gahetNA in het Nationaal Archief

Een schat uit Nova Zembla


Den Haag

De film 'Nova Zembla' brengt de ontberingen van de overwinteraars Willem Barentsz en Van Heemskerck opnieuw tot leven. Net als in november 1871, toen de Noorse walrusjager Carlsen het ingestorte 'Behouden Huys' met tientallen voorwerpen op Nova Zembla ontdekte. De poolschat kwam via Engeland uiteindelijk in Nederland terecht. Hoe? Dat is in de archieven te lezen.

Wie biedt?

Het nieuws van de vondst gaat als een lopend vuurtje door Carlsens thuishaven Hammerfest. De eigenaar van Carlsens schip, O.I. Finckenhagen, ziet meteen de waarde van de opmerkelijk goed geconserveerde kandelaars, drinkbekers, klok, wapens, gereedschappen en boeken. Net als de Engelse toerist Ellis Lister Kay die er direct 600 pond voor biedt. Finckenhagen vraagt aan de Noorse Consul-generaal Thorwald Egidius in Amsterdam of er in Nederland misschien liefhebbers voor zijn. De consul antwoordt dat voor de genoemde prijs geen Nederlandse kopers te vinden zijn. Daarop verkoopt Carlsen alles aan Lister Kay.

Een onverschillig volk

Het nieuws van Barentsz’ gevonden voorwerpen is ook in Nederland snel bekend; de Nieuwe Courant bericht er al op 17 november 1871 over, twee weken na de terugkeer van Carlsen. Dan blijft het stil. Pas in het voorjaar van 1872 lijkt pas echt tot Nederland door te dringen wat er met de gevonden schat is gebeurd. De kranten spreken er schande van dat de Nova Zembla-relikwieën in Engelse handen terecht zijn gekomen. 'Een volk dat zoo onverschillig is voor zijn geschiedenis, dat het niet meer hecht aan overleveringen, heeft zichzelf overleefd', aldus de Arnhemsche Courant van 4 maart 1872. De regering wordt wakker en op 12 maart vraagt de minister van Buitenlandse Zaken aan de Nederlandse gezanten in Londen en Christiania eens uit te zoeken hoe het zit met die 'en bloc' verkochte verzameling van Barentsz.

Toeval?

Opeens duikt er een brief op van de Engelse koper. Het is Lister Kay niet gelukt te voorwerpen aan een Engels museum te verkopen. Daarom vraagt hij de Nederlandse gezant in Londen of de Nederlandse regering de voorwerpen voor 600 pond wil kopen. De minister van Buitenlandse Zaken, Baron Gericke van Heerwijnen, hapt niet meteen toe. Eerst zet hij de gezanten opnieuw aan het werk, nu om te achterhalen of de voorwerpen wel authentiek zijn en of Lister Kay de waarheid spreekt. Bovendien vindt hij het nog maar de vraag of die spullen wel zoveel geld waard zijn.

Geen Engelse waarde

De gezant hoort van het British Museum dat de collectie geen esthetische of artistieke waarde heeft, alleen historische. Daarmee is die voor Engeland oninteressant. De gezant gaat de spullen met eigen ogen bij Lister Kay thuis bekijken en is overtuigd van de echtheid. Een gewaarmerkte verklaring met zegel en handtekening van Carlsen uit Noorwegen trekt de minister over de streep. De koop met Lister Kay wordt gesloten en in mei 1872 arriveert de poolschat in Nederland.

Terug in Nederland

De adjunct-archivaris J.K.J. de Jonge krijgt de opdracht de objecten te onderzoeken en te beschrijven. De Jonge zegt zeker te zijn dat de voorwerpen van Barentsz en zijn mannen waren. Ze krijgen een plaats in de toonzaal van het departement van Marine. Maar daar is de pers niet over te spreken: De expeditie van Barentsz was destijds door de stad Amsterdam gefinancierd en daarom horen de vondsten ook dáár thuis. Eind negentiende eeuw verhuizen ze opnieuw: naar het Rijksmuseum waar ze nu weer te zien zijn.

Nationaal Archief

2.05.03 Ministerie van Buitenlandse Zaken: A-dossiers, 1871-1918, inv.nr. 110

Koninklijke Bibliotheek

Nova Zembla : de voorwerpen door de Nederlandsche zeevaarders na hunne overwintering aldaar in 1597, achtergelaten en in 1871 door kapitein Carlsen teruggevonden, Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, 1872

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in