gahetNA in the National Archives

Archiefneutraliteit


Den Haag

Vorige week ontstond een debat naar aanleiding van berichten in Trouw dat de Mormoonse kerk samenwerkt met archiefinstellingen om openbare bevolkingsbestanden te digitaliseren en via het internet toegankelijk te maken. Waar stamboomonderzoek voor heel veel Nederlanders een aardige hobby vormt, is het voor de Mormonen een serieuze zaak, omdat het de postume voorouderdoop mogelijk maakt. En daarover bestaan gemengde gevoelens.

Achtergrond

De Franse revolutie heeft ons land niet alleen een publieke burgerlijke stand, maar ook openbaarheid van overheidsinformatie opgeleverd. De Archiefwet stelt dat het ieder vrijstaat om openbare archieven te raadplegen en daarvan “afbeeldingen, afschriften, uittreksels en bewerkingen te maken of op zijn kosten te doen maken.” Sommigen vinden dat het te ver gaat als een kerkgenootschap voorouderdoop organiseert met hulp van openbare archiefinstellingen in Nederland. In de afgelopen dagen is mij als algemeen rijksarchivaris met regelmaat gevraagd hoe je hier nu naar moet kijken vanuit de beginselen en wetgeving op het gebied van overheidsinformatie en –archieven.
In deze kwestie zijn verschillende aspecten te onderscheiden: de openbaarheid van archieven, de samenwerking van archiefdiensten met private partners en het gebruik van de gegevens uit archieven.

1. Openbaarheid voor iedereen ?

De registers van de burgerlijke stand worden na 100 jaar volledig openbaar. Zijn dan al je (bijzondere) persoonsgegevens na je overlijden in de archieven te bekijken? Nee. Medische gegevens of de dossiers van de Belastingdienst bijvoorbeeld, moeten volgens de regelgeving na een bepaalde periode worden vernietigd. Bepaalde justitiële gegevens, zoals rechtbankdossiers, worden wél blijvend bewaard, maar zijn eveneens pas na overlijden van de desbetreffende persoon in te zien.

Er wordt weleens gesuggereerd om de regels zo te lezen dat personen ook na overlijden nog recht hebben op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar dat roept onmiddellijk de vraag op hoelang dat moet duren: 10, 20, 50 jaar, of altijd? Zou je dat gaan invoeren, dan zou heel veel journalistiek en wetenschappelijk onderzoek onmogelijk worden gemaakt. De wetgever heeft in ons land een afweging gemaakt tussen privacybelangen van burgers en het maatschappelijk belang bij het vrije gebruik van gegevens over personen door journalisten, historici, andere wetenschappers en familieonderzoekers. De  openbaarheid van 100 jaren na geboorte is daarvan de hoeksteen. En die openbaarheid geldt voor iedereen, wat ook het oogmerk is waarmee de archieven worden geraadpleegd.

2. Samenwerking  voor digitalisering

Een andere vraag is of archiefinstellingen met alle organisaties –ongeacht hun achtergronden en bedoelingen- kunnen samenwerken om hun archieven te laten digitaliseren. Het digitaliseren van grote bestanden is kostbaar. Het is prettig als derden een handje meehelpen, zodat de overheid niet alles zelf hoeft te financieren. Een voorbeeld van een publieke financiering is het project “Beelden voor de Toekomst” dat digitalisering van de beeldarchieven van Beeld en Geluid, Eye Filminstituut en Nationaal Archief mogelijk maakt. Maar van dergelijke voorbeelden zijn er niet zo veel. Het zoeken naar partners voor digitalisering is voor archiefinstellingen daarom een bittere noodzaak om nog aan de verwachtingen van het publiek te kunnen voldoen. En met de beschikbare overheidsmiddelen digitaliseer je bij voorkeur de bestanden waarvoor geen commerciële of ideële partner te vinden is.

De Nederlandse regering heeft hoge verwachtingen van hergebruik van open overheidsdata als motor voor economische, democratische en maatschappelijke ontwikkeling. Uitgangspunt is dat deze (digitale) data vrijelijk ter beschikking worden gesteld aan bedrijven en organisaties die ze kunnen gebruiken als grondstof voor nieuwe producten, zoals game en apps of andere diensten. Dat gebruikers van die data een eigen belang hebben om die datasets te bewerken, ontsluiten en hergebruiken, draagt juist bij aan de gewenste freedom of information: alle publieke informatie overal voor iedereen toegankelijk. Dit open data denken is nog niet zo heel oud, maar zal naar verwachting een grote vlucht gaan nemen. In die wereld is er voor een archiefinstelling weinig meer te kiezen als het gaat om informatiepartners, omdat ze allemaal recht hebben op de datasets. Wat je daar ook van vindt.

3. Gebruik van openbare archieven

De Archiefwet stelt geen beperkingen aan het gebruik van de informatie die is gevonden in de openbare archieven, maar er zijn natuurlijk wel andere regels die dat doen. Een manuscript van een auteur die nog geen 70 jaar is overleden, mag niet zo maar worden gepubliceerd, of het nu bij een archiefinstelling ligt of niet (Auteurswet). Iets vergelijkbaars geldt met betrekking tot het gebruik van persoonsafbeeldingen (portretrecht). Wie bijzondere persoonsgegevens van nog levende personen in een openbaar archiefbestand aantreft, mag deze niet zo maar “verwerken”; tenzij het bijvoorbeeld om een wetenschappelijke publicatie gaat en de gegevens geanonimiseerd zijn (Wet Bescherming Persoonsgegevens). Iedereen mag volgens de Archiefwet openbare archieven raadplegen, er afbeeldingen van maken en ze als open data hergebruiken, maar je mag er geen dingen mee doen die in ons land verboden zijn.

Archiefneutraliteit

Archivarissen laten zich als uitvoerders van de Archiefwet bij dit soort kwesties leiden door de wettelijke regels en hun beroepscode. Het is niet aan hen om aan de poort te selecteren wie de openbare archieven wel en niet mag raadplegen of dupliceren. Ook niet als er binnen de samenleving bezwaren leven tegen een bepaald gebruik van die gegevens. Zij dienen zelfs, behoudens eventuele wettelijke uitzonderingen, de privacy van de archiefgebruiker te respecteren en aan derden niet mee te delen wie welke archiefbestanden heeft geraadpleegd of gedupliceerd. De ethiek van de archivaris is het beste te omschrijven als “archiefneutraliteit”, vrij naar de netneutraliteit waar vorige week een voltallige Eerste Kamer mee instemde. Netneutraliteit garandeert te allen tijde vrije toegang tot het internet, zonder inmenging van de provider. Van archiefproviders wordt precies hetzelfde verwacht. Zij dienen ieders recht op informatie, zonder aanzien des persoons.

Martin Berendse,
algemeen rijksarchivaris en directeur Nationaal Archief,
president International Council on Archives.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in