B.J. Slot
Introduction in English.
De archieven van de VOC bestaan uit de archieven van de colleges
van bewindhebbers van de zes kamers en enkele archieven van departementen en
bureaus van die kamers. Onder het gezag van de VOC werkten echter veel meer
archiefvormende instellingen en personen. Van hun archieven is slechts een deel
bewaard gebleven. Men kan een aantal instellingen en personen onderscheiden: er
zijn archieven van vestigingen van de Compagnie in het octrooigebied (Azië en
Kaap de Goede Hoop), archieven van ondergeschikte bureaus van die vestigingen,
en archieven van beambten van de VOC in de Republiek en van VOC-dienaren in het
octrooigebied. Van deze archieven zijn sommige op de plaats gebleven waar zij
zijn gevormd, andere bevinden zich in openbare archiefbewaarplaatsen in
Nederland en nog weer andere zijn in handschriftencollecties in het binnen- en
buitenland verzeild geraakt.
Van de archieven van de vele vestigingen van de VOC in het
octrooigebied bestaan er nog slechts enkele. De grootste en belangrijkste
daarvan bevinden zich in landen met klimatologisch ongunstige omstandigheden en
zijn soms in zeer slechte staat. Bovendien tonen zij lacunes die nog ernstiger
zijn dan die in de VOC-archieven in Nederland. Dat maakt het zoeken in het
buitenland naar de tekst van stukken die in Nederland verloren gingen in veel
gevallen vergeefse moeite. Daarentegen bevatten de oude vestigingsarchieven ook
veel materiaal dat nooit naar patria is gezonden, met name stukken over het
lokale bestuur.
De overgebleven archieven in het Arsip Nasional in Jakarta bestaan
uit het archief van gouverneur-generaal en raden, andere regeringsinstellingen
in Batavia, en gedeelten van archieven van andere vestigingen in Indonesië. Ook
in Sri Lanka, India en Zuid-Afrika bevinden zich nog omvangrijke archieven van
de oude VOC-vestigingen aldaar. Van deze archieven is dat van Batavia het
omvangrijkste, maar vele series zijn uit dat archief verdwenen of slechts
fragmentarisch aanwezig. Het archief van Ceylon is qua structuur nog het meest
intact. Ook nog in redelijk goede staat, met name het gedeelte uit de
achttiende eeuw, is het archief van Malabar in Madras, maar zijn structuur
treedt niet meer duidelijk aan de dag vanwege een chronologische herordening
die tijdens het Engelse bestuur heeft plaatsgevonden. Op het Algemeen
Rijksarchief bevinden zich behalve de eigenlijke VOC-archieven ook stukken
afkomstig van de Hoge Regering en van de boekhouder-generaal in Batavia, de
archieven van de factorijen in Japan en Kanton en fragmenten van archieven van
Nederlandse vestigingen in India. Kleinere delen van archieven van beambten en
kantoren kunnen ook in familiearchieven en handschriftencollecties
voorkomen.
Over het algemeen kan men van de structuur van de overzeese
bestuursarchieven vaststellen dat zij wat tweeslachtig is. Nederlandse
bestuursarchieven uit die tijd zijn meestal gebaseerd op een of meer series
resoluties met bijlagen, maar bij verscheidene archieven van VOC-vestigingen
heeft de sterke onderhorigheid aan hoger gezag (de Hoge Regering in Batavia,
c.q. de bewindhebbers in de Republiek) geleid tot een centrale plaats van de
briefwisseling met de superieuren, terwijl de resoluties met hun bijlagen meer
op de lokale administratie gericht zijn. Daarom zal men alfabetische indices
vaak eerder bij de briefwisseling met superieuren dan bij de resoluties vinden.
Een merkwaardige plaats nemen de dagregisters in in de structuur van de
archieven. Het lijkt er soms op dat deze dagregisters, zoals dat in Engelse
factorijarchieven het geval is, het basisbestand achter de briefwisselingen
vormen. In de dagregisters wordt namelijk uitgebreid verslag gedaan van
ingekomen en uitgaande correspondentie. Slechts zelden is deze rol echt
evident.In het octrooigebied van de VOC ontstonden ook Nederlandse rechterlijke
en notariële archieven. In principe waren de vormers van deze archieven
VOC-dienaren of aan de lokale VOC-overheden ondergeschikte personen of
instellingen. Dergelijke rechterlijke en notariële archieven zijn in het
algemeen bij de archieven van de betreffende vestiging bewaard. Zij bestaan in
Jakarta, Sri Lanka, India, en op het Algemeen Rijksarchief voor Japan en
Kanton. Een deel van de rechterlijke archieven van Batavia (enkele series uit
de archieven van schepenbank en weeskamer) zijn in de negentiende eeuw naar het
Algemeen Rijksarchief overgebracht.
1. Het archief in Jakarta
Verreweg het grootste archief uit het octrooigebied van de VOC is
dat van de centrale bestuursinstellingen in Batavia. Ten tijde van het
Nederlandse bestuur berustte dit in het zogenoemde Landsarchief, tegenwoordig
in het Arsip Nasional in Jakarta. Reeds in 1882 verscheen hiervan een
inventaris in druk
(
J.A. van der Chijs, Inventaris van 's Lands Archief te Batavia
(1602-1816) (Batavia 1882).
). Deze inventaris is tamelijk primitief en het is moeilijk
te achterhalen van welke archiefvormers in Batavia de verschillende bescheiden
afkomstig zijn. De eerste 99 bladzijden van deze inventaris betreffen stukken
van de Hoge Regering en commissarissen-generaal. Op pagina 100-112 zijn de
stukken vermeld van diverse andere bestuursinstellingen in Batavia. Tenslotte
zijn op pagina 113-354 zogenoemde 'gewestelijke stukken' opgenomen. Het is
allerminst duidelijk of hier brokstukken bij zijn van archieven van vestigingen
in het octrooigebied. Het lijkt dat deze een mengsel bevat van voornamelijk bij
de Hoge Regering ingekomen stukken uit de buitenkantoren en enkele losse
restanten van archieven van deze buitenkantoren. Voorts moet worden opgemerkt
dat in tegenstelling tot de VOC-archieven in het Algemeen Rijksarchief, de
archieven in Jakarta geen cesuur kennen in 1795. De inventaris van Van der
Chijs neemt stukken op tot en met het Engelse bewind (tot 1816), in een enkel
geval zelfs later.Het archief in Jakarta is naar vorm grotendeels een typisch
bestuursarchief, bestaande uit series resoluties en bijlagen. De indeling in de
inventaris is echter enigszins merkwaardig. De eerste rubriek van de inventaris
bevat de 'stukken uit patria'. Dit zijn behalve de brieven van de Heren
Zeventien ook die van de afzonderlijke kamers. Van bijzonder belang zijn hier
de brieven van de kamers waarvan weinig bescheiden in Nederland bewaard zijn
gebleven: Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen, alsmede de brieven van de kamer
Zeeland uit de zeventiende eeuw.
Een tweede rubriek wordt gevormd door de 'Indische stukken'.
Hierin bevinden zich de resoluties van de gouverneur-generaal en raden in
Batavia, en de bijlagen. De resoluties vormen een minder volledige serie van
dezelfde inhoud dan die in de VOC-archieven in Nederland. De series 'korte
notulen' zijn niets anders dan de chronologische inhoudsopgaven die bij de
resoluties in de VOC-archieven ingebonden zijn. Er is een serie 'bijlagen', die
voornamelijk het bestuur van Batavia en ressort betreffen. Deze bijlagen zijn
niet in de Nederlandse VOC-archieven aanwezig. Zij zijn van groot belang voor
de achtergronden van de besluitvorming van de Hoge Regering. Voorts bevat de
rubriek 'Indische stukken' de dagregisters gehouden in het Kasteel Batavia, die
in de VOC-archieven in Nederland grotendeels ontbreken, en brieven naar de
onderhori-ge vestigingen (een veel minder volledige reeks dan het 'Bata-via's
uitgaande brievenboek' in het Algemeen Rijksarchief). Ook bevindt zich hier een
kleine verzameling van originele tractaten en contracten met inheemse vorsten
in Azië.
In dezelfde rubriek 'Indische stukken' zijn de archieven van
diverse diensten en kantoren van het centraal bestuur in Batavia en het archief
van de Hoge Raad van Justitie ondergebracht. Deze archieven blijken maar zeer
gedeeltelijk bewaard te zijn: van enkele instellingen, onder meer van de Raad
van Justitie, is veel meer te vinden in de jaarlijks naar Neder-land gestuurde
afschriften in de VOC-archieven. De boekhoudre-gisters van de
boekhouder-generaal van Batavia zijn in de vorige eeuw naar Nederland
overgebracht om de daar inmiddels vernietigde duplicaten te vervangen (het
archief van de boek-houder-generaal in Batavia in het Algemeen
Rijksarchief).
Het onderdeel 'gewestelijke stukken' in de oude inventaris van het
Landsarchief is een samenvoeging van sterk ver-schillende bescheiden, zonder
enige toepassing van het herkomstbeginsel. Het gedeelte betreffende Batavia
bevat de archieven van allerlei lokale bestuursinstellingen en ambtenaren als
stadsbestuur, schepenbank en notariële archieven. Voor een deel zijn dit
eigenlijk geen instellingen van de VOC. De series betreffende vestigingen
buiten Batavia zijn echter juist wel voornamelijk VOC-archieven. Dit zijn
veelal de originelen van de ingekomen stukken waarvan een bloemlezing van
afschriften zich als 'Batavia's ingekomen brievenboek' in de overgekomen
brieven en papieren in de VOC-archieven be-vindt. Men zou dan verwachten dat
zich in deze serie de grote hoeveelheden stukken bevinden die vanuit de
buitenkantoren naar Batavia waren gezonden. Dit kan worden geverifieerd aan de
hand van de lijsten van elke zending van deze stukken, die zich voor iedere
vestiging in het 'Batavia's ingekomen brieven-boek' bevinden. Het blijkt dan
dat hier de grootste lacune van het archief van Jakarta zit. Alleen van de
vestigingen op het grondgebied van Indonesië, en daarvan alleen uit de late
VOC-periode, zijn er behoorlijke hoeveelheden ingekomen stukken bewaard
gebleven. Dit maakt dat het 'Batavia's ingekomen brieven-boek' in de
VOC-archieven verreweg de meest volledige series van ingekomen brieven uit de
onderhorige vestigingen in Azië bevat.
Het gebouw van het voormalige Landsarchief aan de Jalan Gajah Mada te Jakarta, 1991 (Foto M.C.J.C. van Hoof):

Plattegrond van een VOC-schip met onder de letters C en H de plaats van de consumptiegoederen voor de reis, ca.1760
(ARA Eerste Afdeling, Van Ghesel, inv.nr. 111):

2. Uit Batavia overgebrachte archieven in het Algemeen
Rijksarchief
I. Archief van de Hoge Regering in Batavia
Dit bestand van stukken heeft met name betrekking op gebieden
buiten Indonesië. Het is in 1863 uit het Landsarchief naar Nederland
overgebracht. Het is een heterogene verzameling van stukken van sterk
verschillende herkomst. Naast in Azië vervaardigde indices en andere toegangen
op belangrijke series komen in het bestand tamelijk aanzienlijke gedeelten van
briefwisselingen van enkele kantoren en een aantal 'memories van overgave'
voor. De verzameling lijkt grotendeels afkomstig te zijn uit de hiervoor
genoemde serie gewestelijke stukken in het Landsarchief. Daarnaast zijn er
mogelijk ook stukken afkomstig uit de naar Batavia overgebrachte archieven van
Nederlandse vestigingen in India. Uit die verzameling is de hieronder vermelde
verzameling van bescheiden der voormalige Nederlandse bezittingen in Voor-Indië
gelicht (zie paragraaf 4). Bij het uitsplitsen van deze verzameling is men
echter zeer voorzichtig geweest, zodat twijfelgevallen in het archief van de
Hoge Regering zijn gebleven. Van de collectie bestaat een voorlopige inventaris
(
M.A.P. Roelofsz, Beschrijving van een collectie stukken, in
1862-63 uit Batavia naar Nederland verzonden, voornamelijk het bestuur der
Hooge Regeering over de buitenkantoren betreffende, 1602-1827 (typoscript;
z.p.['s-Gravenhage] z.d.).
)
II. Archief van de boekhouder-generaal in Batavia
De boekhoudregisters van de boekhouder-generaal in Batavia zijn
naar Nederland overgebracht ter vervanging van inmiddels in Nederland
vernietigde bescheiden. Het gaat hier om series generale grootboeken en
journalen en negotiegrootboeken en journalen,bijna alle uit de achttiende eeuw
(
Inventaris van de archieven van de weeskamer
Batavia/boekhouder-generaal te Batavia/schepenbank te Batavia (typoscript;
's-Gravenhage 1980).
).
III. Archief van de weeskamer in Batavia
In 1863 werden ook series journalen en grootboeken van de
weeskamer in Batavia uit de achttiende eeuw naar Nederland overgebracht
(
Ibidem.
)
IV. Archief van de schepenbank in Batavia
.Het in 1863 uit Batavia naar Nederland overgebrachte gedeelte
van het archief van de schepenbank in Batavia bestaat voornamelijk uit
financiële bescheiden en processtukken uit de achttiende eeuw
(
Ibidem.
)
3. Archieven in India
Na de overdracht van de resterende Nederlandse vestigingen in
India aan Engeland in 1825, werd een deel van de archieven van deze vestigingen
(Coromandel, Surat en Bengalen) naar Batavia overgebracht en vandaar in 1863
naar Nederland verscheept. In het Algemeen Rijksarchief vormen zij nu het
bestand van de 'voormalige Nederlandse bezittingen in Voor-Indië' (zie
paragraaf 4). Het merendeel van de in India achtergebleven Nederlandse
archieven werd door het Engelse bestuur overgenomen. Veel, zo niet het meeste,
blijkt inmiddels verdwenen te zijn
(
J. van Kan, Compagniesbescheiden en aanverwante archivalia in
Britsch-Indië en op Ceylon (Batavia 1931) 19-23.
). Enkele restanten werden ten slotte geconcentreerd in de
archiefbewaarplaats in Madras, terwijl ook elders in India zich nog wel enige
bestanden bevinden. Het archief van de Nederlandse vestiging in Cochin in
Malabar bleef buiten deze operaties en is sinds 1795 zonder onderbreking in
handen van het Engelse gouvernement in Madras gebleven.
Verreweg de meeste Nederlandse archieven in India bevinden zich nu
dus in het staatsarchief van Tamil Nadu in Madras. Het grootste deel daarvan
wordt gevormd door het archief van de Nederlandse vestiging in Cochin. Dit is
het enige archief van een Nederlandse vestiging in India dat redelijk intact is
bewaard gebleven.
Van de Nederlandse archieven in Madras bestaat een 'Press list',
een chronologische magazijnlijst, met opmerkingen betreffende sommige
belangrijk geachte stukken
(
A.J.M. Heyligers, Press List of Ancient Dutch Records from
1657 to 1825 (z.p. z.d.).
). Deze lijst is slechts een primitief werkinstrument.
Bovendien is de oorspronkelijke structuur van het archief door de
chronologische ordening verloren gegaan. Wel kan men zich door vergelijking met
inventarissen van andere bestanden een redelijk beeld vormen van de
oorspronkelijke structuur. De stukken uit de zeventiende eeuw zijn grotendeels
verdwenen. Het resterende archief bestaat voornamelijk uit brieven van en naar
Batavia en de Republiek, resoluties, bijlagen, briefwisselingen met andere
Nederlandse vestigingen, en dagregisters van missies. De dagregisters van de
vestiging zelf zijn slechts zeer fragmentarisch aanwezig. Boekhouding en
rekeningen zijn zeer incompleet aanwezig voor de latere jaren. Ook zijn er veel
stukken van de Raad van Justitie en stukken betreffende de lokale Nederlandse
nederzetting zoals protocollen van civiele akten en bescheiden afkomstig van de
lokale weeskamer.
Van de archieven van Bengalen en Surat zijn in Madras slechts
kleine delen aanwezig die in 1932 uit Bombay en Calcutta naar Madras werden
overgebracht. Het gaat hierbij vooral om protocollen van civiele akten. Vóór de
overdracht in 1932 waren de archieven beschreven door J. van Kan. Het is
onduidelijk of de bestanden in Calcutta die door hem zijn beschreven dezelfde
zijn als de in 1932 van Calcutta naar Madras overgebrachte bescheiden
(
Een beknopte lijst hiervan is Supplementary Catalogue of Dutch
Records (Madras 1952). De hierin voor Surat opgenomen bescheiden zijn meer
uitvoerig beschreven in Van Kan, Compagniesbescheiden, 78-105. Zie voor de
bescheiden betreffende Bengalen: ibidem, 59-74.
). Het door Van Kan beschreven bestand is een gemengde
collectie van weeskamerarchieven, protocollen van civiele akten, enkele
kerkelijke registers en brokstukken van bestuurs- en rechterlijke archieven. De
lijst van de in 1932 overgebrachte bestanden lijkt niet met de lijst van Van
Kan overeen te stemmen.
Voor prosopografische studies betreffende het VOC-personeel zijn
de stukken van Bengalen en Surat niet zonder belang, maar voor een studie van
de Compagniesadministratie kan men beter de in Nederland aanwezige bescheiden
raadplegen. Wel zijn in Madras wat stukken aanwezig betreffende de lokale
Nederlandse nederzettingen in Bengalen, Surat en Coromandel, zoals kerkelijke
registers, en rechterlijke en notariële stukken.
In het archief van de burgerlijke stand in Madras bevinden zich
voorts enkele Nederlandse kerkelijke registers van Pulicat aan de kust van
Coromandel
(
Van Kan, Compagniesbescheiden, 198-199.
).
4. Uit India overgebrachte archieven in het Algemeen
Rijksarchief
Bij de overdracht van de Nederlandse bezittingen in India aan
Engeland bleef een aantal bescheiden in Nederlands bezit. Het zijn voornamelijk
resoluties en briefwisselingen met Nederland en Batavia uit de laatste decennia
van het Compagniesbestuur. Vermengd met de hierboven genoemde bescheiden van de
Hoge Regering betreffende de buitenkantoren werden zij in 1863 naar Nederland
overgebracht. Bij inventarisatie op het Algemeen Rijksarchief werden de stukken
betreffende de vestigingen in India van de rest afgescheiden en in een apart
archief ondergebracht, het archief van de voormalige Nederlandse bezittingen in
Voor-Indië. Hierin werden alleen die stukken opgenomen waarvan onomstotelijk
vaststond dat zij tot de archieven van Nederlandse vestigingen in India hadden
behoord. Twijfelgevallen werden bij de bescheiden van de Hoge Regering gelaten
(
W.J.M. Buch, Inventaris van bescheiden der voormalige
Nederlandsche bezittingen in Voor-Indië (typoscript; 's-Gravenhage 1936).
).
5. Archieven in Sri Lanka
Het archief van het Nederlandse bestuur van Ceylon is tamelijk
volledig bewaard gebleven. Het betreft met name de bescheiden van de
bestuursinstellingen in de hoofdstad Colombo. Van de archieven van de
onderhorige vestigingen zijn alleen grotere of kleinere brokstukken over. Het
archief van de hoofdvestiging in Colombo is beschreven in een inventaris uit
1943
(
M.W. Jurriaanse, Catalogue of the Archives of the Dutch
Central Government of Coastal Ceylon 1640-1796 (Colombo 1943).
). Hoewel het uit de inventaris niet zo duidelijk blijkt,
gaat het ook in Colombo weer om het typische model van een vestigingsarchief,
gebaseerd op de briefwisseling met de superieuren in de Republiek en Batavia,
met daarnaast voor de lokale administratie resoluties met bijlagen en
dagregisters, en archieven van diverse ondergeschikte administraties.
Er zijn omvangrijke series resoluties en bijlagen van de
gouverneur en raden, met bijbehorende series secrete resoluties en resoluties
van bijzondere departementen. Daarnaast bestaan diverse series ingekomen en
uitgaande brieven (gewoon, secreet en van het binnenlandse en militaire
departement), gesplitst in de rubrieken patria en Kaap de Goede Hoop, Batavia,
diverse ondergeschikte kantoren, en andere vestigingen in het octrooigebied.
Opvallend is het ontbreken van een serie dagregisters van Colombo. Deze moet
wel hebben bestaan, gezien het voorkomen van gedeelten hiervan in de
overgekomen brieven en papieren in de VOC-archieven in Nederland. Een rubriek
'internal affairs' bevat naast allerlei series stukken betreffende bijzondere
onderwerpen ook protocollen van civiele akten en wetgeving. Een rubriek
'external affairs' bevat naast correspondentie met andere VOC-vestigingen (het
is niet duidelijk waarom zij niet bij de overige briefwisseling werd
ondergebracht) ook traktaten en briefwisselingen met inheemse overheden en
vertegenwoordigers van andere Europese mogendheden. Naast het archief van
gouverneur en raden zijn er bestanden van de hoofdadministrateur (hoofd van de
handel) en van de dessave (districtshoofd) van Colombo. In het archief van de
dessave bevindt zich een rijke collectie 'tombo's' (een soort kadastrale
registers). Ook is er een zeer omvangrijk archief van de Raad van Justitie,
betreffende zowel civiele als criminele zaken, en van lagere rechterlijke
instellingen als de landraad en de civiele raad. Van tijdelijke
bestuurslichamen en personen zijn er archieven van de Geheime Commissie (belast
met de oorlog met Kandy 1762-1766), bestaande uit resoluties en
correspondentie, en van enkele bijzondere commissies die uit Nederland werden
gestuurd.
Afbeelding van de wapens van de Nederlandse vestigingen op Ceylon, ca.1719 (ARA Eerste Afdeling, Aanwinsten, inv.nr. 1892-32b):

Tekening van kristallen serviesgoed uit de bijzondere eis van de gouverneur van Nagasaki, 1822 (ARA Eerste Afdeling, Ned. factorij in Japan, inv.nr. 1415):

Ook buiten het staatsarchief zijn overigens nog bescheiden van
Nederlandse oorsprong te vinden. De Wolvendaal Church in Colombo bezit het
archief van de Nederlandse kerkelijke gemeente aldaar
(
J. van Kan, Compagniesbescheiden, 222-228.
).
Behalve van de hoofdvestiging Colombo zijn ook aanzienlijke
bestanden van de ondergeschikte besturen van Galle, Matara, Jaffna en Wanni
aanwezig. Deze bestanden zijn van bijzondere betekenis omdat dergelijke
ondergeschikte overheden minder directe betrekkingen hadden met de centrale
overheden in Batavia en de Republiek, zodat er in de VOC-archieven minder over
deze gebieden te vinden is. Van al deze bestanden bestaat een recente
verzamelinventaris
(
M.E. van Opstall ed., Inventory of the Archives of the Dutch
Government in the Divisions of Galle (Matara) and Jaffnapatnam 1640-1796 by
S.A.W. Mottau. With a List of Reconstructed 17th century Tombos by J.S.
Wigboldus and Addenda to the Catalogue of the Archives of the Dutch Central
Government of Coastal Ceylon (The Hague 1975).
).
Het archief van Galle bevat de gebruikelijke series van
resoluties, briefwisselingen met de superieuren in Colombo, Batavia en de
Republiek, registers van testamenten, protocollen van civiele akten van de
secretarissen, registers van aanstellingen, rapporten van missies, registers
van instructies aan inheemse functionarissen, dagregisters, venduboeken en
landrollen. Daarnaast zijn er archieven van afzonderlijke bureaus en commissies
zoals van de negotieboekhouder (dat echter weinig boekhouding doch wel veel
administratieve stukken bevat), van de tombo-commissarissen (dat voornamelijk
bevolkingslijsten bevat) en van het schoolbestuur. Ook zijn er omvangrijke
archieven van de Raad van Justitie in Galle en van de landraad van het district
Galle.
Voornamelijk uit de laatste periode van het Compagniesbestuur is
een archief bewaard gebleven van het aan Galle ondergeschikte district Madurai
(gelegen in de huidige deelstaat Tamil Nadu in India). Dit archief bevat zowel
het bestand van de dessave (het districtshoofd) als dat van de landraad. Qua
samenstelling komt het overeen met het archief van Galle.
Van het archief van Jaffna zijn behalve een serie tombo's alleen
wat fragmenten overgebleven. Ook van het archief van het districtsbestuur Wanni
bestaan nog slechts enkele fragmenten.
6. Archieven in Malakka
De archieven van het Nederlands bestuur in Malakka zijn verloren
gegaan. Wel is er een Nederlands kerkelijk archief bewaard gebleven, waarvan
afschriften in het Algemeen Rijksarchief aanwezig zijn
(
Collectie Aanwinsten Eerste Afdeling, inv. nr. 1920 XXXIV
1.
).
7. Uit China overgebrachte archieven in het Algemeen
Rijksarchief
Het tamelijk omvangrijke archief van de Nederlandse vestiging in
Kanton bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief, waar het in 1863 met de
andere uit Azië overgebrachte bestanden aankwam. Het komt qua indeling overeen
met de archieven van de overige vestigingen: resoluties en dagregisters,
ingekomen en uitgaande brieven, protocollen van civiele akten en miscellanea.
Ook in Kanton heeft de liquidatie van de VOC geen cesuur in de archieven
teweeggebracht. De stukken bestrijken de jaren tot 1826. Er bestaat een recente
inventaris
(
Julianti L. Parani, Inventaris van het archief van de
Nederlandse factorij te Canton 1742-1826 (typoscript; 's-Gravenhage 1972).
).
8. Uit Japan overgebrachte archieven in het Algemeen
Rijksarchief
Het archief van de Nederlandse factorij in Japan is zeer goed
bewaard gebleven. Het bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief. Het bestand
dateert van de gehele VOC-periode, en loopt door tot 1860. De structuur is
dezelfde als van de archieven van andere vestigingen. Het archief bestaat voor
de VOC-periode uit twee delen: het archief van opperhoofd en raden en dat van
de pakhuismeester-boekhouder-scriba. Het laatste bestand bevat protocollen van
civiele akten. Het archief van opperhoofd en raden bestaat uit series
resoluties, dagregisters, brievenboeken en boekhouding. De series stukken
betreffende boekhouding en handel zijn in vergelijking met andere vestigingen
zeer intact. Daarnaast vertoont het archief de typische lacunes die bij veel
archieven van vestigingen voorkomen: briefwisselingen met anderen dan de Hoge
Regering zijn alleen zeer incompleet voorhanden, en er zijn slechts schamele
resten van de briefwisseling met de inheemse autoriteiten. Van het archief
bestaat een moderne inventaris
(
M.P.H. Roessingh, Het archief van de Nederlandse factorij in
Japan/The archive of the Dutch factory in Japan 1609-1860 (typoscript;
's-Gravenhage 1964).
).
9. Archieven in Kaapstad
De in Kaapstad bewaarde archieven zijn wellicht de best bewaarde
van een administratie in het octrooigebied. Omdat de Kaap, evenals Ceylon, een
gebied was waar zich kolonisten vestigden, lijkt het archief qua structuur
sterk op dat in Colombo. Het lijkt redelijk geordend te zijn. De korte
inventaris door Graham Botha geeft een goed beeld van de structuur
(
Graham Botha, A Brief Guide to the Various Classes of
Documents in the Cape Archives for the Period 1652-1806 (Cape Town 1918).
). Het archief van de Nederlandse administratie bestaat uit
drie gescheiden blokken: het archief van de Raad van Politie, dat van de Raad
van Justitie en dat van de weeskamer. Belangrijke Nederlandse bestanden
bevonden zich tijdens het opmaken van de inventaris in 1918 nog bij het
Hooggerechtshof (de civiele rollen van de Raad van Justitie) of bij de Surveyor
General (de landadministratie).
Het archief van de Raad van Politie is het eigenlijke
gouvernementsarchief. Het bestaat uit een serie gewone en secrete resoluties
met bijlagen, series ingekomen en uitgaande brieven, een serie dagregisters,
een serie rapporten van missies en expedities en scheepsjournalen, commissie-
en instructieboeken, monsterrollen, rekesten, en verschillende series van
protocollen van civiele akten die voor de Raad zijn gepasseerd. Er bestaat nog
een groot aantal andere series, waarvan de meeste wel grotere of kleinere
lacunes vertonen. Het archief van de Raad van Politie bevat tevens een aantal
losse delen en bescheiden betreffende andere vestigingen in het octrooigebied.
Er is maar weinig van de boekhouding bewaard gebleven. Bij het archief van de
Raad van Politie zijn ook wat losse restanten van archieven van andere
instellingen gevoegd.
Het archief van de Raad van Justitie is zeer groot. Een aantal
series vertoont echter vrij aanzienlijke leemtes. Ook het archief van de
weeskamer is omvangrijk.
10.Particuliere archieven
Particuliere archieven bevatten vaak tamelijk uitgebreide
ambtelijke archieven of ambtelijke documentatieverzamelingen.
(
Een overzicht geeft M.P.H. Roessingh ed., Sources of the
History of Asia and Oceania in the Netherlands I. Sources up to 1796 (München
1982). Zie ook J.A.M.Y. Bos-Rops e.a. ed., De archieven in het Algemeen
Rijksarchief. Overzichten van de archieven en verzamelingen in de openbare
archiefbewaarplaatsen in Nederland 9 (Alphen aan den Rijn 1982).
)Ambtelijke archieven zoals de collectie Brugmans bevatten de
ambtelijke briefwisselingen en andere stukken betreffende het handelen van de
archiefvormer, terwijl de documentatieverzamelingen een grote verscheidenheid
aan verzamelde stukken bevatten, die de archiefvormer bij zijn werk
hielpen.
De zich in familiearchieven bevindende stukken van VOC-dienaren in
Azië zijn veelal typisch ambtelijke archieven. Daarentegen zijn de in Nederland
gevormde bewindhebbersarchieven zoals die in het familiearchief Radermacher
typische documentatieverzamelingen, waarop de bewindhebbers konden terugvallen
voor het bepalen van hun beleid. Kleinere documentatieverzamelingen bevatten
dikwijls zowel enkele ambtelijke stukken als aanstellingsakten en andere
persoonlijke stukken, die meer als curiosa en memorabilia zijn bewaard.
Beschrijving van de duikeruitrusting van John Lethbridge voor het lichten van goederen uit het verongelukte schip Slot ter Hoge, ca.1725 (ARA Eerste Afdeling, Radermacher, inv.nr. 247):

Cargalijst van negen Oostindische retourschepen, 1690 (ARA Eerste Afdeling, Hudde, inv.nr. 17):

Een interessant aspect van sommige ambtelijke archieven in
particuliere archieven is dat zij een beeld geven dat vaak niet volledig in de
archieven van de VOC en haar vestigingen wordt weerspiegeld. Sommige ambtelijke
archieven tonen dat er in werkelijkheid meer en veelzijdiger werd
gecorrespondeerd dan uit de stukken in de officiële archieven blijkt.
Typische voorbeelden hiervan zijn de archieven van Wollebrand
Geleynssen de Jongh betreffende Perzië en Surat en van Vernet betreffende
Bengalen.
I. In het Algemeen Rijksarchief
De belangrijkste ambtelijke archieven zijn:
- Alting, W.A. (1724-1800), 1596-1796 (gouverneur-generaal)
en Engelhard, N. (1761-1831), 17e eeuw-1831 (verschillende functies op Java)
(gedeeltelijk in de Tweede Afdeling in de familiearchieven Van Alphen en
Engelhard);
(
Inventarissen: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven
(hierna: VROA) 23 (1900) 29-57; VROA 19 (1896) 112; J. de Hullu, 'Beschrijving
eener verzameling stukken, afkomstig van Nicolaus Engelhard', VROA 39 (1916) I,
482-502.
)
- Brugmans, P.A. en A., 1612-1870 (advocaat van de kamer
Amsterdam; equipagemeester in Batavia);
(
Inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling
stukken, voor het meerendeel afkomstig van mr. Pibo Anthony Brugmans en van
diens zoon mr. Anthonius Brugmans', VROA 42 (1919) II, 347-366.
)
- Cnoll, Govert (1644-1710), 1678-1709 (diverse functies op
Java);
(
Inventaris: H.A. Trapman, 'Inventaris van het archief
van Govert Cnoll (1644-1710)' in: Vijf ambtenaren van de VOC en de regering in
Indië. Inventarissen van de archieven Becker, Cnoll, Van Kal, Van Polanen en
Valckenier (typoscript; 's-Gravenhage 1985) 27-54. Een eerdere inventaris
verscheen in VROA 24 (1901) 38-41.
)
- Geleynssen de Jongh, Wollebrand (1594-1674), 1612-1648
(directeur in Surat en Perzië);
(
Inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling
stukken, afkomstig van Wollebrand Geleynssen de Jongh', VROA 35 (1912) 94-135;
VROA 36 (1913) I, 96-104.
)
- Kal, Jacob van (1754-1829), 1781-1811 (diverse functies
in Malakka, Riau en Batavia);
(
Inventaris: Theo Thomassen, 'Inventaris van het archief
van Jacob van Kal (1754-1829)' in: Vijf ambtenaren, 55-85.
)
- Nederburgh, S.C. (1762-1811) (advocaat en
commissaris-generaal) en familie, 18e-20e eeuw;
(
Inventaris: R. de Vries en M.E. van Opstall, Inventaris
van het archief S.C. Nederburgh/Inventaris van het familiearchief Nederburgh
(typoscript; 's-Gravenhage 1987).
)
- Sweers, Salomon; Jeremias van Vliet; Jacques Specx; en
François Mannis, 17e eeuw (vele functies);
(
Inventaris: R. Bijlsma, 'Beschrijving eener verzameling
stukken van Salomon Sweers, Jeremias van Vliet, Jacques Specx en François
Mannis, gemerkt C.S.', Inventarissen van rijks- en andere archieven van
rijkswege uitgegeven, voor zoover zij niet afzonderlijk zijn afgedrukt (hierna:
IRA) 1 (1928) 3-37.
)
- Vernet, G.L., 1746-1766 (directeur in Bengalen);
(
Inventaris: Collectie Vernet (typoscript; z.p.
z.j.).
)
- Wttewaal, Jan, en Hendrik van Staveren, 1754-1888
(VOC-dienaren in Celebes en Sumatra).
(
Inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling
stukken, afkomstig van Jan Wttewaal en Hendrik van Staveren', VROA 42 (1919) I,
195-204.
)
Documentatieverzamelingen van bewindhebbers en advocaten:
- Stadhouderlijke secretarie, 1747-1795;
(
Inventaris: [Stadhouderlijke Secretarie, 1747-1795] (2
delen; typoscript; z.p. z.j.).
)
- Ghesel, Jacob van (1707-1773), 1638-1773 (advocaat);
(
Inventaris: Beschrijving van een collectie papieren,
afkomstig van Mr. Jacob van Ghesel, bewindhebber van de Vereenigde
Oost-Indische Compagnie ter kamer Amsterdam van 1757 tot 1773 (typoscript; z.p.
z.j.).
)
- Groot, Hugo de (1538-1645), 17e eeuw (advocaat van de
kamer Amsterdam);
(
Inventarissen: VROA 34 (1911) 64-68 en W.E. Smelt,
'Beschrijving eener verzameling papieren, afkomstig van Hugo de Groot', IRA 1
(1928) 73-105.
)
- Hope, Thomas (1704-1779) en Jean, 1602-1784
(bewindhebber);
(
Inventaris: Verzameling Hope (handschrift; z.p. z.j.).
Een gedeelte van het archief van Thomas Hope is te vinden in het archief J.C.
Baud op de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief; inventaris: J. de
Hullu, 'Beschrijving eener verzameling stukken afkomstig van Jean Chretien
baron Baud', VROA 40 (1917) I, 497-621.
)
- Hudde, Johannes (1628-1704), 1602-1703 (bewindhebber);
(
Inventaris: V.I. van de Wall, 'Beschrijving eener
verzameling stukken afkomstig van Joannes Hudde', VROA 49 (1926) I,
225-232.
)
- Meerman van der Goes, Daniël Adriaan (1748-1805),
1755-1795 (advocaat);
(
Inventaris: Soemartini, Het archief Meerman van der Goes
(typoscript; 's-Gravenhage 1968).
)
- Radermacher, familie, 1595-1800 (bewindhebbers);
(
Inventaris: M.A.P. Meilink-Roelofsz, Inventaris archief
Radermacher (typoscript; z.p. z.j.).
)
- Sweers, Specx, Van Vliet en Mannis, 17e eeuw;
(
Zie noot 26.
)
- Vredenburch, Adriaan (1680-1759) en Gerard (1710-1784)
van, 1647-1766 (bewindhebbers van de kamer Delft).
(
Een deel van de bescheiden van Adriaan en Gerard van
Vredenburch is opgenomen in het VOC-archief van de kamer Delft (inv. nrs.
13868-13875). Andere delen zijn te vinden in de collectie Aanwinsten van de
Eerste Afdeling (handgeschreven inventaris) en in het rijksarchief in
Zuid-Holland.
)
Memorabilia van families:
- Goens, familie Van, 17e-19e eeuw (gouverneur-generaal,
gouverneurs van Ceylon e.a.);
(
Inventaris: A.E.M. Ribberink, Inventaris familiepapieren
Van Goens (typoscript; z.p. 1960).
)
- Hoorn en Van Riebeeck, families Van, 17e-18e eeuw
(gouverneurs-generaal);
(
Inventaris: Collectie Van Hoorn-Van Riebeeck
(typoscript; z.p. z.j.).
)
- Polanen, Rogier Gerard van (1757-1833), 1739-1831 (klerk
bij de Raad van Justitie).
(
Inventaris: W.D. Post, 'Inventaris van het archief van
Rogier Gerard van Polanen (1757-1833)' in: Vijf ambtenaren, 87-158.
)
II. Elders
Ambtelijke archieven:
Bewindhebbersarchieven:
- Van der Poorten, Josua, en Philip van der Ghiessen,
1750-1751 (representanten van de stadhouder), in het gemeentearchief in
Amsterdam.
Familie-memorabilia:
- Boudaen, Jan (bewindhebber van de kamer Amsterdam) en
Pieter Nuyts (gouverneur van Taiwan), in het familiearchief Huydecoper in het
rijksarchief in Utrecht.
11. Collectie aanwinsten van de Eerste Afdeling in het Algemeen
Rijksarchief
De collectie Aanwinsten van de Eerste Afdeling bevat in de eerste
plaats allerlei losse bescheiden die ooit door iemand interessant zijn gevonden
en daarom zijn bewaard. Daarbij zijn zowel semi-particuliere papieren van
personen in connectie met de VOC als losse documenten die formeel in de
archieven van de VOC of van een vestiging zouden horen, maar door een
bewindhebber of dienaar zijn achtergehouden. Uiteraard zijn dit vaak
interessante en belangrijke stukken. Daarnaast bevat de collectie een aantal
grotere brokstukken van archieven van VOC-dienaren, van hetzelfde type als de
fragmenten van ambtelijke archieven die men in particuliere archieven aantreft.
Sommige bescheiden zijn inmiddels uit de collectie gelicht en als afzonderlijke
archieven geïnventariseerd. Voorbeelden daarvan zijn de verzamelingen van de
Ceylonse gouverneurs Hendrik Becker en Lubbert Jan van Eck.
(
Inventarissen: Y.M. Sitompul, 'Inventaris van het archief van
Hendrik Becker (1661-1722)' in: Vijf ambtenaren, 11-24; Albert Vrugt,
Inventaris van het archief van Lubbert Jan, baron van Eck (1719-1765) (Den Haag
1991).
). In de Aanwinstencollectie bevinden zich nog de volgende
bestanden, soms nogal verspreid over de collectie:
- Stukken van J.W. Falck (equipagemeester in Surat);
- Stukken van C. Chastelain (gouverneur van Kaap de Goede
Hoop);
- Stukken van Hendrik Breton (directeur-generaal in
Batavia);
- Stukken van I.A. Rumpf (gouverneur van Ceylon);
- Stukken van A.E. van Braam Houckgeest (ambassadeur naar
China);
- Stukken van J.G. Loten (gouverneur van Ceylon). Het
omvangrijke archief van Loten was in de negentiende eeuw in handen geraakt van
verzamelaars van autografen en vandaar is het over verscheidene
archiefbestanden verspreid geraakt. Naast het gedeelte in de
Aanwinstencollectie zijn er gedeelten in de collectie Grothe van Schellach in
het gemeentearchief in Utrecht en in de bibliotheek van de theologische
faculteit van de Universiteit van Tilburg.
Zie voor toegangen op kaarten:
Reacties