gahetNA in het Nationaal Archief

De Slavernij: Nederland gaat eindelijk om


Den Haag

Zondag 16 oktober wordt de laatste aflevering van de NTR-televisieserie De Slavernij uitgezonden. Centraal daarin staat het in de loop van de 19e eeuw groeiende verzet in het Caribische gebied tegen de slavernij. Maar ook in Nederland neemt het aantal tegenstanders toe. Diverse groeperingen zetten zich in voor afschaffing van lijfeigenschap. In 1863 gaat de Nederlandse regering uiteindelijk overstag en maakt officieel een einde aan de slavernij.

Nederlandse slavenhandel

Sinds het begin van de 17e eeuw vervult Nederland een actieve rol in de slavenhandel. Deze is grotendeels in handen van de West-Indische Compagnie (WIC). De slaven worden vooral ingezet op de suikerplantages in Brazilië, Suriname en Curaçao.

Wat niet weet…

Het leven op de plantages is erg zwaar. Het sterftecijfer onder de slaven is vele malen hoger dan het geboortecijfer. In Nederland heeft men hier weinig weet van; alles speelt zich immers af aan de andere kant van de oceaan. Want de Nederlanders willen geen slavenhandel op eigen bodem. Ze kunnen zich dus veilig distantiëren van de WIC-praktijken.

Toenemende druk

Toch vindt er geleidelijk een kanteling plaats. Steeds meer vooral welgestelde Europeanen spreken zich openlijk uit tegen de slavernij en langzaamaan verandert ook in ons land de publieke opinie. In 1775 roept een krant – de Vaderlander – zijn lezers op geen koffie meer te kopen uit protest tegen de slavenhandel. En in 1799 verschijnt de Nederlandse vertaling van Narrative of a five years expedition against the Revolted Negroes of Surinam van John Gabriël Stedman, waarin de wreedheden van de slavernij in Suriname expliciet in beeld worden gebracht. Het boek maakt grote indruk in binnen- en buitenland.

Brief aan de koning

Maar het blijft niet bij geschreven protest. Geïnspireerd door de Engelse antibeweging, worden rond 1840 verschillende actiecomités opgericht, zoals de Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing van de Slavernij (NMBAS) met alleen mannelijke leden. Ook vrouwen groeperen zich. In 1842 richt een groep Rotterdamse vrouwen een petitie tot Koning Willem II waarin zij pleiten voor afschaffing van de slavernij in Nederland. Dit is voor het eerst dat vrouwen zich direct bemoeien met een politieke kwestie. Anderen volgen hun voorbeeld.

De ketens gebroken

De abolitionisten (zij die streven naar afschaffing van de slavernij) zijn echter in Nederland nog niet goed georganiseerd. Wat de Engelse beweging al lukt in 1833, gebeurt in Nederland pas 30 jaar later. Op 1 juli 1863 klinken in Paramaribo 21 kanonschoten en worden de slaven bevrijd. De Nederlandse regering betaalt een schadevergoeding van 300 gulden per slaaf aan de eigenaars ter compensatie voor het verloren eigendom. De vrijmaking wordt jaarlijks op 1 juli gevierd als Keti-koti (ketenen verbroken).

Na 10 jaar echt vrij

Om de plantage-economie te beschermen en leegloop te voorkomen, worden de voormalige slaven in Suriname voor een periode van 10 jaar onder staatstoezicht geplaatst. Uiteindelijk zijn deze slaven pas echt vrij in 1873. Op dat moment verwerven de voormalige slaven ook het volledig burgerrecht.

Moderne slavernij – ook in Nederland

De slavernij is officieel overal in de wereld afgeschaft. In het illegale circuit vindt het wereldwijd – dus ook in Nederland - echter nog op grote schaal plaats; de cijfers lopen uiteen van zo’n 30 miljoen tot 100 miljoen slachtoffers. Het betreft vooral vrouwen en kinderen.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in