gahetNA in het Nationaal Archief

Staatssecretarie

2.02.01
H. Bonder
Nationaal Archief, Den Haag
1938
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.02.01
Auteur: H. Bonder
Nationaal Archief, Den Haag
1938
CC0

Periode:

1813-1840

Omvang:

924,00 meter; 6918 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en in het Frans

Soort archiefmateriaal:

Normale 19e eeuwse geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat een aantal kaarten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Onder de regering van koning Willem I vormde de Staatssecretarie het belangrijkste coördinerende orgaan in het landsbestuur: hier kwam alle bestuurlijke informatie samen en werden de besluiten voorbereid waarmee de Koning het land bestuurde. De kabinetssecretarie, het Kabinet des Konings, vormde een onderdeel van de Staatssecretarie. Omdat de hoofdtaken in principe alle beleidsterreinen van de rijksoverheid betroffen, komen in het archief stukken voor over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het hoofdarchief (van de Staatssecretarie zelf) bestaat voor het overgrote deel uit een chronologisch geordende en per dag genummerde serie minuut-besluiten met bijlagen (ingekomen stukken). De toegangen op dit verbaal bestaan uit uitgebreide jaarlijkse indices met hoofdenlijsten en klappers. Op de vele ingekomen verzoekschriften (rekesten) zijn er aparte rekestenklappers: de rekesten zelf werden niet opgelegd in het archief, maar ter afhandeling doorgezonden naar de departementen. Naast het hoofdarchief maken deel uit van het archief Staatssecretarie:
het Geheim archief, met een chronologisch verbaal, indices en klappers;
het archief van de Secretaris van Staat;
het archief van het Kabinet des Konings, dat onder meer stukken bevat over de afscheiding van België, depêches van gezanten, staatsbegrotingen en militaire zaken. Bij het archief zijn gedeponeerd de notulen van de Kabinetsraad en stukken van commissies voor de grondwetten.

Archiefvormers:

  • Staatssecretarie en Kabinet des Konings
  • Commissie belast met de Herziening van het bestaande stelsel der In- en Uitgaande Rechten en Accijnsen
  • Commissie ter opheffing van het Sequester op enige Patrimoniële Goederen en Domeinen in België
  • Commissie tot Herziening der Grondwet
  • Commissie voor de Samenstelling der Constitutionele Wetten
  • Kabinet des Konings
  • Kabinetsraad
  • Lynden van Blitterswijk, jhr W.H.C. van
  • Oranje-Nassau, W.F., Prins van (Willem I)
  • Oranje-Nassau, W.F.G.L., Prins van (Willem II)
  • Staatscommissie betrekkelijk de Verhoging der In en Uitgaande Rechten
  • Staatscommissie tot Reorganisatie der Departementen van Algemeen Bestuur
  • Staatssecretarie

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Voorwoord

Bij de overname van de archieven van de Staatssecretarie bleek, dat zich daarbij nog vele dossiers bevonden, die in de inventaris van de archieven van het Kabinet des Konings (gedrukt in de Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven over 1913) thuis behoorden. Zo waren daarin o.a. slechts opgenomen de dubbelen en kopieën van de berichten van de ambassadeurs, consuls enz. tot 1827, terwijl die inventaris de stukken heette te bevatten zelfs nog van nà 1840. Nu die inventaris met die berichten tot 1840 kon worden aangevuld, alsmede met vele andere dossiers, terwijl zich daarin vele registers enz. bevonden, die beter bij de Staatssecretarie op hun plaats waren, is besloten met de inventaris der archieven van de Staatssecretarie tevens een geheel nieuwe inventaris van de archieven van het Kabinet des Konings tot 1840 te vervaardigen. Alles wat is overgenomen bij Koninklijk Besluit d.d. 5 februari 1913 nr. 7, en dat overeenkomstig Koninklijk Besluit d.d. 25 februari 1922 nr. 2 bij proces-verbaal d.d. 20 februari 1926 naar het Algemeen Rijksarchief is overgebracht, in één inventaris is verenigd.

Na 's konings afstand in 1840 en zijn vertrek naar Duitsland werd de behandeling van de zaken van zijn kabinet, dat bleef bestaan, verdeeld over Berlijn en Den Haag; er ontstaat dus dan een 'Haagsch Archief' en een 'Berlijnsch Archief', welk laatste verreweg de meeste stukken omvat.

Na 's konings dood in 1843 bleef de laatste secretaris van 's Konings Kabinet (Van Stralen) belast met de afwikkeling der zaken. Zijn archief loopt van 1844-1853 (zie ook inventaris 2.21.157).

Het archief van het geallieerde interimbestuur in de zuidelijke Nederlanden (6690-6700) en dat van het Belgische staatssecretariaat van 3 augustus 1814 - 10 april 1816 (6701-6809) is in 1955 overgedragen aan het Rijksarchief in Brussel.

De stukken van ná 1840 zijn in 1938 aan het Kabinet der Konings zijn teruggezonden.

Huisvesting der archieven van de Staatssecretarie

Een besluit, waarbij wordt bepaald in welk gebouw de Staatssecretarie, zou worden gevestigd na de omwenteling, is niet aangetroffen. Ook C.H. Peters 'Rapport over de landsgebouwen' geeft daarover geen licht; evenmin wijst dr. W. Moll in 'De Haagsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst' ons de Staatssecretarie aan, terwijl deze toch in een aldaar beschreven gebouw is gevestigd geweest en wel op het Plein in het voormalige Logement der stad Rotterdam, het tegenwoordige Departement van Defensie. Dit blijkt uit de plannen voor de verbouwing van het 'gebouw op het Plein voorheen Logement van de stad Rotterdam', opgemaakt door de architect Ziesenis in verband met de 'voor eenige jaren begonnen en onvoltooide aanbouwing aan de achterzijde van het gebouw geoccupeerd voor de Algemeene Staatssecretarie, te approprieeren voor een vergaderzaal van den Raad van State', d.d. 27 oktober 1815.(

Bijlage bij inventaris Waterstaat nr. 1969, 13 juli 1818, nr. 10624.

) Daar zijn de archieven gebleven, tot bij Koninklijk Besluit d.d. 31 januari 1819 La. F.N.36, werd bepaald, dat 'in het lokaal genaamd het Rotterdamsch logement te 's-Gravenhage zullen worden vereenigd de Departementen van Oorlog c.s., en den Minister van Waterstaat aan te schrijven Ons dienvolgens spoedig een geschikt lokaal te 's-Gravenhage voor te dragen waarin Onze Staatssecretarie met derzelver archieven gevoeglijk zal kunnen worden overgebracht'

De minister van Waterstaat stelde 23 februari daaraanvolgend voor, dat, 'Voor de Staatssecretarie zouden kunnen worden disponibel gesteld de navolgende localen, thans nog geoccupeerd door het Departement van Oorlog en het topographisch bureau, te weten op de 2e etage No. 13 tot 16 en 20 tot 30, uitmakende te samen een aantal van vijftien vertrekken', terwijl voor de kamerbewaarder en conciërge de lokalen nrs. 17 - 19 zouden kunnen worden aangewezen.

Naar aanleiding van dit voorstel werd bij Koninklijk Besluit d.d. 25 februari 1819, nr. 44, bepaald: 'De bureaux der Departementen van de Staatssecretarie, van den Waterstaat en der Publieke Werken, voor de Zaken van den Hervormden Eeredienst, der Posterijen van den Opperjagermeester in de Noordelijke Provinciën zullen met den eersten Mei a.s. in 's Lands gebouwen op het Binnenhof worden geplaatst op zoodanigen voet als nader door Ons, op voordragt van Onzen Minister van Waterstaat, zal worden bepaald'.

Het Koninklijk Besluit d.d. 11 maart 1819, nr. 49 gaf daarop de nadere regeling en plaatste de Staatssecretarie 'in de lokalen, aangeduid op de door Onzen voorn. Minister ingediende plans met een roode kleur en met de letters SE, zijnde No. 1 - 5 van de Rez de Chaussée en Nos. 6 - 15 van de eerste étage'.

Die plaats heeft het archief der Staatssecretarie behouden tot het in 1913 verhuisde naar de Korte Vijverberg in het huis van een der meest bekende secretarissen, die het kabinet heeft gehad, mr. G. Groen van Prinsterer. Daar is het slechts zeer kort gebleven. Reeds in 1922 had de overbrenging van het gewoon archief naar het Algemeen Rijksarchief plaats en in 1926 is het geheime gedeelte daarheen gevolgd, overeenkomstig het proces-verbaal d.d. 20 februari 1928.

De verwerving van het archief

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.

De verwerving van het archief

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • De secretaris van Staat had van april 1818 tot en met december 1822 de titel van: Staatsraad, belast met de directie der Staatssecretarie.

  • In 1963 werd van het Koninklijk Huisarchief een aantal pakken archivalia in bruikleen ontvangen, met stukken afkomstig uit het archief van het Kabinet des Konings (

    Zie archief van de Algemene Rijksarchivaris, correspondentie 1963 nrs. A 276 en B 282.

    ). Het Koninklijk Huisarchief heeft deze archivalia ná 1945 verworven (

    Zie mr. L. Roppe, Over de geschiedenis der Lage Landen.... Een weinig bekende archiefbewaarplaats in 'Wetenschappelijke Tijdingen, Orgaan van de Vereeniging voor wetenschap' te Gent, 22e jaargang, 1962 kolom 1-6, en ook J. Steur, archief van koning Willem I te Neuwied, in 'Bijdragen voor de Geschiedenis der Nederlanden' te Den Haag/Antwerpen, 17e deel, 1963, p. 221-222.

    )
    . Vele stukken dragen sporen van schimmels en vocht. De schade is echter niet aanzienlijk. Tegen verdere beschadiging zijn conserverende maatregelen genomen.

    Oorspronkelijk (

    Zie archief van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief, correspondentie, 1961, nr. 111.

    ) waren deze stukken samengevoegd - los of in omslagen - tot een vijftal pakken met de volgende inhoud:

    - brieven van verschillende personen aan koning Willem I, 1816-1843;

    - twintigtal omslagen met stukken van uiteenlopende aard;

    - stukken betreffende kerkelijke zaken, 1816-1830;

    - omslagen en losse stukken van uiteenlopende aard;

    - stukken betreffende de Citadel van Antwerpen, 1831.

    De inventariseringswerkzaamheden zijn in eerste instantie verricht door J. Steur. Toen later enige herzieningen wenselijk geacht werden, hebben H. van Schie en Th. Clemens daaraan hun medewerking gegeven. Laatstgenoemde heeft, in het kader van zijn onderzoek naar de bronnen voor de bestudering van de verhouding kerken en overige samenleving in Nederland tussen 1795 en ca. 1850, de stukken betreffende kerkelijke zaken voor zijn rekening genomen, terwijl Van Schie de overige stukken heeft bewerkt. Bij deze latere inventarisatie zijn de stukken ingedeeld volgens het schema van de inventaris van het hoofdbestanddeel van het archief van het Kabinet des Konings (

    H. Bonder, De archieven van de algemene Staatssecretarie en van het Kabinet des Konings met de daarbij gedeponeerde archieven over 1813-1840, 's-Gravenhage 1938.

    ).

    Tevens is de nummering aangepast (1-123 volgens Steur wordt 6810-6913 volgens Clemens/Van Schie) (

    Zie inventarisatiedossier, nr. D 8. 60/1977.

    ).

    In dit archiefbestanddeel bevinden zich een groot aantal ongedateerde stukken, waarvan het onmogelijk was ze alle met 100% zekerheid te determineren. Men houde hiermee bij het gebruik van deze stukken rekening.

    Tenslotte zij nog vermeld dat van een aantal stukken de tekst of varianten ervan, zoals die uit andere bronnen zijn overgekomen, geheel of gedeeltelijk zijn afgedrukt, met name in H.T. Colenbrander, Gedenkstukken der algemene geschiedenis van Nederland, deel IX, 2.

    Th. Clemens

    H.A.J. van Schie

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in