Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Jodenjacht, schokkend boek over rol agenten bij deportaties


Den Haag

Het opsporen en arresteren van Joodse onderduikers was in de Tweede Wereldoorlog vooral de taak van gespecialiseerde afdelingen van de Nederlandse politie. Uit nieuw baanbrekend onderzoek in het Nationaal Archief blijkt dat veel politieagenten dit werk zo fanatiek deden dat die afdelingen kunnen worden gezien als criminele organisaties binnen het politiebureau.

Fanatisme Jodenjagers werd zelfs Duitsers te gortig

Het boek Jodenjacht, onder eindredactie van archivaris Jan Kompagnie en journalist en programmamaker Ad van Liempt, is de weerslag van een onderzoek in ongeveer 230 strafdossiers van politieagenten in het CABR, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dat het Nationaal Archief bewaart. Jodenjacht bevat veel schokkende verhalen over de operaties van de speciale afdelingen. De onderzoekers ontdekten dat zich bij de georganiseerde jacht op Joodse onderduikers allerlei excessen hebben voorgedaan. Het kwam geregeld voor dat het optreden van die agenten zelfs de Duitse bezetter te gortig werd, en dat er disciplinaire maatregelen volgden.

Bedreiging en geweld

Veel van de betrokken agenten bedreigden en mishandelden hun slachtoffers om meer onderduikadressen te weten te komen. Ook zijn verschillende gevallen van seksueel geweld voorgekomen: een Tilburgse agent heeft meermalen Joodse vrouwen op het politiebureau verkracht. De Amsterdamse agent Auke Patist, die later in de provincie Drenthe zijn werk voortzette, hield het vierjarig zoontje van een boer boven een sloot en dreigde het kind erin te laten vallen als het de schuilplaats van de onderduikers niet wilde noemde. Het jongetje wees hem daarop de weg.

Speciale afdelingen

Het instellen van speciale afdelingen bij de korpsen, met schuilnamen als Centrale Controle (Utrecht), Groep X (Rotterdam) of Documentatiedienst (Den Haag), was een idee van de Duitse Sicherheitsdienst. Zo konden voor dit werk gemotiveerde agenten bij elkaar gezet worden en had de rest van het korps geen dagelijkse bemoeienis met het arresteren van Joden.

Meestal NSB- of SS-leden

De onderzoekers signaleren dat de overgrote meerderheid van de betrokken agenten lid was van de NSB of de SS. Ze concluderen dat de NSB als organisatie weliswaar geen rol speelde in de Jodenvervolging, maar dat individuele NSB-leden er juist een hoofdrol in speelden, en de belangrijkste uitvoerders waren van de deportatieplannen van de nazi’s.

Geldbeluste antisemieten

Bij het onderzoek naar de motieven van de agenten op Jodenjacht kwam naar voren dat de meesten fanatieke antisemieten waren. Sommigen spraken openlijk hun trots uit over het aantal Joden dat ze hadden opgepakt. Zonder twijfel speelde ook geld een belangrijke rol. De onderzoekers hebben onomstotelijk kunnen vaststellen dat de politieagenten, naast hun normale salaris, premies kregen voor elke Jood die ze oppakten. Zelf hebben de meesten dat ontkend, maar iemand als de Amsterdamse brigadier Pieter Schaap gaf na de oorlog toe dat hij geregeld 800 à 900 gulden per week extra verdiende aan arrestatiepremies - dat zou nu zo’n 5000 euro waard zijn. Voorts vonden de onderzoekers een uitgebreide verklaring van een Duitse secretaresse van de Sicherheitsdienst die belast was met het uitbetalen van premies aan agenten in het oosten van het land.

Roof en verduistering

Daarnaast drukten de agenten op grote schaal Joods bezit achterover. Er is in de dossiers voortdurend sprake van volle fietstassen, sieraden die in zakken glijden, grote geldbedragen die niet aan de SD werden overgedragen maar onderling verdeeld, stapels linnengoed, grote hoeveelheden drank - er komt geen eind aan de litanie van door politiebeambten geroofde goederen. In Amsterdam hield de SD een agent aan op verdenking van diefstal: hij had 3000 gulden in zijn portemonnee – wat tegenwoordig 18.000 euro waard zou zijn.

Politieleiding

De meeste excessen hebben zich voorgedaan in steden waar de leiding vooropging in fanatisme, zoals in Nijmegen (afdelingschef Verstappen), Apeldoorn (korpschef  Meijer) en Den Haag (afdelingschef Kees Kaptein). Deze laatste ging er prat op dat hij de grootste Jodenjager van het land was. Tijdens zijn proces zei de openbare aanklager: 'Het Jodenvangen werd hem tot een ware hartstocht'.

Ad van Liempt, Jan Kompagnie, Jodenjacht, Amsterdam, uitgeverij Balans, 2011
ISBN 978 94 600 3368 1
€ 19,95



Onderzoeksgidsen over het CABR:

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in