gahetNA in het Nationaal Archief

Nieuwe Weeskamer Suriname vanaf 1828

1.05.11.13
E. Hoogendijk
Nationaal Archief, Den Haag
1934
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.11.13
Auteur: E. Hoogendijk
Nationaal Archief, Den Haag
1934
CC0

Periode:

1778-1879
merendeel 1828-1876

Omvang:

53,50 meter; 3027 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat stukken afkomstig van de Commissie tot de Zaken der Nieuwe Wees-, Curatele- en Onbeheerde Boedelkamer en haar opvolgers. Het betreft onder andere notulen, registers van overledenen en boedels, last- of schuldboeken, kasboeken, journalen van ontvangsten en uitgaven. Verder stukken betreffende de Pupillaire Raad, zoals een notulenboek van dagelijkse verrichtingen, naamregisters van wezen, grootboeken en provisie-rekeningen.

Archiefvormers:

  • Commissie (uit het gemeentebestuur) tot de zaken van de Nieuwe Wees-, en Onbeheerde Boedelkamer, 1828-1832
  • Commissie tot de zaken van de Nieuwe Wees-, Curatele- en Onbeheerde Boedelkamer, 1833-1836
  • College van Commissarissen voor het departement van de Onbeheerde Boedels, 1836-1876

Archiefvorming

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen

Beperkingen aan het gebruik

Materiële beperkingen

Op de inventaris van de papieren van de Nederlands-Israëlitische weeskamer, opgemaakt door de weesmeester van de kamer op 30 juni 1839, tot overgave ingevolge bovengemeld besluit van 19/20 november 1838 (Gouvernementsblad van Suriname, nummer 13) komt deze aantekening voor: 'Een groot gedeelte van de papieren...... zijn door ouderdom en insecten in een bedorven en onleesbaren staat, zijnde dezelve uithoofde van gemis van een behoorlijk locaal tot dusverre bewaard geweest in een van de negerlocalen op het erf van de Nederl. Israëlitische kerk'. Omtrent de vernietiging van papieren behorende tot de archieven van de Portugees Israëlitische en van de Hoogduitse Israëlitische Weeskamer, vindt men ook nog melding gemaakt in: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (VROA) XLI, 1918, deel I, bladzijde 123 en in de inventaris van het 'Archief der Nederlandsch-Portugeesch-Israëlitische gemeente in Suriname, door mr. R. Bylsma', nummer 161 (zie: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (VROA) XLII, 1919, deel I, bladzijde 310). Blijkens dit laatste stuk zijn in maart, april en mei 1843 papieren afkomstig van de beide ontbonden Israëlitische weeskamers die, door allerlei oorzaken bijna vergaan en onbruikbaar waren geworden, verbrand. Dit is na voorafgaand onderzoek geschied ingevolge een resolutie van de gouverneur-generaal van 9 januari 1843, nummer 23, genomen op een voorstel van het College van commissarissen voor het departement van onbeheerde boedels van 3 januari 1843, nummer 1. De verbrande stukken waren tot die tijd bewaard in door ouderdom onbruikbaar geworden kisten, in het zogenaamde Cholerahuis. Doch niet alleen het archief van deze weeskamer, ook dat van de Nieuwe wees-, curatele- en onbeheerde boedelkamer heeft verliezen geleden. De toestand van de stukken bewijst dat vele van hun, door de invloed van klimaat, vocht en insecten, zijn geschonden. Maar ook door brand zijn vele papieren verloren geraakt, wat uit het volgende moge blijken. Op 8 september 1832 werd een akte(

Een geregeld en gewaarmerkt afschrift van deze acte is bij nr. 1372 van deze inventaris.

) verleden voor Pieter Vos, gezworen klerk van de kolonie Suriname, waarin Albertus Johannes Heidweiller(

Deze komt voor als beëdigd boekhouder in de Surinaamsche Almanak.

)
, boekhouder te Paramaribo, o.a. verklaarde dat bij de brand aldaar op de 3e en 4e van die maand, ook het huis dat hij in de Jodenbreedstraat bewoonde een prooi van vlammen was geworden. Voorts - 'dat hij toen onder zijn berusting heeft gehad diverse kisten met papieren en documenten betrekkelijk de Boedels Girius, Jool Gomperts, Ootman en meer anderen, alsmede aangaande de zaken van mevrouw Michaud. Dat hij comparant niet weet of dezelve kisten met papieren en documenten bij het bovenbedoeld ongeluk zijn verbrand, vernield of op een andere wijze in het ongerede geraakt, dan wel of dezelve en zoo ja, bij wien geborgen zijn'. Ook tussen de jaren 1891-1896 schijnt een aantal oude papieren, blijkbaar behoord hebbende tot het archief van de weeskamer in Suriname, aldaar door begraven te zijn opgeruimd. Volgens ambtelijke berichten waren ze bij de opruiming reeds grotendeels vergaan en onbruikbaar (zie: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (VROA) XLI, 1918, deel I, blz. 123-124).

Aanvraaginstructie

Citeerinstructie

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in