Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Franse oorlogskinderen in Nederland


Den Haag

Precies honderd jaar geleden, als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt Nederland overspoeld door een stroom vluchtelingen. Vanuit het door de Duitsers onder de voet gelopen België slaan één miljoen mensen op de vlucht naar buurland Nederland. In 1918 volgt een groep van 40.000 Franse vluchtelingen. De Fransen valt een minder hartelijk welkom ten deel dan de Belgen vier jaar eerder. De Nederlandse bevolking staat niet te juichen om wéér een groep nieuwe vluchtelingen op te nemen. De reserves beginnen op te raken en het wordt steeds lastiger om de eigen bevolking, laat staan een grote groep ontheemden, te voeden.

Actie

Toch laat de ellende van de Franse bevolking de Nederlanders niet koud. Verhalen over ondervoede kinderen in de Franse bezette gebieden zetten aan tot actie. Er worden diverse comités opgericht, die zich tot doel hebben gesteld Franse kinderen in Nederland op te nemen. In Amsterdam vormt zich het ‘Centrale Comité voor de verzorging in Nederland van Fransche kinderen uit het bezette gebied’. Dit comité verklaart zich bereid 1000 Franse kinderen, in vier transporten, naar Nederland te brengen, om ze hier op krachten te laten komen.

Huize "de Rees" te Brummen

De Franse kinderen worden opgevangen op verschillende plaatsen in Nederland. Zo wordt in 1917 een groep jongens en meisjes uit Noord-Frankrijk, in de leeftijd van 6 tot 16 jaar, opgenomen in landhuis ‘de Rees’ in Brummen, waar Hendrika Johanna Reesink (1896-1958) de scepter zwaait.
In huize de Rees kunnen de jongens en meisjes aansterken. Elke maand worden de kinderen gewogen om te controleren of hun gewicht voldoende toeneemt. Daarnaast wordt hun gedrag in de gaten gehouden. Zo vinden we in het archief een beschrijving van de individuele kinderen. Hierin wordt de veertienjarige Marceline omschreven als een ‘heel aardig, opgewekt kind waar iedereen veel van houdt.’ Minder blij is men met de elfjarige Louise, die ‘niet aardig, ontevreden (…..) oerlui en dom’ zou zijn. ‘Een verwend kind thuis’ concludeert men.

Onderwijs

Naast verzorging krijgen de kinderen in huize de Rees ook onderwijs. Op 25 februari 1915 wordt in Nederland ‘De Centrale Commissie voor het Onderwijs aan de Uitgewekenen opgericht, die verantwoordelijk zou worden voor het oprichten van scholen voor vluchtelingenkinderen. Binnen deze commissie is Prof. Dr. Gustave Cohen verantwoordelijk voor het onderwijs aan Franse kinderen. Op 1 januari 1918 zijn er in Nederland 30 Franse lagere scholen, waar 933 kinderen onderwijs ontvangen.

‘Votre petit Lillois qui ne vous oublira jamais’

Dat het verblijf in Brummen een grote indruk heeft gemaakt op de Franse kinderen blijkt uit de briefwisselingen die na de oorlog op gang komen met mevrouw Reesink. In de brieven schrijven de kinderen over het leven na de oorlog en wordt genegenheid geuit voor de ‘vrienden uit Holland’. Of zoals Gaston zijn brief afsluit ‘Votre petit Lillois qui ne vous oublira jamais’ (Uw kleintje uit Lille, die u nooit gaat vergeten)

Nationaal Archief

2.04.54, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid en Armwezen, invnr. 179
2.21.136, Archief H. J. Reesink, invnrs. 11, 14, 28, 29

Roodt, E. de, Oorlogsgasten. Vluchtelingen en krijgsgevangenen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (Zaltbommel 2000)

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in