Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Definitieve tussenstop: Kaap de Goede Hoop


Den Haag

Tijdens de maanden durende reis van VOC-schepen naar Azië en terug is het noodzakelijk onderweg de voorraden drinkwater, vers voedsel en brandhout aan te vullen. De VOC kiest in 1651 voor Kaap de Goede Hoop als vaste pleisterplaats.

Onderweg bijtanken

De weg naar de Oost is lang. De VOC-schepen doen er zo’n acht à negen maanden over om Azië te bereiken. Om vers drinkwater en voedsel in te slaan wordt in de eerste jaren van de VOC geankerd bij verschillende verversingsplaatsen: van de Kaapverdische eilanden, Kaap de Goede Hoop tot Sint Helena, Madagaskar of Mauritius. Dat is niet zonder risico, de plaatselijke bevolking is niet altijd van dergelijk bezoek gediend.

Kaap die Goeie Hoop

De zuidpunt van Afrika wordt sinds 1616 regelmatig aangedaan door schepen naar Azië. Maar tot een vestiging of in bezitneming komt het nog niet. In 1647 strandt het VOC-schip de Haarlem in de Tafelbaai. De bemanning van bijna 60 man weet zich te redden en gaat aan land. De schipbreukelingen bouwen een klein fort dat ze Zand Fort van die Kaap die Goeie Hoop noemen.

Keuze voor de Kaap

Bijna een jaar later pikken passerende VOC-retourschepen de wachtende schipbreukelingen op. Bij terugkomst in Amsterdam doet de bemanning van de Haarlem verslag van het Zuid-Afrikaanse verblijf. Het gunstige klimaat, de vruchtbare grond, het schone water en de welwillende houding van de lokale bevolking zijn voor de VOC redenen om Kaap de Goede Hoop als vast verversingssation in te willen richten.

Jan van Riebeeck

De VOC-koopman Jan van Riebeeck krijgt in 1651 opdracht dit verversingssation op te zetten. Op 24 december 1651 vertrekt Van Riebeeck aan boord van het schip de Dromedaris. Bijna vier maanden later, op 6 april 1652, komt hij aan in de Tafelbaai en zet voet op Zuid-Afrikaanse bodem. Samen met 90 kolonisten bouwt hij een fort en legt hij groente- en fruittuinen aan. Van lokale Khoikhoi-stammen koopt hij vee. In mei wordt de vesting in aanbouw kasteel De Goede Hoop gedoopt.

Van verversingsstation naar kolonie

Het kasteel van de VOC is al gauw te klein. Hoger en gehuwd personeel vestigt zich buiten het fort in een aparte nederzetting. Niet alleen personeel van de VOC vestigt zich in het gebied. Ook (vrij)burgers, werknemers die ‘vrijdom’ oftewel ontslag uit de VOC is verleend, bouwen voor zichzelf een bestaan op. Ze werken er als handelaar, ambachtsman, middenstander of tuinder. Zo ontstaat onder het gezag van de VOC een ‘volksplanting’, een kolonistenbevolking die van generatie op generatie daar blijft wonen.

Boeren in Zuid-Afrika

De VOC-scheepvaart naar Azië blijft groeien en de tuinbouw en veeteelt leveren te weinig voedsel op om alle langskomende VOC-schepen te bevoorraden. Daarom mogen Europese boeren zich aan de Kaap gaan vestigen. In de loop der tijd trekken deze landbouwers, die Boeren worden genoemd, steeds verder het land in. De oorspronkelijke bewoners van de Kaap, de KhoiSan, worden van hun geboortegrond verdreven en moeten zich in andere minder vruchtbare gebieden vestigen. De Kaapkolonie komt in 1806 definitief in Engelse handen en groeit uiteindelijk uit tot de huidige staat Zuid-Afrika.

Nationaal Archief

R. Guleij en G. Knaap (red.) Het Grote VOC Boek (Zwolle 2017) signatuur S 32 222

Bezoek ook ons themaplein Zuid-Afrika

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in