Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Gouverneur Suriname

1.05.11.01
E. Hoogendijk
Nationaal Archief, Den Haag
1932
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.11.01
Auteur: E. Hoogendijk
Nationaal Archief, Den Haag
1932
CC0

Periode:

1845-1869

Omvang:

0,10 meter; 20 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale, geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Gouverneur van Suriname bevat enkele stukken uit zijn correspondentie en diverse publicaties gedurende de periode 1845-1869. Verder omvat het enige stukken in verband met het beheer van de plantages, met betrekking tot de slaven en aanvragen om octrooi.

Archiefvormers:

  • Gouverneur van Suriname

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis Archiefvormer
(

Met dank aan de Landsarchiefdienst Suriname

)
De Gouverneur

Het koloniaal bestuur in Suriname was in hoge mate gecentraliseerd en er werd vanuit de hoofdstad Paramaribo gedirigeerd.

Van 1828 - 1845 waren Suriname en de Nederlands Antillen verenigd onder een te Paramaribo zetelende Gouverneur - Generaal. In 1845 vond er een scheiding plaats in het bestuur van de Nederlandse West-Indische bezittingen. Vanaf 1845 werd de kolonie Suriname beheerd door een Gouverneur die het land bestuurde in naam en als vertegenwoordiger van de Nederlandse Koning. Hij werd hierin geassisteerd door uitgezonden ambtenaren, met wie hij tezamen een groot deel van het directe beleid ontwikkelde en uitvoerde.

Volgens het Regeringsreglement van 1865:

  • werd de Gouverneur door de Koning benoemd en ontslagen;
  • hij moest de ouderdom van 30 jaren vervuld hebben;
  • verder was hij verplicht, zijn waardigheid te blijven bekleden totdat hij het bestuur aan zijn opvolger had overgegeven, tenzij hem van 's Koningswege gelast of vergund werd zijn waardigheid vroeger neder te leggen;
  • hij oefende zijn waardigheid uit met stipte inachtneming van 's Konings bevelen, en was aan de Koning wegens zijn doen en laten verantwoordelijk.

De macht van de Gouverneur op lokaal niveau was in alle sectoren van het maatschappelijk bestel voelbaar. Op elk gebied van de uitvoering had hij een beslissende stem. Geen bode of huishoudster aangesteld, balata- of goudconcessie verleend, Koninklijk besluit of verordening tot stand gebracht of een lap grond aan een kleinboer verleend, zonder dat zijn stem werd gehoord. Ook de buitenlandse machtgroeperingen werden door de Gouverneur vertegenwoordigd.

De Raad van Bestuur:

Op 1 januari 1866 trad een nieuwe bestuursregeling voor Suriname in werking. De Gouverneur werd de uitvoerende macht opgedragen, en hij werd daarin bijgestaan door de Raad van Bestuur. Deze Raad bestond uit een onder - voorzitter en drie leden, benevens een willekeurig aantal buitengewone leden, allen door de Koningin benoemd. De Gouverneur is voorzitter en de Gouvernements - Secretaris, secretaris van de Raad.

Hof van Politie/Politieke Raad:

De macht van de Gouverneur werd echter aanzienlijk beperkt door het instellen van een Hof van Politie (ook Politieke Raad genoemd). In dit Hof, aanvankelijk uit tien leden bestaande, hadden kolonisten zitting, die door de Gouverneur voor het leven werden benoemd. Voor iedere raadszetel moest de Gouverneur echter kiezen uit twee personen, die op hun beurt door de kolonisten met meerderheid van stemmen waren gekozen. Het Hof van Politie had grote bevoegdheden. De Gouverneur moest iedere zaak " van enig belang " aan de Raad voorleggen, die volgens de meerderheid van stemmen besliste. Bovendien was de Criminele Justitie ( strafrechtspraak) in handen van het Hof. De burgerlijke rechtspraak berustte bij het Hof van Civiele Justitie, waarin behalve de Gouverneur zes door de kolonisten uit hun midden gekozen leden zitting hadden. Ook dit Hof besliste met meerderheid van stemmen.

Koloniale Staten/ Staten van Suriname:

In 1865 kreeg de bevolking van Suriname een, grotendeels gekozen volksvertegenwoordiging: Koloniale Staten. Vier van de 13 leden werden, tot 1901, door de Gouverneur benoemd en 9 zouden gekozen worden volgens censuskiesrecht. De macht van Koloniale Staten was niet groot. Niet verkiesbaar tot lid der Koloniale Staten zijn de Gouverneur, de onder - voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur, de Gouvernementssecretaris en de Krijgslieden van de Staat in werkelijke dienst, alsmede zij, wie dit ontzegd is bij rechterlijk vonnis.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in