Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Iedereen naar de stembus


Den Haag

Het lijkt zo vanzelfsprekend dat op 15 maart iedereen van 18 jaar en ouder zijn stem kan uitbrengen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Toch is het nog geen eeuw geleden dat vrouwen algemeen kiesrecht kregen.

Strijd voor vrouwenkiesrecht

Decennialang hebben vrouwen gestreden voor kiesrecht. In 1894 richten de feministen Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht op. Daarnaast wordt in 1907 de wat gematigder Bond voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Talloze bijeenkomsten, brochures, vergaderingen en demonstraties zorgen ervoor dat het vrouwenkiesrecht op de politieke agenda komt te staan. Sommige tegenstanders menen dat vrouwen niets in de politiek te zoeken hebben, anderen vinden dat alleen gehuwde vrouwen gekozen mogen worden of dat ze alleen op lokaal niveau politiek actief mogen zijn.

De eerste vrouwelijke stemmer?

In de tijd dat het vrouwenkiesrecht nog volop onderwerp van discussie is, gebeurt er in Amsterdam iets opmerkelijks. Judith Morpurgo-Felmans krijgt in 1913 een oproepkaart voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Ze meldt zich in het gezelschap van een advocaat bij het stembureau aan het Hortusplantsoen om ‘haar kiezersplicht te vervullen’. De voorzitter van het stembureau ontzegt haar de toegang omdat zij geen mannelijk ingezetene is van Amsterdam. Er is blijkbaar sprake van een administratieve fout. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer, ook in 1913, krijgt Judith dan ook geen oproepkaart meer.

Eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid

In 1917 krijgen vrouwen passief kiesrecht (het recht om gekozen te worden) en wordt voor mannen het algemeen kiesrecht ingevoerd. Dat betekent dat alleen mannen op de vrouwelijke kandidaten kunnen stemmen. In 1918 wordt Suze Groeneweg (1875-1940) voor de SDAP als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen.

Volledig kiesrecht

Op 18 september 1919 ondertekent Koningin Wilhelmina de wet die vrouwen het volledige kiesrecht toekent. In 1922 kan daar voor het eerst gebruik van worden gemaakt en kunnen vrouwen eindelijk hun stem uitbrengen. De confessionele partijen die de meeste moeite hebben met het vrouwenkiesrecht blijken er het grootste profijt van te hebben. Tot 1921 is Suze Groeneweg het enige vrouwelijke Kamerlid, daarna stijgt het aantal vrouwelijke Tweede Kamerleden langzaam. Op dit moment telt de Tweede Kamer 58 vrouwelijke leden.


Nationaal Archief

2.02.21.01 Staten-Generaal Handelingen
2.21.117 mr. H.P. Marchant, inv.nr. 276
2.21.237 C.A. Kluyver, inv.nr. 7, 9, 11
2.19.022 VVD, inv.nr. 312
2.22.28 Brochures De Beaufort, inv.nrs. 53-55, 1654

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in