gahetNA in het Nationaal Archief

Noordse Compagnie: jacht op walvissen


Den Haag

400 jaar geleden, op 27 januari 1614, richten kooplieden uit Amsterdam, Delft en Medemblik de Noordse Compagnie voor de walvisvaart op.

‘Ter walvischvaart’

Als schipper Willem Barentsz eind 16e eeuw tevergeefs een noordelijke vaarroute naar China zoekt, ontdekt hij wel Spitsbergen midden in een zee vol Groenlandse walvissen. Deze ontdekking legt de basis voor de Nederlandse walvisvaart. Door de stijgende vraag naar allerlei soorten olie is traan (walvisolie) een lucratief product. Nederlandse koopmannen besluiten begin 17e eeuw gezamenlijk ‘ter walvischvaart' te gaan.

Octrooi

Het noordelijke gebied wordt in kaart gebracht en de Staten-Generaal geven de Noordse Compagnie in 1614 een octrooi, oftewel het alleenrecht om tussen Nova Zembla en New Foundland op walvissen en robben te jagen. Met dit verleende monopolie staan de Nederlandse kooplieden sterker in de hevige internationale concurrentiestrijd die de walvisjacht kenmerkt.

Noordse of Groenlandse Compagnie

Rond Spitsbergen en het zuidelijker gelegen eiland Jan Mayen wordt driftig gejaagd op walvissen. De Groenlandse walvis is bij de compagniedienaren het meest gewild; hij zwemt traag, vaak dichtbij land en is niet moeilijk te vangen. De Noordse Compagnie wordt daarom ook wel Groenlandse Compagnie genoemd.

Walvisjacht

De walvissen worden vanuit roeiboten met harpoenen gedood. Daarna worden ze door spekmeesters ‘afgespekt’. Het in stukken gehakte spek wordt vervolgens in traankokerijen gekookt. Dit levert traan op dat in vaten naar Nederland wordt gebracht om verhandeld en verwerkt te worden. Traan wordt gebruikt als lampolie en smeermiddel. Ook is traan een grondstof voor zeep en kaarsen.

Smeerenburg

Op een eilandje bij Spitsbergen stichten de Nederlandse walvisvaarders een nederzetting genaamd ‘Smeerenburg’. Het dorpje bestaat uit houten woningen, pakhuizen, traankokerijen en een begraafplaats. Het ijzige klimaat zorgt ervoor dat alleen ’s zomers mensen in Smeerenburg kunnen wonen en werken. Door het directe succes van de Noordse Compagnie sluiten steden als Rotterdam, Hoorn, Enkhuizen en Middelburg zich al snel ook aan.

Michiel de Ruyter

Nederlands bekendste zeeheld, Michiel de Ruyter, heeft als stuurman dienst gedaan op een schip van de Noordse Compagnie. In 1633 vaart hij met ‘De Groene Leeuw’ naar het eiland Jan Mayen. In 1635 gaat hij naar Spitsbergen. Het Nationaal Archief bewaart de scheepsjournalen van allebei deze reizen.

Einde

In 1642 wordt het octrooi van de Noordse Compagnie niet meer verlengd. Particulieren nemen de Nederlandse walvisvaart over. Door de fanatieke jacht zijn er aan het einde van de 17e eeuw nog maar weinig Groenlandse walvissen over. Smeerenburg wordt dan ook als nederzetting opgeheven. De resten van de nederzetting hebben tegenwoordig een beschermde status als onderdeel van het Noorse nationale park van noordwest-Spitsbergen.

De Nederlandse walvisvaart eindigt in 1964 als de laatste walvisvaarder aan Japan wordt verkocht.

Nationaal Archief

Bibliotheek

  • Smeerenburg: het verblijf van Nederlandse walvisvaarders op de westkust van Spitsbergen in de zeventiende eeuw, L. Hacquebord, 1984, Regenboog, Groningen. Signatuur 204 C 21-22
  • Walvischvaarten, overwinteringen en jachtbedrijven in het hoge Noorden, 1633-1635, zes teksten verzameld en van aantekeningen voorzien door S.P. l’Honoré Naber, Utrecht: Oosthoek, 1930. Signatuur 64 E 24
  • De laatste bloeiperiode van de Nederlandse arctische walvis- en robbevangst, 1761-1775, P. Dekker, Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971. Signatuur 41 H 32
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in