gahetNA in het Nationaal Archief

Onbecijferbaar: Duitse misère en Nederlandse problemen na WO I


Den Haag

Er dreigt een 'werkelijk onbecijferbare economische en politieke kostprijs indien de leiders van de eurolanden geen allesomvattende aanpak van de eurocrisis kunnen afspreken'. Aldus Karel De Gucht, eurocommissaris voor Handel, op 19 oktober jl. Onbecijferbaar roept het beeld op van algehele malaise, hoge werkloosheid en geldontwaarding. Het beeld van Europa in de jaren ’20 en ’30. Het hardst getroffen wordt Duitsland. De Duitse mark bezwijkt dan onder het gewicht van de herstelbetalingen aan de geallieerden. Dat dit ook gevolgen heeft voor Nederlanders blijkt uit archiefstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Duitse mark vogelvrij

Direct na de Eerste Wereldoorlog krijgt Duitsland een omvangrijk pakket aan herstelbetalingen opgelegd. In het Verdrag van Versailles (1919) wordt vastgelegd dat de Weimar Republiek in ieder geval machines, schepen, locomotieven en grondstoffen aan de geallieerden moet afstaan. De economische schade door deze afdrachten en de onduidelijkheid over de hoogte van de toekomstige financiële genoegdoeningen, zorgen direct voor veel economische onzekerheid. Dit maakt de Duitse mark tot speelbal van valutahandelaren en investeerders; het begin van de waardedaling.

Onvrede

Het waardeverschil tussen de Duitse en Nederlandse munt neemt snel toe. De Duitsers proberen dit op diverse manieren te compenseren, zo blijkt uit een brief van rijnvaartschipper A.C. Hofman in februari 1920 aan het Nederlandse ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel. Hofman schrijft dat hij en andere Nederlandse schippers in Duitsland vaak meer voor goederen moeten betalen dan hun Duitse collega’s en bovendien in guldens moeten afrekenen. 'De meesten [schippers] willen op het laatst niet meer naar Duitschland varen; er zouden heel zeker moeilijkheden ontstaan in de scheepvaart', stelt hij.

Geen regeringszaak

De consul-generaal van het Nederlands gezantschap in Berlijn antwoordt dat de Nederlandse regering daar niets aan kan doen. 'De Duitsche verkooper kan (…) voor zijne artikelen vragen wat hij wil. Dat [hij] onderscheid maakt tusschen landsman en buitenlander is zeer verklaarbaar, daar de Duitscher, die zijne inkomsten geniet in bijna waardeloze marken, veel minder koopkrachtig is dan de buitenlander, in de eerste plaats de Nederlander met zijn hoogen guldenkoers.'

Zoete winstjes?

De consul-generaal vermoedt dat Hofman eigenlijk van de situatie wil profiteren. 'Zijne bedoeling zal wel dezelfde zijn als van de honderden, die dagelijks over de grens trekken om koopjes te halen en die met een zoet winstje in Nederland van de hand te zetten. (…) De grief van schipper Hofman komt blijkbaar hierop neer dat hij niet naar hartelust van de Duitsche misère kan profiteeren. Voor de Regeering bestaat er echter allerminst reden hem daarbij behulpzaam te zijn.'

18.000.000.000.000

Om aan de betalingsverplichtingen uit het Verdrag van Versailles te voldoen, koopt de Duitse centrale bank buitenlandse valuta tegen elke prijs op. Ook wordt geld bijgedrukt om de verder oplopende prijzen en lonen te kunnen betalen. In combinatie met een verslechterende economische situatie en de afgedwongen herstelbetalingen zorgt de groeiende hoeveelheid geld voor een ongekende waardevermindering van de Duitse munt. Eind 1922 kost 1 Engelse pond al 35.000 Duitse mark. Een jaar later is dat opgelopen naar 18.000 miljard! Als we het hebben over een onbecijferbare kostprijs, is dit wellicht hetgeen eurocommissaris De Gucht voor ogen heeft. Nu maar hopen dat deze geschiedenis zich niet herhaalt.

Lees het NA

Dit nieuwsitem is gebaseerd op een artikel uit Lees het NA magazine 4/2011. Lees het NA magazine is samen met G-Geschiedenis vanaf eind oktober te koop in de boek- en kantoorhandel. Het Lees het NA magazine is een uitgave van de Stichting Vrienden van het Nationaal Archief.

Nationaal Archief

2.05.37 Directie Economische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1919-1940, inv.nr. 254

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in