gahetNA in het Nationaal Archief

Autoloze zondag


Den Haag

Vanaf 4 november 1973 - 40 jaar geleden dus - moet iedereen zijn auto op zondag laten staan om brandstof te besparen. Het zondags rijverbod duurt twee maanden.

Niet de eerste keer

Vaak wordt 4 november 1973 de eerste autoloze zondag in Nederland genoemd. Maar dat klopt niet. Van december 1917 tot eind november 1918 is vanwege het algehele brandstoftekort autoverkeer helemaal verboden geweest. De eerste reeks autoloze zondagen is van 1 oktober tot en met 12 november 1939. De regering vreest een benzinetekort door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In de oorlog zelf wordt het autorijden ook aan banden gelegd; eerst mag een tijdje niet op zondag worden gereden en later geldt een dagelijks rijverbod tussen 22.00 uur en 04.00 uur.

Schaarste

Ook in de jaren na de oorlog is het verboden om zondags de weg op te gaan. De schaarste aan brandstof, voedsel en andere artikelen is dan nog groot. Pas op 1 januari 1950 mogen auto’s op zondag weer rijden. Als in 1956 de Suezcrisis uitbreekt tussen Egypte en Israël, is het weer raak. In de strijd om het bezit en het gebruik van het Suezkanaal is opnieuw de vrees voor olietekorten de reden dat de regering een rijverbod op zondag uitvaardigt. Na 2 maanden mag de auto op zondag weer van stal.

Gevolgen

De zondagen zonder auto’s zorgen voor veel rust en stilte. Een ander gevolg is dat er ‘s zondags veel meer getelefoneerd wordt. Het aantal aanvragen voor een telefoonaansluiting stijgt ook explosief. Het openbaar vervoer krijgt veel meer reizigers te verwerken, wat leidt tot lange rijen wachtende mensen.

En er zijn uiteraard minder verkeersslachtoffers te betreuren. Toch krijgt de politie het in die tijd drukker. Niet alleen om te controleren of de enkele auto die nog wel rijdt een ontheffing heeft, maar ook om het toenemende aantal zondagse huiselijke twisten en burenruzies het hoofd te kunnen bieden. Blijkbaar vormt een autoritje een dankbare afleiding die in veel gezinnen moeilijk gemist kan worden.  De horeca lijdt nog het meest; de sector derft veel inkomsten nu de mensen noodgedwongen thuis blijven.

Besparing?

Het is de vraag of met de autoloze zondagen veel brandstof is bespaard. Veel mensen maken van hun zondagse een zaterdags uitstapje, zodat het op die dag veel drukker is dan normaal. 6 januari 1974 is de laatste autoloze zondag, daarna gaat de benzine op de bon. Veel automobilisten tanken echter in het buitenland en sommige pomphouders blijven benzine zonder bonnen verkopen. De benzinedistributie is dus geen succes en duurt daarom nog geen maand. Wel wordt op 6 februari 1974 voor het eerst een maximumsnelheid van 100 km per uur op de snelweg ingevoerd, niet alleen om het hoge aantal verkeersdoden terug te dringen maar ook om brandstof te besparen.

Verandering

De energiecrisis valt achteraf bezien misschien wel mee. De olievoorraden blijken groter dan gedacht. Wel zorgt de olieboycot voor een omslag in het denken over energiegebruik. Het besef waarover toenmalig premier Den Uyl in oktober 1973 spreekt, ‘dat we niet kunnen doorgaan met het verbruik van beperkte voorraden en grondstoffen, zoals wij dat in de laatste kwart eeuw hebben gedaan’, is 40 jaar later nog even actueel.

Nationaal Archief

2.06.095 Ministerie van Economische Zaken: Algemene Economische Politiek, 1966-1975, inv.nr. 191

2.03.01 Kabinet van de Minister-President (1945) 1970-1979 (1989) inv.nr. 8230

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in