Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De Nederlandsche Cocaïnefabriek


Den Haag

110 jaar geleden richtte de Koloniale Bank in Amsterdam de Nederlandsche Cocaïnefabriek (NCF) op. Geïmporteerde cocaplanten uit Nederlands-Indië leverden cocaïne van hoge kwaliteit. De fabriek profiteerde van de schaarste aan cocaplanten in de Eerste Wereldoorlog en groeide uit tot de grootste cocaïneproducent van de wereld. De Koloniale Bank toonde zich dan ook zeer tevreden met de behaalde winsten. Ook de Tweede Wereldoorlog heeft de NCF geen windeieren gelegd.

Cocaïne

De Cocaïnefabriek verkocht in de Eerste Wereldoorlog op grote schaal cocaïne aan strijdende landen. Met cocaïne konden soldaten onvermoeid en onverschrokken de slagvelden op. Dit leidde vaak tot enorme cocaïneverslavingen. In die tijd was al wel bekend dat cocaïne zeer verslavend was maar het werd toch in grote hoeveelheden verhandeld.

Morfine en andere middelen

De NCF maakte naast cocaïne nog andere producten. In 1921 werd begonnen met de fabricage van novacoïne, een verdovingsmiddel bij tandartsbehandelingen. In 1932 startte de NCF met de verwerking van ruwe opium tot morfine. Ook producten als codeïne en efedrine werden gefabriceerd. Het aandeel cocaïne nam af.

Tekort aan opium

In de Tweede Wereldoorlog dreigde in Nederland een tekort aan morfine omdat de aanvoer van de grondstof, ruwe opium uit Turkije, stagneerde. De behoefte aan morfine was groot maar de voorraden waren in 1942 bijna uitgeput.

Hollandse papaverbollen

Papavers van eigen bodem moesten soelaas bieden. Uit de bollen kon ruwe morfine worden verkregen. Landbouwers werden door het Rijksbureau voor Geneesmiddelen opgeroepen blauwmaanzaadbollen te oogsten en het ‘bolkaf’ niet langer als afval te verbranden.

Voor eigen land en volk

De telers werd voorgehouden dat de gefabriceerde morfine geheel ten goede kwam aan ‘eigen land en volk’. Maar dat was niet waar. Alleen het bolkaf uit Noord-Holland was voor de Nederlandse industrie bestemd. Het kaf uit de overige provincies werd rechtstreeks naar Duitsland geëxporteerd!

Winst van Nederlandse bodem

De NCF kreeg 165 ton aan bolkaf gratis aangeleverd en de verwerkingskosten konden gedeclareerd worden bij de staat. Het geproduceerde ruwe morfine was echter staatseigendom. De NCF kocht de ruwe morfine weer van de staat om er vervolgens zuivere morfine en derivaten van te maken. De fl. 130,-  die de NCF voor de ruwe morfine betaalde, lag echter ver onder de kostprijs. De staat droeg het gehele verlies van deze transactie en zo wist de NCF in de Tweede Wereldoorlog ook met morfine grote winst te maken.

Nationaal Archief

2.15.37 Afdeling Volksgezondheid, inv. nr. 2229
2.20.04 Inventaris van de archieven van de Cultuur-, Handel- en Industriebank Koloniale Bank; Cultuurbank NV, (1847) 1881-1969, inv.nr. 928
2.06.087 Ministerie van Economische Zaken: Centraal Archief, inv.nr. 2623
2.06.076.07 Rijksbureau voor Pharmaceutische en Chemische producten 1939-1950, inv. nr. 389

Publicatie

Conny Braam, De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek, (Nieuw Amsterdam, 2009).

Na publicatie van het boek van Conny Braam is er kritiek gekomen op haar interpretatie van de historische bronnen. Zie daarvoor de 2 online artikelen op de website van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog 'Nederlandse cocaïne aan het oorlogsfront' van 4 november 2009 en van 20 december 2012.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in