gahetNA in het Nationaal Archief

Van vlijtige huisvrouw tot… moeder


Den Haag

Op de tweede zondag in mei vieren we Moederdag. Al sinds de jaren '20 worden moeders en oma’s die dag in het zonnetje gezet. In het begin vooral met een bos bloemen of een gebakje, later met huishoudelijke apparaten - iets waar tegenwoordig nog maar weinig vrouwen warm voor lopen. De dubbelrol van moeder en huisvrouw is niet meer zo vanzelfsprekend.

Crisis en ontwrichting

Vroeger was het alleen de vrouw die het huishouden runde. Het onderwijsbeleid van de overheid heeft daar een grote rol in gespeeld. Eind 19e eeuw worden huishoudopleidingen gezien als manier om de volkswelvaart te verhogen: een handige en zuinige huisvrouw kan heel wat geld besparen! Deze overtuiging groeit in de crisis van de jaren ’30. De hoge werkloosheid in Nederland dreigt gezinnen te ontwrichten. Niet alleen door gebrek aan geld, maar ook door een tekort aan huishoudelijke kennis en aanpassingsvermogen.

Voorlichting aan vrouwen

Omdat veel gezinnen door de crisis onder druk komen te staan, installeert de minister van Sociale Zaken op 16 november 1934 het Werkcomité inzake Huishoudelijke Voorlichting aan Vrouwen. Het comité is een initiatief van de Bond voor Nijverheidsonderwijs voor Meisjes en buigt zich vooral over de scholing van vrouwen van werklozen en kleine zelfstandigen. Aanvankelijk zijn de cursussen alleen bedoeld voor moeders, maar steeds vaker ook ‘om de meisjes die van 14 – 16 jaar in een fabriek hebben gewerkt, de kennis en vooral ook de geschiktheid bij te brengen, die nodig zijn om haar te doen slagen als dienstbode.’

Speciaal des mans

In 1936 wordt het comité uitgebreid met ‘gezinsleiding aan mannen […] zoodat de belangstelling voor dit onderwijs wordt gewekt en zij o.a. de vrouwen gemakkelijker naar de cursussen laten gaan en de dochters naar de scholen. Voorts wordt wenschelijk geoordeeld dat de scheiding tusschen mannen- en vrouwenwerk langzamerhand in het huisgezin minder scherp wordt, zoodat de mannen, (waar dit nog niet het geval is) bij ziekte, afwezigheid of vermoeidheid der moeders eerder er toe komen te helpen in de huishouding.’ Er komen ook cursussen voor (werkloze) mannen. Om deelname van deze groep te stimuleren moet het lesmateriaal niet gericht zijn op werk dat ‘altijd als vrouwenwerk gegolden heeft’ maar gaan over ‘die werkzaamheden, die meer speciaal des mans zijn’, zoals schoenlappen en ‘wandeltochten met vaders’.

Zuinigheid met vlijt…

Ook het platteland wordt niet vergeten. In 1935 stelt de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 6000 gulden beschikbaar voor zogenaamde crisiscursussen voor de vrouwelijke plattelandsbevolking. ‘Opdat zij beter in staat zullen zijn, met behulp van de opbrengst van het eigen bedrijfje en de geringe inkomsten aan geld te zorgen voor voldoende voeding en kleeding voor het gezin. Bovendien kunnen dergelijke cursussen de gelegenheid bieden, eenvoudige voorlichting te verstrekken, als de toestanden in de gezinnen der cursisten op hygiënisch gebied ten aanzien van huisvesting, voeding of kleeding ernstig verbetering behoeven.’

Moeder

In de jaren ’50 verandert de toon van de voorlichting over huishouden en gezin langzaam maar zeker van 'instructief naar informatief'. ‘Persoonlijke (uiterlijke) verzorging’ krijgt daar ook een plaats in. Door de opkomst van stofzuiger, koelkast en vaatwasser krijgen vrouwen meer tijd voor opleidingen, carrières, hobby’s en de kinderen. Moeder is niet meer in de eerste plaats huisvrouw, maar vooral ‘gewoon’ moeder en vrouw.

Nationaal Archief

Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk: Stichting Nationale Federatie Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting, 2.27.06, inv. 30, 109, 111.
Ministerie van Landbouw, Directie Algemene Zaken, 2.11.55, inv. 125, 127.
Beelden over Moederdag, huishouden en moeders.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in