Administratie van Financiën Suriname
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
1.05.10.07
Algemeen Rijksarchief, Den Haag, en Centrale Archiefselectiedienst, Winschoten
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1917
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Oud Archief Suriname: Administratie van Financiën
Administratie van Financiën Suriname
Periode:
1751-1828
Omvang:
20.7 meter; 414 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands
Soort archiefmateriaal:
Normaal geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief van verschillende financiële instellingen in Suriname bestaat hoofdzakelijk uit grootboeken, journalen en kasboeken, alsmede uit enige chronologisch geordende correspondentie.
Archiefvormers:
- Sociëteit van Suriname (1683-1795)
- Nederlandse West-Indische bezittingen, Suriname/
- Boekhouder-Generaal 1816, Controleur Generaal, 1816-1828;
- Kantoor van de Commies ter Betaling 1818-1828;
- De Ontvanger van de inkomende en uitgaande rechten en van de landtaksen 1804, van de landtaksen 1804-1816;
- Kantoor van de Ontvanger van de inkomende en uitgaande rechten 1816-1828;
- De Ontvanger der hoofdgelden 1771-1880;
- De Ontvanger der modique lasten 1731-1828;
- Kantoor van de Ontvanger van het zegelrecht 1820-1828;
- De ontvanger van de kassa tegen de weglopers 1816, van de kassa tegen de weglopers en van de hoofdgelden 1816-1823, van de hoofdgelden 1824-1828;
- De Boekhouder-Kassier van de Gemene Weide 1819, van de Ontvanger van de Gemene Weide van de Landtaksen 1819-1828;
- De Boekhouder-Kassier van 's Lands Gasthuis 1793-1814;
- De Vendumeester 1790-1828;
- Raad van administratie van het pensioenfonds;
Archiefvorming
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Op voordracht van de contrarolleur-generaal van Financiën van 19 januari 1818 werd met ingang van 1 februari 1818 een generaal kantoor van betalingen opgericht, dat te staan kwam onder een commies ter betaling, daartoe bij besluit van de gouverneur-generaal van 22 januari 1818 benoemd.
3 COMPTOIR VAN DE ONTVANGER VAN DE INKOMENDE EN UITGAANDE RECHTEN EN VAN DE LANDTAKSEN 1804, VAN DE LANDTAKSEN 1804-1816
Het comptoir van de ontvanger van de landtaksen hield op te bestaan bij de overname van de kolonie op 27 februari 1816, doordat de perceptie van de landtaksen werd gebracht bij het kantoor van de ontvanger van de inkomende en uitgaande rechten.
De ontvanger van het in 1816 nieuw opgerichte kantoor van de inkomende en uitgaande rechten werd tevens belast met de inning van de landtaksen; bij de aanvang van het jaar 1817 trad weder een afzonderlijke ontvanger voor de landtaksen in functie, aangesteld bij besluit van de gouverneur-generaal van 27 december 1816. Bij resolutie van de gouverneur-generaal van 8 januari 1821 werd de ontvanger van het kantoor van de inkomende en uitgaande rechten belast met de perceptie van het kantoor van de modique lasten.
Een besluit van de gouverneur-generaal van 25 april 1816 bepaalde dat het kantoor van de hoofdgelden met ingang van 1 mei daaraanvolgend zou worden overgebracht bij het kantoor van de kassa tegen de weglopers.
Een resolutie van de gouverneur-generaal van 8 januari 1821 bepaalde dat de ontvangsten die destijds nog door het kantoor van de modique lasten geschiedden (zegelrecht) zouden worden overgebracht naar het kantoor van de inkomende en uitgaande rechten.
Bij resolutie van de gouverneur-generaal van 2 februari 1822 werd het kantoor van de inkomende en uitgaande rechten ontlast van de ontvangst van het zegelrecht en een afzonderlijke ontvanger voor het klein zegel of zegelrecht benoemd.
8 COMPTOIR VAN DE ONTVANGER VAN DE KASSA TEGEN DE WEGLOPERS 1816, VAN DE KASSA TEGEN DE WEGLOPERS EN VAN DE HOOFDGELDEN 1816-1823, VAN DE HOOFDGELDEN 1824-1828
Bij besluit van de gouverneur-generaal van 25 april 1816 werd het kantoor van de ontvanger van de hoofdgelden met ingang van 1 mei overgebracht bij het kantoor van de ontvanger van de kassa tegen de weglopers. Een besluit van de gouverneur-generaal van 18 augustus 1823 (Gouvernementsblad van Suriname 1828, nr. 5) bepaalde, dat, aangezien de kas tegen de weglopers als afzonderlijk fonds had opgehouden te bestaan, de opbrengst daarvan met de ordinaire hoofdgelden in één belasting zou worden begrepen.
9 COMPTOIR VAN DE BOEKHOUDER-KASSIER VAN DE GEMENE WEIDE 1819, VAN DE ONTVANGER VAN DE GEMENE WEIDE VAN DE LANDTAKSEN 1819-1828
Bij resolutie van de gouverneur-generaal van 17 februari 1819 werd de perceptie van het kantoor van de landtaksen of akkergelden gevoegd bij het kantoor van de ontvanger van de gemene weide.


Reacties