Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nassause Domeinraad » Archiefblok nr. 1.08.11 > Rubriek DEEL 4. > Rubriek III-IV

Naam archiefblok:
Nassause Domeinraad

  • DEEL 4., DOMEINEN IN GELDERLAND
    • III-IV, BREDEVOORT EN DE BURENSE TIENDEN

De stukken vermeld in de oude inventaris Folio betreffende Duffel, Nergena en Goch behoren niet tot dit archief, en zijn in een apart hoofdstuk IV in deel 11 van deze inventaris ondergebracht. Uit de oude inventaris Hingman werden de inv. nrs. 5583-5588 in 1953 aan het Rijksarchief in. Gelderland afgestaan.

Verwerving

Graaf Maurits van Nassau werd in 1612 pandheer van de heerlijkheid Bredevooort met slot, ambt en stad, nadat hij de stad in 1597 veroverd had op de Spanjaarden ten gunste van de Staten van Gelderland. Pas in 1697 werden heerlijkheid en rechten het eigendom van prins Willem III van Oranje. ( H.A. Weststrate, 'De heerlijkheid Bredevoort onder de Oranjes' in Je Maintiendrai, II, Leiden, 1905)

Bredevoort behoorde vanaf 1150 aan de graven van Loon. Na het uitsterven van dat geslacht maakten zowel de bisschop van Munster als de hertog van Gelre aanspraken op de heerlijkheid. Uiteindelijk bleef Bredevoort Gelders domein.

De hertog van Gelderland heeft uit geldgebrek vanaf het midden der veertiende eeuw deze heerlijkheid verpand. Pandheren waren de heren van Gemen, Maarten van Rossum en de graaf van Bronkhorst. Tijdens de opstand tegen Spanje ontnamen de Staten van Gelderland het pandschap aan Bronkhorst, omdat deze de zijde van de Spanjaarden koos en droegen het over aan prins Maurits voor de som van 50 000 gulden voor de duur van 31 jaar. Later werd het pandschap verlengd met telkens 50 jaar. ( NDR inv. nr. 2307.) De Nassaus bleven pandheer tot in 1697 de Staten van Gelderland de heerlijkheid schonken aan Willem III, koning van Engeland. Ze begunstigden hem op deze wijze in ruil voor zijn uitstaande pandpenningen ( NDR inv. nr. 3217.)

Vanaf 1616 kreeg de prins van Oranje tevens de Burense tienden, horend onder Bredevoort in bezit. ( NDR inv. nrs. 2451-2453.)

Grondgebied en benaming

De voormalige vestingstad Bredevoort ligt in het graafschap Zutphen, in het grensgebied van Gelderland en Munster. De heerlijkheid Bredevoort omvatte de stad, het slot en het ambt Bredevoort, de kerspelen Aalten, Dinxperlo en Winterswijk, en het dorp Boekhout.

Onder Winterswijk behoorden negen buurschappen, Aalten omvatte zes buurschappen en Dinxperlo slechts drie. ( NDR inv. nr. 2321.) Buurschappen of boerschappen zijn in Gelderland de oudste belangengemeenschappen: eigenaars en gebruikers van de grond maakten onderling afspraken over het beheer van middelen, wegen, water en grond.

De stad Bredevoort kende geen buurschappen, maar bezat een ruim gebied rond de vestingwerken. Deze fortificatiewerken hadden de vorm van een ster, een ontwerp van de pandheer Maarten van Rossum. ( NDR inv. nr. 2298.)

De Burense tienden betroffen landerijen, ontstaan uit woeste grond, maar waarover de heer toestemmmg moest geven tot ontginning en gebruik. De gebruiker diende een tiende deel van de schattmg aan de heer af te staan.

De bezittingen van de heer bestonden uit stad en slot (in 1646 door buskruit ontploft en nooit meer herbouwd), bossen, weilanden, heidegrond, landerijen met erven en hoven, het hof Miste te Winterswijk en het hof Ahove te Aalten.

Rechten en bevoegdheden

Het souvereine recht was in Bredevoort steeds voorbehouden aan de Staten van Gelderland, dit in tegenstelling tot Borculo, waar de heer van Borculo in 1742 het souvereine recht verwierf. Souverein recht betekent o a het recht op heffing van gemene landsmiddelen, het recht op heerbaan en de hoge junsdictie ( NDR inv. nr. 2280, nummer 19.)

In Bredevoort bezat de heer tot 1795 hofhorige lieden en goederen. ( Aantekeningen over 'Diensten der huysluiden onder Bredevoort', NDR inv. nr. 765, folio 350-351, 416-417.) Een hofhorige kon zichzelf en zijn hofhorig goed vnjkopen door geld en diensten of door een ander zijn plaats te laten innemen. Hofhorigen kenden hun eigen hofgericht en waren aan zeer strenge bepalingen onderworpen. En ze waren verplicht zich in te schrijven in het hofboek, jaarlijks op l5 juli onder de Rozenboom. ( NDR inv. nrs. 2318 en 2320.) De hofhorigheid en de overige heerlijke rechten werden in 1795 door het Franse bewind afgeschaft. De overige rechten, horend bij de heerlijkheid Bredevoort, zijn

  • middelbare en lage junsdictie,
  • patronaatsrecht van kerken en vicarieën, met collatierecht,
  • recht van wildbaan en jacht,
  • recht van visserij,
  • recht van wind en water,
  • recht van hofhorige diensten,
  • recht van inkomsten als accijns (bier en wijn), tinsen, pachten, herfst- en meibeden, hofholtsgeld en dienstgelden, vastenavond-hoenderen, rente van het honderste ei, aangegraven landsgeld, tol- en weggeld, ngthaver en schepeltiend. ( Nijhoff, I.A, 'Heerlijke regten van Bredevoort' in Bijdragen voor de Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, 8 (Arnhem, 1852), pp 181-185.)
Bestuur en rechtspraak

Als pandheer en later als heer van Bredevoort had de prins van Oranje het recht functionarissen te benoemen, zowel op wereldlijk als op kerkelijk gebied.

De drost was namens de heer verantwoordelijk voor bestuur en rechtspraak. Samen met de rechter, de landschrijver, de stadhouder of vervanger van de drost en de advocaat-fiscaal zorgde de drost voor politie- en justitiezaken. In de stad Bredevoort werd hij bestuurlijk bijgestaan door twee burgemeesters en vijf rotmeesters: een rot was een wijk of buurt van de stad. Bij de civiele rechtspraak werd hij geassisteerd door twee keurnoten of assessoren, bij de criminele rechtspraak door de advocaat-fiscaal. ( inv. nr. 318.)

De heer benoemde de volgende functionarissen: ( De jaartallen geven alle de begindata van de benoemingen, gebaseerd op inv. Nr. 576, 'Ambtboek', deel 1: samen met deel 2 (inv. nr. 577) geeft dit de meest uitgebreide informatie betreffende benoemingen in de domemen. 'Ambtboek', inv. Nr. 578 geeft gelijksoortige informatie, maar minder volledig.)

In stad, ambt en heerlijkheid Bredevoort:

Drossaard of drost 1637-1776
Rechter 1637-1758
Landschrijver 1653-1794
Fiscaal 1649-1728
Advocaat van de prins 1730-1783
Procureur van de prins 1736-1752
Rentmeester 1653-1768
Rentmeester van de Burense tienden 1653-1751
Keurnoot of assessor van het appellations-gerecht in het graafschap Zutphen 1639-1749
Keurnoot of assessor van het stadsgerecht 1687-1764
Voogd 1687-1771
Huisvoogd 1692
Organist 1687-1794
Schoolmeester 1723-1781
Koster 1687-1794
Portier van kasteel en stad 1698-1758
Voorlezer 1772
Opzichter van de hout-en bosgewassen onder Bredevoort 1727-1760
Boswachter van bossen in het ambt van Boekhout 1699-1775
Ontvanger v.d. verpondingen 1660-1790
Bewoner van het nieuwgemaakte recht- en gevangenhuis te Bredevoort 1720-1723
Houder van postwagens 1736
Rector van Latijnse school 1765
Benoemingen in Winterswijk onder Bredevoort:

Keurnoot of assessor van het landsgerecht 1687-1787
Ontvanger v.d. verpondingen 1689-1758
Kerkmeesters (twee) 1691-1782
Marktmeesters (twee) 1691-1787
Organist 1681-1779
Koster 1687-1762
Schoolmeester 1695-1765
Voorlezer 1695-1765
Voogd 1638-1782
Ondervoogd 1686-1763
Boswachter 1700
Postbode op Amsterdam 1768
Postbode op Deventer 1768
Benoemingen in Aalten onder Bredevoort:

Ontvanger 1690-1758
Keurnoot of assessor van het landsgerecht 1687-1782
Organist 1688-1762
Koster 1687-1760
Schoolmeester 1687-1781
Kerkmeesters 1688-1782
Marktmeesters 1688-1765
Voogd 1618-1771
Ondervoogd 1687-1749
Schutter 1689-1749
Boswachter 1700
Benoemingen in Dinxperlo onder Bredevoort:

Ontvanger 1691-1758
Keurnoten of assessoren van het landsgerecht 1687-1782
Kerkmeesters (twee) 1691-1742
Voogd 1653-1794
Koster 1688-1782
Schoolmeester 1688-1783
Voorzanger 1758-1783
Beheer

De rentmeester of admodiateur was verantwoordelijk voor het algemeen beheer van het domein en voor de domeinrekening. De rekening van het domein Bredevoort werd verdeeld in drieën, te weten:

  • het rentmeesterschap over de granen en hofgoederen van Bredevoort,
  • rekening over de heerlijkheid Bredevoort,
  • rekening over de Burense tienden, gelegen in het graafschap Zutphen, behorend onder de richterambten Doesburg, Doetinchem en Hummelo.

Het rentmeesterschap van deze drie rekeningen werd door dezelfde persoon uitgevoerd. Wat betreft de Burense tienden werd de pacht door de rentmeester in ontvangst genomen op speciale hofdagen. De rechter werd weer uit deze inkomsten betaald. ( inv. nr. 5515-5582, de domeinrekeningen.) Uit de opbrengsten van geestelijke goederen werden predikanten, organisten en voorzangers, kosters, schoolmeesters en de rector betaald. Rentmeesters van Bredevoort:

Luloph ter Vile 1613-1614
Joost ter Vile 1633-1671
Willem Volmer 1671-1727
Herman Hasebroek 1727-1735
Jan Berent Roelvink 1735-1749
Weduwe van J.B. Roelvink 1749-1751
Herman Otto Roelvink 1751-1769
Bernard Andreas Roelvink 1769-1798
Eduard Daniëls 1798-1801
Hendrik van Juchem 1804-1806
Abraham Wiersema Walijen 1806-1812
Archief en inventarisatie

Het archief van het domein Bredevoort heeft een omvang van 4,5 meter en bestaat voor een groot gedeelte uit domeinrekeningen. Het archief bevat enige retroacta uit de periode voorafgaand aan de Nassaus.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in