de Regering inzake Terreurbestrijding
  • Bijzondere Commissie Comptabiliteitswet
  • Bijzondere Commissie Deelneming in het Aandelenkapitaal van door de Staat met Anderen op te Richten Financierings Maatschappij
  • Bijzondere Commissie Deugdelijkheid in het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
  • Bijzondere Commissie Financiering van de Bouw en Inrichting van een Kernreactor in Nederland
  • Bijzondere Commissie Fiscale Faciliteiten voor de Bezitsvorming met betrekking tot Effecten
  • Bijzondere Commissie Geldelijke Voorzieningen Leden van de Staten Generaal en Hun Nabestaanden; Opneming Additioneel Artikel
  • Bijzondere Commissie Gemeenschappelijke Regeling tot Oprichting van het Havenschap Terneuzen
  • Bijzondere Commissie Gemeenschappelijke Regeling tot Oprichting van het Havenschap Vlissingen
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring Beschikking ingevolge Art. 5 Wet Kapitaaluitgaven Publiekrechtelijke Lichamen
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring Besluit met betrekking tot Toepassing Art. 4 Wet Kapitaaluitgaven Publiekrechtelijke Lichamen
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring Europese Overeenkomst van Radio en Televisie-uitzending door Stations buiten Nationaal Gebied
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring Overeenkomst Nederland/Indonesië inzake de Nog Bestaande Financiële Vraagstukken
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van de Beschikking van de Minister van Financiën inzake Beperking van de Investeringsaftrek
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van de Overeenkomst tussen Nederland en de Vincent van Goghstichting
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van het Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van het Verdrag betreffende de Politieke Rechten van de Vrouw
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van het Verdrag met België inzake de Verbinding tussen de Schelde en de Rijn
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring van Verdragen inzake Tekeningen en Modellen
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring Verdrag tussen Nederland en Duitsland inzake de Grenzen van het Continentaal Plat
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring voor Suriname inzake Ondertekende Verdrag tot Oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
  • Bijzondere Commissie Goedkeuring/Uitvoering Verdrag tegen het Kapen en Wederrechtelijke Gedragingen tegen de Veiligheid van Vliegtuigen
  • Bijzondere Commissie Grondpolitiek (Voorkeursrecht Gemeenten, Wijziging Onteigeningswet)
  • Bijzondere Commissie Grondwaterwet
  • Bijzondere Commissie Herstructurering Wetenschappelijk Onderwijs en Voorbereiding Samenhang HBO-WO
  • Bijzondere Commissie Herziening van het Echtscheidingsrecht
  • Bijzondere Commissie Hoofdlijnen Ontwikkeling van de Waddenzee
  • Bijzondere Commissie Huisvesting der Kamer
  • Bijzondere Commissie Initiatiefvoorstel Drees/Berger tot Wijziging van de Aanwijzingswet PTT
  • Bijzondere Commissie Initiatiefvoorstel Wieringa c.s. tot Wijziging van de Onteigeningswet
  • Bijzondere Commissie Inrichting van een Buisleidingenstraat van Pernis naar de Schelde en een Zijtak van Noordhoek naar Nispen
  • Bijzondere Commissie Instelling van een Bezitvormingsfonds
  • Bijzondere Commissie Instelling van een Rijkswegenfonds (Wet op het Rijkswegenfonds)
  • Bijzondere Commissie Instelling Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
  • Bijzondere Commissie Interim-nota Inkomensbeleid
  • Bijzondere Commissie Interim-nota inzake de Bestrijding van de Werkloosheid
  • Bijzondere Commissie Inventarisatie van Voorzieningen voor Gehandicapten
  • Bijzondere Commissie Jaarlijks door Draagkrachtige Huurders van Woningen in de Rijkskas te Storten Bijdragen
  • Bijzondere Commissie Maatregelen met betrekking tot de Financiering van de Pensioenvoorzieningen van de Steenkolenmijnindustrie
  • Bijzondere Commissie Maatregelen voor Oliehoudende Producten uit de Geassocieerde Afrikaanse Staten en Madagascar/Landen Overzee
  • Bijzondere Commissie Machtiging tot Deelneming in de Aanvulling der Middelen van de Internationale Ontwikkelings Associatie
  • Bijzondere Commissie Machtigingswet Inkomensvorming en Bescherming Werkgelegenheid
  • Bijzondere Commissie Migratie en Begeleiding van Surinamers en Antillianen
  • Bijzondere Commissie Nadere Regelen betreffende het Accountswezen
  • Bijzondere Commissie Nieuwe Bepalingen inzake de Inrichting, Samenstelling en Bevoegdheid van het Provinciaal Bestuur
  • Bijzondere Commissie Nieuwe Regelen met betrekking tot het Afbreken van Zwangerschap
  • Bijzondere Commissie Nieuwe Regeling van de Winkelsluiting
  • Bijzondere Commissie Nieuwe Regeling van het Kwekersrecht, het Verkeer van Teeltmateriaal van Land- en Tuinbouwgewassen
  • Bijzondere Commissie Nota Bejaardenbeleid
  • Bijzondere Commissie Nota Bejaardenbeleid 1970
  • Bijzondere Commissie Nota betreffende Achtergronden en Risico's van Druggebruik
  • Bijzondere Commissie Nota betreffende de zaak Van der Putten
  • Bijzondere Commissie Nota betreffende het Omroepbestel
  • Bijzondere Commissie Nota en Bepalingen inzake Buitenlandse Werknemers
  • Bijzondere Commissie Nota Hoger Onderwijs in de Toekomst
  • Bijzondere Commissie Nota inzake de Ministeriële Verantwoordelijkheid voor het Koninklijk Huis
  • Bijzondere Commissie Nota inzake de Werkgelegenheid
  • Bijzondere Commissie Nota inzake Onderwijs- en Arbeidsmaatregelen voor Werkende Jongeren
  • Bijzondere Commissie Nota Knelpunten Harmonisatie Welzijnsbeleid en -wetgeving
  • Bijzondere Commissie Nota Noorden des Lands
  • Bijzondere Commissie Nota Ontwikkeling van de Haagse Agglomeratie en de Afremming van de Groei van de Kantorensector
  • Bijzondere Commissie Nota Ontwikkeling van het Noorden des Lands
  • Bijzondere Commissie Nota Situering van Nieuwe Terreinen voor Militaire Doeleinden
  • Bijzondere Commissie Nota Studiefinanciering
  • Bijzondere Commissie Nota Ter Beschikkingstelling
  • Bijzondere Commissie Nota Uitbreiding van de Haagse Agglomeratie
  • Bijzondere Commissie Nota voor een Nieuw Militair Strafprocesrecht
  • Bijzondere Commissie Nota Vraagpunten over Herziening van de Politiewet
  • Bijzondere Commissie Nota Woonwagenbeleid
  • Bijzondere Commissie Nota's Nationale Parken, Nationale Landschapsparken en Agrarische Cultuurlandschappen
  • Bijzondere Commissie Onderlinge Aanpassing van Sociale Verzekeringswetten en Belastingwetten
  • Bijzondere Commissie Onderzoek Militair Aankoopbeleid
  • Bijzondere Commissie Onteigening van Percelen voor de Uitvoering van het Spaarbekkenproject Brabantse Biesbos door een Waterwinbedrijf
  • Bijzondere Commissie Ontwerp Financiële Verhoudingswet 1959
  • Bijzondere Commissie Ontwerp van Wet op de Registeraccountants
  • Bijzondere Commissie Ontwerp-Noodwet Arbeidsvoorziening
  • Bijzondere Commissie Ontwerp-Noodwet Geneeskundigen
  • Bijzondere Commissie Rapport betreffende de Financiële Positie van de Gescheiden Vrouwen en Haar Gezinnen
  • Bijzondere Commissie Rapport Erediensten
  • Bijzondere Commissie Rapport Interparlementaire Werkgroep over het Vraagstuk van de Detailhandelsactiviteiten buiten Winkelgebieden
  • Bijzondere Commissie Rapport over de Kabeltelevisie
  • Bijzondere Commissie Rapport van de Adviescommissie inzake Migratie van Surinamers en Antillianen
  • Bijzondere Commissie Rapport van de Commissie Friese Taalpolitiek
  • Bijzondere Commissie Reactie op Brieven waarin duidelijk wordt gesteld om Bepaalde Uitspraken niet te herzien
  • Bijzondere Commissie Regelen Beroep op de Raad van State tegen Overheidsbeschikkingen en Wijziging Wet op de Raad van State
  • Bijzondere Commissie Regelen betreffende Algemene Volkstellingen (Volkstellingenwet)
  • Bijzondere Commissie Regelen betreffende de Rechtstoestand van de Dienstplichtige Militairen van de Kkrijgsmacht
  • Bijzondere Commissie Regelen de als Categorieën van Inrichtingen of als Verstrekkingen Vormen als Maatschappelijke Dienstverlening
  • Bijzondere Commissie Regelen in Belang van het Voorkomen of Beperken van Luchtverontreiniging
  • Bijzondere Commissie Regelen inzake de Opheffing van de Afd. Effectenregistratie van de Raad voor Rechtsherstel
  • Bijzondere Commissie Regelen inzake het Beroeps- of Bedrijfsmatig Verlenen van Consumptieve Kredieten
  • Bijzondere Commissie Regelen inzake Werkstaking
  • Bijzondere Commissie Regelen inzake Wettelijke Aansprakelijkheid op het Gebied van de Kernenergie
  • Bijzondere Commissie Regelen met betrekking tot de Handel in Antibiotica, Hormoonpreparaten, Thyreostatica e.d. bestemd voor Dieren
  • Bijzondere Commissie Regelen met betrekking tot de Reconstructie van Midden-Delfland
  • Bijzondere Commissie Regelen nopens de Hygiëne op en in Kampeerplaatsen
  • Bijzondere Commissie Regelen omtrent de Erkenning van Rijscholen
  • Bijzondere Commissie Regelen omtrent de Privaatrechtelijke Bescherming tegen Misleidende Reclame
  • Bijzondere Commissie Regelen omtrent de Verontreiniging van Oppervlaktewateren
  • Bijzondere Commissie Regelen omtrent de Winning van Bodemmaterialen op of in het onder de Noordzee Continentale Plat
  • Bijzondere Commissie Regelen ten aanzien van Investeringen in Bepaalde Delen van het Land
  • Bijzondere Commissie Regelen tot Bevordering van een Goede Toepassing van het Afbetalingsstelsel
  • Bijzondere Commissie Regelen tot het Tegengaan van Misbruik bij Colportage
  • Bijzondere Commissie Regelen voor Onderzoek naar en de Winning van Delfstoffen in of op het onder de Noordzee Continentale Plat
  • Bijzondere Commissie Regelen Wettelijke Aansprakelijkheid Exploitanten van Nucleaire Schepen
  • Bijzondere Commissie Regeling inzake Vrijstelling van de Militaire Dienst wegens Ernstige Gewetensbezwaren
  • Bijzondere Commissie Regeling Schadeloosstelling Leden Tweede Kamer der Staten-Generaal
  • Bijzondere Commissie Regeling van Bevoegdheden en Verplichtingen van de Assistent-arts
  • Bijzondere Commissie Regeling van de Arbeids- en Rusttijden van Schepelingen aan Boord van Zeilschepen
  • Bijzondere Commissie Regeling van de Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid
  • Bijzondere Commissie Regeling van de Titel 'Ing'
  • Bijzondere Commissie Regeling van het Financieel Statuut van het Koninklijk Huis
  • Bijzondere Commissie Regeling van het Leerlingwezen
  • Bijzondere Commissie Regeling Vergoeding van Kosten Welke uit de Vervulling van het Lidmaatschap van de Eerste Kamer Voortvloeien
  • Bijzondere Commissie Regeling voor het Voortgezet Onderwijs
  • Bijzondere Commissie Regelingen omtrent Ontgrondingen, Wijziging van de Ontgrondingwet en Aanvulling van de Rivierenwet
  • Bijzondere Commissie Regels m.b.t. Voorzieningen voor Dienstplichtige Militairen en daarmee Gelijkgestelden bij Arbeidsongeschiktheid
  • Bijzondere Commissie Regels ter Bescherming van het Telefoongeheim
  • Bijzondere Commissie Regeringsbeleid ten aanzien van Blokkades van Waterwegen
  • Bijzondere Commissie Retorsiewet Zeescheepvaart
  • Bijzondere Commissie Spreiding Rijksdiensten
  • Bijzondere Commissie Strafbaarstelling van het Gewelddadig in zijn Macht Brengen of Houden van Luchtvaartuigen
  • Bijzondere Commissie Structuurschema ELektriciteitsvoorziening
  • Bijzondere Commissie Tegemoetkoming in Schade als Bedoeld in Art. 8 van de Deltawet en door de Afsluiting van de Lauwerszee
  • Bijzondere Commissie Uitbanning van Elke Vorm van Rassendiscriminatie
  • Bijzondere Commissie Uitkering/belastingvrijdom Koninklijk Huis alsmede Geldelijke Voorzieningen Leden der Staten-Generaal
  • Bijzondere Commissie Uitvoering en Wijziging Vleeskeuringwet
  • Bijzondere Commissie Ultracentrifugeproject
  • Bijzondere Commissie Vaarplicht in Geval van Oorlog etc.
  • Bijzondere Commissie Vaarplichtwet
  • Bijzondere Commissie Vaststelling Nieuwe Voorschriften omtrent Wegenplannen en de Uitkeringen voor Wegen
  • Bijzondere Commissie Vaststelling van Overgangsregelen van de Wet nopens de Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting
  • Bijzondere Commissie Verdere Opschorting van de Overgang van Rechtswege van Gemeenten van Rijks- naar Gemeentepolitie en Omgekeerd
  • Bijzondere Commissie Verlenging KB over Onverbindend Verklaring van Bepalingen betr. Verticale Prijsbinding in Mededingingsregelingen
  • Bijzondere Commissie Verlenging Regeling inzake de Bevoegdheden en Verplichtingen van de Assistent-arts door Hernieuwde Vaststelling
  • Bijzondere Commissie Verlenging van de Wettelijke Vakantieduur in het Burgerlijk Wetboek
  • Bijzondere Commissie Verplichte Deelneming in een Beroepspensioenregeling
  • Bijzondere Commissie Verplichte Verzekering tegen Wettelijke Aansprakelijkheid inzake Motorvoertuigen
  • Bijzondere Commissie Vervallen van Art. 185 van de Grondwet onder Opneming van een Additioneel Artikel
  • Bijzondere Commissie Verzoekschrift H.A. Dolleman te Rotterdam
  • Bijzondere Commissie Verzoekschrift van J.H.W. Nelissen te Beesel om Schadevergoeding
  • Bijzondere Commissie Voorbehouden bij het Europees Vestigingsverdrag
  • Bijzondere Commissie Vooropleidingseisen voor Toelating tot het Examen van Kandidaat-Deurwaarder
  • Bijzondere Commissie Voorstel Boot/Van Schaik tot Wijziging van Diverse Wetten t.b.v. Nagelaten betrekkingen van Werknemers
  • Bijzondere Commissie Voorstel De Gaay Fortman tot Invoering van de Rechtsmiddelen van Cassatie in Belang van de Wet Mil. Strafrecht
  • Bijzondere Commissie Voorstel De Gaay Fortman/Jurgens tot Wijziging van de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst
  • Bijzondere Commissie Voorstel Dijkstra/Goudsmit tot Wijziging van de Wegenverkeerswet
  • Bijzondere Commissie Voorstel Geurtsen/Van Schaik tot Wijziging van de Wet op de Kansspelen
  • Bijzondere Commissie Voorstel Lamberts/Roethof tot het Wijzigen van het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering
  • Bijzondere Commissie Voorstel op de Comptabiliteitswet
  • Bijzondere Commissie Voorstel van der Sanden c.s. inzake Wet Europese Verkiezingen
  • Bijzondere Commissie Voorstel van Oele tot het Wijzigen van de Mijnwet Continentaal Plat
  • Bijzondere Commissie Voorstel van Rossum tot Wijziging van de Loodswet
  • Bijzondere Commissie Voorstel van Thijn c.s. tot Verandering van Art. 90, 137 en 152 van de Grondwet
  • Bijzondere Commissie Voorstel Vondeling c.s. tot Wijziging Wet Kapitaaluitgaven Publiekrechtelijke Lichamen
  • Bijzondere Commissie Voorstel Vondeling tot het Brengen van Onroerende Goederen onder de Werkingssfeer van de Prijzenwet
  • Bijzondere Commissie Voorziening bij de Kroon tegen Administratieve Beschikkingen
  • Bijzondere Commissie Voorzieningen met betrekking tot Premiespaarregelingen en Winstdelingsspaarregelingen voor Werknemers
  • Bijzondere Commissie Voorzieningen ten Aanzien van Installaties op het onder de Noordzee Gelegen Deel van het Continentaal Plat
  • Bijzondere Commissie Wereldvoedselconferentie 1974
  • Bijzondere Commissie Werkgroep Rhodesië Boycot
  • Bijzondere Commissie Wet op de Dierproeven
  • Bijzondere Commissie Wet op de Kansspelen
  • Bijzondere Commissie Wet op de Lijkbezorging
  • Bijzondere Commissie Wet op de Ondernemingsraden
  • Bijzondere Commissie Wet op de Raad van State
  • Bijzondere Commissie Wet op het Schadeverzekeringsbedrijf
  • Bijzondere Commissie Wet Openbaarheid van Bestuur
  • Bijzondere Commissie Wet Premie Kerkenbouw
  • Bijzondere Commissie Wet Verhoging Kiesdrempel
  • Bijzondere Commissie Wet Ziektekostenvoorziening Ambtenaren
  • Bijzondere Commissie Wetenschappelijk Onderwijs voor de Krijgsmacht
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp Eerste Richtlijnen Vennootschapsrecht
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp Jeugdfilmkeuring en het Initiatiefontwerp Voogd tot Afschaffing van de Filmkeuring voor Volwassenen
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp Jeugdspaarwet
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp tot Aanvulling van Art. 11 van de Drank- en Horecawet
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp tot Voorlopige Voorziening inzake Verruiming van het Gemeentelijke Belastinggebied
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp Wet op de Loonvorming
  • Bijzondere Commissie Wetsontwerp Wijziging van de Wet Goederenvervoer
  • Bijzondere Commissie Wettelijke Bepalingen m.b.t. Huur en Verhuur van Bedrijfsruimte en tot Onteigening van Verhuurde Bedrijfsruimte
  • Bijzondere Commissie Wijziging Art. 2 Wet Kapitaaluitgaven Publiekrechtelijke Lichamen
  • Bijzondere Commissie Wijziging Art. 240Bis en Intrekking Art. 451ter van Wetboek van Strafrecht
  • Bijzondere Commissie Wijziging Bepalingen van het Wetboek van Koophandel omtrent Makelaars
  • Bijzondere Commissie Wijziging Loterijwet en Wet op de Loterijbelasting
  • Bijzondere Commissie Wijziging van Art. 23 van de Machtigingswet Inkomensvorming en Bescherming Werkgelegenheid
  • Bijzondere Commissie Wijziging van Art. 4 Wet Kapitaaluitgaven Publiekrechtelijke Lichamen
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Art. 1637s en 1638r van het Burgerlijk Wetboek
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Art. 53-54c van het Wetboek van Koophandel
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Artikelen 19 en 23 van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Bedragen Vastgesteld in de Art. 22, 23 en 26 1e Lid van de Grondwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Bepalingen inzake Gemeentelijke en Provinciale Belastingen
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Bepalingen omtrent de Beëindiging van Arbeidsovereenkomsten
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Erfgooierswet 1912
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Financiële Verhoudingswet 1960
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Financiële Verhoudingswet 1960 en de Algemene Bijstandswet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Jachtwet en Dierenvervoer
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Krankzinnigenwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Landbouwwet, Financiële Verhoudingswet en Provinciewet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Luchtvaartwet m.b.t. de Aanwijzing van Luchtvaart-terreinen en het Vliegveld Welschap
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Medische Tuchtwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Octrooiwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Onteigeningsprocedure
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Ontgrondingswet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Rijksoctrooiwet en Goedkeuring van het Europese Octrooiverdrag
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Rijtijdenwet 1936
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Telegraaf- en Telefoonwet 1904
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Veewet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Warenwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Wegenverkeerswet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de wet Bezitvormingsfonds
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Wet Olieverontreiniging Zeewater
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Wet Selectieve Investeringsregeling
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Wet tot Regeling van de Schadeloosstelling voor de Leden der Tweede Kamer
  • Bijzondere Commissie Wijziging van de Ziekenfondswet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van de Huurwet
  • Bijzondere Commissie Wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de Huur/ Verhuur van Bedrijfsruimte
  • Bijzondere Commissie Wijziging van het Militair Strafprocesrecht, het Militair Strafrecht en Tuchtrecht en de Wet Gevangeniswezen
  • Bijzondere Commissie Wijziging Wet Immunisatie Militairen
  • Bijzondere Commissie Wijziging wet op de Krijgstucht en Militair Straf(proces)recht en Herziening van het Militair Tuchtrecht
  • Bijzondere Commissie Wijziging Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs
  • Bijzondere Commissie Wijziging Wet Uitkeringen Wegen
  • Bijzondere Commissie Wijziging Wetboek van Koophandel (Voorzieningen m.b.t. de Structuur der Naamloze en Besloten Vennootschap)
  • Bijzondere Commissie Wijziging Wetboek van Strafrecht, Wet op de Economische Delicten, Burgerlijk Wetboek en Besluit Arbeidsverhoudingen
  • Bijzondere Commissie Ziekenfondswet
  • Commissie tot Onderzoek der Geloofsbrieven
  • Commissie voor de Huishoudelijke Aangelegenheden
  • Commissie voor de Verzoekschriften
  • Commissie voor de Werkwijze van de Tweede Kamer
  • Gemengde Commissie voor de Stenografie uit de beide Kamers der Staten-Generaal
  • Interparlementaire commissie inzake de Nederlandse Taalunie
  • Nederlandse Groep van de Interparlementaire Unie (IPU)
  • Vaste Commissie Ambtenarenzaken en Pensioenen
  • Vaste Commissie Bescherming Burgerbevolking
  • Vaste Commissie Betrekkingen met de Nederlandse Antillen
  • Vaste Commissie Betrekkingen met Suriname en de Nederlandse Antillen
  • Vaste Commissie Binnenlandse Veiligheidsdienst
  • Vaste Commissie Binnenlandse Zaken
  • Vaste Commissie Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
  • Vaste Commissie Buitenlandse Zaken
  • Vaste Commissie Civiele Verdediging
  • Vaste Commissie Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
  • Vaste Commissie Defensie
  • Vaste Commissie Deltazaken
  • Vaste Commissie Duidelijke Taal
  • Vaste Commissie Economische Zaken
  • Vaste Commissie Financiën
  • Vaste Commissie Indische Zaken
  • Vaste Commissie Indonesië
  • Vaste Commissie Industrie
  • Vaste Commissie Inlichtingen en Veiligheidsdiensten
  • Vaste Commissie Justitie
  • Vaste Commissie Kernenergie
  • Vaste Commissie Landbouw
  • Vaste Commissie Landbouw en Visserij
  • Vaste Commissie Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
  • Vaste Commissie Maatschappelijk Werk
  • Vaste Commissie Midden- en Kleinbedrijf
  • Vaste Commissie Middenstand
  • Vaste Commissie Milieuhygiëne
  • Vaste Commissie Naturalisaties
  • Vaste Commissie Ombudsman
  • Vaste Commissie Onderwijs
  • Vaste Commissie Onderwijs en Wetenschappen
  • Vaste Commissie Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
  • Vaste Commissie Ontwikkelingssamenwerking
  • Vaste Commissie Oorlog en Marine
  • Vaste Commissie Overgangszaken Indonesië
  • Vaste Commissie Overzeese Rijksdelen
  • Vaste Commissie Repatriëring
  • Vaste Commissie Repatriëring uit Indonesië
  • Vaste Commissie Scheepvaart
  • Vaste Commissie Sociale Verzekering
  • Vaste Commissie Sociale Zaken
  • Vaste Commissie Sociale Zaken en Volksgezondheid
  • Vaste Commissie Uniezaken
  • Vaste Commissie Verkeer en Waterstaat
  • Vaste Commissie Visserij
  • Vaste Commissie Volksgezondheid
  • Vaste Commissie Volkshuisvesting en Bouwnijverheid
  • Vaste Commissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
  • Vaste Commissie voor de Handelspolitiek
  • Vaste Commissie voor de Rijksuitgaven
  • Vaste Commissie voor Privaat- en Strafrecht
  • Vaste Commissie Watersnood
  • Vaste Commissie Wederopbouw en Volkshuisvesting
  • Vaste Commissie West-Indië
  • Vaste Commissie Wetenschapsbeleid
  • Vaste Commissie Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs
  • Vaste Commissie Zaken Overzee

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1. De Tweede Kamer der Staten-Generaal
Taken en bevoegdheden van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer der Staten-Generaal is het belangrijkste orgaan van het democratische bestel zoals dat in Nederland bestaat. Dit staatscollege, tot 1956 bestaande uit honderd leden, telt sindsdien honderdvijftig gekozen volksvertegenwoordigers en heeft twee taken: een controlerende en een (mede)wetgevende. De eerste taak betreft het controleren van de uitvoerende macht, d.w.z. de regering. De tweede taak is het maken van wetten in samenwerking met de regering en de Eerste Kamer. De activiteiten van de Tweede Kamer bestaan erin te vergaderen, te debatteren en te stemmen. Om haar taak als controleur en (mede)wetgever goed te kunnen vervullen, heeft de Tweede Kamer een aantal bevoegdheden/rechten. Deze zijn: het budgetrecht, het vragenrecht, het recht van interpellatie, de mogelijkheid om moties in te dienen, het enquêterecht, het recht van amendement en het recht van initiatief.

Wijze van vergaderen

De leden van de Tweede Kamer vergaderen plenair of in een commissie. De meeste kamerleden leggen zich op één of enkele onderwerpen toe. Meestal nemen alleen die kamerleden deel aan het plenaire debat deel die gespecialiseerd zijn in het onderwerp dat wordt behandeld. Dat zijn doorgaans dezelfde kamerleden die daarover ook al hebben vergaderd in de verschillende kamercommissies, zoals de Vaste commissie voor Justitie, of die voor Verkeer en Waterstaat of voor Defensie etc. Commissievergaderingen zijn, net als de plenaire vergadering, in beginsel openbaar.

Een debat in de plenaire vergadering verloopt volgens een vast patroon. Eerst komen de kamerleden aan het woord. De minister of staatssecretaris reageert hierop. Meestal zijn in deze 'eerste termijn' niet alle vragen voldoende beantwoord. Daarom volgt nog een tweede termijn: opnieuw voeren verschillende kamerleden het woord. De bewindspersoon geeft opnieuw antwoord. Dit wordt repliek (de Kamer) en dupliek (de bewindspersoon) genoemd. Soms zijn dan nog niet alle vragen beantwoord en volgt nog een derde termijn. Vooral in tweede termijn worden sprekers meestal onderbroken in hun betoog. Dit zijn de zogeheten interrupties. Hiertoe staan in de huidige plenaire zaal tegenover het spreekgestoelte vier interruptiemicrofoons opgesteld.

Wijze van besluitvorming

Besluiten worden door de Tweede Kamer genomen via stemming. De procedure is als volgt. De Voorzitter van de Tweede Kamer opent de kamervergadering indien hij zeker is van het quorum. Dat wil zeggen dat meer dan de helft van het aantal leden aanwezig is in het kamergebouw, dus minimaal zesenzeventig leden. Elk kamerlid tekent een presentielijst, zodra hij/zij het kamergebouw binnenkomt. Zo blijft de voorzitter op de hoogte van het aantal aanwezige leden. Nu kan tijdens de vergaderdag het aantal aanwezige leden in de zaal teruglopen tot minder dan 76. Er kunnen dan geen geldige stemmingen plaatsvinden. Daarom zal de Voorzitter in geval van een stemming een bel laten gaan als teken dat de kamerleden naar de vergaderzaal moeten komen om te gaan stemmen. Overigens is doorgaans van te voren bekend wanneer er stemmingen zullen plaatsvinden. De Kamer besluit met of zonder stemming. In het laatste geval wordt het besluit eenstemmig genomen tenzij één of meer leden aantekening vragen geacht te willen worden te hebben tegengestemd.

In de Tweede Kamer kan op drie manieren worden gestemd: met handopsteken, hoofdelijk of schriftelijk. Als de leden van een fractie die in de vergaderzaal aanwezig zijn voor of tegen een wetsvoorstel of amendement (een wijziging op een wetsvoorstel) stemmen, dan gaat de Voorzitter er vanuit dat de hele fractie voor of tegen stemt, tenzij geconstateerd wordt dat één of meer leden anders stemmen dan de meerderheid van hun fractie. Elk kamerlid kan om een hoofdelijke stemming vragen. Hierbij stemt ieder lid, wanneer zijn naam wordt afgeroepen, vóór of tegen. Schriftelijke stemmingen vinden alleen plaats als de Tweede Kamer een persoon moet voordragen of benoemen of bij het kiezen van haar eigen voorzitter.

2. Medewetgeving en Controle
Medewetgeving

Medewetgeving, het behandelen van wetsvoorstellen, is één van de twee hoofdtaken van de Tweede Kamer. Dit wetgevingsproces gaat als volgt in zijn werk. Als een minister of staatssecretaris iets wettelijk wil regelen, geeft hij zijn ambtenaren de opdracht een tekst voor een wetsvoorstel te maken. Gaat het bijvoorbeeld om nieuwe belastingplannen, dan ligt het voor de hand dat die plannen worden uitgewerkt op het Ministerie van Financiën. Gaat het over een wijziging in de hoogte van de huursubsidies dan is het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer erbij betrokken. Het komt overigens vaak voor dat er meer dan één ministerie bij een wetsvoorstel betrokken is. Nadat het wetsvoorstel in de ministerraad is besproken en goedgekeurd gaat het naar de Raad van State. De Raad van State is het hoogste adviescollege van de regering. De Raad beoordeelt vooral de juridische aspecten van het voorstel. Regelmatig brengt de regering op advies van de Raad van State wijzigingen in een wetsvoorstel aan. De regering is dat overigens niet verplicht.

Vervolgens gaat het wetsvoorstel met een Memorie van Toelichting en het advies van de Raad van State naar de Koningin. De Memorie van Toelichting geeft tekst en uitleg over doel en inhoud van het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel wordt voorzien van een door de Koningin ondertekende vaste tekst, de zogenaamde Koninklijke Boodschap. Het geheel wordt ingediend bij de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel gaat nu naar de kamercommissie, waarvan de werkzaamheden betrekking hebben op het beleidsterrein dat het voorstel bestrijkt. Elke in die commissie vertegenwoordigde fractie kan vragen en opmerkingen over het wetsvoorstel naar voren brengen. Onder verantwoordelijkheid van de griffier maakt de commissie een verslag van deze besprekingen. Het verslag wordt aan alle kamerleden en aan de regering gezonden. Dit is een openbaar stuk: iedereen die dat wil, kan het lezen. Om het wetsvoorstel goed op zijn gevolgen te kunnen beoordelen, kan de commissie andere personen en organisaties verzoeken om schriftelijk commentaar op het wetsvoorstel. Zij kan ook een hoorzitting organiseren waar personen of organisaties mondeling commentaar kunnen geven. Als de commissie gereed is met de voorbereiding en geen vragen meer heeft, is weer de beurt aan de minister. Die reageert in een stuk dat 'Nota naar aanleiding van het verslag' heet op de opmerkingen van de commissie. Ook dit antwoord wordt gedrukt en aan alle leden van de Tweede Kamer toegezonden.

Wat dan volgt is de plenaire behandeling van het wetsvoorstel. De minister(s) of staatssecretaris(sen) moet(en) het voorstel in de Tweede Kamer verdedigen. Bij de behandeling van een wetsvoorstel kunnen kamerleden gebruik maken van hun recht van amendement: ze kunnen wijzigingen indienen en trachten daar een meerderheid voor te krijgen. Ook kan een kamerlid het debat over het wetsvoorstel aangrijpen om moties in te dienen. Tot slot wordt over het wetsvoorstel gestemd.

Initiatiefrecht

Tweede Kamerleden hebben een aantal bevoegdheden. Zo heeft de Kamer het recht van initiatief. Leden hebben het recht om op eigen initiatief een wetsvoorstel te maken en dat in de Tweede Kamer te verdedigen. Bij het behandelen van een dergelijk initiatiefwetsvoorstel wordt dezelfde procedure gevolgd als bij gewone wetsvoorstellen. Ondanks dat kamerleden bij het maken van een wetsvoorstel niet, zoals ministers, kunnen steunen op vele ambtelijke deskundigen komt het zeker de laatste jaren nogal eens voor dat kamerleden van dit recht gebruik maken.

Recht van amendement

De Tweede Kamer kan ook veranderingen aanbrengen in wetsvoorstellen. Zij maakt in dat geval gebruik van haar recht van amendement. Hoewel een amendement nooit de bedoeling van een wetsvoorstel mag veranderen, kan het aannemen van een amendement toch tot gevolg hebben dat een onderdeel van het beleid van een minister verandert. Daarom kan de minister tegen een amendement zijn. De meest krachtige uitspraak die hij in een dergelijk geval kan doen, is het amendement onaanvaardbaar verklaren. Houdt de meerderheid van de Tweede Kamer niettemin vast aan het amendement, dan kunnen er drie dingen gebeuren. Of de minister vraagt de Voorzitter van de Kamer de vergadering te schorsen voor nader beraad in het Kabinet en besluit daarna eventueel tot intrekking van zijn wetsvoorstel. Of de minister dreigt met aftreden. Dat laatste gebeurt niet vaak. Het is ook mogelijk dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel in zijn geheel verwerpt. Ook dat kan leiden tot het aftreden van een minister of zelfs van het Kabinet. Wetsvoorstellen worden namelijk namens de regering ingediend.

Recht om vragen te stellen

Controle van het regeringsbeleid is de tweede hoofdtaak van de Tweede Kamer. Tot dit doel heeft ieder kamerlid de bevoegdheid aan een minister of staatssecretaris vragen te stellen. Per jaar stellen kamerleden veel schriftelijke vragen. Ze kunnen ook mondeling vragen stellen. De Voorzitter van de Tweede Kamer moet de vragen wel eerst goedkeuren. De minister is verplicht op vragen van kamerleden in te gaan.

Recht van interpellatie

Daarnaast hebben kamerleden het recht van interpellatie. Als een kamerlid een minister interpelleert, stelt hij eigenlijk ook vragen. Tijdens een interpellatie echter wordt een minister of staatssecretaris ter verantwoording geroepen door de Tweede Kamer. Hij móét uitleg geven over een bepaalde zaak. Bijvoorbeeld omdat hij beweringen of beloften heeft gedaan die niet overeenkomen met wat hij eerder heeft (toe)gezegd.

Motierecht

Soms zijn kamerleden het niet eens met de plannen van een minister of staatssecretaris, of ze vinden dat de regering op een bepaald gebied actie moet ondernemen. Ze kunnen dat de regering en de Tweede Kamer laten weten via een motie. Als een motie door de Tweede Kamer wordt aangenomen dan dient de regering daar natuurlijk rekening mee houden, maar de regering is niet verplicht een motie uit te voeren. Er bestaan echter moties waar de regering eigenlijk niet om heen kan. Dat is bijvoorbeeld het geval indien de Tweede Kamer een motie van wantrouwen aanneemt. Het vertrouwen van de Tweede Kamer in een minister, een staatssecretaris of het hele kabinet is dan tot het nulpunt gedaald. Bewindslieden rest dan niets anders te doen dan aftreden.

Algemeen Overleg

De kamercommissies vergaderen geregeld met de ministers en staatssecretarissen over de ideeën, beslissingen en de plannen voor wetsvoorstellen van de regering, kortom: het regeringsbeleid. Deze vorm van mondeling overleg staat sinds 1994 bekend als algemeen overleg. Er bestaan overigens nog twee vormen van overleg: het nota-overleg en het wetgevingsoverleg. In een nota-overleg wordt met bewindslieden gesproken over alle mogelijke stukken: nota's, notities, brieven, e.d. Alleen wetsvoorstellen komen niet aan de orde. Nota-overleg ontlast de plenaire vergadering van de Tweede Kamer, want stukken die in een dergelijk overleg zijn besproken komen in de plenaire vergadering niet meer aan de orde. Er worden tijdens dit overleg geen moties ingediend. Daar kan een uitzondering op worden gemaakt, mits de Tweede Kamer op verzoek van de commissie daarvoor toestemming geeft.

Over wetsvoorstellen wordt met de betrokken minister of staatssecretaris uitvoerig gesproken in een wetgevingsoverleg. Deze vorm van overleg wordt overigens niet bij de behandeling vanalle wetsvoorstellen toegepast. Bovendien is er toestemming van de Tweede Kamer nodig voor het houden van een wetgevingsoverleg. Tijdens een wetgevingsoverleg kunnen allerlei specialistische en technische aspecten van wetgeving aan de orde komen en dat bespaart veel tijd. De Tweede Kamer hoeft immers bij de plenaire behandeling niet nog eens diep in te gaan op alle details en kan volstaan met een kort, algemeen debat. In sommige gevallen wordt het wetsvoorstel zelfs een hamerstuk. Dat wil zeggen: het voorstel wordt in de plenaire vergadering zonder stemming aangenomen, omdat tijdens het overleg is gebleken dat alle fracties er achter staan.

3. Van de Afdelingen naar de Vaste commissies

Het zwaartepunt van het parlementaire werk lag aanvankelijk bij de wetgeving. Vanouds ging aan de openbare behandeling van wetsontwerpen een onderzoek vooraf. Het voorbe-reidend onderzoek van wetsontwerpen in de Tweede Kamer onderging in de loop der tijd verschillende veranderingen en aanpassingen. De Grondwet van 1815 (art. 107) schreef een afdelingsonderzoek van wetsontwerpen voor. Voor het voorbereidend onderzoek van wetsvoorstellen werden de leden van de Tweede Kamer verdeeld over de afdelingen. De Grondwet van 1887 schreef het afdelingsonderzoek niet meer dwingend voor. Het vooronderzoek van belangrijke wetsontwerpen werd sindsdien aan Commissies van voorbereiding opgedragen. In 1909 werd het voorbereidend onderzoek uitgebreid met de instel-ling van de Begrotingscommissies voor onderzoek van gewone begrotingsontwerpen. Vanaf 1919 werden Bijzondere commis-sies ingesteld voor wetsont-werpen van tech-nische aard, waarin kamerleden met speciale deskundigheid benoemd werden. Tenslotte deden in 1925 de Vaste com-missies hun intrede, die voor onderzoek van verwante groepen wetsontwerpen ingesteld werden. Op den duur vond het voorbereidend onderzoek van wetsontwerpen op vijf manieren plaats.(

J. G. Pippel, Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: zijn geschiedenis en toepassing, 's-Gravenhage 1950 3, p. 180-183, 224 225.

) In:

  1. de Afdelingen
  2. de Commissies van voorbereiding
  3. de Begrotingscommissies
  4. de Bijzondere commissies
  5. de Vaste commissies.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het afdelingsonderzoek en ook het onderzoek door de Commissies van voorbereiding steeds minder uitgevoerd. Vanaf 1948 begon het systeem van de Vaste commissies zich uit te breiden. In 1953 werd voor ieder departement een Vaste commissie ingesteld. (

Verslag der Handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (HTK) 1953-1954, p. 9-10.

) Deze commissies droegen zorg voor de voorbereiding van de plenaire behandeling van alle wetsvoorstellen en andere stukken afkomstig van de regering die tot hetzelfde beleidsterrein behoorden. Ook namen de Vaste commissies de behandeling van de begrotingshoofdstukken voor hun rekening. De eerste drie hierboven genoemde manieren van voorbereidend onderzoek kwamen na de herziening van het Reglement van Orde van 1966 niet meer voor. De resterende twee soorten commissies, de Vaste en Bijzondere, gingen naast het voorbereidende onderzoek van wetgeving ook beleidscontrole uitoefenen. In de commissies namen de nota-behandeling en het mondeling overleg met de regering een belangrijke plaats in. Het aantal Vaste commissies groeide gestaag, waarbij behalve departementale ook Vaste commissies voor een deel van het beleidsterrein van één ministerie of delen van beleidsterreinen van meer dan één ministerie ingesteld werden.

Tevens werden Bijzondere commissies ingesteld voor de behandeling van één bepaald wetsontwerp of enkele met elkaar samen-hangende wetsontwerpen en voor de behandeling van nota's.

In de jaren zestig werd het instituut van de openbare commissievergadering (OCV)(

HTK 1962-1963, p. 41-51; HTK 1962-1963, Bijlagen 6909.

) ingevoerd. In het vergaderjaar 1975-1976 is de Tweede Kamer begonnen met het behandelen van nota's in OCV's om de plenaire vergadering te ontlasten.(

HTK 1974-1975, p. 5922-5932; HTK 1974-1975, Bijlagen 13 435.

)
Dit vormde een belangrijke stap in de verschuiving van het zwaartepunt van de werkzaamheden van de Kamer van het plenum naar de commissievergadering. De openbare commissievergadering werd in 1980 uitgebreide commissievergadering (UCV(

G.H. Hagelstein, De parlementaire commissies, Groningen 1991, p. 229-258.

)
) nadat de bevoegdheden van de commissievergadering werden uitgebreid met onder andere de mogelijkheid moties en amendementen in te dienen en deze in stemming te brengen. Deze stemming was echter niet meer dan een advies aan de plenaire vergadering. De Kamer was bevoegd tot herstemming. Eind jaren tachtig rees de vraag of de onderlinge taakafbakening tussen uitgebreide commissievergadering en de plenaire vergadering nog voldeed.

In 1994 werden eerstgenoemde vergaderingen vervangen door andere vormen van overleg: algemeen overleg(

Overleg tussen een kamercommissie en een bewindspersoon over algemene zaken betreffende het beleid van zijn/ haar ministerie.

), nota-overleg(

De ministers plegen belangrijke beleidsvoornemens in nota's uiteen te zetten. Het gebruik van nota's is een informeel verschijnsel dat nergens in de wetgeving wordt genoemd. Slechts de Wet op de ruimtelijke ordening bevat sinds 1986 een regeling (art. 2a-2c) om plannen kenbaar te maken over bepaalde aspecten van het nationaal ruimtelijk beleid (PKB's).

)
of wetgevingsoverleg.(

Behandeling van wetsvoorstellen waaraan veel technische en specialistische aspecten vastzitten.

)
Bij de gehele herziening van het Reglement van Orde in 1994 werd het commissiestelsel ingrijpend veranderd. Besloten werd dat kamercommissies behoren aan te sluiten bij de departementale indeling dan wel horizontaal van betekenis dienen te zijn voor alle departementen. Hiermee werden de Bijzondere commissies opgeheven en werd het aantal Vaste commissies gereduceerd. De Kamer kent een Vaste commissie voor elk ministerie, met uitzondering van het Ministerie van Algemene Zaken. De Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken is belast met aangelegenheden op het gebied van het Huis der Koningin, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken. Tevens kent de Kamer een Vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken. De taken van de Vaste commissies zijn drieledig: met de minister en/of staatssecretaris overleggen over het onder dat ministerie vallende beleidsterrein, voorbereiden van de behandeling van wetsontwerpen en de begroting.

Naast de vaste commissies zijn er algemene commissies, tijdelijke commissies en overige commissies ingesteld. De algemene commissies worden ingesteld(

HTK 1992-1993, Bijlagen 22 590 nr. 8 en HTK 1993-1994, Bijlagen 22 590 nr. 26.

) voor onderwerpen die vrijwel alle ministeries aangaan dan wel van bijzonder belang zijn voor de algehele uitoefening van de taken van de Tweede Kamer (zoals de Commissie voor de rijksuitgaven of de Commissie voor de Europese zaken). Er bestaat een mogelijkheid voor de instelling van tijdelijke commissies voor specifieke onderwerpen, zoals klimaatverandering. De overige commissies zijn enkele interne commissies, bijvoorbeeld de Commissie voor onderzoek van de geloofsbrieven. Het nieuwe Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal trad op 17 mei 1994 in werking.

4. Organisatie
De Voorzitter

De Kamer bestaat uit honderdvijftig democratisch gekozen kamerleden die verdeeld zijn over de fracties van de politieke partijen. Zij wordt voorgezeten door een Voorzitter, eventueel te vervangen door ondervoorzitters. Daarnaast zijn er commissies en het Presidium.

De Voorzitter heeft de volgende taken:

  • het leiden van de werkzaamheden van de Tweede Kamer en die van het Presidium
  • het doen naleven van het Reglement van Orde
  • het uitvoeren van de door de Tweede Kamer genomen besluiten
  • het vertegenwoordigen van de Tweede Kamer

De Voorzitter is bevoegd de vergaderingen van alle commissies bij te wonen. De Voorzitter en de ondervoorzitters vormen samen het Presidium. De Voorzitter benoemt voor ieder lid van het Presidium een plaatsvervanger.

Het Presidium

Het Presidium (

Franssen, H.M. en J.A. van Schagen, Over de orde mijnheer de voorzitter, Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegelicht aan de hand van de praktijk, 's-Gravenhage 1990, p. 47-50.

) is een soort dagelijks bestuur van de Tweede Kamer. Als officiële instelling functioneert het Presidium sedert 1966. De taken van de tot dan toe bestaande Centrale afdeling en de Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden zijn door het Presidium overgenomen. Het Presidium is samengesteld uit de Voorzitter en de ondervoorzitters, gekozen uit de leden van de grotere fracties. De agenda en de vergaderingen van het Presidium zijn niet openbaar. Indien nodig kunnen ook andere leden, zoals fractievoorzitters, voor de vergaderingen uitgenodigd worden. De bevoegdheden van het Presidium zijn onder andere: het verzenden van wetsvoorstellen en andere stukken naar commissies, het regelen van de kamerwerkzaamheden, het aanstellen van hoge ambtenaren en het opstellen van de raming. Daarnaast beheert het Presidium de geldelijke middelen van de Tweede Kamer.

De Griffier

De verantwoording voor de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer ligt bij de Griffier. Deze hoogste ambtenaar legt op zijn beurt verantwoording af aan het Presidium. De griffiersfunctie heeft in de loop der jaren andere accenten gekregen. Naast de vanouds aanwezige zorg voor de juridische aspecten van staatsrechtelijke aard zijn managementtaken aan de functie toegevoegd. De belangrijkste onderdelen van de taak van de Griffier zijn:

  • het voorbereiden, vastleggen en uitwerken van de beslissingen van de Tweede Kamer en het Presidium;
  • het adviseren van de Voorzitter en het Presidium;
  • het leiden van de ambtelijke organisatie;
  • het uitoefenen van het griffierschap van de Commissie werkwijze van de Tweede Kamer.

De griffier wordt bijgestaan door plaatsvervangende griffiers die de kamercommissies ondersteunen in al hun werkzaamheden. Door de toename van het parlementaire werk werd voor de Griffier het leiden van de ambtelijke organisatie te veelomvattend. Dit leidde in 1972 tot het aanstellen van een directeur der diensten. De Griffier blijft, als hoogste ambtenaar, verantwoordelijk voor het naar behoren functioneren van het ambtelijk apparaat.(

Franssen, Over de orde mijnheer de voorzitter, p. 50-51.

)

Stenografische Dienst

In 1849 werd de 'Gemengde commissie voor de Stenographie uit de beide kamers der Staten-Generaal' in het leven geroepen. Tegenwoordig wordt deze commissie genoemd 'Gemengde commissie voor de Stenografische dienst van de Staten-Generaal'. De Stenografische dienst heeft als taak het opstellen van het officiële verslag van vergaderingen van de Eerste en de Tweede Kamer, de zogeheten Handelingen van de Eerste en Tweede Kamer. De zorg voor de Stenografische dienst berust bij de Gemengde commissie.

5. Archiefvormers
Afdelingen

De Afdelingen (

P.P.T. Bovend'Eert, H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse Parlement, Deventer 1995, p. 163-165, 209.

) bestonden tussen 1815 en 1966. Volgens de bepaling van de Grondwet van 1815 (art. 107) verdeelde de Tweede Kamer zich door middel van loting in afdelingen. Deze verrichtten het voorbereidend onderzoek van wetsontwerpen. Elke afdeling benoemde zelf haar voorzitter(s) en een rapporteur. Soms werden de rapporteurs voor het afdelingsonderzoek door de Centrale afdeling aangewezen. De voorzitters van de afdelingen vormden de Centrale afdeling. (

Pippel, 1950, p. 15-26.

)
De Centrale afdeling overwoog de beraadslagingen van de Afdelingen, waarna het verslag door een Commissie van rapporteurs werd opgesteld. Op basis van dit verslag werd het voorstel van wet behandeld in de plenaire vergadering.

Commissies

De Commissies (

HTK 1979-1980, Bijlagen 15 962.

) zijn collegiale ambten die door de Tweede Kamer worden ingesteld. De Tweede Kamer kent verschillende soorten commissies. De bepalingen over de commissies zijn in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvOTK) opgenomen. Er zijn (waren) de volgende commissies:

Algemene Begrotingscommissie

De Algemene begrotingscommissie (

HTK 1962-1963, Bijlagen 6906 nr. 1.

) werd in 1966 ingesteld om te voorzien in een betere coördinatie van de beschouwingen over de begrotingswetten. Deze commissie zou als 'kernparlement' moeten gaan optreden nadat alle Vaste commissies hun onderzoek voltooid hadden. De commissie heeft slechts één zitting (

'Zitting' is een vergaderperiode van de Tweede Kamer die tot 1983 bijna een vol jaar duurde, van de derde dinsdag van september tot de maandag voorafgaande aan de derde dinsdag van september van het volgende jaar. Sinds de grondwetswijziging van 1983 noemt men een zitting een reeks bijeenkomsten van de parlementaire periode tussen twee verkiezingen die in principe vier jaar duurt.

)
gefunctioneerd, wél bleef zij tot 1980 in het Reglement van Orde genoemd. Haar taken werden door de Commissie voor de rijksuitgaven overgenomen.

Begrotingscommissies

De Begrotingscommissies (

J.G. Pippel, Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: zijn geschiedenis en toepassing, 's Gravenhage 1954 3 (vermeerderde druk), p. 47-53.

) behandelden van 1945 tot 1953 de voorbereiding van de begrotingsvoorstellen. Voor elk hoofdstuk van de begroting werd in principe één begrotingscommissie ingesteld. Bij aanvang van elke zitting benoemde de Voorzitter vijf kamerleden voor de gehele duur van de zitting. Op 22 november 1945 werden voor het eerst (veertien) begrotingscommissies ingesteld. Na de instelling van de Vaste commissies voor zaken van elk ministerie zijn de begrotingscommissies verdwenen.

Bijzondere Commissies

De Bijzondere commissies (

Hagelstein, 1991, p. 105-108.

) werden in 1919 ingevoerd voor het onderzoek van wetsvoorstellen van hoofdzakelijk technische aard. Eerst werden ze door de Voorzitter van de Tweede Kamer en vanaf 1966 door het Presidium ingesteld. Vanaf de jaren zestig werden Bijzondere commissies steeds meer voor behandeling van belangrijke onderwerpen ingesteld. Zij hielden op te bestaan zodra de aan haar opgedragen werkzaamheden voltooid waren. De Bijzondere commissies bestonden tot 1994. (

HTK 1992-1993, p. 5870-5871.

)

Commissies van Rapporteurs

De Commissies van rapporteurs (

Pippel, 1950, p. 15 en verder.

) werden in 1842 ingesteld om de behandeling van wetsvoorstellen in de Afdelingen te verbeteren. In deze commissies werden deskundige leden door de vijf Afdelingen benoemd om van het voorbereidend onderzoek een gezamenlijk verslag op te maken. De Commissies van rapporteurs konden met de regering overleg plegen. Zij beoordeelden of wijzigingen, bij dat overleg door de regering aangebracht, opnieuw in de Afdelingen behoorden te worden overwogen. Deed dit zich voor, dan werd het verslag als voorlopig verslag beschouwd. Daarop werd het nieuwe onderzoek ingesteld, waarna het definitief verslag werd uitgebracht. Door het vervallen van het stelsel van afdelingsonderzoeken kwam een einde aan de Commissies van rapporteurs. In 1966 werden zij niet meer in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer opgenomen.

Commissies van Voorbereiding

De Commissies van voorbereiding werden als speciale commissies ingesteld voor onderzoek van bijzondere onderwerpen inzake de voorbereiding van nieuwe wetgeving. Deze wetsontwerpen, vaak van grote omvang, bevatten belangrijke beginselen en waren technisch ingewikkeld. (

Pippel, 1950, p. 85-87, 225.

) Zij werden eerst in de Afdelingen onderzocht. In elke Afdeling fungeerde een lid van de Commissie als rapporteur. Voor het eerst werd een Commissie van voorbereiding ingesteld voor het onderzoek van het Wetboek van Strafrecht en van Strafvordering in de zitting 1879-1880. In het Reglement van Orde werd deze commissie in 1888 opgenomen. In 1966 werden de Commissies van voorbereiding daarin niet vermeld daar het afdelingsonderzoek bijna niet meer plaatsvond. (

Praktische mededelingen, 1963.

)

Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden

De Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden werd voor het eerst vermeld in art. 14 van het Reglement van 1849. Deze commissie werd elk zittingsjaar ingesteld en bestond uit de voorzitter van de Tweede Kamer en een aantal kamerleden. Na de Tweede Wereldoorlog werden op 25 september 1945 (

HTK Tijdelijke Zitting 1945, p. 10-11.

) opnieuw commissieleden benoemd. De Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden zorgde voor de facilitaire zaken van de Tweede Kamer, maakte jaarlijks voor de sluiting van de zitting de raming op en deed voordrachten voor de benoemingen, bevorderingen en ontslagen van ambtenaren. (

Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (RvOTK) van 1938 artt. 12-13.

)
In 1966 nam het Presidium de taken over van deze commissie. (

HTK 1966-1967, p. 7-10.

)

Commissie voor de Rijksuitgaven

De Commissie voor de rijksuitgaven werd ingesteld om de Tweede Kamer te ondersteunen bij de uitoefe-ning van het budgetrecht en bij de uitoefening van de financiële controle op de rijksuitgaven. Tot de taken van deze commissie behoren:

  • het ondersteunen van de Tweede Kamer bij het begro-tingsonder-zoek;
  • het voorlichting geven aan de Tweede Kamer;
  • het behandelen van comptabele wetgeving;
  • het verwerken van nota's, brieven;
  • het behandelen van rapporten van de Algemene Rekenkamer.

Tussen 1 mei 1923 en 16 mei 1929 was deze commissie bekend onder de naam 'Vaste commissie voor de staatsuitgaven'. (

Pippel, 1950, p. 104, 538-539.

) De taken van de Commissie voor de rijksuitgaven werden tot 16 mei 1994 apart in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer omschreven. (

RvOTK 1938 art. 153, 1966 art. 30, 1983 art. 44.

)
Met het in werking treden van het nieuwe Reglement op 17 mei 1994 werd de Vaste commissie voor de rijksuitgaven een algemene commissie.

Commissie voor de verzoekschriften

De Commissie voor de verzoekschriften (

Franssen, 1990, p. 195-201.

) werd in de Tweede Kamer in 1816(

HTK 1815-1816, p. 83.

)
voor het eerst ingesteld. De vermelding van deze commissie in het Reglement vond in 1842 plaats. Op 4 mei 1971 zijn de Richtlijnen voor de Commissie voor de verzoekschriften (

Deze 'Richtlijnen' gelden voor de beide Kamers der Staten-Generaal.

)
aangenomen. Op 7 juni 1984 werd een apart Reglement van de Commissie voor de verzoekschriften vastgesteld. De commissie heeft een controlerende bevoegdheid ten aanzien van de uitvoering van het beleid van de overheid. Zij onderzoekt klachten van individuele burgers die zich op één of andere wijze door het optreden van de overheid te kort gedaan voelen. Brieven van burgers die betrekking hebben op wetsontwerpen worden door de Commissie van de verzoekschriften niet behandeld. Als de commissie meent dat de uitvoering van het beleid in een bepaald opzicht vragen oproept, dan kan zij de minister uitnodigen om opheldering te geven. Tevens is de commissie bevoegd tot het horen van derden, een voorstel tot enquête te doen en externe adviezen te vragen. De commissie doet verslag toekomen aan de Tweede Kamer. Vervolgens besluit deze over de voorstellen van de commissie. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. De ambtelijke ondersteuning van deze commissie is tevens werkzaam voor de Commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer.

Commissie voor de werkwijze der kamers

De Commissie voor de werkwijze der kamers werd voor het eerst op 3 januari 1962 (

HTK 1961-1962, p. 540.

) ingesteld. De opneming van deze commissie in het Reglement vond in 1974(

HTK 1973-1974, Bijlagen 12 656 nr. 1 en HTK 1973-1974, p. 3036-3037 en 3484.

)
plaats. De taak van de commissie is de Tweede Kamer te adviseren over haar werkwijze en over de inhoud en toepassing van het Reglement van Orde. De Voorzitter van de Kamer is de voorzitter van deze commissie. De commissie wordt bij de aanvang van elke zittingsperiode samengesteld.

Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven

De Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven (

Bovend'Eert, 1995, p. 102-105.

) gaat na of de nieuwgekozen kamerleden voldoen aan de vereisten van verkiesbaarheid en of zij geen onverenigbare betrekkingen vervullen. Hiervan brengt zij schriftelijk of mondeling verslag uit aan de Tweede Kamer. Voorts wordt, indien nodig, een kort verslag uitgebracht over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. De Grondwet heeft het onderzoek van de geloofsbrieven vanaf 1815 voorgeschreven. De Tweede Kamer bepaalde in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer op welke wijze dat onderzoek plaatsvond. Vanaf 1918 (

Pippel, 1950, 191-197.

)
werd de Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven benoemd door de Voorzitter van de Tweede Kamer, na periodieke aftreding of ontbinding, zodra meer dan vijfenzeventig benoemde leden hun geloofsbrieven hebben ingezonden. Sinds 1986(

Hagelstein, 1991, p. 287-289.

)
beslist de Tweede Kamer in de oude samenstelling over de toelating van leden die benoemd zijn. De toelating van de Nederlandse leden van het Europees parlement wordt eveneens door deze commissie onderzocht.

Enquêtecommissies

De enquêtecommissies (

Hagelstein, 1991, p. 301-318.

) worden door de Tweede Kamer ingesteld wanneer de behoefte bestaat buiten de regering om een onderzoek in te stellen en informatie in te winnen. De parlementaire enquête vindt zijn grondslag in de Grondwet van 1848 (art. 90) en in de Enquêtewet van 1850. In 1977 werd deze wet gewijzigd en genoemd de Wet op de Parlementaire Enquête. Deze wet bevat de bijzondere bevoegdheden voor de enquête en enkele procedurele voorschriften. In het Reglement van Orde zijn de procedurele aspecten nader belicht. Het bijzondere van een enquêtecommissie is dat zij de bevoegdheid heeft om personen op te roepen die verplicht zijn te verschijnen en onder ede kunnen worden gehoord.

Gemengde commissies

De gemengde commissies (

Bovend'Eert, 1995, p. 168.

) worden ingesteld om de gezamenlijke activiteiten van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer te ondersteunen. De beide Kamers zijn qua aantal leden gelijkelijk in deze commissies vertegenwoordigd. In 1849 werd de 'Gemengde commissie voor de Stenographie uit de beide kamers der Staten-Generaal' in het leven geroepen. Tegenwoordig wordt deze commissie genoemd 'Gemengde commissie voor de Stenografische dienst van de Staten-Generaal'. De Stenografische dienst heeft tot taak het officiële verslag van vergaderingen van de Eerste en de Tweede Kamer op te stellen. De zorg voor de Stenografische dienst berust bij de Gemengde commissie.

De 'Gemengde commissie van toezicht op de griffie voor de interparlementaire betrekkingen' stelt kamerleden in staat deel te nemen aan internationale vergaderingen. Het betreft de volgende vergaderingen: de Interparlementaire unie (IPU), de Parlementaire vergadering van de Raad van Europa (RvE), het Benelux-parlement, de Noord-Atlantische assemblee (NAA), de Assemblee van de West-Europese Unie (WEU), de Interparlementaire commissie van de Nederlandse taalunie en de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa (CVSE). De CVSE heet vanaf 1994 Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE).

Vaste commissies

De Vaste commissies worden sinds 1925 bij besluit der Kamer ingesteld. (

HTK 1925-1926, p. 51.

) Deze commissies werden oorspronkelijk ingesteld voor onderzoek van verwante groepen wetsontwerpen. De eerste drie Vaste commissies (VC) waren: de Vaste commissie voor Belastingen, de Vaste commissie voor Openbare werken, verkeer en waterstaataangelegenheden en de Vaste commissie voor Privaat- en strafrecht. (

HTK 1925-1926, p. 14.

)
Naast de bovengenoemde Vaste commissies werden in het Reglement van Orde van 1938 apart opgenomen: de Vaste commissie voor buitenlandse zaken, de Vaste commissie voor de rijksuitgaven en de Vaste commissie voor Indische zaken. (

RvOTK van 1938, artt. 151-153.

)
Vanaf 1948 groeide het aantal Vaste commissies. In 1953 werd in de Tweede Kamer besloten de Vaste commissies te koppelen aan de departementale indeling. (

HTK 1952-1953, p. 826-842, 845-867.

)
Op 17 september 1953 werden de Vaste commissies volgens de nieuwe regels ingesteld. (

HTK 1953-1954, p. 8.

)
Voorts werden andere Vaste commissies ingesteld, zoals een Vaste commissie voor de middenstand. Het Reglement van Orde van 1956 heeft in art. 55 de nieuwe bepalingen voor de Vaste commissies opgenomen. Op den duur functioneerde het commissiestelsel niet meer tot tevredenheid van de Kamer. Na jarenlange discussies heeft de Kamer in 1993 besloten tot een nieuwe werkwijze. (

HTK 1992-1993, p. 5871.

)
Vanaf 1994 kent de Kamer één Vaste commissie voor elk ministerie, met uitzondering van dat van Algemene Zaken. (

RvOTK 1994, art. 16.

)
Tevens kent de Tweede Kamer een Vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken.

Kamerleden

De kamerleden functioneren zowel collectief als individueel. Zij bepalen gezamenlijk op welke wijze de Tweede Kamer haar grondwettelijk toegekende bevoegdheden kan uitoefenen. Besluitvorming wordt altijd collectief genomen. Elk kamerlid heeft afzonderlijke bevoegdheden zoals het indienen van moties, het amenderen van wetsvoorstellen, het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen. Het aantal kamerleden werd in 1956 verhoogd van honderd tot honderdvijftig. (

HTK 1956-1957, p. 103-105.

)

Seniorenconvent

Het Seniorenconvent (

Praktische mededelingen, 1963, 1986.

) is de benaming voor een bijeenkomst van de fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Het komt een enkele keer voor dat men overleg wil plegen, al dan niet onder voor-zitterschap van de Voorzitter der Tweede Kamer, over aangelegenheden waaraan politieke aspecten verbonden zijn. Voor het eerst kwam dit college in 1906 bijeen. (

Hagelstein, 1991, p. 44.

)
Na de Tweede Wereldoorlog heeft het Seniorenconvent diverse malen met de regering overlegd. In de jaren zestig bijvoorbeeld waren de huwelijksplannen van zowel prinses Irene als van prinses Beatrix onderwerp van beraad tussen leden van het Kabinet en het Seniorenconvent. Door het instellen van het Presidium werden de beraadslagingen van het Seniorenconvent grotendeels overbodig.

Tweede Kamer

De Tweede Kamer is een orgaan waar besluitvorming plaatsvindt. Besluiten worden meestal na de openbare beraadslaging over een onderwerp (een wetsvoorstel, een brief of een verklaring) genomen. Het besluit in de plenaire vergadering wordt bij meerderheid van stemmen genomen. (

De grondwet 1983, art. 67.

) Van het verhandelde in de openbare vergaderingen wordt een officieel verslag gemaakt en gedrukt als de 'Handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal'.

Voorzitter

De voorzitter van de Tweede Kamer (

De lijst van Voorzitters van de Tweede Kamer tussen 1945 en 1994 is als volgt: J.R.H van Schaik 1945-1948; L.G. Kortenhorst 1948-1963; F.J.F.M. van Thiel 1963-1972; A. Vondeling 1972-1979; D. Dolman 1979-1989; W.J. Deetman 1989-1996.

) werd tot 1983 door H.M. de Koningin benoemd, uit een voordracht van drie leden, opgemaakt door de Tweede Kamer. Dit vond plaats in de eerste vergadering van elke zitting. Vanaf 1983 wordt de Voorzitter in de eerste vergadering van een nieuwe zitting (of bij tussentijdse opzegging) uit het midden van de kamerleden benoemd. (

HTK 1983-1984, p. 7.

)
De Voorzitter leidt de werkzaamheden van de Tweede Kamer en van het Presidium. (

Vóór 1966 van de Centrale afdeling.

)
Zijn taken en bevoegdheden zijn in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal omschreven.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in