Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Koloniën West-Indië, 1806-1810

2.01.28.03
H.T. Colenbrander
Nationaal Archief, Den Haag
1899
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.01.28.03
Auteur: H.T. Colenbrander
Nationaal Archief, Den Haag
1899
CC0

Periode:

1801-1811

Omvang:

14,00 meter; 245 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Enkele stukken zijn in het Frans gesteld.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van het Ministerie van Marine en Koloniën bevat verbalen met indexen en bijlagen, kopieboeken en correspondentie van ambtenaren en ministers uit de periode juli 1806 - december 1810 onder anderen van J.C. van der Kemp, secretaris van de raad van Amerikaanse koloniën, later advocaat-generaal bij het Hooge Geregtshof in den Haag. Als lid van de Raad van Koophandel en Koloniën onderhandelde hij in 1815 met de Engelse bestuurders over de Amerikaanse koloniën die zij op de Nederlanders hadden veroverd.
De rubrieken gewijd aan de koloniën op de kust van Guinea en aan Berbice, Curaçao, St. Eustatius en St. Martin (Saba) bevatten eveneens correspondentie, voorts memories, kopierapporten en monsterrollen van onder meer " 's-konings slaven ter kuste van Guinea ", maar ook extracten uit brieven van Pieter Linthorst (1757- 1807). Deze begon zijn carrière als bediende bij een boek- en behangseldrukkerij te Utrecht en beëindigde als gouverneur-generaal van de Kust van Guinea, van 1805 tot 1807.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Koophandel en Koloniën, Boekhouder-Generaal en Ontvanger-Generaal
  • Ministerie van Koophandel en Koloniën, Divisie West
  • Ministerie van Marine en Koloniën, Commissarissen Militaire Zaken, Tweede Divisie West
  • Ministerie van Marine en Koloniën, Tweede Divisie (West)
  • Raad der Amerikaanse Bezittingen en Etablissementen, Boekhouder-Generaal en Ontvanger-Generaal
  • Raad der Amerikaanse Bezittingen en Etablissementen, Commissaris en Commies van Militaire Zaken

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Comite tot de zaken van de kolonien en bezittingen op de kust van Guinea en America (1795-1800)

Na het aflopen van het octrooi der Westindische Compagnie (in 1791) ging het bestuur over de Westindische koloniën over op de Staten- Generaal, die hiermede een Raad der Coloniën belastten, welke vervolgens in november 1795 werd vervangen door het bovengenoemde Comité, ingevolge Resolutie der Staten-Generaal van 9 oktober 1795. In de Samenstelling van het Comité, dat uit niet minder dan 25 leden bestond, zijn gewestelijke invloeden nog merkbaar: zo hadden 6 leden namens Amsterdam zitting en 3 voor Zeeland, terwijl de landprovincies elk 2 vertegenwoordigers hadden. Ook bleven in de steden die vanouds betrekkingen met de koloniën hadden. Ook bleven in de steden die vanouds betrekkingen met de koloniën onderhielden, departementen van de Westindische Handel bestaan: bijvoorbeeld te Amsterdam, Rotterdam en Middelburg. Het Comité als zodanig resideerde te `'s-Gravenhage en had de werkzaamheden verdeeld over een drietal afdelingen van elk 7 leden, nl. voor Politie en Justitie, voor Militie en Defensie en voor Commercie en Finantiën; elk departement zou tot de aanstelling van een eigen secretaris mogen overgaan, (naast de secretaris van het Comité zelf). Voorts funktioneerden een Ontvanger- generaal voor het beheer der ontvangsten en uitgaven van het Comité, waarover hij jaarlijks een generale rekening bij de Generaliteitsrekenkamer diende over te leggen, en een Advokaat- fiskaal, aan wie de rechtspraak over ambtsmisdrijven van zowel burgerlijk als militair personeel was opgedragen.

Raad der Amerikaansche Kolonien en bezittingen (1801-1806)

Het grote aantal leden van het Westindische Comité, dat overigens al spoedig in praktijk het aantal van 21 niet meer bereikte, bleek een efficiënt funktioneren in de weg staan. De Raad der Amerikaansche koloniën en Bezittingen, opgericht bij Besluit van het Uitvoerend Bewind van 29 december 1800, nr. 56, telde dan ook nog slechts 5 leden, die begin januari 1801 in funktie zijn getreden. De verdeling der werkzaamheden in een drietal departementen, nl. voor Politie en Justitie, voor Militaire aangelegenheden en voor Commercie en Finantiën, kwam in de loop van het jaar 1802 te vervallen. Wel bleven optreden de door de Raad voor de kantoren te Amsterdam, Rotterdam en Middelburg aangestelde Commissarissen.

Ministerie van Kolonien - Divisie West (1806-1808-1810)

Koning Lodewijk Napoleon heeft kort na zijn optreden de collegiale bestuursvorm over de koloniën afgeschaft. Op 6 juli 1806 benoemde hij Mr. P. van der Heim tot Directeur- Generaal voor de Koloniën en de Koophandel, waarna bij decreet van 29 juli 1806, nr. 47, zowel de Aziatische als de Amerikaanse Raad werden opgeheven om te worden gesteld onder een minister van Koophandel en Koloniën. Voor de administratie zelf heeft deze reorganisatie geen ingrijpende gevolgen gehad: de minister hield 2 afzonderlijke verbalen, een verbaal- West en een verbaal- Oost, terwijl de voormalige Amerikaanse Raad als zelfstandige administratie, zij het nu onder eenhoofdige leiding, bleef voortbestaan als divisie- West van het ministerie van Koophandel en Koloniën. De reorganisaties in het jaar 1808 hebben echter wel gevolgen gehad voor de administratie. Bij decreet van 8 januari 1808 werd een gezamenlijk ministerie van Marine en Koloniën opgericht, tot ultimo 1810 onder Van der Heim als minister, waarbij de administraties van Marine en Koloniën aanvankelijk geheel gescheiden bleven, maar voor Koloniën slechts één verbaal werd gehouden. In juni 1808 trad in werking een nieuwe organisatie zoals vastgesteld bij decreet van 6 mei 1808, nr. 19 waardoor het ministerie in zijn geheel werd verdeeld in een secretariaatgeneraal en een 7-tal divisies. Aan de 5e, 6e en 7e divisie was de afdoening van zaken die in het bijzonder de koloniën betroffen opgedragen respectievelijk voor de militaire zaken, voor het bestuur in engere zin en voor het financieel- economische beleid. Het onderscheid in West en Oost is dus vanaf het jaar 1808 komen te vervallen: een aparte administratie voor de Westindische koloniën heeft in dit jaar opgehouden te bestaan (zie voor de archieven van de gemeenschappelijke administratie: inventaris van de archieven betreffende de Oostindische Koloniën vanaf 1808). Nadat in september- oktober 1808 de gehele administratie van het ministerie van Marine en Koloniën was overgebracht naar Amsterdam, is bij decreet van 16 november 1808, nr. 6 het aantal divisies teruggebracht van 7 naar 4, waarbij het koloniaal bestuur onder de 3e (bestuurlijke en militaire aangelegenheden) en 4e divisie (financieel- economische kwesties) kwam te ressorteren.

Na 1810

Op 31 december 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse keizerrijk, hield het ministerie van Marine en Koloniën op te bestaan. In Amsterdam bleef achter een "divisie tot liquidatie van de zaken der koloniën", terwijl bij het Ministerie van Marine en Koloniën van het keizerrijk te Parijs een afzonderlijke Division Hollandaise werd opgericht, die tot 1814 heeft bestaan.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in