gahetNA in het Nationaal Archief

Landverhuizing in de 19e en 20e eeuw


Den Haag

Vorige maand opende het Red Star Line Museum in Antwerpen zijn deuren voor het publiek. De Amerikaanse Red Star Line is een van de rederijen die tussen 1873 en 1934 de overtocht per stoomschip verzorgt naar de Verenigde Staten. De VS is in die tijd een populair emigratieland; de Amerikaanse overheid stelt namelijk voor weinig geld of zelfs gratis landbouwgrond beschikbaar en in Europa heerst crisis en hongersnood. Het Nationaal Archief heeft veel gegevens over landverhuizing in (met name) de periode tussen 1840 en 1940.

Armoe en onrust

In de 19e en 20e eeuw kent Europa een aantal migratiegolven. Meer dan 60 miljoen Europeanen vestigen zich tussen 1800 en 1950 overzee. Rond 1840 komt ook in Nederland een grootscheepse landverhuizing op gang. Veel mensen proberen de armoe te ontvluchten die wordt veroorzaakt door mislukte oogsten (o.a. door de aardappelziekte), overstromingen en zeer strenge winters. Ook het politieke conflict tussen Nederland en België en de scheuring binnen de protestantse kerk zorgen ervoor dat veel mensen emigreren.

De overtocht

Vrijwel alle Nederlandse emigranten vertrekken naar Amerika vanuit Rotterdam. Eerst nog met zeilschepen in kleine groepen. De overtocht is kostbaar: 30 gulden betekent in die tijd voor een arbeider 1 tot 3 maandsalarissen. De reis is niet zonder gevaren en de omstandigheden zijn vooral voor de passagiers 3e klasse erbarmelijk: weinig ruimte, slechte hygiëne, onvoldoende voedsel en geen comfort. Er breken dan ook regelmatig ziektes uit aan boord. Degene die de tocht overleven bereiken de ‘Nieuwe Wereld’ pas na 5 tot 8 weken. Begin 20e eeuw doet het stoomschip zijn intrede. Hierdoor wordt de reis een stuk betaalbaarder, veiliger en gaat bovendien veel sneller; de overtocht is in een week gemaakt.

De 2 grootste passagiersdiensten waarmee men in 1873 per stoomschip de reis naar de VS kan maken zijn de Holland-Amerika Lijn (Rotterdam) en de Red Star Line (Antwerpen). De grote stoomschepen varen rechtstreeks naar Ellis Island, een eiland bij New York. Direct na aankomst worden de nieuwkomers onderzocht op besmettelijke ziekten en fitheid. Een 'Commissie van Onderzoek' vraagt naar hun (politieke) achtergrond, talenkennis en motivatie. Ook krijgen ze een spoedcursus ‘Amerikaans burgerschap’ met vakken als Engelse taal, patriottisme en wetskennis. Alleen mensen die aan alle voorwaarden voldoen worden toegelaten en genaturaliseerd.

Weinig staatsbemoeienis

De Nederlandse overheid houdt zich in de eerste helft van de 19e eeuw nauwelijks met de emigratie bezig. Er is vanaf 1848 wel een gemeentelijke registratie van emigranten. Deze zogenaamde ‘staten van landverhuizers’ komen via de provincie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken terecht, maar verder reikt de staatsbemoeienis niet. De emigrant die voor 1861 wil emigreren is eigenlijk volledig op zichzelf aangewezen. De ‘Wet betrekkelijk den doortogt en het vervoer van Landverhuizers’ uit 1862 biedt enige bescherming. Maar lange tijd blijft emigratie vooral een zaak van individuele emigranten, kerkgenootschappen en ondernemingen zoals rederijen, spoorweg- en landontwikkelingsmaatschappijen en hun agenten.

Stichting Landverhuizing Nederland

Om emigranten beter te beschermen tegen oplichting en andere wantoestanden, wordt in 1913 de Nederlandsche Vereeniging Landverhuizing opgericht. Deze door de overheid gesubsidieerde organisatie moet zorgen voor objectieve en betrouwbare informatie voor de toekomstige emigrant. In 1923 volgt de oprichting van de Emigratie Centrale Holland. Die stichting heeft als doel de emigratie te bevorderen door overheidskrediet te verstrekken voor de overtocht. De Nederlandse overheid beseft namelijk dat landverhuizing een oplossing kan betekenen voor een aantal sociaaleconomische problemen, zoals het tekort aan bouwland en de hoge werkloosheid onder landarbeiders. In 1931 komt door het samengaan van beide organisaties de Stichting Landverhuizing Nederland tot stand.

Einde van de migratiestroom

In 1919 scherpt de Verenigde Staten zijn immigratiebeleid aan. Het wordt vooral voor minder bedeelden lastig het geluk overzee te beproeven. Met het toenemen van de welvaart in Nederland en de invoering van quotaregelingen neemt het aantal emigranten naar Noord-Amerika nog verder af. Ook de naoorlogse migratiestroom naar Australië en Nieuw-Zeeland droogt om dezelfde redenen op. Van een grote landverhuizing is vanaf de jaren ‘60 geen sprake meer.

Nationaal Archief

De onderzoeksgids ‘Ik zoek een emigrant’ is een handig hulpmiddel bij doen van onderzoek naar geëmigreerde Nederlanders. Hierin zijn onder andere overzichten van relevante archieven en indexen opgenomen. 

Lees ook het artikel Red Star Line Museum onder stoom van G-Geschiedenis.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in