Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

KdK, 1946-1975

2.02.20
G.M. Keijzer-Baldé, J.C. van Ingen
Nationaal Archief, Den Haag
1996
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.02.20
Auteur: G.M. Keijzer-Baldé, J.C. van Ingen
Nationaal Archief, Den Haag
1996
CC0

Periode:

1946-1985
merendeel 1946-1975

Omvang:

551,00 meter; 4293 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van het Kabinet der Koningin is chronologisch, dus op datum geordend. Het archief bevat hoofdzakelijk de originele wetten en Koninklijke Besluiten, met daarbij het voorstel tot het KB van de minister. Daarnaast is er documentatie over talrijke onderwerpen. Het archief beslaat alle beleidsterreinen van de overheid. Het archief is ontsloten door een onderwerpsgewijze index en alfabetische namen- en zakenregisters.
Wat betreft de Tweede Wereldoorlog zijn er talrijke verwijzingen naar vooral de nasleep van de oorlog. Onder meer: de Raad voor het Rechtsherstel, pensioenen oorlogsslachtoffers, opsporing oorlogsmisdadigers, verzekeringen van Nederlandse tewerkgestelden in Duitsland, het Nederlands Beheersinstituut, het Militair Gezag, oorlogsgraven, geallieerden (rubriek: bezetting door geallieerden), gratie, herstel, illegaliteit, oorlogsaangelegenheden, politieke delinquenten, repatriëring, wederopbouw en zuivering.

Archiefvormers:

  • Kabinet der Koningin

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Voorgeschiedenis: periode tot 1940

De geschiedenis van het Kabinet der Koningin begint in december 1813, het moment waarop erfprins Willem de soevereiniteit over de Nederlanden aanvaardde. De vorst beschikte over twee ambtelijke organisaties; een Algemene Staatssecretarie ook wel genoemd Secretarie van Staat en een Kabinetssecretarie, vanaf 1815 Kabinet des Konings genoemd (

Soeverein Besluit van 31 december 1813, no 38.

). Volgens een daartoe ingestelde Staatscommissie, moest men het Kabinet des Konings "meerder als een gedeelte der Secretarie van Staat beschouwen en wel als eene richting geschikt en bestemd tot de afdoening van de personele en bijzondere aangelegenheden van Zijne Majesteit en van Hoogstdeszelfs Huis" (

Zie de notulen van de vergadering van 12 januari 1819 van de bij Koninklijk Besluit ingestelde Staatscommissie, archief KdK, exh. 1 augustus 1818, nr. La TT.

)
. In 1827 werd op basis van een nota van de eerste secretaris van het Kabinet des Konings een regeling getroffen voor de werkzaamheden van het Kabinet.

De grondwetsherziening van 1840 was voor het Kabinet des Konings van grote betekenis. Als gevolg van de invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de ministers vervielen de taken van de Secretaris van Staat inzake het plaatsen van het contraseign en het ontwerpen van koninklijke besluiten. Deze taken werden onder de verantwoordelijke ministers gebracht.

Koning Willem II, die de ineensmelting van de Staatssecretarie en het Kabinet des Konings tot één instelling wenselijk achtte, bekrachtigde op 22 december 1840 het ontwerp-Koninklijk Besluit, waarbij met ingang van 1 januari 1841 de twee organen opgingen in een nieuwe instelling onder de naam "Kabinet des Konings", onder leiding van een Directeur (

Koninklijk Besluit van 22 december 1840, no 44.

). Daardoor is de titel van Secretaris van Staat komen te vervallen. Dit Koninklijk Besluit vormt de grondslag voor het huidige Kabinet der Koningin. De taken van het nieuwe Kabinet werden in dit besluit niet nader beschreven.

Krachtens artikel 4 van het Koninklijk Besluit van 31 maart 1842 - houdende het Reglement van Orde voor de Raad van Ministers - werd formeel vastgelegd dat de Directeur van het Kabinet tevens belast was met de functie van secretaris van de Raad van Ministers. Tijdens het Tweede Ministerie Thorbecke in 1862 kwam aan deze taak een einde, doordat één van de ministers als tijdelijk secretaris ging optreden.

Met de ontwikkeling van de politieke ministeriële verantwoordelijkheid in de jaren 1845 tot 1864, was de positie van de Directeur regelmatig onderwerp van discussie in de Tweede Kamer. Kamerlid Thorbecke stelde in 1845 dat de Directeur als rijksambtenaar taken verrichtte van algemeen bestuur (afkondiging van wetten in het Staatsblad) naast de persoonlijke diensten voor de Koning. Hij vroeg zich af of de Koning zulke activiteiten aan zich kon voorbehouden zonder enig ministerieel departement en zonder de ministeriële verantwoordelijkheid. Na lange discussies in parlement en kabinet, hakte Minister-President Thorbecke in 1863 uiteindelijk de knoop door. De uitgifte van het Staatsblad verdween per 1 januari 1864 als taak van het Kabinet en werd toegewezen aan de minister van Justitie (

KB van 22 december 1863 (Stb. 1863, 149)

).

Bij de dood van Koning Willem III en de opvolging van Prinses Wilhelmina in 1890 werd de personele unie met Luxemburg beëindigd. Tot dat moment fungeerde het Kabinet ook als Kanselarij van de Orde van de Eikenkroon en van de Gouden Leeuw van Nassau. Dit taakonderdeel van het Kabinet ging daarmee over naar Luxemburg.

In 1891 werd vastgelegd dat zolang een Koningin de Kroon draagt, bij het gebruik van alle wettelijk vastgestelde formulieren, ambtstitels en officiële benamingen, waarin het woord "Koning" voorkomt in de plaats daarvan het woord "Koningin" wordt gebezigd (

Wet van 22 juni 1891 (Stb. 1891, 125), in werking getreden op 1 september 1891

).

In 1893 vond de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Tak van Poortvliet, dat een flink aantal werkzaamheden van bestuurlijke betekenis niet onder de verantwoordelijkheid van het Kabinet kon blijven. Zie nota van 10 oktober 1893.

Werkzaamheden die naar het oordeel van minister van Binnenlandse Zaken, Tak van Poortvliet, niet aan het Kabinet der Koningin kunnen worden opgedragen.

  • het opmaken van koninklijke boodschappen aan de Tweede Kamer alsmede van de kennisgeving aan de betrokken minister en aan de Raad van State van de aanbieding van de wetsvoordracht aan de Staten-Generaal, met mededeling aan de Raad van State van de daarop betrekking hebbende ministeriële rapporten (

    Algemeen Rijksarchief, Archief Kabinet der Koningin 1893, dossier 4283

    )
    ;
  • het renvoyeren der adviezen van de Raad van State aan de betrokken departementen;
  • plaatsing formulier ex artikel 120 Grondwet op de door de Staten-Generaal aangenomen wetsontwerpen;
  • de kennisgevingen aan de Eerste en Tweede Kamer, bedoeld in artikel 120 Grondwet na bekrachtiging door H.M. de Koningin en mede-ondertekening door de ministers;
  • de mededeling aan de Raad van State, bedoeld in artikel 34 der wet van 21.12.1861, met bijvoeging van een afschrift van het daarop betrekkelijk ministerieel rapport;
  • toezending aan departementen en aan collegiën van een exemplaar van het Staatsblad waarbij een wet wordt uitgevaardigd;
  • maken van afschriften van koninklijke besluiten;
  • behoorlijk aantekenen, rangschikken en bewaren der wetten, besluiten en andere regeringsstukken;
  • ontwerp-antwoorden van Hare Majesteit op adviezen van de Kamers der Staten-Generaal;
  • bijhouden registers benoemingen in Nederlandse Ridder Orden;
  • het plaatsen van het Rijkszegel op de door Hare Majesteit getekende naturalisatie-, creatie- en legitimatiebrieven.
 

©

  • voorleggen aan en behandelen met Hare Majesteit van alle ingekomen staatsstukken en het uitvoeren van de naar aanleiding daarvan door H.M. gegeven bevelen;
  • het geven van schriftelijke inlichtingen;
  • het maken van nota's;
  • het overbrengen van H.M.'s bevelen aan de hoofden van departementen van algemeen bestuur;
  • het toezenden van de door H.M. getekende besluiten, met begeleidend schrijven aan de betrokken ministers ter contrasignering;
  • kennisgeven van de door H.M. verleende machtigingen aan de betrokken ministers.

Koningin-Weduwe Emma, Regentes van het Koninkrijk was het daarmee niet eens. Zij wenste een afzonderlijk Kabinet met een directeur aan het hoofd te behouden en daaraan toe te vertrouwen:

- het renvoyeeren der adviezen van de Raad van State aan de betrokken departementen en het ontwerpen van antwoorden aan Hare Majesteit de Koningin op adviezen van de Kamers der Staten-Generaal;

- het behoorlijk aantekenen, rangschikken en bewaren der wetten, besluiten en andere regeringsakten (

Zie nota van de Minister van 13 november 1893, no 42.

).

In 1893 werd eveneens vastgelegd dat de Directeur van het Kabinet ten aanzien van het beheer van het archiefdepot verantwoordelijkheid verschuldigd is aan de minister van Binnenlandse Zaken (

Koninklijk Besluit van 14 december 1893, no 17.

). In het betreffende KB werd overigens voor het eerst vastgesteld wat onder het archiefdepot van het Kabinet verstaan moest worden (wetten, besluiten en verdere regeringsakten en -bescheiden). In de Archiefwet van 1962 werd de Directeur als zorgdrager voor het archief van het Kabinet opgenomen (

Archiefwet 1962, artikel 16.

)
.

In de periode 1893 tot 1940 veranderde de taak van het Kabinet niet en vormde het Kabinet ook geen onderwerp van politieke discussie in het parlement.

Periode vanaf 1940

De Staatsalmanak van 1940 vermeldt dat "in het Kabinet de werkzaamheden worden volbracht, die onmiddellijk onder de Koningin plaats hebben. Het Kabinet der Koningin is, als algemeen staatsarchief, belast met de bewaring van de oorspronkelijke staatsstukken en met hunne uitgifte aan de verschillende departementen van algemeen bestuur". Later is deze bepaling gemoderniseerd en werd als taakomschrijving gehanteerd: "In het Kabinet der Koningin worden de werkzaamheden verricht, die onmiddellijk onder de Koningin plaats hebben. Het Kabinet der Koningin is, als algemeen staatsarchief, belast met de bewaring van de oorspronkelijke staatsstukken".

Deze omschrijving is gehanteerd tot en met 1990. Vanaf 1991 (het 150 jubileumjaar van het Kabinet) werd de redactie van de taakomschrijving gewijzigd in: "Zorgdragen voor ambtelijke ondersteuning van de Koningin bij uitoefening van haar staatsrechtelijke taken en fungeren als trait d'union tussen Koningin en ministers; belast zijn met de bewaring van de oorspronkelijke wetten, koninklijke besluiten en soortgelijke regeringsbescheiden". Inhoudelijk trad hier geen taakverschil op.

Regentschap

Het Kabinet der Koningin vervult voor de Regent dezelfde werkzaamheden als voor de Koningin, d.w.z. zorgdragen voor de ambtelijke ondersteuning van de Regent bij de uitoefening van zijn staatsrechtelijke taken en fungeren als trait d'union tussen de Regent en ministers.

Artikel 37 van de Grondwet 1983 vermeldt de gelegenheden waarbij de Regent het koninklijk gezag uitoefent (

Artikel 37 van de Grondwet 1983 vermeldt de gelegenheden waarbij de Regent het koninklijk gezag uitoefent.---a. zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt (artikel 33 GW 1983);---b. indien een nog niet geboren kind tot het Koningschap geroepen kan zijn (artikel 37, 1e lid onder b. GW 1983);---c. indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen (artikel 35 GW 1983);---d. indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd (artikel 36 GW 1983);---e. zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt (artikel 30, 2e lid/37, 1e lid onder e. GW 1983).

). Indien toepassing moet worden gegeven aan artikel 38 van de Grondwet, op grond waarvan de Raad van State het koninklijk gezag uitoefent, vervult het Kabinet der Koningin dezelfde ambtelijke ondersteunende werkzaamheden als voor de Regent. Gezien het feit dat de Raad van State sedert 1890 niet meer geroepen is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt i.c. alleen volstaan met deze vermelding.

Taakgebieden

De hoofdtaak van het Kabinet der Koningin is, sinds 1940, tweeledig.

  1. Ambtelijk ondersteunen van de Koningin bij de uitoefening van haar staatsrechtelijke taken en fungeren als trait d'union tussen de Koningin en ministers;
  2. Bewaren van de oorspronkelijke wetten, koninklijke besluiten en soortgelijke regeringsbescheiden;
  3. Instandhouden van de eigen organisatie.

A. Ambtelijk ondersteuning van de Koningin (Koninklijk Besluit van 22 december 1840, nr. 44)

Deze taak richt zich op twee onderdelen:

1. Fungeren als trait d'union:

Het registreren, inhoudelijk samenvatten en aan de Koningin doorgeleiden van alle door de bewindspersonen aangeboden ontwerp wet- en regelgeving. Deze bestaat uit:

  • voordrachten en nadere rapporten van ministers en staatssecretarissen met betrekking tot voorstellen van wet, ontwerp-algemene maatregelen van bestuur, ontwerp-koninklijke besluiten en aangenomen (rijks)wetten;
  • aanhangigmakingen bij de Raad van State van ontwerp-goedkeuringswetten voor verdragen, van voorstellen van wet en van algemene maatregelen van bestuur;
  • verlofaanvragen van ministers en staatssecretarissen;
  • machtigingen tot afwijzing van gratieverzoeken, tot administratieve wijziging van getekende koninklijke besluiten, tot afwijzing verzoekschriften militairen en tot het vragen van agrément voor toekennen van koninklijke onderscheidingen en voor toelaten buitenlandse ambassadeurs en consuls;
  • nota's, rapporten en brieven van particulieren, ministers of staatssecretarissen, (overheids-)instanties;
  • dankbetuigingen van gedecoreerden voor verleende koninklijke onderscheidingen.

Het ontvangen, lezen en ter behandeling aan de ministeries overdragen van de van particulieren ontvangen verzoekschriften.

Artikel 5 van de Grondwet 1983 en 1987 geeft ieder het recht schriftelijk verzoeken in te dienen bij het bevoegd gezag. Op basis van dit Grondwetsartikel ontvangt de Koningin jaarlijks vele verzoekschriften. Deze verzoekschriften worden na registratie:

  • hetzij om bericht en raad voorgelegd aan de verantwoordelijke minister of staatssecretaris; ten aanzien van deze verzoekschriften ontvangt de Koningin achtergrondinformatie en het antwoord in concept dat de bewindspersoon voornemens is te geven; na instemming ontvangt de betrokken bewindspersoon de machtiging tot afdoening van het stuk in de voorgestelde vorm; in incidentele gevallen kan daarnaast een korte noodzakelijk geachte wijziging ter nadere overweging worden voorgelegd;
  • hetzij ter afdoening toegezonden aan de verantwoordelijke minister of staatssecretaris; na afdoening door het ministerie ontvangt het Kabinet een afschrift van het verzonden antwoord of de mededeling dat het ministerie het verzoekschrift deponeert en geen verdere actie onderneemt;
  • hetzij gedeponeerd (onsamenhangende brieven, waaruit geen concreet probleem is te distilleren).

Daarnaast moeten op basis van wettelijke regelingen bepaalde verzoekschriften aan de Koningin worden gericht. Een deel van deze verzoekschriften wordt rechtstreeks gezonden naar de verantwoordelijke minister (bijv. naturalisaties, naamswijzigingen) of naar een door hem daartoe aangewezen ambtsdrager (bijv. sollicitaties naar het ambt van burgemeester worden verstuurd naar de Commissaris der Koningin in de provincie, waarbinnen de vacature ontstaat). De overige verzoekschriften (bijvoorbeeld verzoeken om gratie en ontslag) ontvangt het Kabinet rechtstreeks. Deze worden na registratie ter behandeling voorgelegd aan de verantwoordelijke minister of staatssecretaris. Gehonoreerde verzoekschriften komen in de vorm van een (ontwerp) koninklijk besluit weer bij het Kabinet terug.

In de trait d'union functie staat het Kabinet der Koningin tussen de Koningin enerzijds en de ministers en de staatssecretarissen anderzijds in. Het Kabinet brengt de verbinding tot stand; dit komt tot uitdrukking in de correspondentie die de Directeur namens de Koningin voert en zijn bemiddeling bij het totstandkomen van contacten.

2. Informatieverstrekken aan het constitutioneel staatshoofd

Deze taak omvat de volgende onderdelen:

  • Het verzamelen van achtergrondinformatie voor de Koningin ten behoeve van periodieke, dwz. met een zekere regelmaat terugkerende, ontvangsten (bewindspersonen, leden Staten-Generaal, Gouverneurs, Commissarissen der Koningin, Burgemeesters e.d.) en incidentele ontvangsten in verband met bijvoorbeeld het afleggen van de eed/belofte in handen van de Koningin;
  • Het verzamelen van achtergrondinformatie ten behoeve van inkomende- en uitgaande staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken;
  • Het verzamelen van achtergrondinformatie over andere relevante onderwerpen voor de Koningin;
  • Het voeren van correspondentie namens de Koningin;
  • Het opstellen en overbrengen van boodschappen aan staatshoofden van vreemde mogendheden via het ministerie van Buitenlandse Zaken en ambassades;
  • Andere vormen van ambtelijke ondersteuning zoals het opstellen en uitgeven van communiqué's bij de kabinetsformatie.

B. Bewaren van de oorspronkelijke wetten, koninklijke besluiten en soortgelijke regeringsbescheiden

Deze taak die van oudsher aan de Directeur is opgedragen staat vermeld in het koninklijk besluit van 14 december 1893 no. 17 en in de Archiefwet 1995. Deze taak omvat het registreren, rappelleren, archiveren, verfilmen van alle archiefbescheiden en overdragen daarvan aan het Algemeen Rijksarchief. Voorts verschaft het Kabinet aan tal van instanties en particulieren informatie over de in het archief opgenomen documenten.

C. Instandhouden van de eigen organisatie

Zoals bij elke instelling worden bij het Kabinet der Koningin ondersteunende handelingen uitgevoerd, die gericht zijn op het instandhouden en beter functioneren van de eigen organisatie:

  • organisatie-ontwikkeling;
  • bestuurs- en beheershandelingen;
  • privaatrechtelijke handelingen en materieel beheer;
  • overlegstructuren;
  • documentaire informatievoorziening;
  • dienstuitoefening;
  • financieel beheer;
  • personeelsbeheer.

Het Kabinet der Koningin valt als zelfstandig rijksorgaan onder begrotingshoofdstuk II van de Rijksbegroting (Hoge Colleges van Staat en Kabinet der Koningin). De positie en taken zijn neergelegd in het Koninklijk Besluit van 22 december 1840, nr. 44 en het Koninklijk Besluit van 14 december 1893, no 17.

Het Kabinet bestaat uit een directeur, een plaatsvervangend directeur en vier afdelingen. De directeur en de plaatsvervangend directeur worden bij koninklijk besluit benoemd. De overige personeelsleden worden bij beschikking van de directeur benoemd, bevorderd en ontslagen. Deze bevoegdheid is hem daartoe bij mandaat verleend. De feitelijke uitvoering daarvan ligt bij de directeur personeelszaken van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Op de ambtenaren van het Kabinet der Koningin is van toepassing de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530).

Directeuren van het Kabinet der Koningin

Tabel met zoekresultaten in archieven
AmbtsperiodeNaam directeur
1841 - 1854 1841 - 1854
1854 - 1868 1854 - 1868
1868 - 1877 1868 - 1877
1877 - 1893 1877 - 1893
1893 - 1899 1893 - 1899
1899 - 1910 1899 - 1910
1910 - 1921 1910 - 1921
1921 - 1945 1921 - 1945
1945 - 1959 1945 - 1959
1959 - 1968 1959 - 1968
1968 - 1984 1968 - 1984
1984 - 1991 1984 - 1991
1991 - 1991 -

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • Het archief van het Kabinet der Koningin is chronologisch ingericht: de wetten, Koninklijke besluiten en brieven van de directeur van het Kabinet zijn op hun datum en nummer opgeborgen. Is dus van een Koninklijk besluit of uitgaande brief de datum en het nummer bekend, dan kan men dit stuk, nadat men heeft bepaald in welke inventarisnummer (nummers in de eerste kolom) het is opgeborgen, rechtstreeks opvragen. Bij die Koninklijke besluiten zijn vrijwel altijd de daaraan voorafgaande ministeriële voordrachten gevoegd.

    In dit archief treft men maar weinig rekesten of verzoekschriften aan die aan de Koningin gericht zijn. Deze zijn immers meestal ter afdoening doorgezonden aan de verantwoordelijke minister. In de verzoekschriftenadministratie met de klappers daarop (inv.nrs. 13218-13333) kan men vinden aan welke minister een verzoekschrift of rekest is toegezonden.

    Evenmin zal men brieven van de Koningin zelf aantreffen: de Koning en de Koningin schreven (en schrijven) geen officiële brieven. Officiële brieven worden door anderen geschreven: door ambtenaren van een der ministeries of door ambtenaren van het Kabinet. Brieven van de hand van de Koningin zouden zich slechts in het Koninklijk Huisarchief kunnen bevinden.

    Men zij erop bedacht dat slechts een klein gedeelte van de Koninklijke besluiten is gepubliceerd in het Staatsblad en in de Staatscourant. Bovendien wijkt de nummering van de wetten en Koninklijke besluiten in het Staatsblad (nummering per kalenderjaar) af van de nummering van de originele, ondertekende wetten en besluiten in dit archief (nummering per dag).

  • Lijsten van wetten, koninklijke besluiten en kabinetsbrieven, geordend op datum en nummer (het exhibitum). Deze lijsten zijn vervaardigd vanaf 1956. Ze kunnen handig zijn als men een overzicht wil van uittreksels van alle stukken van een bepaalde dag.

  • De nummerlijsten geven aan welke nummers per dag zijn gebruikt. Daarachter staat vermeld het soort stuk en meestal een afkorting van het ministerie dat bij de behandeling van dat stuk betrokken is. Deze registers gebruikt men slechts, als men wil weten of van een bepaalde dag een nummer wel bestaat.

  • Registers van ingekomen stukken, aangevende bij welke besluiten ze zijn afgedaan (en dus te vinden zijn). Weet men een datum en een nummer van een voordracht van een minister aan de Koningin, dan kan men gewoonlijk vrij snel met behulp van deze agenda's de afdoening, meestal een Koninklijk besluit vinden. Na juni 1947 zijn deze registers niet meer aangelegd.

  • Voor het raadplegen van de verzoekschriftenadministratie leze men de zoekwijzer van deze inventaris.

  • Klappers zijn alfabetisch (niet lexicografisch) ingerichte registers op persoonsnaam en op aardrijkskundige naam. Ze verwijzen naar naar de Koninklijke besluiten zelf. Namen van instellingen zijn opgenomen onder de naam van de vestigingsplaats en dus niet onder de eigennaam. Per jaar bestaan de klappers uit twee delen, nl. voor het eerste en voor het tweede halfjaar.

  • De index vormt de hoofdtoegang van het archief. Het is een register in de vorm van een kaartsysteem, waarin alle besluiten en brieven (doch niet de rekesten aan de Koningin!), onderwerpsgewijs zijn vermeld. De verwijzingen hebben de vorm van datum en nummer van het Koninklijk besluit of de kabinetsbrief. Voor het gebruik van deze index, tesamen met de 'permanente zakenklapper' raadplege men de zoekwijzer.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in