gahetNA in het Nationaal Archief

Openbaarheidsdag 2011, komt dat zien!


Den Haag

De eerste dinsdag van 2011 is voor het Nationaal Archief weer een bijzondere dag. Sinds 2010 heeft het Nationaal Archief deze dag namelijk uitgeroepen tot Openbaarheidsdag.
Op dinsdag 4 januari 2011 kan daarom iedereen in de studiezaal van het Nationaal Archief kennisnemen van de documenten, archieven en archiefbestanden die vanaf die datum openbaar zijn geworden en dus toegankelijk zijn.

Een nog jonge traditie

Op de eerste openbaarheidsdag in 2010 werd een groot aantal dossiers met informatie over de Lockheed-affaire en de rol van prins Bernhard daarin openbaar. Diverse media waren daarom op openbaarheidsdag op het Nationaal Archief te vinden.

Op de eerste dinsdag van 2011 valt opnieuw een schat aan informatie vrij. Alleen al de inventaris van het materiaal dat vanaf dan zonder beperkingen aan de openbaarheid is in te zien, telt zevenhonderd pagina’s.

Het Nationaal Archief vervult een essentiële rol in de openbaarheid van de overheid. In het archief kunnen onderzoekers, journalisten en andere geïnteresseerden met eigen ogen zien wat de overheid aan stukken heeft geproduceerd.

De Archiefwet 1995 bepaalt dat archiefbestanden van departementen en andere overheidsinstellingen na twintig jaar worden overgedragen aan het archief. Ruim 95 procent van de overgedragen stukken is direct in te zien. Voor overige paar procent geldt dat de archieven nog een tijd gesloten blijven, of slechts beperkt openbaar worden. Dat is dan omwille van de privacy van nog levende personen, het landsbelang of onevenredige benadeling. De eventuele beperkingen gelden altijd voor een van tevoren vastgestelde periode. En dus vallen jaarlijks archiefdelen vrij.

Veel interessant materiaal te raadplegen

De belangrijkste archieven die in 2011 openbaar worden, hebben te maken met de naweeën van de Tweede Wereldoorlog.

De Raad van Beroep voor de Perszuivering werd na de Tweede Wereldoorlog in het leven geroepen als een beroepsorgaan voor uit hun functie gezette ‘foute’ journalisten, redacteuren, correspondenten en persfotografen van dag- en weekbladen. Het archief van deze Raad van Beroep bestaat voor het overgrote deel uit dossiers inzake de afgehandelde beroepen van afzonderlijke journalisten en uit behandeling van de adviezen afkomstig van de Commissie voor Perszuivering.

Eveneens beschikbaar komen de archieven van de Ereraden voor de Kunst. Er waren zes ereraden: architectuur, beeldende kunsten, letterkunde, muziek, toneel (inclusief dans en film) en (later) amusements- en kleinkunstenaars. Vanaf 1948 werd de zuivering overgenomen door de Centrale Raad voor de Kunst, die ook beroepsprocedures afwikkelde van personen aan wie na de oorlog een beroepsverbod was opgelegd.
Het archief bevat materiaal over de organisatie en werkwijze van alle instanties die met de kunstzuivering te maken hebben gehad.

Wanneer u onderzoekt wil doen in deze twee archieven, blijft het overigens noodzakelijk om aan te kunnen tonen dat de betreffende gezochte persoon is overleden. Dat schrijft de Wet Bescherming Persoonsgegevens immers voor.

Voor veel ander archiefmateriaal dat vrijvalt, geldt dat deze documenten zonder enige beperkingen aan de openbaarheid kunnen worden geraadpleegd.

Inventaris van het vrijgekomen materiaal

Overzicht van archiefbescheiden die per 1 januari 2011 volledig openbaar zijn geworden

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in