gahetNA in het Nationaal Archief

Bijlmerramp 4 oktober 1992


Den Haag

20 jaar geleden vond de Bijlmerramp plaats. Zondag 4 oktober 1992 om 18.36 stort een Israëlische El Al-vrachtjumbo neer op de flat Kruitberg in de Bijlmermeer. Het is een voor Nederland ongekende vliegramp. In totaal komen 43 mensen om het leven: 39 bewoners en de 4 enige inzittenden van het toestel. Bijna 400 gezinnen verliezen hun woning. Uiteraard gaat direct veel aandacht uit naar de slachtoffers en wordt gezocht naar de oorzaak. Maar ook de gevolgen voor de schooljeugd in de Bijlmermeer wordt niet vergeten; daar houdt het Rijksschooltoezicht zich mee bezig.

Onderzoek en parlementaire enquête

Meteen na de ramp start de Rijksluchtvaartdienst (RLD) een onderzoek waarin ook internationale deskundigen uit onder meer de Verenigde Staten en Israël zijn betrokken. Vrij snel na de ramp wordt duidelijk dat de El Al-Boeing enkele minuten voor het neerstorten 2 motoren verliest waarschijnlijk als gevolg van een inferieure veiligheidsbout.

Het grootste struikelblok bij het onderzoek naar de ramp vormt de lading van het vliegtuig: de laadbrieven zouden niet overeenkomen met de lading en op Schiphol was de lading ook niet volledig gecontroleerd. Geruchten over giftige stoffen verspreiden zich; na de ramp krijgt een deel van de bewoners last van gezondheidsklachten. Nog altijd is niet duidelijk wat er in het vliegtuig zat. Ook de in oktober 1998 door de Tweede Kamer ingestelde parlementaire enquêtecommissie heeft daar in haar eindrapport van april 1999 geen duidelijkheid over kunnen verschaffen.

Opvang en hulpverlening

De hulpverlening komt direct op gang. Huisartsen, zorgdiensten en onderwijspersoneel krijgen voorlichting over de te verwachten problemen. Slachtoffers krijgen een tijdelijk huis met nieuwe meubels, de goederendepots van het Leger des Heils liggen vol met geschonken spullen. Het Leger des Heils zorgt verder voor voedsel en koffie voor de slachtoffers en de bergingsploegen. Speciale aandacht is er voor de kinderen. Er is hulpverlening in het opvangcentrum in de Bijlmermeer. Maar ook op scholen van slachtoffers wordt aandacht geschonken aan het verwerken van de ramp.

Het gevoel dat ze de situatie aankunnen

Het Rijksschooltoezicht (nu de Inspectie voor het Onderwijs) stelt vast: ‘Het onderwijs is al vrij snel na de ramp hervat. Teamleden hebben oog voor problemen van leerlingen en scheppen mogelijkheden om emoties te laten verwerken. In vrijwel alle scholen hebben teams het gevoel dat ze de situatie aan kunnen.’ Toch houden ze in de eerste maanden na de ramp de situatie heel nauwlettend in de gaten.

Spelmateriaal voor basisscholen

De basisscholen en het voortgezet onderwijs krijgen elk een eigen begeleidingstraject. Op basisscholen is daarbij speciale aandacht voor de kinderen die tijdens de vliegramp al hun speelgoed zijn kwijtgeraakt. Scholen kunnen op kosten van het ministerie van Onderwijs nieuw spelmateriaal aanschaffen. Sommige scholen laten ook weten ‘speltherapeutisch materiaal’ nodig te hebben. Het Rijksschooltoezicht wil daaraan ook wel financieel bijdragen, maar pas nadat het Riagg en de begeleidingsdienst de noodzaak hebben vastgesteld.

Begeleiding in de school

Voor het voortgezet onderwijs in de Bijlmermeer wordt een voortgangsoverleg ingesteld, waarin de schoolbesturen, het stadsdeel en het Rijksschooltoezicht zitten. Het ministerie van Onderwijs stelt geld beschikbaar om extra hulp en begeleiding in te zetten. ‘Steeds meer leerlingen doen een beroep op deze hulp en op het eigen begeleidingssysteem van de scholen’, constateert de Inspecteur Voortgezet Onderwijs op 29 januari 1993.

Het begeleidingssysteem onderscheidt zich van de reguliere hulp die het Riagg biedt ‘door het feit dat hij in de (geborgenheid van) de school plaatsvindt, mede daardoor laagdrempelig is en direct kan worden gegeven zonder langdurige intakeprocedure’. Daardoor komen minder kinderen bij het Riagg terecht. Binnen de verschillende scholen spelen mentoren een belangrijke rol. De mentoren van scholengemeenschap Reigersbos krijgen zelfs een op hun specifieke behoeften toegesneden cursus gespreksvaardigheden.

Herdenking

Bij de boom die alles zag is kort na de ramp door de bewoners een herdenkingsplek ingericht. Daar worden ieder jaar op 4 oktober de slachtoffers herdacht. Tijdens de herdenking vliegen er geen vliegtuigen over de Bijlmer.

Nationaal Archief

2.14.77 Archief van het Rijksschooltoezicht, later de Inspectie van het Onderwijs, (1915) 1975-1991 (1995), inv.nr. 179

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in