Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Een Boheems pronkjuweel in Goudenrand


Den Haag

In de zomer van 1672 regent het een maand lang bommen boven Groningen. Onder aanvoering van Carl von Rabenhaupt weten de verdedigers de troepen van de Prins-Bisschop van Munster, Bernard von Galen buiten de stad te houden.

In vreemde dienst

Carl von Rabenhaupt stamt uit een Protestants adellijk Boheems geslacht. Tijdens de Dertigjarige Oorlog heeft hij zich al zo verdienstelijk ingezet voor de Republiek, dat de Staten Generaal hem in 1671 opnieuw een militaire commissie aanbieden. Het blijkt een goede keuze, want na het beleg van Groningen te hebben afgeslagen verdrijft hij de Münsterse troepen uit Drenthe.

Beloning

In 1674 is Von Rabenhaupt voor het laatst militair actief. Voor zijn militaire verdiensten is hij al beloond met het burgermeesterschap van Groningen en het drostambt van Coevorden en Drenthe. Hij leeft echter in een woelige tijd, waarin verschillende facties elkaar naar het leven staan en er alles aan doen om hun macht te vergroten of te consolideren. Tot aan zijn dood op 12 augustus 1675 poogt hij zijn macht in Drenthe te vergroten, daarin wordt hij gesteund door prins Willem III, stadhouder van Holland. Willem III ziet in von Rabenhaupt een natuurlijke bondgenoot in zijn strijd tegen zijn neef Hendrik Casimir II, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe.    

Tegenstand  

Hendrik Casimir II ziet met lede ogen aan dat Willem III en von Rabenhaupt steeds meer invloed krijgen in Groningen en Drenthe. En hij doet er alles aan om het tij te keren. In Drenthe vindt hij steun bij de factie-Bernsaw. Aan het hoofd van deze factie staat de voormalige drost van Drenthe, Hendrik Munster Wilhelm van Bernsaw, die er alles aan doet om von Rabenhaupt uit zijn drostambt te laten zetten. Na de dood van von Rabenhaupt in 1675 wordt van Bernsaw weer benoemd tot drost van Drenthe. In Groningen, waar veel mensen de Boheemse veldheer op handen dragen, voert Hendrik Casimir II de tegenstanders van von Rabenhaupt zelf aan.

Weduwe Von Rabenhaupt

Na de dood van von Rabenhaupt winnen zijn vijanden terrein en wordt zijn goede naam besmeurd. Zijn weduwe weet zich geen raad en richt zich in januari 1676 tot de Raadpensionaris van Holland, Gaspar Fagel.

Tot wie sall ick mijn toevlucht nehmen, want in die Provintie van Groningen worde voor de getrouwe diensten van mijn Ehe Heer Salig. niet anders als met continuirlicke actien voor het krijgsgerecht belohnet. In de Landschap van Drenthe begint men die voetstappen ook naa te volgen

In 1676 schrijft de weduwe meerdere brieven aan de raadpensionaris, waarin ze zijn hulp vraagt bij verschillende zaken. Fagel kan helaas weinig voor de weduwe betekenen. 

Op 28 augustus vieren de Groningers nog steeds het ontzet uit 1672: het feest van Bommen Berend.

Nationaal Archief

3.01.18 Archief Raadpensionaris Fagel inv. nrs. 58, 117, 493

Index Staten Generaal: Commissieboeken

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in