gahetNA in het Nationaal Archief

Microfilms Suriname

1.11.06.05
W. Hulshof, E.A.T.M. Schreuder
Nationaal Archief, Den Haag
1992
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.11.06.05
Auteur: W. Hulshof, E.A.T.M. Schreuder
Nationaal Archief, Den Haag
1992
CC0

Periode:

1743-1824

Omvang:

17 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Geschreven en gedrukte documenten. Kennis van het 18e en 19e eeuwse handschrift is noodzakelijk.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De collectie uitgiftebrieven van gronden te Suriname bevat in chronologische volgorde de resoluties van de gouverneur van Suriname tot de uitgifte van een grondbrief aan diverse belanghebbenden. De jaargangen 1764-1777 ontbreken vanwege de zeer slechte materiële staat.

Archiefvormers:

  • Directie van de Sociëteit van Suriname

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Deze stukken betreffen de uitgifte van gronden over de perioden 1743-1764 en 1778-1824 door het gouvernement in Suriname. Grond in Suriname werd uitgegeven onder "grondheerlijke" verhoudingen. De eigenaars verkregen de grond in "allodiaal eigendom en erfelijk bezit" van de Sociëteit van Suriname. De Sociëteit (en rechtsopvolgers) trad in feite op als souverein en eigenaar van de kolonie Suriname, op grond van het octrooi aan haar verleend door de Staten Generaal.

De grond was vrij van feodale verplichtingen, zoals bijvoorbeeld het verrichten van herendienst. Wel was de eigenaar verplicht aan een aantal voorwaarden te voldoen, zoals bijvoorbeeld het binnen een bepaalde tijd in cultuur brengen van de grond. Bleef een eigenaar in gebreke dan verviel de grond weer aan de Sociëteit van Suriname. De gronden werden uitgegeven door middel van grondbrieven, ook warrants genoemd, waarin de voorwaarden voor de uitgifte werden vastgelegd. De gouverneur van Suriname had de bevoegdheid tot uitgifte van gronden.

In het Regeringsreglement van 1815 voor Suriname werd die bevoegdheid toegekend aan de koning. Bij K.B. van 20 december 1820 werd een model-grondbrief vastgesteld. In principe bleef de uitgifte van gronden zoals die door de Sociëteit van Suriname had plaatsgevonden onveranderd en werd de grond uitgegeven in "allodiaal eigendom en erfelijk bezit". (

Encyclopedie van Nederlandsch West-Indië, red. H.D. Benjamins en J.F. Snelleman, Den Haag-Leiden 1914-1917, p.337 e.v. G.J. van Grol, De grondpolitiek in het West-Indisch Domein der Generaliteit, 2 dln. 's-Gravenhage 1942, II, hoofdst. II.

)

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in