Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De Engelse furie van 1666


Den Haag

350 jaar geleden, in augustus 1666, vaart de Engelse vloot naar Terschelling om de opgeslagen voorraden van de Staten en de VOC te vernietigen. Op 19 en 20 augustus voltrekt zich een ramp die 2000 Nederlanders het leven kost.

Engels-Nederlandse Oorlog op zee

De Tweede Engels-Nederlandse Oorlog is in volle gang. De strijd om de hegemonie op overzeese handel en -bezittingen wordt op zee uitgevochten. In het Vlie, tussen Vlieland en Terschelling, liggen eind augustus ongeveer 160 Nederlandse koopvaardijschepen te wachten op een gunstig tij en wind voor hun handelstocht naar de Oostzee en (West)-Indië. Ze worden door slechts twee oorlogsschepen beschermd omdat de verwachting is dat de Engelsen op de Hollandse kust zullen landen. Waarschuwingen voor een Engelse aanval slaan de Nederlandse kapiteins in de wind.

Holmes’ bonfire

De Engelse admiraal Holmes, geholpen door de gedeserteerde Nederlandse kapitein Laurentsz van Heemskerck, valt de Nederlandse handelsvloot aan met acht oorlogsschepen, vijf branders (schepen vol brandbaar materiaal als pek en kruit) en zeven kleine schepen. Eerst vliegen de Nederlandse oorlogsschepen in brand, daarna gaan zo’n 150 Coopvaerders in vlammen op. Ruim 2000 zeelieden komen om. Maar dat is voor de Engelsen nog niet genoeg.

Vernietiging van West-Terschelling

Op 20 augustus laat admiraal Holmes het dorp West-Terschelling platbranden. Alleen de kerk en de vuurtoren de Brandaris doorstaan de Engelse furie. In een brief, gedateerd 19 en 20 augustus 1666, aan de Staten-Generaal vertelt commissaris Knijff wat hij van een schippersvrouw heeft gehoord: 'heeft negen Engelse schepen in het gadt  gesien seijlen [...], heeft gesien blicxemen en de vuur geven, [...], hebbe gesien een schrickelijcke brandt'. Het enorme verlies aan mensen, schepen, handelswaar en huizen betekent een grote slag voor de Nederlanders. Wekenlang is er geen handel op de Oostzee mogelijk en de Amsterdamse Beurs gaat zelfs een paar dagen dicht.

Hulpacties

De West-Terschellingse predikant Johannes Grevesteyn reist na de ramp stad en land af om collectes voor de slachtoffers van de ramp te organiseren. De Staten van Holland en West-Friesland verlenen in 1666 een octrooi voor een loterij waarbij mooie prijzen te winnen zijn. De winst gaat naar de armen en wezen van het getroffen eiland.

Herdenking

Ter herdenking aan de ramp van 1666 is op Terschelling een monument onthuld waarin de oorspronkelijke brandlaag van 350 jaar geleden te zien is. De ramp wordt op Terschelling en ook op Vlieland, in aanwezigheid van de Nederlandse en de Engelse marine, herdacht.

Nationaal archief

3.01.04.01 Staten van Holland en West-Friesland
1.01.02 Staten-Generaal inv.nr. 5592 (volledige transcriptie)

G. Rommelse, The Second Anglo-Dutch War (1665-1667), Hilversum 2006, signatuur 206 D8
P.J. de Boer, Tussen Holland en Friesland, het eiland Terschelling in de 17e eeuw, Utrecht 1979, signatuur 199 F4

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in