gahetNA in the National Archives

Microfiches DTB Suriname

1.05.11.16
R. Bijlsma
Nationaal Archief, Den Haag
1916
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.11.16
Auteur: R. Bijlsma
Nationaal Archief, Den Haag
1916
CC0

Periode:

1662-1838

Omvang:

2.1 meter; 46 inventarisnummers

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Microfiches

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat registers met aangiften tot ondertrouw en aantekeninglijsten van huwelijken, gedaan ten overstaan van Raden van Politie; geboorteakten en akten van doop en huwelijk, evenals overlijdensregisters van de diverse kerkgenootschappen (inclusief de Joodse natie) in Suriname over de periode 1662-1838. Tevens omvat het stukken over lidmaten van de Evangelische Broedergemeente, afdrachten aan de kerk (speciaal bij begrafenissen) en scheidingen van tafel en bed. Het originele archief berust in het Nationaal Archief van Suriname. Beschikbaarstelling via website d.m.v. scans van microfiches.

Archiefvormers:

  • Burgerlijke Stand in Suriname
  • Raden van Politie in Suriname
  • Hof van Politie en Criminele Justitie
  • Hof van Politie / Gecommitteerden tot de Huwelijkse Zaken
  • Hervormde Kerk in Paramaribo, Beneden- en Boven Commewijne, Perica en Trorahica
  • Evangelisch-Lutherse Gemeente
  • Rooms-Katholieke Kerk
  • Portugees-Joodse Gemeente
  • Hoogduits-Joodse Gemeente
  • Evangelisch-Broederkerk
  • Kerkmeesters in Paramaribo, Beneden-Commewijne en Cottica-Perica
  • Boekhouder van de kerk in Paramaribo
  • Wees-en Boedelkamer

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Kerkgerechtigheid voor Begraven

De verplichting tot het betalen van 'kerkegerechtigheid' voor begraven enz. was door het koloniaal bestuur geregeld. Bij de aanvang van de achttiende eeuw gold de regeling van het plakkaat van 11 januari 1696, waarbij gelast werd dat kennisgeving van overlijden zou moeten geschieden aan de kerkmeesters in de divisies, die ten behoeve van de kerk het recht van de doden zouden ontvangen. In 1729 en later werd dit plakkaat gerenoveerd.

Bij resolutie van 26 januari 1732 bepaalden gouverneur en politieke raden, dat de ingezetenen van de divisie van Boven-Commewijne opgaaf van gestorvenen en betaling van de kerkegerechtigheid zouden moeten doen aan de kerkmeester van de divisie van Beneden-Commewijne; een resolutie van 24 juli 1732 gaf een dergelijke regeling voor Thorarica, Para- en Pauluskreek, die tot het ressort van de kerkmeester te Paramaribo werden gebracht.

Aan de kerkmeester te Paramaribo werd bij resolutie van gouverneur en politieke raden van 21 januari 1741 een boekhouder-kassier toegevoegd, die voortaan belast zou zijn met de ontvangst van de kerkegerechtigheid.

De Burgerlijke Stand

De instelling van de burgerlijke stand geschiedde in de kolonie in het jaar 1828 volgens publicatie van 5 maart 1828 (Gouvernementsblad van Suriname, nr. 3). Bij publicatie van 25 juli 1843 (Gouvernementsblad van Suriname, nr. 6) werd gelast, dat de geboorte- en doopregisters tot en met het jaar 1828, bij de verschillende kerkgenootschappen voorhanden, naar de burgerlijke stand zouden worden overgebracht.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

zoon van alma h.l. essed

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in