gahetNA in het Nationaal Archief

400 jaar handel tussen Nederland en Marokko


Den Haag

In december is het 400 jaar geleden dat Nederland, toen de Republiek der Verenigde Provinciën, en Sultan Moulay Zidan van Marokko een gezamenlijk handelsverdrag ondertekenden. Marokko beloofde zijn havens open te stellen voor schepen van de Republiek. In ruil daarvoor mocht het in de Republiek oorlogsschepen en wapens kopen. Het was het eerste verdrag tussen een Europees en een niet-christelijk land.

Contacten tussen Marokko en de republiek

Rond 1600 hadden de Republiek en Marokko voor het eerst contact. De Nederlandse handel en scheepvaart naar de Middellandse Zee namen toen sterk toe. Om Spaanse oorlogsschepen te ontwijken, voeren Nederlandse schepen regelmatig Marokkaanse havens binnen. Daar werden ze meestal in beslag genomen. Maar toen Marokko een nieuwe wapenleverancier zocht, drong het aan op een verdrag. In 1608 benoemde sultan Moelay Zidan de Joodse koopman Samuel Pallache tot zijn gezant in de Republiek.

Moeizame onderhandelingen

In de archieven van Johan van Oldenbarnevelt en de Staten-Generaal is veel te vinden over de contacten tussen beide landen en de onderhandelingen over het handelsverdrag van 1610. De Staten-Generaal hadden in 1607 de Marokkaanse gezant, Hammu ben Bachir, in audiëntie ontvangen. Bachir was door de sultan naar de Republiek gestuurd met het aanbod van vrijhandel in zijn koninkrijken en landen. De Staten-Generaal schreven een brief terug, waarin Marokko vrijhandel met de Republiek werd aangeboden. De onderhandelingen vlotten aanvankelijk niet erg, mede doordat de interesse van de Republiek was afgenomen: dankzij het Twaalfjarig Bestand met Spanje had het even geen last van een oorlogsdreiging.

Het verdrag

In december 1610 werd men het toch eens en vond in Den Haag de plechtige ondertekening van het verdrag plaats. Het verdrag hield vrij verkeer in van personen en goederen, gestrande schepen werden teruggegeven en de erfenis van overleden personen zou niet worden geconfisqueerd, maar aan de erfgenamen overgelaten. De koning zou bovendien niet toelaten dat zeerovers gekaapte schepen naar ‘Barbarije’ – de toenmalige term voor Noord-Afrika – brachten en ze daar verkochten.

In het Nationaal Archief te vinden

De sultan van Marokko ratificeerde het verdrag op 8 april 1611. De in het Frans gestelde ratificatie is een prachtig document van 195 cm lang en 37 cm breed. Aan de bovenkant is eerst een strook van ongeveer 50 cm blanco gelaten. Dan volgt het in goud gekalligrafeerde teken van bekrachtiging door de koning. Daarna komen de inleidende tekst en de negentien artikelen van de ratificatie.
De ratificatie en het originele handelsverdrag berusten in het Nationaal Archief.

Nationaal Archief

3.01.14 Inventaris van het archief van Johan van Oldenbarnevelt, 1586-1619, inv.nrs. 2107-2116
1.01.02 Inventaris van het archief van de Staten-Generaal, (1431) 1576-1796, inv. nrs.  12594.1, 12594.2, 12594.3, 12594.4, 12594.5, 12594.6 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in