Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De jaren ’50: het begin van een nieuwe tijd


Den Haag

Nog altijd hebben de jaren ’50 voor veel Nederlanders een saai imago. De belangrijkste kenmerken waren rust, reinheid en regelmaat. Maar dat beeld is hard aan vernieuwing toe. De jaren ’50 waren juist de tijd van wederopbouw en vernieuwing. Ook kwamen eind jaren '50 de eerste barsten in het gezag aan de oppervlakte. Het Grote Jaren ’50 Boek, een uitgave van het Nationaal Archief en WBooks laat zien hoe vernieuwend die tijd was.

De soberheid van Drees

Minister-president Willem Drees is zonder twijfel het symbool van de jaren vijftig. ‘De heer Drees wist (…) altijd groot gezag in te boezemen door zijn rust, eenvoud en waardigheid’, zei zijn minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns eens over hem. ‘En hij leidde ook in het buitenland een zeer eenvoudig leven, dat kostte hem helemaal geen moeite, hij is een geboren asceet.’ Die rust, eenvoud en waardigheid eiste Drees ook van de Nederlanders bij de wederopbouw van ons land. En hij verlangde tevens dat ze het hoofd koel hielden bij internationale spanningen, omdat dit hoorde in een beschaafd land met een historische traditie.

Drees had als minister-president vanaf 1948 de leiding over een reeks kabinetten die moest afrekenen met de naweeën van de Duitse bezetting. Ons land kreeg, net als andere landen in West-Europa, steun van de Verenigde Staten, die Europa niet ten prooi wilden laten vallen aan het communisme en het zo snel mogelijk weer op de been wilden helpen. Tussen 1948 en 1954 ontving Nederland in het kader van het Marshallplan bijna een miljard dollar, waarvan meer dan tachtig procent als schenking.

Rock-’n-roll

Die Amerikaanse financiële hulp droeg nog wat extra’s bij aan de toch al grenzeloze bewondering van Nederlanders voor de Verenigde Staten. De Amerikanen waren immers de belangrijkste bevrijders. Bovendien leidden zij een ander, veel moderner leven dan wij.

De Amerikaanse invloed was niet alleen groot in de mode en film, maar ook in de wereld van muziek en dans. Jazz was enorm populair bij jongeren. Misschien nog wel invloedrijker was de nieuwe muziekstroming rock-’n-roll. Rijzende ster was Elvis Presley, die met nummers als  ‘That’s all right mama’ de hitlijsten besteeg. Ook zangers als Bill Haley, Buddy Holly en Chuck Berry waren zeer populair. Rock-’n-roll bestond niet alleen uit nieuwe muziek, het was een culturele revolutie met de snelheid van een orkaan. In Nederland werd in 1956 het blad Muziek Express opgericht als pleitbezorger van deze muzikale stroming die het leven van vooral tieners ging bepalen. Wie erbij wilde horen, zorgde voor passende kleding, haarstijl, taalgebruik en vervoermiddel. Hoe Amerikaanser, hoe beter.

Verzuilde eilandjes

De samenleving waarin deze moderne Amerikaanse invloeden neerdaalden, was er een van hokjes en zuilen, van orde en gezag en van vertrouwde kaders. Nederland bestond eigenlijk uit een groot aantal ‘Nederlandjes’ die zich tot elkaar verhielden als eilanden. Nederlanders gingen om met mensen van hun eigen gezindte: op de sportclub, op het werk – er waren veel roomse en protestantse bedrijven - en op hun culturele vereniging. En natuurlijk lazen zij de krant van hun eigen zuil, en luisterden en keken zij naar de hun eigen omroep.

Het begin van de jeugdcultuur

Was het een wonder dat de jeugd zich verzette? Dat ze probeerde zich te ontworstelen aan de druk van het gezag? En dat alles wat nieuw en anders was een grote aantrekkingskracht uitoefende? Muziek, films en vrijetijdsbesteding boden jongeren de mogelijkheid een eigen keuze te maken. Een andere, en vooral betere, dan die van hun ouders - meenden zij. Het merendeel van de volwassenen vond de muziek aanstootgevend en afstotelijk. Ze vreesden dat de jeugd dankzij de seksuele lading van de rock-’n-roll in het verderf werd gestort. De geïllustreerde tijdschriften en opiniebladen gaven regelmatig het woord aan ouders en andere gezagsdragers die zich ongerust maakten over ‘de opstandige jeugd’. Zij beseften nauwelijks dat de oude fundamenten onder de strak geleide politieke, maatschappelijke en kerkelijke organisaties langzaam aan het verzakken waren.

Het Grote Jaren 50 Boek is samengesteld door Paul Brood, René Kok en Erik Somers. Het boek bevat meer dan 400 foto’s, in zwart-wit en kleur, en sluit aan bij de ‘revival van de fifties’.

Het Grote Jaren 50 Boek is een uitgave van WBooks en het Nationaal Archief en verkrijgbaar in de boekhandel voor de prijs van € 49,95.

Dit nieuwsbericht is een bewerking van het hoofdartikel van Lees het NA magazine 3/2012 dat - als onderdeel van het tijdschrift G-Geschiedenis - vanaf 25 april in de boekhandel ligt.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in