Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Fagel

1.10.29
N.M. Japikse
Nationaal Archief, Den Haag
1964
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.10.29
Auteur: N.M. Japikse
Nationaal Archief, Den Haag
1964
CC0

Periode:

1513-1927

Omvang:

61,99 meter; 5345 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een aantal stukken zijn in het Frans, in het Duits of in het Engels. Een enkel stuk is in het Latijn.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bestaat uit drie hoofdgroepen: stukken van persoonlijke aard, stukken van ambtelijke aard en briefwisselingen. Het eerste deel bevat overwegend benoemingen (commissies e.d.) en overige particuliere stukken over de levensloop van diverse leden van het geslacht Fagel. De familie speelde met name in de 18e eeuw een belangrijke rol in de ambtenarij op generaliteitssniveau, overwegend als griffiers van de Staten-Generaal. Er zijn tevens diverse reisjournalen, dagboeken, aantekeningen over ambtelijke werkzaamheden maar bijvoorbeeld ook van geschiedkundige of theoretische aard of uit de studietijd en andersoortige manuscripten.
Ten tweede bevat het archief een aantal ambtelijke stukken, meest opgesteld in hun hoedanigheid als griffier: het zogeheten griffiersarchief. Dit loopt van de 16e-18e eeuw. Er zijn stukken over de griffie en het ambt van griffier; indices op de resoluties van de Staten-Generaal; agenda's en registers van uitgaande brieven; stukken over de werkzaamheden van de diverse generaliteitscolleges; de prins van Oranje, het stadhouderschap en de domeinen. Tevens zijn er stukken over allerlei gewestelijke zaken; over de financiën; leger en vloot; buitenlandse zaken (ontvangst van diplomaten, buitenlandse betrekkingen); religie en kerkelijke zaken; juridische zaken; Generaliteitslanden; VOC; WIC en Suriname. Van een aantal leden van de familie zijn er ook nog stukken opgesteld als ambassadeur of in overige officiële betrekkingen.
Ten derde is er een reeks briefwisselingen voor de periode 1672-1688 en vanaf 1700 tot eind 19e eeuw met zowel familieleden als een aparte reeks met gezanten (alleen voor de 18e eeuw).

Archiefvormers:

  • Fagel
  • Rosa
  • Goedecke, van
  • Hackebracht, van
  • Fagel, Gaspar
  • Fagel, Hendrik baron (de jonge)
  • Fagel, Jacob baron
  • Fagel, Francois Willem baron
  • Fagel, Robert baron
  • Fagel, Francois Hendrik Robert René baron

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Bibliotheek, archief en kunstverzamelingen werden grotendeels bewaard in het herenhuis Noordeinde 140 te 's-Gravenhage, waar de elkaar opvolgende griffiers der Staten-Generaal uit het geslacht Fagel sedert 1680 hebben gewoond. Dit huis kan men beschouwen als de zetel van de familie, hoewel uiteraard andere familieleden eveneens in het centrum van Den Haag gevestigd waren. (

H. E. van Gelder, Haagsche Cohieren, Jaarb. 'Die Haghe', 1913, 29, 1914-1915. 23, 29, 39, 62, 109 vlg.

) Deze vestiging in Den Haag was juist gekozen, omdat zij hier het Stadhouderlijk (later Koninklijk) Hof, de Staten-Generaal, de Staten van Holland en Westfriesland, alsmede hun andere meesters op de beste wijze konden dienen.

Aan J. van Breen danken wij een uitvoerige beschrijving van het huis aan het Noordeinde met de in de tuin gelegen koepel, waaraan de bekende bouwmeester Daniel Marot en de kunstschilder Terwesten hun beste krachten hebben gewijd. (

J. van Breen, Het Heerenhuis Noordeinde nr. 140 en De Tuinkoepel van het Huis Noordeinde nr. 140, beide in Jaarb. 'Die Haghe', 1913, 133 vlg.

) Van deze oude glorie treft men thans weinig meer aan; het huis werd tot winkel verbouwd, terwijl de koepel in verval is geraakt. In 1803 deed Hendrik Fagel de Jonge, die toen in Engeland vertoefde, het huis van de hand. Hieraan was een vrijwel totale uitverkoop van de inboedel vooraf gegaan. De kunstverzamelingen werden in de jaren 1799-1802 in Londen geveild. (

Briefwisseling van Jacob baron Fagel, inv.nrs. 3353-3388.

)
Ook de bibliotheek, die door François Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Oude was verzameld, deelde dit lot en werd verkocht aan Trinity College van Dublin, waar deze collectie thans nog bekend staat als 'The Fagel Library'. (

L. Brummel, The Fagel Library in Trinity College, Dublin, 'Miscellanea Libraria', 1957, 204 vlg.

)

Gelukkig bleven het familiearchief en de collectie familieportretten van de Fagels van de verkoop in de jaren 1799-1802 uitgezonderd en konden tijdens de 19de eeuw met nieuwe aanwinsten worden uitgebreid.

Het archief, waarin men de neerslag van het werken en vorsen van de familieleden aantreft, was nog lange tijd door een waas van beslotenheid omhuld totdat dr. H. T. Colenbrander, toen directeur van het Bureau voor 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën, in 1913 kon getuigen: 'Het fraai gelegen Avegoor, eigendom van den laatst overgebleven mannelijken telg uit het geslacht, dat aan de Vereenigde Nederlanden vijf griffiers der Staten-Generaal geleverd heeft, herbergt de vermoedelijk kostbaarste verzameling geschiedkundig materiaal, die in Nederland (buiten het Koninklijk Huisarchief) in particulier bezit voorkomt, waarin het mij gegeven was een oog te slaan'. (

H. T. Colenbrander, Het Archief Fagel en de geschiedenis van het Oranjehuis van 1806 tot 1813, Gedenkboek 'Je Maintiendrai', 1913, 296 vlg.

) Met deze woorden kwam het archief meer in de openbaarheid te staan dan voorheen het geval was geweest.

Huize 'Avegoor' in Ellecom (gemeente Rheden) was in de tweede helft van de 19de eeuw de zetel van de familie Fagel geworden, nadat zij gedurende de eerste helft van deze eeuw nog in Den Haag had gewoond. Jacob baron Fagel kocht op 19 maart 1822 het huis aan de Lange Vijverberg nr. 14, waar hij reeds in 1806 had gewoond. Daarna verhuisde hij naar het huis van Johan de Witt aan de Kneuterdijk en nog later naar Plein 5. Het huis aan de Lange Vijverberg nr. 14 was oorspronkelijk een gedeelte van het Hof van Friesland. In 1827 verhuurde Jacob baron Fagel het pand aan zijn broeder Hendrik baron Fagel. Deze woonde er tot zijn dood in 1838. Het huis werd toen betrokken door de weduwe van Jacob baron Fagel, Mevrouw J. M. M. barones Fagel-Boreel, met haar drie kinderen François Hendrik Robert René, Eleonora en Wendela. Tenslotte woonde in dit huis de ongehuwde Jkvr. Eleonora Fagel. Na haar dood in 1877 schijnt het huis verkocht te zijn. (

Henriette J. J. M. van Diepen, Het Hof van Friesland, Jaarb. 'Die Haghe', 1942,52 vlg.

)

Tenslotte dient nog te worden opgemerkt, dat de collectie familieportretten van de Fagels zich, evenals het archief, in het bezit van het Rijk bevindt. Deze collectie wordt thans beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Rijswijk.

Het valt niet moeilijk om naast een stamboom van de zgn. adellijke tak van het geslacht Fagel ook een stamboom van het familiearchief te construeren. Indien men uitgaat van de stelling, dat in het algemeen familiepapieren van vader op zoon vererven, wordt de stam van de boom gevormd door de archieven of archivalia, die achtereenvolgens in het bezit waren van François Fagel de Oudste, Hendrik Fagel de Oudste, Cornelis Gerrit Fagel, Hendrik Fagel de Oude, Jacob baron Fagel, François Hendrik Robert René baron Fagel en tenslotte van Jacob John baron Fagel. Aan deze stam kunnen tevens worden toegevoegd de archivalia, die afkomstig waren van hun echtgenoten of moeders na het overlijden. De takken van de boom worden dan gevormd door de opneming van archieven of archivalia, afkomstig van ooms en tantes na het overlijden en van broers en zusters na het overlijden, resp. huwelijk.

De stamboom is zo compleet, waarbij echter opgemerkt wordt, dat archieven of archivalia van afstammelingen uit de zijtakken Fagel-Aux Brébis, Fagel-Robbé, Fagel-Graswinckel, die uitstierven, niet in het familiearchief Fagel werden opgenomen, uitgezonderd echter enkele archivalia, afkomstig van generaal François Nicolaas baron Fagel.

Dit conglomeraat archieven, archiefjes en losse stukken, afkomstig van 26 leden der familie Fagel, vermeerderd met die der aanverwante geslachten, vormt het familiearchief Fagel, dat een lengte van ongeveer 45 strekkende meter beslaat. De dossiers en losse stukken waren geborgen in bruine en rood-kleurige portefeuilles, die eerst ten huize van de hierboven genoemde stamhouders te 's-Gravenhage werden bewaard en laatstelijk op 'Avegoor' te Ellecom (gemeente Rheden).

Zolang het archief in particuliere handen is gebleven, werd het zelden geraadpleegd. Enkele sporen werden gevonden, die wezen op een onderzoek van mr. G. Groen van Prinsterer, de eerste directeur van het Koninklijk Huisarchief. Hij verdiepte zich in de stukken over de Oostenrijkse Successie Oorlog. In de negentiger jaren van de vorige eeuw kon W. M. C. Regt ter bewerking van zijn genealogie over de familie Fagel geen toegang tot het archief verkrijgen, hetgeen hij toeschreef aan de uitlandigheid van de familie. (

Het meer geciteerde artikel van W. M. C. Regt, blz. 49.

) Gelukkiger was dr. H. T. Colenbrander, die in het begin van de 20ste eeuw een onderzoek instelde naar papieren, belangrijk voor zijn uitgave van de 'Gedenkstukken'. (

Een nog onuitgegeven verdrag van Willem III, 'Bijdr. v. Vad. Gesch.', 3de Reeks, VI, 133 vlg. en VII, 41 vlg.

)
Daarna was het prof. dr. F. J. L. Krämer, die de archivalia van raadpensionaris Gaspar Fagel onder de loupe nam en hierover een artikel publiceerde (

Idem

)
, maar tevens kans zag de brieven van Willem III aan Gaspar Fagel en Hendrik Fagel de Oudste aan de verzamelingen van het Koninklijk Huisarchief toe te voegen. Omstreeks 1920 kreeg dr. N. Japikse toegang tot het archief, eveneens ter bestudering van de nagelaten papieren van raadpensionaris Gaspar Fagel, die later werden verwerkt in zijn uitgave van de 'Correspondentie van Willem III en van Hans Willem Bentinck, eersten Graaf van Portland'. Deze historicus kon Jacob John baron Fagel er toe bewegen - in overleg met de toenmalige Algemene Rijksarchivaris prof. mr. R. Fruin - om het familiearchief Fagel aan het Rijk in bewaring te geven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

    • Gaspar Fagel, griffier 1670-1672. Hendrik Fagel de Oudste, griffier 1672-1690. François Fagel de Oude, griffier 1690-1744. Hendrik Fagel de Oude, griffier 1744-1790. Hendrik Fagel de Jonge, griffier 1790-1795.

      De stukken, in deze afdeling beschreven, werden door François Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Oude tot dossiers verenigd. De laatste completeerde zijn dossiers met stukken, afkomstig van zijn voorgangers Gaspar Fagel, Hendrik Fagel de Oudste en François Fagel de Oude, zodat deze dossiers niet meer te splitsen zijn en evenmin ondergebracht konden worden bij de andere groepen van deze inventaris.

      De meeste dossiers werden door François Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Oude van aantekeningen en retroacta voorzien, die verband hielden met hun werkzaamheden als griffiers der Staten-Generaal. Deze dossiers vormen dus het studiemateriaal, dat zij gebruikten bij de voorbereiding van zaken, die bij de Staten-Generaal ter tafel kwamen. Tot deze voorbereiding waren zij volgens hun instructie verplicht.

      Aldus ontstonden series dossiers over de meest verschillende onderwerpen, die zij thuis in portefeuilles bewaarden. Vooral aan Hendrik Fagel de Oude is het te danken, dat een systematische ordening van deze dossiers ontstond. Deze werd door de griffier Hendrik Fagel de Jonge overgenomen en ook in deze inventaris verwerkt.

      Te onderkennen vielen één statische en twee dynamische rubrieken. De statische omvat alle dossiers met gegevens over de Hoge Colleges van Staat van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, terwijl de twee dynamische rubrieken alle dossiers omvatten met gegevens over de werkzaamheden der Staten-Generaal. De onderwerpen van de dossiers waren in de eerste dynamische rubriek gerangschikt volgens de artikelen van de Unie van Utrecht, die de Staten-Generaal tot grondwet dienden en die dus nagekomen en uitgevoerd moesten worden. In de tweede dynamische rubriek worden dossiers aangetroffen met gegevens over zaken, die niet in de Unie van Utrecht worden genoemd, maar die in de loop van de tijd wel tot de competentie van de Staten-Generaal gingen behoren. De rubrieken zijn de volgende:

      A. Stukken betreffende de Hoge Colleges van Staat van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

      B. 'Generaliteits-Zaaken' (eerste gedeelte)

      C. 'Generaliteits-Zaaken' (tweede gedeelte)

      De dossiers en portefeuilles werden grotendeels door François Fagel de Oude en Hendrik Fagel de Oude van titels voorzien. Deze werden in de beschrijving tussen aanhalingstekens geplaatst en waar zulks nodig was verduidelijkt. Een en ander geschiedde om het persoonlijk cachet van dit gedeelte van het familiearchief niet verloren te doen gaan en zodoende ook het licht te laten vallen op het aandeel van de griffiers in de werkzaamheden der Staten-Generaal.

      Bij de beschrijving werd ook melding gemaakt van de talrijke aantekeningen van deze griffiers, die in de dossiers aanwezig zijn. Hieruit blijkt, dat zij, behalve uitstekende archivarissen, ook uitstekende ambtenaren der Staten-Generaal zijn geweest.

      De losse stukken, die niet tot dossiers waren samengevoegd, werden zoveel mogelijk tot bundels verenigd, hetgeen de duidelijkheid van het geheel ten goede kwam.

      Uit de aanhalingstekens zal dus blijken of men met een dossier dan wel met een bundel te maken heeft. De bundels konden alle ingeschoven worden in de systematische ordening, die Hendrik Fagel de Oude voor dit gedeelte van het familiearchief Fagel ingevoerd had. Dat hij hierbij veel ontleende aan de archiefordening van de Staten-Generaal spreekt als het ware vanzelf.

      Als organisator van dit gedeelte liet Hendrik Fagel de Oude het na om hiervoor een naam te verzinnen. Het leek gewenst dit alsnog te doen en aldus werd gekozen de naam van 'Griffiersarchief'. Niet alleen waren de aard en de inhoud van de dossiers - zo verschillend van de particuliere stukken en briefwisselingen - hiervan de oorzaak, maar ook de lengte van dit archief, dat de helft van de totale lengte van het familiearchief Fagel beslaat.

      In hoofdzaak omvatten de dossiers en bundels van het 'Griffiersarchief' de stukken die in de 18de eeuw in de vergaderingen der Staten-Generaal werden behandeld. Vele retroacta grijpen echter terug tot in de 15de, 16de en 17de eeuw.

      Het archief werd echter in de 18de eeuw gevormd. De geboorte ervan kan men stellen na 31 maart 1728 toen Hendrik Fagel de Oude tot Commies der Staten-Generaal werd bevorderd. Het werd afgesloten in oktober 1794 toen Hendrik Fagel de Jonge als extra-ordinair ambassadeur naar Engeland vertrok en kort daarna uit het ambt van griffier werd ontslagen.

    • De stukken, die hier volgen, stammen uit de Engelse periode van Hendrik baron Fagel. Als extra-ordinaris ambassadeur door de Staten-Generaal naar Engeland afgevaardigd in oktober 1794, bleef hij daar tot 1824 Nederland vertegenwoordigen. Deze serie wordt besloten met stukken uit de tijd, dat hij als Minister van Staat fungeerde (1830-1838), terwijl de stukken, die hij verzamelde tijdens zijn griffierschap van de Staten-Generaal (1790-1794) worden vermeld in de IIIde Afdeling van deze groep.

  • Zoals opgemerkt in de inleiding ontstonden tijdens Hendrik Fagel de Oude vier series briefwisselingen, nl:

    1. Particuliere Brieven
    2. Brieven van Ministers
    3. Brieven aan Ministers
    4. Ontcijferde brieven van Vreemde Gezanten aan hun regeringen

    Hendrik Fagel de Oude paste deze indeling niet alleen toe op zijn eigen brieven, maar ook op die van zijn voorganger-griffier François Fagel de Oude. Zijn opvolger-griffier Hendrik Fagel de Jonge volgde in dit opzicht de voetsporen van zijn grootvader tot het moment, waarop hij in 1794 met een bijzondere missie belast als ambassadeur naar Groot-Brittannië vertrok. Tijdens zijn ballingschap en daarna voegde hij de brieven van en aan ministers bij zijn particuliere correspondentie. Hendrik Fagel de Oude heeft deze soort brieven van raadpensionaris Gaspar Fagel niet bij zijn brieven van en aan ministers gevoegd, zodat ook deze onder diens particuliere brieven te vinden zijn. In de inleiding wordt hiervan de oorzaak verklaard.

    De jaarsgewijze opberging van de brieven bleef voor alle series in deze beschrijving gehandhaafd met dien verstande dat brieven van eenzelfde correspondent per jaar in één omslag werden samengevoegd. Ieder jaar bevat dus verschillende genummerde omslagen, voorzien van de naam van de betrokken correspondenten. Deze omslagen werden alphabetisch-lexicographisch geordend. Eén toegang tot deze jaarsgewijze opgesomde correspondentie in de series 'Particuliere Brieven' en 'Brieven van Ministers' werd verkregen door de opneming van de namen van de correspondenten in de 'Index van persoonsnamen', die de gehele inventaris bestrijkt.

Reacties

Mijn in de Verenigde Staten wonende schoonvader Jhr L. Quarles van Ufford wenst aan het Fagel archief een collectie brieven over te dragen van zijn oudoom Jacob John baron Fagel (5 oktober 1859-'s-Gravenhage 16 maart 1928). Mijn schoonvader arriveert hier te lande op 25 september a.s. voor een verblijf van enkele dagen. Aan wie kan hij de brieven overdragen?

Gaarne van U vernemend,

Hoogachtend,

Ch.M. van Beuningen
Nassaulaan 19
2514JT 's-Gravenhag

De In de rubriek "geschiedenis van de archiefvormer" ontbreken onder "B. Lijst van leden der familie Fagel, wier archivalia in deze inventaris beschreven zijn met enige genealogische en historische aantekeningen" de genealogische en historische aantekeningen (in de gedrukte tekst van de Fagelinventaris pp. XVIII-XXXIII). Naar die aantekeningen wordt wel verwezen bij de afzonderlijke archiefvormers.
Ik miste in de rubriek "Geschiedenis van het archiefbeheer" overigens ook het grootste gedeelte uit "C. Geschiedenis van het familie-archief Fagel", het daarmee corresponderende hoofdstuk in de gedrukte inventaris, maar die vond ik in andere rubrieken terug.
Zijn de genealogische en historische aantekeningen misschien ook naar elders verplaatst?

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in